RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12180044 \ CV EXPL 26-1959
Vonnis van 19 augustus 2026
in de zaak van
ALEKTUM CAPITAL V AG,
te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde partij] ,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord met daaraan gehecht de schriftelijke conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 6- de akte van Alektum.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[gedaagde partij] heeft op 2 december 2023 een bestelling geplaatst bij Zalando.
Bij facturen van 3 december 2023 zijn een bedrag van € 75,00 en € 798,55 (tezamen
€ 873,55) in rekening gebracht. [gedaagde partij] heeft deze facturen niet betaald.
Zalando heeft haar vordering in eigendom overgedragen aan Alektum.
3. Het geschil
Alektum vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 1.131,85, bestaande uit € 873,55 aan onbetaald gelaten facturen, € 131,03 aan vergoeding buitengerechtelijke kosten en € 127,27 aan vervallen wettelijke rente, vermeerderd met de wettelijke rente over € 873,55 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van volledige betaling, alsmede betaling van de proceskosten.
[gedaagde partij] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Alektum.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Alektum is in Zwitserland gevestigd en [gedaagde partij] woont in Nederland. De zaak heeft daardoor een internationaal karakter. De kantonrechter moet daarom eerst ambtshalve vaststellen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op dit geschil van toepassing is.
Nederland en Zwitserland zijn allebei partij bij het Verdrag van Lugano van 30 oktober 2007 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EVEX II-verdrag). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] een consument is en woonachtig is in Nederland. Dit leidt op grond van artikel 15 en 16 van het EVEX II-verdrag tot de conclusie dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van de zaak kennis te nemen.
Verder is van belang welk recht op deze zaak van toepassing is. Alektum heeft gesteld dat zij door cessie de vordering van Zalando overgedragen heeft gekregen. De betrekking tussen Alektum als cessionaris (rechthebbende op de vordering door cessie) en [gedaagde partij] als (gesteld) schuldenaar, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de gecedeerde vordering. Dat volgt uit artikel 14 van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EG) 593/2008 (Rome I). Op grond van artikel 6 van deze verordening geldt in geval van een consumentenovereenkomst dat het recht van toepassing is van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft. Aangezien [gedaagde partij] in Nederland woont, betekent dit dat Nederlands recht zal worden toegepast.
Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter toe aan een inhoudelijke beoordeling van het onderhavige geschil naar Nederlands recht.
Beoordeeld dient te worden of [gedaagde partij] dient te betalen voor de bestelling van
2 december 2023. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. Hierna zal hij dit uitleggen.
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde partij] de bestelling bij Zalando heeft geplaatst. [gedaagde partij] betwist echter dat de bestelling aan hem geleverd is. Op [gedaagde partij] rust een betalingsverplichting als komt vast te staan dat Zalando haar verplichtingen uit de overeenkomst is nagekomen. Dat wil zeggen dat Zalando de bestelling aan [gedaagde partij] moet leveren. De stelplicht en bewijslast van de stelling dat [gedaagde partij] de bestelling heeft ontvangen, ligt bij Alektum (artikel 150 Rv). Alektum heeft in het licht bezien van het verweer van [gedaagde partij] onvoldoende onderbouwd gesteld dat de bestelling is afgeleverd. [gedaagde partij] heeft een kopie van de track & trace in het geding gebracht, waaruit blijkt dat de bestelling bij de buren is afgeleverd. Verder heeft hij het door DHL bij hem achtergelaten kaartje “we hebben elkaar gemist” in het geding gebracht. [gedaagde partij] stelt dat hij bij de buren navraag heeft gedaan en het pakket nergens is aangetroffen. Hij heeft dit gemeld bij Zalando door het invullen van het formulier “rechtsverklaring Levering”. Vervolgens heeft hij Zalando verzocht de overeenkomst alsnog na te komen. Omdat Zalando zich op het standpunt blijft stellen dat de bestelling in goede orde is bezorgd, heeft [gedaagde partij] de overeenkomst bij e-mailbericht van 15 december 2023 herroepen. In het licht bezien van dit door [gedaagde partij] gevoerd en middels stukken onderbouwd verweer had het op de weg van Alektum gelegen om haar stellingen van een nadere toelichting en onderbouwing te voorzien. Nu Alektum dit heeft nagelaten en bij akte heeft aangegeven niet over andere of aanvullende stukken te beschikken dan reeds bij dagvaarding is overgelegd (en zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter), is niet komen vast te staan dat de door [gedaagde partij] bestelde zaken aan hem zijn geleverd. Nu Alektum niet aan haar (gemotiveerde) stelplicht heeft voldaan, zal Alektum niet in de gelegenheid worden gesteld bewijs van haar stellingen te leveren en zal haar algemene bewijsaanbod worden gepasseerd. Het vorenstaande brengt mee dat de vordering van Alektum zal worden afgewezen. De nevenvorderingen (de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente) treffen hetzelfde lot en liggen ook voor afwijzing gereed.
Alektum is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden begroot op:
- verletkosten
€
50,00
- nakosten
€
21,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
71,50
5. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van Alektum af,
veroordeelt Alektum in de proceskosten van € 71,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Alektum niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.