ECLI:NL:RBLIM:2026:8000

ECLI:NL:RBLIM:2026:8000

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 04-08-2026
Zaaknummer C/03/341482 / HA ZA 25-198
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Vervolg op de uitspraak van Rechtbank Limburg van 11 februari 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:1331. De rechtbank gelast een deskundigenbericht en gaat over tot benoeming van twee deskundigen (een voor de bouwkundige beoordeling en een voor de geluidstechnische beoordeling).

Uitspraak

4. 4. [bewoners 4][bewoners 4] ,

5. [bewoner 5],

6. 6. [bewoners 6][bewoners 6] ,

8. 8. [bewoners 8][bewoners 8] ,

allen wonend te [woonplaats] ,

gedaagden in het verzet,

oorspronkelijk eisers,

advocaat: mr. N.A.M. Peters.

Partijen zullen hierna Bam Wonen en de bewoners genoemd worden.

1. De procedure

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 februari 2026, - de akte na tussenvonnis van 11 maart 2026 van Bam Wonen, - de akte uitlaten van 11 maart 2026 van de bewoners,

- het B2-formulier met de advocaatwijziging aan de zijde van de bewoners sub 1 tot en met 5,

- het B2-formulier waarin mr. Peters zich ook stelt voor de bewoners sub 6, 7 en 8.

Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.

2. De verdere beoordeling

De te benoemen deskundigen

Bij tussenvonnis van 11 februari 2026 heeft de rechtbank overwogen dat zij voornemens is de heer [persoon 1] , verbonden aan van [adviesbureau 1] (hierna: [persoon 1] ), en de heer [persoon 2] , verbonden aan [adviesbureau 2] (hierna: [persoon 2] ), als deskundigen te benoemen. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling hiermee ingestemd.

[persoon 1] en [persoon 2] hebben nadien schriftelijk verklaard bereid en in staat te zijn het benodigde onderzoek te verrichten. De rechtbank zal daarom overgaan tot hun benoeming.

De vraagstelling

In het tussenvonnis van 11 februari 2026 heeft de rechtbank een voorstel gedaan voor een vraagstelling aan de deskundigen (r.o. 4.20.).

Bam Wonen is van mening dat de deskundigen bij de beantwoording van de vragen moeten toetsen aan de hand van de normen zoals die golden tijdens de aanvraag van de omgevingsvergunning. Zij verzoekt de rechtbank om de deskundigen in een afzonderlijke vraag te laten beantwoorden welke versie van het Bouwbesluit 2012 moet worden toegepast en waarom. Volgens Bam Wonen dient bij vraag 7 ten aanzien van de warmtepomp, bij vraag 4 ten aanzien van de WTW-installatie en bij vraag 1 ten aanzien van de overkoepelende vragen te worden verduidelijkt dat met de vraag of sprake is van de schending van een geluidsnorm wordt gedoeld op een geluidsnorm zoals vastgelegd in het betreffende geldende Bouwbesluit en wat deze norm inhoudt. Voorts heeft Bam Wonen verzocht om aan de deskundigen de vraag voor te leggen of het wel of niet plegen van periodiek onderhoud van invloed is op de gestelde overlast en zo ja, in welke mate dit van invloed is. Bam Wonen acht het van belang dat de deskundigen bij de beantwoording van deze vraag per afzonderlijke woning van de in deze procedure betrokken bewoners nagaan of het reguliere jaarlijkse onderhoud door een daarin gespecialiseerde partij heeft plaatsgevonden.

De bewoners kunnen zich vinden in de door de rechtbank bij tussenvonnis geformuleerde vragen. De bewoners merken op dat zij het van belang achten dat in de inleidende tekst, voorafgaand aan de vraagstelling, wordt vermeld dat het onderzoek wordt verricht in een periode waarin de (buiten)temperatuur meerdere opeenvolgende dagen onder het vriespunt ligt. Verder hebben de bewoners ten aanzien van de schoorsteenkap als aanvullende vragen voorgesteld of (i) de aluminiumlegering EN-AW-1050A, waarvan de onder- en bovenkap van de schoorsteen zijn vervaardigd, constructief geschikt is voor het dragen en omkasten van de warmtepomp Mitsubishi Electric PUHZ-SW50VKA, met name met betrekking tot sterkte, stijfheid en het dempen van trillingen en resonantie, bij normale- en extreme weersomstandigheden (storm, sneeuwval en langdurige vorstperiodes), (ii) indien dit het geval is, in hoeverre deze constructie kan bijdragen aan vervorming (zoals scheefstand), het overbrengen of versterken van trillingen en resonantie naar de scharnierkap en de binnenruimten van de woning en (iii) of beoordeeld kan worden of dit kan leiden tot geluidsoverlast.

De rechtbank overweegt omtrent de aan de deskundigen voor te leggen vragen als volgt.

Tekstversie Bouwbesluit 2012

Bij de beantwoording van de vragen is van belang dat de deskundigen in het kader van de norm ‘goed en deugdelijk werk’ onder meer toetsen aan de toepasselijke regelgeving, waaronder het Bouwbesluit 2012. Dat roept de vraag op aan welke versie van het Bouwbesluit 2012 getoetst moet worden.

Bam Wonen heeft in de verzetdagvaarding verwezen naar de artikelen 3.8 en 3.9 van het Bouwbesluit 2012. De artikelen 3.8. en 3.9. van het Bouwbesluit 2012 gaan naar het oordeel van de rechtbank niet over geluidshinder die ontstaat vanuit de eigen woning, maar over geluidshinder van het aangrenzend perceel (artikel 3.8) respectievelijk hetzelfde perceel (artikel 3.9).

Voor zover de deskundigen de artikelen 3.8. en 3.9. van het Bouwbesluit 2012 relevant achten voor de beantwoording van de vragen, geldt dat zij er op bedacht moeten zijn dat de tekst van deze artikelen in de loop der tijd gewijzigd is.

Voor artikel 3.8. geldt dat er twee tekstversies geweest zijn: de eerste tekstversie gold van 1 april 2012 tot 1 april 2021 en de tweede tekstversie gold van 1 april 2021 tot 1 januari 2024.

Van artikel 3.9 Bouwbesluit 212 zijn drie tekstversies geweest: de eerste tekstversie was van toepassing in de periode van 1 april 2012 tot 1 maart 2013, de tweede tekstversie van 1 maart 2013 tot 1 april 2021 en de laatste tekstversie van 1 april 2021 tot 1 januari 2024.

De woningen in deze zaak zijn opgeleverd in het voorjaar van 2020. Dat betekent dat de tekstversies van deze twee artikelen die golden van 1 april 2021 tot 1 januari 2024 niet van toepassing zijn.

Het is aan de deskundigen om te bepalen welke bepalingen uit het Bouwbesluit 2012 zij relevant achten voor de beantwoording van de vragen. De rechtbank zal de deskundigen daarom in de inleidende tekst opdragen, als zij verwijzen naar een artikel van het Bouwbesluit 2012, te vermelden welke tekstversie van dat artikel van het Bouwbesluit 2012 zij van toepassing achten en waarom.

Andere regelgeving dan het Bouwbesluit 2012

De rechtbank neemt niet de suggestie over van Bam Wonen zoals geformuleerd in de laatste zin van punt 6 van de akte na tussenvonnis. Die voorgestelde formulering beperkt de beantwoording van de vragen tot uitsluitend het Bouwbesluit 2012. De deskundigen dienen niet alleen te toetsen aan (de relevante versie van) het Bouwbesluit 2012, maar zij moeten, als zij (ook) andere regelgeving relevant achten, die betrekken in hun antwoorden en toelichten waarom zij die regelgeving van toepassing achten. Wel zal de rechtbank aan vraag 7 ten aanzien van de warmtepomp en aan vraag 4 ten aanzien van de WTW-installatie toevoegen: (bijvoorbeeld in het toepasselijke Bouwbesluit 2012 of andere regelgeving). In de inleidende tekst voorafgaand aan de vraagstelling zal de rechtbank verder de passage opnemen: Indien u andere regelgeving relevant acht, dient u eveneens te vermelden welke tekstversie van die regelgeving u van toepassing acht en waarom.

Onderhoud

De rechtbank ziet aanleiding om de vraagstelling ten aanzien van de warmtepomp en de WTW-installatie, zoals door Bam Wonen wordt verzocht, uit te breiden met de vragen, (1) hoe vaak periodiek onderhoud aan de warmtepomp en de WTW-installatie moet plaatsvinden (bijvoorbeeld op grond van de fabrieksinstructie of op grond van ervaringsregels), (2)

of het wel of niet plegen van periodiek onderhoud aan de warmtepomp en de WTW-installatie van invloed kan zijn op de gestelde gebreken en ervaren overlast en in welke mate dit van invloed is, en (3) zo ja, bij welke woning(en) van de bewoners dit periodiek onderhoud wel of niet heeft plaatsgevonden door een professionele partij. De rechtbank zal daarom de vraagstelling ten aanzien van de warmtepomp met de vragen 8, 9 en 10 uitbreiden en de vraagstelling ten aanzien van de WTW-installatie met de vragen 6, 7 en 8 uitbreiden.

De schoorsteenkap

De rechtbank zal de door de bewoners voorgestelde aanvullende vragen met betrekking tot de schoorsteenkap niet aan de vraagstelling toevoegen. Deze vragen worden al ondervangen door de reeds door de rechtbank voorgestelde vragen.

De wijze van onderzoek

De rechtbank heeft aan de deskundigen de wens van de bewoners voorgelegd om het onderzoek te laten plaatsvinden als de (buiten)temperatuur meerdere opeenvolgende dagen onder het vriespunt ligt, omdat volgens de bewoners vooral op de momenten dat de (buiten)temperatuur laag is de gebreken zich vertonen.

De deskundigen hebben de rechtbank laten weten dat ook zij van mening zijn dat het onderzoek het beste uitgevoerd kan worden na een aantal dagen vorst. Partijen hebben in de offerte van [persoon 2] kunnen lezen dat voorgesteld wordt om op zijn vroegst in de eerste helft van december 2026 de geluidsmetingen ter plaatse te verrichten. [persoon 2] heeft voorgesteld om voordien al kennis te maken met de bewoners, zodat er tijdig gepland kan worden.

Nu de deskundigen zelf kenbaar gemaakt hebben dat zij voornemens zijn hun onderzoek pas uit te voeren na een aantal dagen vorst is er geen noodzaak meer om dit dwingend voor te schrijven in de inleidende tekst voorafgaand aan de vraagstelling. De rechtbank ziet daarvan dan ook af. De rechtbank laat het aan de deskundigen over om hun onderzoek in te richten op de wijze die zij dienstig achten. Als de deskundigen een kennismaking met de bewoners vóór het onderzoek zinvol achten om praktische zaken af te stemmen met het oog op het onderzoek, is dat akkoord. In het kader van hoor en wederhoor geldt wel dat BAM Wonen ook uitgenodigd moet worden om aanwezig te zijn bij dat gesprek.

Deskundigenbericht

De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundigen benoemen.

[persoon 1] heeft zijn kosten begroot op € 5.808,00 inclusief btw. [persoon 2] begroot zijn kosten op € 14.641,00 inclusief btw. De rechtbank heeft partijen bij bericht van 13 juli 2026 in de gelegenheid gesteld te reageren op de offertes van de door de rechtbank aangezochte deskundigen. BAM Wonen en de bewoners hebben op 14 juli 2026 ingestemd met de offertes van [persoon 1] en [persoon 2] .

De rechtbank zal het voorschot van [persoon 1] vaststellen op € 5.808,00 inclusief btw en het voorschot van [persoon 2] op € 14.641,00 inclusief btw. De aan de deskundigen te betalen voorschotten met betrekking tot hun kosten zal, conform de hoofdregel, door de bewoners moeten worden voorgeschoten. In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.

De deskundige [persoon 2] heeft de rechtbank via de offerte meegedeeld dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn. Partijen hebben ingestemd met de offerte van [persoon 2] en zij hebben geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de algemene voorwaarden. Daarom aanvaardt de rechtbank dit voorbehoud voor zover deze algemene voorwaarden voorzien in een beperking van aansprakelijkheid. De publiekrechtelijke aard van de rechtsverhouding tussen de rechtbank en een deskundige, zoals geregeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), verzet zich tegen integrale toepassing van de algemene voorwaarden. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat deze aansprakelijkheids-beperking van toepassing is op de verhouding tussen de deskundige en partijen.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven is. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

Als een partij op verzoek van de deskundigen of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

benoemt tot deskundigen:

(voor wat betreft de bouwkundige beoordeling)

1) De heer [persoon 1] , werkzaam bij [adviesbureau 1] ,

[adres 1]

[telefoonnummer 1]

[e-mailadres 1]

(voor wat betreft de geluidstechnische beoordeling)

2) De heer [persoon 2] , werkzaam bij [adviesbureau 2] ,

[adres 2] ,

[telefoonnummer 2]

[e-mailadres 2]

beveelt een onderzoek door deze twee deskundigen voor de beantwoording van de volgende vragen:

Bij beantwoording van onderstaande vragen dient u te toetsen aan de norm van goed en deugdelijk werk, waarbij onder meer de relevante versie van Bouwbesluit 2012 van belang is. U dient, als u verwijst naar een artikel van het Bouwbesluit 2012, te vermelden welke tekstversie van het Bouwbesluit 2012 u van toepassing acht en waarom. Indien u andere regelgeving relevant acht, dient u eveneens te vermelden welke tekstversie van die regelgeving u van toepassing acht en waarom.

De warmtepomp

1. Kunt u aangeven of er gebreken aanwezig zijn aan de warmtepomp, en zo ja, kunt u

dan zo exact mogelijk beschrijven welke gebreken dat zijn?

2. Indien een gebrek dan wel gebreken worden geconstateerd, kunt u beschrijven wat de

oorzaak van het betreffend gebrek dan wel de betreffende gebreken zijn?

3. Is de warmtepomp op deugdelijke wijze geplaatst en geïnstalleerd?

4. Kunt u aangeven of de capaciteit van de warmtepomp toereikend is voor het

verwarmen van de woning, specifiek de te verwarmen ruimtes? Indien u constateert dat

de capaciteit niet volledig toereikend is, kunt u dan aangeven of dit leidt tot een hoger

elektriciteitsverbruik in de betreffende woning?

5. Kunt u aangeven of de slijtage van de warmtepomp hoger (en de levensduur korter) is

in de woningen, dan in uw deskundige opinie - normaal? Zo ja, kunt u aangeven in

hoeverre dat te maken heeft met de wijze van functioneren van de betreffende

warmtepomp? Daarop aanvullend: is het juist dat om bij vorst de temperatuur in de

woning op (maximaal) 20 graden te houden, de warmtepomp op volledige capaciteit

dient te draaien?

6. Kunt u aangeven of de warmtepomp een brommend geluid produceert, in het bijzonder (doch niet uitsluitend) wanneer sprake is van een buitentemperatuur beneden de drie graden Celsius?

7. Is er een geluidsnorm (bijvoorbeeld in het toepasselijke Bouwbesluit 2012 of andere regelgeving) die aangeeft wat de maximale productie van geluid mag zijn, bijvoorbeeld een maximaal aantal decibellen, binnen een woning door een warmtepomp? En zo ja: Indien u constateert dat de warmtepomp geluid produceert, kunt u dan aangeven in welke mate dit voormeld maximum overschrijdt?

8. Kunt u aangeven hoe vaak periodiek onderhoud aan de warmtepomp moet plaatsvinden?

9. Kunt u aangeven of het al dan niet uitvoeren van periodiek onderhoud aan de warmtepomp invloed heeft op de gestelde gebreken en de ervaren geluidsoverlast, en zo ja, kunt u aangeven in welke mate het invloed heeft?

10. Kunt u per afzonderlijke woning aangeven of periodiek onderhoud aan de warmtepomp heeft plaatsgevonden door een professionele partij?

De WTW-installatie

1. Kunt u aangeven of er gebreken aanwezig zijn aan de WTW-installatie, en zo ja, kunt u dan zo exact mogelijk beschrijven welke gebreken er zijn?

2. Indien een gebrek dan wel gebreken worden geconstateerd, kunt u beschrijven wat de

oorzaak van het betreffend gebrek dan wel de betreffende gebreken is?

3. Kunt u aangeven of de WTW-installatie op een deugdelijke wijze is aangebracht en

geïnstalleerd, een en ander conform het toepasselijke installatievoorschrift? Indien niet

op deugdelijke wijze geschied, kunt u dan zo exact mogelijk beschrijven wat niet

deugdelijk is?

4. Kunt u aangeven of er (bijvoorbeeld in het toepasselijke Bouwbesluit 2012 of andere regelgeving) een maximaal aantal decibellen voor de productie van geluid

binnen een woning door een WTW-installatie geldt?

5. Kunt u aangeven of de wijze waarop de WTW-installatie momenteel is aangebracht

dan wel geïnstalleerd verband houdt met de productie van geluid, in het bijzonder

(doch niet uitsluitend) wanneer sprake is van een buitentemperatuur beneden de drie

graden Celsius? Zo ja, in hoeverre het geproduceerde geluid de toepasselijke maximale

waarden in decibellen overschrijdt.

6. Kunt u aangeven hoe vaak periodiek onderhoud aan de WTW-installatie moet plaatsvinden?

7. Kunt u aangeven of het al dan niet uitvoeren van periodiek onderhoud aan de WTW-installatie invloed heeft op de gestelde gebreken en de ervaren geluidsoverlast, en zo ja, kunt u aangeven in welke mate het invloed heeft?

8. Kunt u per afzonderlijke woning aangeven of jaarlijks onderhoud aan de WTW-installatie heeft plaatsgevonden door een professionele partij?

De schoorsteenkap

1. Kunt u aangeven en beschrijven of er gebreken aanwezig zijn aan de schoorsteenkap,

en zo ja, kunt u dan zo exact mogelijk beschrijven welke gebreken er zijn?

2. Indien een gebrek dan wel gebreken worden geconstateerd, kunt u beschrijven wat de

oorzaak van het betreffend gebrek dan wel de betreffende gebreken zijn?

3. Kunt u aangeven of de schoorsteenkap op een deugdelijke wijze is aangebracht en

geïnstalleerd, een en ander conform de toepasselijke installatievoorschriften?

4. Kunt u beschrijven wat het gevolg is indien blijkt dat de schoorsteenkap niet conform

de installatievoorschriften is aangebracht respectievelijk geïnstalleerd?

5. Kunt u aangeven of de wijze waarop de schoorsteenkap is gerealiseerd bijdraagt aan

problemen in het kader van geluidsoverlast? En zo ja, kunt u beschrijven wat het

aandeel daarvan is in de geluidsoverlast?

Constructie dak en schoorsteen

1. Kunt u aangeven, en zo ja zo exact mogelijk beschrijven, of u enige gebreken in enige

constructie van het dak alsmede de schoorsteen constateert? Denkt u aan onder meer

doch niet uitsluitend de hoofddraagconstructie van de kapconstructie, de constructie

rondom de warmte-opwekkingsinstallatie.

2. Kunt u vaststellen en zo ja beschrijven wat de oorzaak, dan wel oorzaken van de

geconstateerde gebreken in het kader van de constructie zijn?

3. Kunt u aangeven welke gevolgen dit gebrek, dan wel deze gebreken met zich meebrengt voor de woning?

Vochtklachten en isolatie

1. Kunt u vaststellen en zo ja, beschrijven of zich in de woning gebreken voordoen in het kader van de isolatie van het dak van de woning?

2. Zo ja, kunt u vaststellen en beschrijven wat de oorzaak van deze gebreken zijn?

3. Kunt u vaststellen of voorspellen, en zo ja beschrijven, wat de gevolgen van deze

gebreken zijn?

4. Kunt u vaststellen dat sprake is van vochtklachten (condens) in relatie tot de toegepaste isolatie in het dak van de woning?

Geluidsoverlast en/of resonantie (overkoepelend)

1. Kunt u vaststellen of er sprake is van geluidsoverlast en/of resonantie in de individuele woningen?

2. Indien het antwoord op vraag 1 positief luidt, kunt u vaststellen en beschrijven wat voor soort en in welke mate sprake is van geluidsoverlast en/of resonantie?

3. Indien het antwoord op vraag 1 positief luidt, kunt u vaststellen en beschrijven wat de

oorzaak van de geluidsoverlast en/of resonantie is?

Herstelwerkzaamheden

1. Gelet op uw antwoorden op voorgaande vragen, welke herstelwerkzaamheden acht u

noodzakelijk om de geconstateerde gebreken te verhelpen?

2. Kunt u aangeven op welk bedrag het uitvoeren van de aanbevolen

herstelwerkzaamheden moeten worden begroot (gespecificeerd)?

3. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

het voorschot

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van:

deskundige [persoon 1] vast op € 5.808,00 inclusief btw;

deskundige [persoon 2] vast op € 14.641,00 inclusief btw;

bepaalt dat de bewoners de voorschotten moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

draagt de griffier op om de deskundigen onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van de voorschotten,

het onderzoek

bepaalt dat de bewoners het procesdossier in afschrift aan de deskundigen moet toesturen,

bepaalt dat de deskundigen het onderzoek zelfstandig zullen instellen op de door de deskundigen in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

wijst de deskundigen erop dat:

- de deskundigen voor aanvang van het onderzoek kennis moeten nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),

- de deskundigen het onderzoek pas beginnen na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,

- de deskundigen het onderzoek onmiddellijk staken en contact opnemen met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

- de deskundigen bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moeten stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het schriftelijk bericht vermelden of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundigen moeten verstrekken als de deskundigen daarom vragen, de deskundigen toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundigen ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,

het schriftelijk rapport

draagt de deskundigen op om uiterlijk tien maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

wijst de deskundigen erop dat:

- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundigen is gebaseerd,

- de deskundigen een concept van het rapport aan partijen moeten toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundigen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundigen daarop moeten vermelden,

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

draagt de griffier op de zaak op de rol te plaatsen:

indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van beide partijen op een termijn van vier weken,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Etman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Etman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand