ECLI:NL:RBLIM:2026:7958

ECLI:NL:RBLIM:2026:7958

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 05-08-2026
Datum publicatie 03-08-2026
Zaaknummer 12037141 \ CV EXPL 25-6594
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Huurrecht. Ontmantelde hennepkwekerij aangetroffen in het gehuurde. Ontbinding en ontruiming toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 12037141 \ CV EXPL 25-6594

Vonnis van 5 augustus 2026

in de zaak van

STICHTING NESTER,

te Reuver,

eisende partij,

gemachtigde: mr. J.G. van Heertum,

tegen

BEWINDVOERDERSKANTOOR [bewindvoerder] B.V., HANDELEND IN DE HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN DE HEER [huurder],

te [plaats] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. G.G.J. Geerlings

Partijen zullen hierna verder worden aangeduid als Nester, [huurder] of de bewindvoerder.

De zaak in het kort

Nester vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, omdat er een ontmantelde hennepkwekerij en hennepattributen in het gehuurde zijn aangetroffen. Er is daardoor sprake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. [huurder] heeft immers naar het oordeel van de kantonrechter in strijd gehandeld met de algemene voorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte en zich niet als goed huurder gedragen. Ondanks de medische en financiële situatie van [huurder] acht de kantonrechter de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde gerechtvaardigd. Hij wijst daarom de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde toe.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,

- de akte met aanvullende producties 7 en 8 van [huurder] ,

- de mondelinge behandeling van 8 juli 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De kantonrechter te Roermond heeft vanaf 21 februari 2014 bewind ingesteld over de goederen van [huurder] en vanaf 1 september 2025 is Bewindvoerderskantoor [bewindvoerder] B.V. te [plaats] benoemd tot bewindvoerder.

Nester verhuurt met ingang van 15 augustus 2016 aan [huurder] de woning aan het adres [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 667,46 per maand (per 1 juli 2026) en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Deze huurovereenkomst is getekend door Nester, [huurder] en beschermingsbewindvoerder [persoon] .

[huurder] staat volgens de Basisregistratie Personen alleen ingeschreven op het adres.

De algemene voorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte zijn van toepassing op de huurovereenkomst (hierna te noemen: AHV). Daarin staat onder meer:

‘6.3. Huurder zal het gehuurde gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.

Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te (doen) kweken, drogen of knippen dan wel andere activiteiten te (doen) verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld. Overtreding van dit verbod levert een ernstige aan de huurder toe te rekenen tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst op, die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigt.’

Op 20 augustus 2025 is in het gehuurde een ontmantelde hennepkwekerij aangetroffen. Ook zijn er materialen aangetroffen die zijn gebruikt voor het kweken van hennepplanten zoals een koolstoffilter, een ventilator en schakelbord met stopcontacten. Op de vloer van de slaapkamer lag zwarte kunststof vijverfolie met daarop 2,5 m3 potgrond en resten van hennepplanten. In een tweede slaapkamer werden potten en verpakkingsmateriaal voor hennepstekken en acht flessen met groeimiddelen aangetroffen.

Er is geconstateerd dat er met de elektriciteitsmeter van het gehuurde is gemanipuleerd.

Op 12 december 2025 heeft de burgemeester van Roermond het voornemen geuit om de woning te sluiten. Ondanks de door [huurder] daarop ingediende zienswijze is de burgemeester op 3 oktober 2025 overgegaan tot sluiting van het gehuurde voor de duur van één maand.

Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 oktober 2025 van de rechtbank te Roermond is dit besluit geschorst.

De gemachtigde van Nester heeft [huurder] op 29 september 2025 per brief verzocht de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen.

Op 1 oktober 2025 heeft de gemachtigde namens [huurder] en zijn bewindvoerder laten weten de huurovereenkomst niet vrijwillig te zullen opzeggen waarop Nester deze procedure is gestart.

3. Het geschil

Stichting Nester vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde met nevenvorderingen.

Nester legt aan haar vordering het volgende ten grondslag.

[huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortschoten door in strijd met artikel 6.8 van de AHV in het gehuurde hennep te kweken, dan wel activiteiten te verrichten die strafbaar zijn gesteld in de Opiumwet. Daarnaast heeft [huurder] in strijd gehandeld met artikel 6.4 van de AHV en artikel 7:214 BW door het gehuurde niet in overeenstemming met de bestemming te gebruiken en deze te wijzigen. Tot slot heeft [huurder] zich niet als goed huurder gedragen overeenkomstig artikel 7:213 BW en artikel 6.3 van de AHV.

Deze tekortkomingen rechtvaardigen volgens Nester de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

[huurder] voert verweer. [huurder] voert aan dat hij harddrugsverslaafd is, schulden had bij dealers en is bedreigd en gedwongen om in zijn woning een kweektent neer te zetten. Het zou om maximaal drie hennepplanten gaan. [huurder] is in de periode van 21 juni 2025 tot en met 27 juni 2025 op reis gegaan naar Marokko. Bij thuiskomst heeft [huurder] de in opbouw zijnde hennepkwekerij meteen ontmanteld en afgebroken. [huurder] was niet bekend met de professionele omvang van een dergelijke installatie en heeft daartoe nooit opdracht of toestemming gegeven.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak heeft [huurder] aangegeven dat er inmiddels een uitspraak is in de strafzaak. Daarbij heeft de strafrechter geoordeeld dat [huurder] wordt vrijgesproken van het telen en kweken van hennep. [huurder] heeft nog geen definitief afschrift van dit vonnis.

De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 161 Rv aan een onherroepelijk strafvonnis slechts dwingende bewijskracht toekomt ten aanzien van de daarin bewezenverklaarde feiten. Voor het overige is de kantonrechter niet gebonden aan het oordeel van de strafrechter en beoordeelt hij de vordering zelfstandig aan de hand van het civielrechtelijke beoordelingskader. Het feit dat [huurder] in de strafprocedure is vrijgesproken bindt de kantonrechter dus niet.

Nester vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De kantonrechter oordeelt als volgt. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

[huurder] is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. Vaststaat dat er in het gehuurde een volledig ingerichte maar niet in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. Ook zijn er in het gehuurde attributen aangetroffen die te maken hebben met het telen of kweken van hennep. Weliswaar is niet geconstateerd dat er sprake was van diefstal van stroom, maar wel dat er is gefraudeerd met de meterkast. Bovendien heeft [huurder] erkend dat hij de sleutel van het gehuurde heeft afgegeven aan drugsdealers waarmee hij de afspraak heeft gemaakt dat hij toestemming gaf voor de teelt van drie hennepplanten. Daarmee heeft [huurder] willens en wetens het risico aanvaardt dat er een installatie of inrichting van een dergelijke omvang in zijn woning zou worden geplaatst. Volledigheidshalve verwijst de kantonrechter naar een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin is bepaald dat de door de Hoge Raad gegeven uitleg over artikel 11a van de Opiumwet niet doorslaggevend is. Het gaat er namelijk niet om of er een strafrechtelijke veroordeling dient te volgen, maar of er in dit geval sprake is van een handelen in strijd met de algemene huurvoorwaarden en daarmee een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst. [huurder] moet hebben begrepen met hetgeen is bepaald in artikel 6.8 van de AHV dat Nester – mede gelet op haar zerotolerancebeleid – niets tolereert aangaande het kweken van hennep. De kantonrechter oordeelt dan ook dat [huurder] niet alleen in strijd heeft gehandeld met artikel 6.8 van de AHV maar ook zich niet als goed huurder heeft gedragen in de zin van artikel 6.3 van de AHV en artikel 7:213 BW. Deze tekortkomingen rechtvaardigen in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst en een ontruiming van het gehuurde.

Daarentegen heeft [huurder] aangevoerd dat zijn woonbelang zwaarder zou moeten wegen dan het belang van Nester tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Daartoe voert [huurder] aan dat zodra hij de activiteiten in zijn woning ontdekte, hij de inrichting zelf heeft ontmanteld en afgebroken. Er is geen gevaar voor herhaling nu de goederen door het Openbaar Ministerie zijn vernietigd. Het feit dat de burgemeester het sluitingsbesluit volledig heeft ingetrokken vormt een sterke aanwijzing dat de overtreding ook in civielrechtelijke zin beperkt is gebleven. Daarnaast zijn de persoonlijke omstandigheden van [huurder] van groot belang. [huurder] heeft namelijk leukemie. Ontbinding en ontruiming van het gehuurde brengen niet alleen zijn medische behandeling in gevaar, maar schaden ook zijn gezondheid in ernstige mate. Tot slot is de financiële situatie van [huurder] slecht. [huurder] dreigt op een ‘zwarte lijst’ terecht te komen en heeft niet de financiële middelen om in de particuliere sector te huren. Het is dan nog maar de vraag welke consequenties dit eventueel heeft voor de huidige hulpverlening. Voor het geval er al sprake zou zijn van een tekortkoming, dan rechtvaardigen deze omstandigheden gezien haar bijzondere aard en de gevolgen geen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, aldus [huurder] .

De kantonrechter oordeelt dat de tekortkomingen de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen. [huurder] heeft willens en wetens de sleutel van het gehuurde afgegeven in de wetenschap wat daarmee ging gebeuren. Het komt dan ook naar het oordeel van de kantonrechter voor zijn eigen rekening en risico dat de omvang van de inrichting meer zou omvatten dan hetgeen [huurder] heeft afgesproken. Daar komt nog bij dat Nester heeft gesteld een strikt beleid te voeren ten aanzien van drugsgerelateerde activiteiten in haar woningen. Als een huurder in strijd handelt met de Opiumwet, dan vordert zij altijd ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Bovendien moet zij als verhuurster garant staan voor het rustig en veilig woongenot van haar huurders. Nester heeft terecht gesteld dat zij er belang bij heeft om een negatieve uitstraling voor de woonomgeving, verloedering van de wijk en verminderde verhuurbaarheid van haar woningen te voorkomen. Van Nester als verhuurder kan in alle redelijkheid niet worden verlangd dat de bestaande huursituatie nog langer blijft voortduren. Daarom oordeelt de kantonrechter dat het belang van Nester bij de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zwaarder weegt dan het woonbelang van [huurder] .

De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en daarbij gevorderde ontruiming zullen op grond van het voorgaande worden toegewezen. De bewindvoerder zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.

Daarbij merkt de kantonrechter op dat [huurder] op dit moment hulpverlening krijgt. De kantonrechter doet dan ook een uitdrukkelijk beroep op Nester om, als [huurder] aanspraak kan maken op andere woonruimte maar niet zijn intrek in die woning kan nemen binnen zeer korte tijd, hierin welwillend op te treden. Dit zou kunnen inhouden dat, mocht [huurder] al dan niet door bemiddeling van Nester of WonenPlus op korte termijn concreet uitzicht hebben op andere woonruimte, Nester dit afwacht en de toegewezen ontruiming niet zal doorzetten tot die tijd.

Nester vordert een vergoeding voor een bedrag van € 544,95 per maand, eventueel te verhogen met de wettelijke jaarlijkse huurverhoging, voor elke ingegane maand dat [huurder] na ontbinding van de huurovereenkomst in het gehuurde verblijft. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Nester aangegeven dat de huurprijs inmiddels per 1 juli 2026 is verhoogd naar een bedrag van € 667,46. Nu de kantonrechter oordeelt dat de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde worden toegewezen, zal ook de gevorderde gebruiksvergoeding worden toegewezen. De gevorderde rente over het bedrag van deze vergoeding wijst de kantonrechter eveneens toe.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

Nester vordert dat haar vorderingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard zoals bedoeld in artikel 233 Rv. Zij verzoekt de rechtbank de toe te wijzen uitvoerbaarheid bij voorraad extra te motiveren.

Nester legt aan dit verzoek ten grondslag dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn. Nester heeft belang bij de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst, omdat zij heeft te waken voor de leefbaarheid in de wijken en moet zorgen voor het rustig en veilig woongenot van haar huurders. Daarnaast heeft Nester er belang bij om precedentwerking te voorkomen en andere huurders te ontmoedigen om soortgelijke activiteiten te ondernemen. Nester wenst het gehuurde zo spoedig mogelijk te verhuren aan iemand die zich wel aan de regels houdt.

De kantonrechter ziet voldoende aanleiding om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Nester heeft voldoende belang bij een onmiddellijke tenuitvoerlegging van het vonnis. Nester voert niet alleen een zero-tolerancebeleid, maar heeft er ook terecht belang bij dat andere huurders ontmoedigd worden om hennepgerelateerde activiteiten in het gehuurde te ontplooien. Het gaat er niet alleen om dat zij kan laten zien dat zij haar zero-tolerancebeleid strikt naleeft, maar ook dat de gevreesde overlast voor andere huurders wordt tegengegaan. Bovendien is het van belang dat zij haar woningen kan verhuren aan huurders die wel de bepalingen uit de huurovereenkomst en de AVH naleven. Daarom ligt de gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraad voor toewijzing gereed.

De bewindvoerder moet de proceskosten betalen

De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Nester worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

144,47

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

434,00

(2 punten × € 217,00)

- nakosten

108,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

825,97

5. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de tussen Nester en [huurder] bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het [adres],

veroordeelt de bewindvoerder, om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, de woning aan het [adres], te ontruimen en te verlaten, met alle goederen en personen die aan de kant van [huurder] in het gehuurde verblijven en het gehuurde ter vrije en algehele beschikking van Nester te stellen,

veroordeelt de bewindvoerder, om aan Nester tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 667,46 per maand (eventueel te verhogen met de wettelijke jaarlijkse huurverhoging), voor elke ingegane maand dat [huurder] na ontbinding van de huurovereenkomst in het gehuurde verblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag dat het bedrag opeisbaar is geworden tot aan de dag dat volledig is voldaan,

veroordeelt de bewindvoerder, in de proceskosten van € 825,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand