RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/329281 / HA ZA 24-161
Vonnis van 5 augustus 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonend te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. K.A.M.J. Horsch,
tegen
FIDUS HOLTUM B.V.,
gevestigd te Holtum, gemeente Sittard-Geleen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Fidus Holtum,
advocaat: mr. M.H. Pluymen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 maart 2026,
- het e-mailbericht van de in het tussenvonnis benoemde deskundige, ter griffie ontvangen op 20 juli 2026,
- de reactie namens [eiser], ter griffie ontvangen op 21 juli 2026,- de reactie namens Fidus Holtum, ter griffie ontvangen op 30 juli 2026.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het verzoek en de beoordeling
Bij tussenvonnis van 18 maart 2026 is door de rechtbank een onderzoek door een deskundige bevolen en is mr. drs. R.W.W.H. Mol RA RV, werkzaam bij Taupe Business Value, benoemd tot deskundige in onderhavige zaak. Door de deskundige is de rechtbank bericht dat het eerder opgegeven voorschotbedrag dreigt te worden overschreden en is verzocht om een aanvullend voorschot van € 1.669,80 (inclusief btw).
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven over de aanvulling van het voorschot.
Beide partijen stemmen in met verhoging van het voorschot.
De rechtbank is van oordeel dat het begrote bedrag redelijk is. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen. Het (aanvullend) voorschot dient door beide partijen, ieder de helft, te worden gedeponeerd.
3. De beslissing
De rechtbank
stelt de hoogte van het aanvullend voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 1.669,80 inclusief btw,
bepaalt dat partijen ieder de helft van dit aanvullend voorschot moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
wijst de deskundige erop dat hij het aanvullend onderzoek pas na bericht van de griffier omtrent betaling van het aanvullend voorschot dient voort te zetten,
draagt de deskundige op om uiterlijk zes weken na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Hurkens en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.