RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/350684 / HA ZA 26-121
Vonnis van 12 augustus 2026
in de zaak van
[opdrachtgever] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [opdrachtgever] ,
advocaat: mr. E. Sars,
tegen
[aannemer] ,
te [plaats] (Duitsland),
gedaagde partij,
hierna te noemen: [aannemer] ,
advocaat: mr. R.R.F.J. Palmen.
1. De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
het vonnis van de kantonrechter van 11 maart 2026 waarin de procedure naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken is verwezen
de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 10
het bericht van 9 juli 2026 met producties 11 t/m 13 van [opdrachtgever]
de mondelinge behandeling van 20 juli 2026 ter gelegenheid waarvan aan de zijde van [aannemer] spreekaantekeningen zijn overgelegd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[opdrachtgever] heeft [aannemer] in januari 2022 ingeschakeld voor werkzaamheden aan de daken van zijn woning. Het betreft een hoofdgebouw met twee lagen, namelijk de dakopbouw en de laag daaronder, en een bijgebouw, zijnde de garage.
[aannemer] heeft voor zijn werkzaamheden een offerte uitgebracht van € 10.890,00 inclusief btw. De werkzaamheden zijn in januari 2022 of kort daarna uitgevoerd.
In juni 2022 zijn door derden zonnepanelen geplaatst op de twee daken van het hoofdgebouw.
Op enig moment hebben de buren van [opdrachtgever] geklaagd over waterschade in hun woning. In november 2022 is een deskundigenonderzoek uitgevoerd door [expertiseorganisatie] . [aannemer] is bij dit onderzoek aanwezig geweest. De deskundige van [expertiseorganisatie] heeft ook het dak van [opdrachtgever] onderzocht. De deskundige heeft in zijn bevindingen onder andere het volgende opgenomen (productie 1 bij conclusie van antwoord):
“De dakbedekking op het platte dak van partij 2 is overgelaagd. Lasnaden zijn daarbij met voldoende overlap aangebracht en dicht. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat via het dakvlak water naar binnen treedt.”
Op 20 april 2023 is in het kader van het geschil met de buren van [opdrachtgever] een contra-expertise uitgevoerd door [expertisebureau] . In het rapport van 8 juni 2023 (productie 3 bij conclusie van antwoord) concludeert de deskundige ten aanzien van de woning van [opdrachtgever] dat er door meerdere oorzaken water in de muren van de gemetselde opbouw kan komen met als gevolg waterlekkage in de woning van de buren van [opdrachtgever] . Volgens de deskundige hecht de bitumineuze dakbedekking niet overal evengoed bij de aansluiting aan de dakopbouw, waarbij scheurtjes en waterophoping zijn waargenomen. Daarnaast is sprake van waterindringing bij de gevelbekleding op de dakopbouw. In de gevelbekleding zijn op diverse plaatsen openingen en provisorisch gerepareerde naden zichtbaar waarlangs water binnen kan treden. Na het verwijderen van een gevelelement bij de aansluiting met het dak van de wederpartij werd zichtbaar dat ter plaatse de waterkerende folie niet was vastgemaakt waardoor dit niet waterdicht is. Verder heeft de deskundige vastgesteld dat bij het kozijn in de dakopbouw lood is aangebracht, maar niet bij de rest van de constructie van de dakopbouw. De afwerking hiervan oogt volgens de deskundige niet vakkundig en hij sluit niet uit dat ook hier water kan binnentreden. Tot slot merkt de deskundige op dat de buren van [opdrachtgever] een aannemer hebben ingeschakeld om hun dak te herstellen, welke herstelwerkzaamheden ook zijn uitgevoerd.
In augustus 2024 heeft [opdrachtgever] bij [aannemer] geklaagd over vochtproblemen. [aannemer] is vaker komen kijken bij [opdrachtgever] en heeft kleine reparatiewerkzaamheden uitgevoerd. [opdrachtgever] was niet tevreden over de werkzaamheden en heeft op 10 december 2024 via zijn gemachtigde een ingebrekestelling naar [aannemer] gestuurd. [aannemer] heeft geen aansprakelijkheid erkend.
Op 6 maart 2025 heeft [expertisebureau] in opdracht van [opdrachtgever] (nogmaals) onderzoek gedaan naar het dak van [opdrachtgever] . In het rapport van 28 april 2025 (productie 5 bij dagvaarding) zijn de volgende bevindingen van de deskundige opgenomen:
Er zijn veel reparaties uitgevoerd.
Er is veel kit in de naden zichtbaar, terwijl kit geen duurzame oplossing is.
Bij de dakrand valt het op dat er veel “inzakkingen” aanwezig zijn.
Volgens de richtlijnen van [brancheorganisatie] dient het legpatroon van de dakbedekking zodanig te zijn dat tegennaden in het dakbedekkingssysteem zoveel mogelijk worden vermeden. Dit is hier niet het geval.
Er staan zonnepanelen op het dak die (net) niet passend lijken voor het dak. De pootjes staan deels op het dak van de buren. De pootjes staan zonder enige bescherming op het dak. De pootjes drukken in het dak.
Er staat water op het dak. Het lijkt erop dat het dak door het gewicht van de zonnepanelen iets in de isolatie van het dak zakt, waardoor er een zonk ontstaat. Het water kan dan niet goed bij de hemelwaterafvoer komen.
De dakbedekking is aan de onderzijde van de dakopbouw niet hoog genoeg opgezet. De hoogte van de opstand dient minimaal 70 mm te zijn. Hier overheen dient de buitenfolie van de dakopbouw te vallen. Er loopt echter geen folie.
Er is lood aanwezig aan de onderzijde van de dakopbouw. Het lood is erg dun en vertoont naden en kieren. Hier is inwatering mogelijk.
Op enkele plaatsen sluiten de daktrimmen niet aan. Op deze plaatsen is inwatering mogelijk.
De bedrading van de zonnepanelen ligt op sommige delen “bloot”. Dit is gevaarlijk. Door het zonlicht kunnen kabelmantels namelijk broos worden. Dit kan dan weer zorgen voor kortsluiting. Wanneer de kabel wordt aangeraakt, kan het zorgen voor een schok.
De algemene indruk van de dakopbouw is slordig. Er zijn diverse gevelafwerkingen aanwezig. Op de overgangen van de verschillende materialen zijn open naden aanwezig waar inwatering mogelijk is. Ter plaatse van de zijgevel zijn leien aanwezig. Deze zitten los, scheef en ontbreken deels. De schroeven van de leien zijn door de folie heen geboord. Hier is inwatering mogelijk.
De deskundige van [expertisebureau] begroot de herstelkosten op een bedrag van € 39.688,-. De factuur van [expertisebureau] bedraagt € 2.177,50.
[opdrachtgever] heeft op 1 mei 2025 een brief gestuurd met daarin een omzettingsverklaring. [opdrachtgever] vordert geen herstel meer van [aannemer] , maar vervangende schadevergoeding en de expertisekosten van in totaal € 41.865,50. [aannemer] heeft geweigerd dat bedrag aan [opdrachtgever] te betalen.
3. Het geschil
[opdrachtgever] vordert dat de rechtbank bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht zal verklaren dat [aannemer] tekort is geschoten jegens [opdrachtgever] in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de met [aannemer] gesloten overeenkomst en [aannemer] aansprakelijk is voor de schade die [opdrachtgever] hierdoor lijdt en heeft geleden;
II. [aannemer] zal veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 39.688,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2025, althans 6 juni 2025, althans de datum van dagvaarding, althans de datum van het in deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
III. [aannemer] zal veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 2.177,50 aan buitengerechtelijke kosten, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2025, althans 6 juni 2025, althans de datum van dagvaarding, althans vanaf de datum van het in deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
IV. [aannemer] zal veroordelen tot betaling van een bedrag ad € 1.171,88 aan buitengerechtelijke incassokosten, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025, althans 15 mei 2025, althans 6 juni 2025, althans de datum van dagvaarding, althans vanaf de datum van het in deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;
V. [aannemer] zal veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf bedoelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening.
[opdrachtgever] heeft aan zijn vorderingen het volgende ten grondslag gelegd. [opdrachtgever] stelt schade te hebben geleden, doordat er lekkages en vochtproblemen zijn, met name in de slaapkamers. Daarvan zijn foto’s gemaakt, die zijn opgenomen in het deskundigenrapport van [expertisebureau] . De schade bestaat uit de kosten om de gebreken in het dak te herstellen en ook om de slaapkamers weer op te knappen. [opdrachtgever] stelt dat het werk gebrekkig is uitgevoerd en daardoor de lekkages/vochtproblemen zijn ontstaan. Hij onderbouwt dit met het deskundigenrapport van [expertisebureau] . [opdrachtgever] stelt dat de werkzaamheden niet voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk en niet voldoen aan de [brancheorganisatie] -normen.
[aannemer] voert verweer. [aannemer] voert aan dat hij niet aangesloten is bij de branchevereniging [brancheorganisatie] , zodat de [brancheorganisatie] -normen niet op de overeenkomst tussen partijen van toepassing zijn. Verder stelt [aannemer] zich op het standpunt dat de genoemde gebreken betrekking hebben op onderdelen van het dak waar [aannemer] niet aan gewerkt heeft, zodat [aannemer] daar niet voor aansprakelijk is. [aannemer] geeft aan enkel het bitumen dakleer en de daktrimmen te hebben vervangen. Volgens [aannemer] zijn de gebreken aan het bitumen het gevolg van te zware zonnepanelen. De constructie van het dak lijkt niet geschikt voor de zwaarte van de panelen, waardoor het hele dak doorzakt en het bitumen aan de randen scheurt. Verder zijn de poten van de zonnepanelen rechtstreeks op het dak geplaatst, zonder beschermende tussenlaag. De poten van de zonnepanelen snijden in het dakleer, waardoor dit scheurt. Ook dit is volgens [aannemer] het gevolg van werkzaamheden van derden, waarvoor hij niet aansprakelijk is. Volgens [aannemer] vertoont het dak van de garage, waar geen zonnepanelen op staan, geen gebreken.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De aannemingsovereenkomst
Partijen zijn het erover eens dat zij in januari 2022 een overeenkomst hebben gesloten. [opdrachtgever] stelt dat de overeenkomst zag op vernieuwing van het gehele dak, waarbij [aannemer] het dak constructief geschikt zou maken voor het plaatsen van de zonnepanelen. [aannemer] betwist dit. Volgens [aannemer] zijn uitsluitend de werkzaamheden overeengekomen die zijn opgenomen op de offerte en de factuur, namelijk vervanging van het bitumen en de daktrimmen. [aannemer] wijst in dat kader naar de offerte van 7 januari 2022 en de factuur van 17 januari 2022, welke factuur door [opdrachtgever] is betaald. [aannemer] voert aan dat hij naar aanleiding van verschillende klachten van [opdrachtgever] nog een paar keer op het dak is geweest en onverplicht kleine herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd aan het dak, maar dat dit geen uitbreiding van de overeengekomen werkzaamheden inhield. Die herstelwerkzaamheden hadden volgens [aannemer] deels betrekking op andere onderdelen van het dak en deels betrekking op herstel na destructief onderzoek van de deskundigen.
De rechtbank stelt het volgende voorop. De overeenkomst tussen [opdrachtgever] en [aannemer] is te kwalificeren als een overeenkomst van aanneming van werk, zoals bedoeld in artikel 7:750 BW. De aannemingsovereenkomst is gesloten in januari 2022 en het werk is uitgevoerd in 2022. Dat betekent dat op de aannemingsovereenkomst de wetgeving van toepassing is van vóór de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen op 1 januari 2024.
Naar het oordeel van de rechtbank is door [opdrachtgever] onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de overeenkomst tussen partijen méér inhield dan het vervangen van de laag bitumen dakleer en de daktrimmen. Dat [aannemer] het volledige dak zou vervangen blijkt nergens uit en is door [aannemer] gemotiveerd betwist. Uit de offerte en de factuur volgt dat de werkzaamheden beperkt waren tot het vervangen van de bovenste laag van het dak. Ook ten aanzien van de stelling van [opdrachtgever] dat [aannemer] het dak constructief geschikt zou maken voor zonnepanelen overweegt de rechtbank dat nergens uit blijkt dat dit is overeengekomen. Dat ligt ook niet voor de hand, omdat [aannemer] een dakdekker is en geen constructeur.
De tussen partijen overeengekomen werkzaamheden zijn naar het oordeel van de rechtbank dan ook gelijk aan hetgeen is opgenomen in de offerte. De verantwoordelijkheid van [aannemer] is daarom beperkt tot de door hem uitgevoerde werkzaamheden en daarmee verband houdende zaken. [aannemer] is niet aansprakelijk voor werkzaamheden die in opdracht van [opdrachtgever] door derden zijn uitgevoerd. De rechtbank zal daar hieronder nog nader op terugkomen.
Partijen zijn het erover eens dat de werkzaamheden aan het dak zijn uitgevoerd in januari 2022. Door [opdrachtgever] is tijdens de mondelinge behandeling erkend dat meteen daarna of korte tijd later de oplevering heeft plaatsgevonden.
De verwijten
[opdrachtgever] stelt dat [aannemer] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. De werkzaamheden aan het dak zijn volgens [opdrachtgever] niet deugdelijk uitgevoerd, waardoor sprake is van lekkages en vochtproblemen. [opdrachtgever] wijst in dat kader op het deskundigenrapport van [expertisebureau] . De rechtbank zal de verwijten die [opdrachtgever] aan het adres van [aannemer] maakt hieronder puntsgewijs bespreken.
Dakopbouw en gevelbekleding
De rechtbank constateert dat in het deskundigenrapport verschillende oorzaken zijn genoemd voor inwatering rondom de dakopbouw. In het rapport is opgenomen dat de dakbedekking niet hoog genoeg is opgezet tegen de opbouw, dat het lood erg dun is en naden en kieren vertoont, dat geen folie is aangebracht over de dakbedekking bij de opbouw en dat er een opening is in het lood bij de opbouw. Daarnaast volgt uit het rapport dat de gevelbekleding diverse gebreken vertoont. De leien zitten los, scheef en ontbreken deels en de schroeven van de leien zijn door de folie heen geboord, waardoor inwatering mogelijk is.
[aannemer] heeft bij wijze van verweer aangevoerd dat hij geen werkzaamheden aan de dakopbouw en de gevelbekleding zelf heeft verricht, maar enkel op het dak van de opbouw het bitumen heeft vervangen. [aannemer] betwist dat hij werkzaamheden heeft verricht die betrekking hadden op de folie, waaronder de schroeven die door de folie heen zijn geboord, de (loslatende) gevelbekleding, etc. [aannemer] verwijst daarbij naar de verklaring van [persoon] (productie 8 bij conclusie van antwoord), waarin [persoon] verklaart verantwoordelijk te zijn voor de gebreken aan de dakopbouw en de gevelbekleding. [aannemer] erkent wel dat hij het bitumen niet hoog genoeg tegen de opbouw heeft aangebracht, maar heeft gesteld dat hij erop heeft gewezen dat dit niet mogelijk was en heeft gewaarschuwd voor de gevolgen. Volgens [aannemer] zat het lood, dat aanwezig was op het dak, in de weg althans was dit niet op de juiste wijze aangebracht. [opdrachtgever] heeft aangegeven het lood niet op dat moment te willen (laten) vervangen. [aannemer] verwijst naar de eerdere rapportages die zijn opgemaakt in het kader van het geschil met de buren van [opdrachtgever] , waaruit blijkt dat het lood niet op de juiste wijze is aangebracht. Volgens [aannemer] heeft [opdrachtgever] aangegeven dat hij het lood op enig moment zou laten vervangen en dat daarna het bitumen verder omhoog zou kunnen worden aangebracht.
[opdrachtgever] heeft erkend dat hij [persoon] heeft ingeschakeld voor werkzaamheden aan de gevelbekleding en dat die werkzaamheden door [persoon] niet naar behoren zijn uitgevoerd.
De rechtbank is van oordeel dat vaststaat dat de lekkages kunnen zijn veroorzaakt door problemen met de dakopbouw en de gevelbekleding. Daar is [aannemer] echter niet verantwoordelijk voor, omdat door de rechtbank hiervoor al is overwogen dat dit geen onderdeel uitmaakte van de door [opdrachtgever] aan [aannemer] verstrekte opdracht (zie r.o. 4.3. en 4.4.). De problemen rondom de dakopbouw en gevelbekleding zijn dan ook niet aan [aannemer] te wijten. Op de overige verweren van [aannemer] heeft [opdrachtgever] niet gemotiveerd gereageerd, zodat hij zijn stelling dat [aannemer] hiervoor verantwoordelijk zou zijn onvoldoende heeft onderbouwd. Ten aanzien van het lood heeft [opdrachtgever] erkend dat partijen hebben gesproken over de noodzaak tot vervanging van het lood, maar dat hij dit op dat moment niet wilde. De gevolgen daarvan kunnen dan niet (meer) voor rekening en risico van [aannemer] komen.
Zonnepanelen
[opdrachtgever] stelt dat [aannemer] ervoor had moeten waarschuwen dat het dak niet geschikt was voor de zonnepanelen of het dak zodanig had moeten aanpassen dat het wel geschikt zou zijn voor zonnepanelen. [opdrachtgever] verwijst naar het deskundigenrapport, waarin is opgenomen dat het erop lijkt dat het dak door het gewicht van de zonnepanelen iets in de isolatie van het dak zakt, waardoor er een zonk ontstaat. Het water kan dan niet goed bij de hemelwaterafvoer komen. Verder is in het rapport opgenomen dat de pootjes van de zonnepanelen in het dak drukken, omdat deze zonder enige bescherming op het dak staan. De bedrading van de zonnepanelen ligt op sommige delen “bloot”, hetgeen volgens de deskundige gevaarlijk is. De deskundige schrijft dat door het zonlicht kabelmantels broos kunnen worden, waardoor een kortsluiting kan ontstaan of men een schok kan krijgen wanneer men een kabel aanraakt.
[aannemer] betwist dat dit onderdeel was van de overeengekomen werkzaamheden. [aannemer] heeft in dat kader aangevoerd dat hij geen constructeur is en dat dit niet binnen zijn expertise valt. [aannemer] heeft gemotiveerd uiteengezet dat het erop lijkt dat door het gewicht van de zonnepanelen het dak doorhangt, waardoor een soort kom ontstaat en het water naar het midden van het dak loopt in plaats van naar de hemelwaterafvoer. Dit zorgt er volgens [aannemer] voor dat er rek ontstaat op het bitumen, waardoor het bitumen aan de randen gaat scheuren. Die scheuren zijn volgens [aannemer] dan ook het gevolg van te zware zonnepanelen op een dak dat hier niet geschikt voor is. Daar waar het dak van [opdrachtgever] aansluit op het dak van de buren heeft [opdrachtgever] naar aanleiding van het conflict met de buren met zijn buren besproken dat de dakdekker van de buren dit zal herstellen, aldus [aannemer] . Dat de pootjes van de zonnepanelen in het bitumen snijden en daar scheuren veroorzaken is volgens [aannemer] het gevolg van het ontbreken van een (rubberen) beschermlaag tussen het dak en de pootjes. [aannemer] betwist hiervoor verantwoordelijk te zijn, omdat de zonnepanelen niet door hem zijn geplaatst en dit ook geen onderdeel uitmaakte van de opdracht.
Naar het oordeel van de rechtbank is de stelling van [opdrachtgever] dat [aannemer] het dak geschikt zou maken voor zonnepanelen onvoldoende gemotiveerd onderbouwd (zie ook r.o. 4.3.). [opdrachtgever] had zijn stelling nader moeten motiveren, omdat het niet aannemelijk is dat een dakdekker kan beoordelen of een dak sterk genoeg is om het gewicht van de zonnepanelen te dragen. Het ligt meer voor de had om dit te beleggen bij de leverancier van zonnepanelen. [opdrachtgever] heeft niet gemotiveerd gereageerd op de betwistingen van [aannemer] , zodat [opdrachtgever] zijn stellingen onvoldoende gemotiveerd heeft.
Aangezien [aannemer] de zonnepanelen niet heeft geplaatst en hier ook niet verantwoordelijk voor was, kunnen de negatieve gevolgen daarvan ook niet onder de verantwoordelijkheid van [aannemer] vallen. De rechtbank vindt de uitleg van [aannemer] in combinatie met het deskundigenrapport alleszins aannemelijk. [aannemer] heeft toegelicht dat door het gewicht van de zonnepanelen een zonk is ontstaan, waardoor het dak is gaan doorbuigen en het bitumen aan de zijkanten onder spanning is komen te staan en is gaan scheuren. De rechtbank is van oordeel dat [aannemer] hier niet op bedacht hoefde te zijn, omdat hij niets van doen heeft gehad met de plaatsing van de zonnepanelen. Datzelfde geldt voor de scheuren die zijn ontstaan door de pootjes van de zonnepanelen, die zonder beschermlaag op het dak zijn aangebracht.
Dat [aannemer] onverplicht verschillende herstelwerkzaamheden aan onder meer deze scheuren heeft uitgevoerd maakt niet dat hij dan opeens wel aansprakelijk is voor de scheuren. Dat het dak door de vele reparaties rommelig oogt, zoals de deskundige omschrijft, is dan ook niet de schuld van [aannemer] , maar het gevolg van de onjuiste plaatsing van de zonnepanelen. Datzelfde geldt voor de opmerking van de deskundige dat er veel kit zou zijn gebruikt en dit geen duurzame oplossing is. [aannemer] heeft onbetwist gesteld dat hij uit coulance schades provisorisch heeft gerepareerd, waar hij niet verantwoordelijk voor was en daarbij heeft gewaarschuwd dat dit geen duurzame oplossing is. Volgens [aannemer] heeft [opdrachtgever] vervolgens niet adequaat gehandeld door niet op korte termijn een aannemer in te schakelen die de schades duurzaam kon herstellen. Ook op deze stellingen heeft [opdrachtgever] niet nader gereageerd, zodat [opdrachtgever] onvoldoende heeft aangevoerd om te kunnen oordelen dat [aannemer] aansprakelijk is voor eventuele daaruit voortvloeiende gebreken.
Daktrim
[opdrachtgever] verwijt [aannemer] dat de daktrim niet op alle plaatsen aansluit en verwijst wederom naar het deskundigenrapport van [expertisebureau] . [aannemer] heeft hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd. [aannemer] stelt zich op het standpunt dat de daktrim adequaat aansloot en er enkel ruimte is gelaten om de trim te kunnen laten werken.
Op deze stellingen is door [opdrachtgever] niet nader gereageerd, zodat niet is komen vast te staan dat er enig probleem is rondom de daktrim, als gevolg waarvan de lekkages zouden kunnen zijn ontstaan.
Tegennaden
In het rapport merkt de deskundige nog op dat er veel tegennaden zijn. De deskundige schrijft dat volgens de richtlijnen van [brancheorganisatie] tegennaden in het dakbedekkingssysteem zoveel mogelijk moeten worden vermeden.
De rechtbank overweegt dat nergens uit blijkt dat partijen de [brancheorganisatie] -richtlijnen van toepassing hebben verklaard op de overeenkomst. [aannemer] heeft onbetwist gesteld niet te zijn aangesloten bij de brancheorganisatie [brancheorganisatie] , zodat hij niet aan de [brancheorganisatie] -richtlijnen is gebonden. In het rapport is ook niet uiteengezet waarom tegennaden zoveel als mogelijk moeten worden vermeden, zodat dit naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer als gebrek kan worden aangemerkt.
Conclusie
Samengevat is de rechtbank van oordeel dat uit het deskundigenrapport verschillende mogelijke oorzaken voor de lekkages en vochtproblemen volgen. [opdrachtgever] heeft onvoldoende gemotiveerd dat er een causaal verband bestaat tussen de door [aannemer] uitgevoerde werkzaamheden en de lekkages. De enkele stelling van [opdrachtgever] dat de lekkages korte tijd na de uitvoering van de werkzaamheden zijn ontstaan, is daarvoor onvoldoende. Uit de verschillende rapporten volgt dat de lekkages evengoed van iets anders afkomstig kunnen zijn, zoals de gebreken aan de dakopbouw. Daar komt bij dat [aannemer] onbetwist heeft gesteld dat het dak van de garage, waar geen zonnepanelen zijn geplaatst, geen problemen vertoont. De rechtbank zal de vorderingen van [opdrachtgever] dan ook afwijzen.
Proceskosten
[opdrachtgever] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [aannemer] worden begroot op:
- griffierecht
€
1.414,00
- salaris advocaat
€
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.183,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van [opdrachtgever] af,
veroordeelt [opdrachtgever] in de proceskosten van € 4.183,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [opdrachtgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [opdrachtgever] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Koster-van der Linden en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.