ECLI:NL:RBLIM:2026:7909

ECLI:NL:RBLIM:2026:7909

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 06-08-2026
Datum publicatie 31-07-2026
Zaaknummer 12164291 \ AZ VERZ 26-50
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Wederindienststredingsvoorwaarde geschonden; billijke vergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer / rekestnummer: 12164291 \ AZ VERZ 26-50

Beschikking van 6 augustus 2026

in de zaak van

[verzoeker] ,

te [plaats 1] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. P.Chr. Snijders,

tegen

ORIGIO BENELUX B.V.,

te [plaats 2] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: Origio,

gemachtigde: mrs. A.T. Nijk en [gemachtigde] .

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 27 maart 2026 binnengekomen verzoekschrift met 11 bijlagen

- het e-mailbericht van 10 april 2026 met bijlagen 12 tot en met 14 van [verzoeker]

- het e-mailbericht van 12 juni 2026 met bijlage 15 van [verzoeker]

- het op 29 juni 2026 binnengekomen verweerschrift met 31 bijlagen

- de brief van 3 juli 2026 met bijlagen 32 en 33 van Origio

- de brief van 6 juli 2026 met bijlage 34 van Origio

- het e-mailbericht van 7 juli 2026 met 2 ongenummerde bijlagen van [verzoeker]

- de mondelinge behandeling van 9 juli 2026

- de spreekaantekeningen van beide partijen.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Origio richt zich op de im- en export van alsmede de groothandel in en de ontwikkeling van producten voor de geassisteerde voortplanting.

De moedervennootschap van Origio is gevestigd in Denemarken (Origio A/S). Het hoofdkantoor van de gehele groep (The Cooper Companies, Inc.) is gevestigd in Delaware, Verenigde Staten.

De Cooper Companies-groep, is verdeeld in twee business units: (a) Coopervision richt zicht op middelen voor zicht (bijvoorbeeld contactlenzen) en (b) CooperSurgical richt zich op medische technologie voor vruchtbaarheid en voortplanting. Origio vormt onderdeel van de CooperSurgical business unit.

[verzoeker] , geboren op [datum] 1966, is op 1 oktober 2021 in dienst getreden bij Origio laatstelijk in de functie van [functietitel] . Hoewel zij haar werkplek had in het magazijn van CooperSurgical Distribution Center in [plaats 2] maakte zij functioneel deel uit van het in Denemarken, bij Origio A/S, gestationeerde [team] . Van hieruit werd zij wat de werkzaamheden betroffen aangestuurd. Zij voerde haar werkzaamheden digitaal, op afstand, uit. De verschillende medewerkers binnen dit team zijn ieder verantwoordelijk voor één of meer landen. De werkzaamheden worden op uniforme wijze uitgevoerd en het is gebruikelijk dat medewerkers elkanders werk opvangen als dat nodig is. [verzoeker] was verantwoordelijk voor de Benelux.

Op 14 mei 2025 werd door Origio A/S een nieuwe medewerkster, [persoon 1] , aangenomen voor het [team] met als standplaats Denemarken. Zij werd door [verzoeker] ingewerkt op haar klantenportefeuille.

Binnen de gehele Cooper Companies-groep is in 2025 een concernbrede reorganisatie doorgevoerd. Besloten werd (onder meer) om de [team] te reorganiseren. Belangrijk doel was om de werkzaamheden feitelijk samen te brengen onder één dak bij Origio A/S in Denemarken in plaats van deze te laten verrichten door personen die zich op afstand bevinden. Voor [verzoeker] betekende dit dat haar werkzaamheden werden verdeeld over de diverse leden van het [team] in Denemarken, zodat er voor haar geen werkzaamheden meer resteerden.

Origio heeft op 9 september 2025 een ontslagaanvraag bij UWV ingediend op grond

van bedrijfseconomische redenen, te weten organisatorische veranderingen.

Bij beslissing van 19 december 2025 heeft het UWV aan [verzoeker] toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] op te zeggen.

Origio heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 februari 2026.

[verzoeker] is het niet eens met de beslissing van het UWV.

Op 7 juni 2026 – na indiening van het verzoekschrift - is er een vacature geplaatst voor de functie [functietitel] voor Origio A/S te Denemarken. De vacature is geplaatst voor het vervangen van [persoon 1] , die het bedrijf had verlaten.

3. Het verzoek en het verweer

[verzoeker] verzoekt:

“Primair (art. 7:682 lid 1 onder a BW – herstel):

1. Origio te veroordelen de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te herstellen ex

artikel 7:682 lid 1 onder a BW, met bepaling van de rechtsgevolgen van de

onderbreking als bedoeld in artikel 7:682 lid 4 BW, in die zin dat Origio aan

[verzoeker] het achterstallig loon ad € 5.758,00 bruto per maand over de

periode vanaf de beëindiging tot de hersteldatum zal voldoen, te vermeerderen

met 8% vakantietoeslag en overige vaste emolumenten, alsmede met de

wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW (zulks naar redelijkheid te matigen) en de

wettelijke rente vanaf de vervaldata tot de dag van algehele voldoening.

2. Origio te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van de beschikking, na

herstel van de arbeidsovereenkomst, [verzoeker] tot het werk toe te laten en

haar reguliere werkzaamheden te laten verrichten in/als [functietitel], op straffe

van een dwangsom van € 1.000,– per dag (of gedeelte daarvan) dat Origio

daarmee in gebreke blijft.

Subsidiair (alleen voor het geval herstel in redelijkheid niet mogelijk of niet zinvol is; art.

7:682 lid 1 onder b BW):

3. Aan [verzoeker] ten laste van Origio een billijke vergoeding toe te kennen ex artikel

7:682 lid 1 onder b BW van € 140.000,– bruto, althans een door de kantonrechter in

goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum

beschikking tot de dag der algehele voldoening.

Nevenvorderingen (geldend ongeacht toewijzing primair/subsidiair, voor zover

verenigbaar):

4. Origio te veroordelen tot betaling van de contractuele internetvergoeding van € 20,–

netto per maand over de periode 1 januari 2022 t/m 1 februari 2026 (49 maanden),

derhalve € 980,– netto in totaal, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de

opeisbaarheid van iedere maandtermijn tot aan de dag van algehele voldoening.

5. Origio te veroordelen tot uitbetaling van 12 openstaande vakantiedagen tegen de

geldende loonwaarde, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en wettelijke rente vanaf

opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening.

Voorwaardelijke voorziening ex art. 7:682 lid 4 BW:

6. Voor het geval binnen 26 weken na opzegging gelijksoortige werkzaamheden door een

ander zijn of worden verricht zonder [verzoeker] een heraanbod te doen, te bepalen

dat herstel van de arbeidsovereenkomst wordt uitgesproken (voor zover nog niet

toegewezen), althans aan [verzoeker] in dat geval een billijke vergoeding toe te

kennen, een en ander als bedoeld in artikel 7:682 lid 4 BW”.

Origio verzet zich tegen toewijzing van de verzoeken.

4. De beoordeling

Gelet op het hierna volgende zal de kantonrechter de bezwaren die [verzoeker] heeft geformuleerd tegen de beslissing van het UWV in het midden laten.

Wederindiensttredingsvoorwaarde geschonden

Origio A/S heeft op 7 juni 2026 een vacature gepubliceerd voor een Nederlandstalige [functietitel] voor de Benelux, deel uitmakende van het [team] . [verzoeker] stelt dat hiermee de wederindiensttredingsvoorwaarde is geschonden en haar voorwaardelijke verzoek ex artikel 7:682 lid 4 BW onvoorwaardelijk is geworden. De vraag is of hiervan sprake is.

Artikel 7:681 lid 1 aanhef en onderdeel d BW bepaalt dat de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever kan vernietigen, of aan de werknemer een billijke vergoeding kan toekennen, indien de werkgever binnen 26 weken na de opzegging, dezelfde werkzaamheden als die de werknemer verrichtte door een ander laat verrichten en hij de voormalige werknemer niet in de gelegenheid heeft gesteld zijn vroegere werkzaamheden op dezelfde bij de werkgever gebruikelijke voorwaarden te hervatten.

Volgens [verzoeker] heeft Origio de wederindiensttredingsvoorwaarde geschonden. Nadat [persoon 1] de arbeidsovereenkomst met Origio A/S had opgezegd, is er op 7 juni 2026 een vacature geplaatst voor de functie [functietitel] . Deze functie is vergelijkbaar met de functie van [verzoeker] . [verzoeker] heeft [persoon 1] ingewerkt, zodat mag worden aangenomen dat het gaat om dezelfde dan wel soortgelijke competenties en werkzaamheden. Beide functies zijn Nederlandstalig en [verzoeker] voldoet aan de vacaturetekst, aldus [verzoeker] . [verzoeker] is nadrukkelijk bereid de werkzaamheden vanuit Denemarken uit te voeren, als dat wordt gewenst.

Origio betwist dat de wederindiensttredingsvoorwaarde is geschonden.

Origio wijst erop dat niet voldaan is aan de vereisten “dezelfde werkzaamheden” en “dezelfde werkgever”. [persoon 1] en [verzoeker] hadden verschillende functies.

[persoon 1] is destijds aangenomen als opvolger van [persoon 2] , die ook Origio heeft verlaten. Daarnaast geldt dat de arbeidsplaats van [persoon 1] in Denemarken was bij een andere werkgever, te weten Origio A/S, aldus Origio.

De kantonrechter is van oordeel dat Origio de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden en legt dit als volgt uit.

Niet in geschil is dat de moedervennootschap van Origio, Origio A/S te Denemarken, binnen de hiervoor gestelde termijn van 26 weken een werknemer in dienst heeft genomen voor de invulling van de vrijgekomen functie van [persoon 1] .

Vervolgens is het de vraag of [persoon 1] en [verzoeker] dezelfde functies vervulden. Daarbij dient de term “dezelfde werkzaamheden” niet te beperkt te worden uitgelegd, het gaat er blijkens de wetsgeschiedenis om dat het om uitwisselbare functies gaat. Een functie is uitwisselbaar met een andere functie als de functies vergelijkbaar zijn voor zover het onder meer betreft de inhoud van de functie en de voor de functie vereiste kennis, vaardigheden en competenties.

Naar het oordeel van de kantonrechter is daarvan sprake. Beide personen werkten immers binnen hetzelfde team en waren belast met, op z’n minst, vergelijkbare werkzaamheden. Daarbij komt dat een aanzienlijk deel van de taken van [verzoeker] zijn overgeheveld naar [persoon 1] , beiden spraken immers Nederlands. Vast staat dat België en Luxemburg in de portefeuille van [verzoeker] vielen en dat deze (in elk geval) aan [persoon 1] zijn toebedeeld na de organisatorische wijzigingen. [persoon 1] had dus feitelijk (een deel van) het takenpakket van [verzoeker] onder haar hoede. Na het vertrek van [persoon 1] had dit takenpakket toch zonder veel problemen weer overgeheveld kunnen worden naar [verzoeker] , daar was geen scholing of intensieve begeleiding voor nodig geweest. Daarnaast heeft Origio niet beargumenteerd waarom [verzoeker] niet de overige taken die tot het pakket van Verschuren behoorde zou hebben kunnen uitoefenen, althans zich binnen een redelijke termijn zou hebben kunnen eigen maken.

Vervolgvraag is of ook voldaan is aan de eis van “dezelfde werkgever”.

Zoals Origio terecht aanvoert, zijn Origio en Origio A/S juridisch gezien verschillende rechtspersonen. Daar wringt de spreekwoordelijke schoen. De kantonrechter ziet echter in dit specifieke geval aanleiding het begrip “dezelfde werkgever” ruimer uit te leggen.

In de MvT bij artikel 7:681 BW wordt uitgelegd dat met “dezelfde werkgever” “dezelfde rechtspersoon” wordt bedoeld. Daarbij zal gedacht zijn aan de situatie dat een rechtspersoon doorgaans geen zeggenschap heeft over, althans invloed kan uitoefenen op, de beslissingen van een andere rechtspersoon. Maar als het verband tussen die verschillende rechtspersonen dusdanig nauw is dat die invloed er wel is, dan is de redelijkheid van die strikte scheiding niet meer zo evident. Dan kan eigen verantwoordelijkheid ontstaan voor wat bij de andere rechtspersoon gebeurt. Naar het oordeel van de kantonrechter is daar sprake van.

Dat nauwe contact blijkt in de eerste plaats uit het feit dat Origio weliswaar de juridische werkgever was van [verzoeker] maar dat Origio A/S de functionele werkgever was. [verzoeker] was immers werkzaam voor het bij Origio A/S gestationeerde [team] en kreeg haar instructies uit Denemarken. Gelet daarop kan het niet anders zijn dan dat [verzoeker] zowel bij Origio als bij Origio A/S “op de radar” stond en beide vennootschappen contacten onderhielden over [verzoeker] .

Verder blijkt dat nauwe contact uit het feit dat de reden voor haar ontslag bij Origio is gelegen in de wens van Origio A/S om het [team] fysiek bij haar onder te brengen. Origio verbindt daar vervolgens de noodzaak aan om de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te beëindigen. Ook dat veronderstelt contact tussen beide rechtspersonen over [verzoeker] .

De vraag of Origio gehouden is bij alle tot haar concern behorende rechtspersonen te informeren naar functies ten behoeve van [verzoeker] hoeft hier niet beantwoord te worden, die kwestie speelt immers niet. Het gaat hier om een specifieke rechtspersoon, de functionele werkgever van [verzoeker] , en de partij naar wie de werkzaamheden van [verzoeker] zijn verplaatst. En bij wie vervolgens een functie vrij komt die in ieder geval deels het werk van [verzoeker] zelf betreft en overigens uitwisselbaar is.

Tenslotte acht de kantonrechter nog van belang dat de betreffende vacature bij Origio A/S concernbreed is uitgezet. Origio heeft er dus kennis van genomen, althans kunnen nemen. Dat had voor haar reden moeten zijn om zich met Origio A/S en [verzoeker] in verbinding te stellen zodat de functie aan [verzoeker] werd aangeboden. Dat is echter niet gebeurd

De conclusie is dat Origio de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden.

Billijke vergoeding

[verzoeker] heeft primair verzocht de arbeidsovereenkomst te herstellen. De kantonrechter leest dit verzoek als een vordering tot vernietiging van de opzegging. Als vernietiging in redelijkheid niet mogelijk of zinvol is maakt zij aanspraak op een billijke vergoeding van € 140.000,00 bruto.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Origio aangegeven dat de functie van [persoon 1] inmiddels is ingevuld. Nu de vacature bij Origio A/S niet meer bestaat acht de kantonrechter vernietiging van de opzegging niet meer zinvol. De kantonrechter komt daarom toe aan de beoordeling van het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding.

In de eerste plaats stelt de kantonrechter vast dat het niet naleven van de regels rondom de opzegging van het dienstverband volgens de regering kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 4, p. 61). Daarmee staat vast dat [verzoeker] aanspraak kan maken op een billijke vergoeding.

Wat betreft de hoogte van de billijke vergoeding voert [verzoeker] het navolgende (samengevat) aan. Het dienstverband zou – indien er geen opzegging had plaatsgevonden - tot aan haar pensioendatum hebben voortgeduurd. Bij de ernst van de gevolgen van het ontslag moeten verder ook worden betrokken haar gevorderde leeftijd, inmiddels 59 jaar, het daarbij behorende -zeer geringe arbeidsmarktperspectief, alsmede de niche-werkervaring van de afgelopen jaren, de pensioenschade die [verzoeker] lijdt en het verwijtbare handelen van Origio. Daarbij heeft de vergoeding ook een immateriële component.

Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.

De kantonrechter zal een billijke vergoeding toekennen van € 50.000,00 bruto (ongeveer gelijk aan 8 maandsalarissen à € 5.758,00 bruto per maand, te vermeerderen met vakantietoeslag).

Daarbij heeft de kantonrechter in het bijzonder gelet op het navolgende.

- De loonwaarde van de arbeidsovereenkomst.

[verzoeker] heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij tot haar pensioendatum bij Origio in dienst was gebleven. Vast staat dat de functie van [persoon 1] in Denemarken had moeten worden uitgeoefend. [verzoeker] heeft zich bereid verklaard naar Denemarken te verhuizen maar daarmee is nog niet alles gezegd. Zo is het nog maar de vraag hoe de werk- en leefomstandigheden in Denemarken [verzoeker] zouden zijn bevallen.

- De kans om opnieuw inkomen te verwerven.

De arbeidsmarkt is krap. De kantonrechter is het eens met Origio dat [verzoeker] een breed en gevarieerd arbeidsverleden schetst in haar verzoekschrift met verschillende opleidingen. [verzoeker] zou in staat moeten zijn - ook gezien haar leeftijd van bijna 60 jaar - om binnen afzienbare tijd een andere functie te vinden, ook als dat niet voor hetzelfde salaris is.

- De te ontvangen uitkering.

Het staat vast dat [verzoeker] recht heeft op een werkloosheidsuitkering. Die moet op een billijke vergoeding in mindering worden gebracht

- De duur van haar dienstverband.

[verzoeker] is relatief kort in dienst, vanaf 1 oktober 2021. Dat heeft een dempende invloed op de hoogte van de billijke vergoeding

- Pensioenschade.

Gelet op de verwachting dat [verzoeker] nog een nieuwe baan zal vinden zal de pensioenschade beperkt zijn.

Overige vorderingen

De door [verzoeker] verzochte internetvergoeding is toewijsbaar. Volgens Origio heeft [verzoeker] hier in beginsel recht op maar kan deze niet worden toegewezen, omdat zij deze niet heeft gedeclareerd. Niet ter discussie staat dat [verzoeker] internetkosten heeft gemaakt.

De kantonrechter begrijpt dat Origio van oordeel is dat er niet hoeft te worden betaald omdat er geen “bonnetje” is overgelegd. Een “bonnetje” is een bewijsmiddel om de gestelde kostenpost te onderbouwen. Ontbreekt het “bonnetje”, dan hoeft dat echter niet te betekenen dat de kosten niet zijn aangetoond. In dit geval werkte [verzoeker] op afstand. Dat veronderstelt het hebben van een internetverbinding en dus het maken van de bijbehorende kosten. Het bedrag waar het om gaat, € 20,00 per maand, past bij een kwalitatief acceptabele internetverbinding en is overigens alleszins redelijk. Het niet declareren van deze kosten leidt er in de gegeven omstandigheden niet toe dat Origio niet verplicht is om deze vergoeding alsnog aan haar te betalen.

De door [verzoeker] gevorderde wettelijke rente zal de kantonrechter toewijzen vanaf datum indiening verzoekschrift. Een eerdere datum is naar het oordeel van de kantonrechter niet aan de orde, omdat [verzoeker] zelf debet is aan de “vertraagde” betaling door niet te declareren op de wijze zoals door Origio is voorgeschreven.

De door [verzoeker] verzochte uitbetaling van vakantiedagen (met rente) zal de kantonrechter afwijzen. Origio heeft onweersproken gesteld dat de uitbetaling hiervan heeft plaatsgevonden in april. De kantonrechter zal de gevorderde rente eveneens afwijzen. [verzoeker] heeft immers niet gesteld dat Origio deze vakantiedagen te laat heeft uitbetaald.

Proceskosten

Origio is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verzoeker] worden begroot op:

- griffierecht

753,00

- salaris gemachtigde

865,00

- nakosten

144,00

Totaal

1.762,00

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Origio om aan [verzoeker] een billijke vergoeding van € 50.000,00 bruto te betalen,

veroordeelt Origio tot betaling van de contractuele internetvergoeding van in totaal € 980,00 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van indiening van het verzoekschrift tot de dag van algehele betaling,

veroordeelt Origio in de proceskosten van € 1.762,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Origio niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,

veroordeelt Origio tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Arbeidsrecht 2026/279
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand