ECLI:NL:RBLIM:2026:8566

ECLI:NL:RBLIM:2026:8566

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 14-08-2026
Zaaknummer C/03/342408 / HA ZA 25-249
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Burengeschil. Vervolg op het vonnis van Rechtbank Limburg van 11-03-2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:2032. Aankondiging benoeming deskundige.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: C/03/342408 / HA ZA 25-249

Vonnis van 19 augustus 2026 in de zaak van:

[persoon 1] ,

te [plaats 1],

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [persoon 1],

advocaat: mr. S.J.M. Peters,

tegen:

[persoon 2] ,

te [plaats 2],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [persoon 2],

advocaat: mr. J.J.M. Goumans.

1. De procedure

Het (verder) verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 maart 2026,- de akte na tussenvonnis met producties 22 tot en met 26 van [persoon 1],- de antwoordakte met productie 1 van [persoon 2],

- de akte enkel reactie op productie bij antwoordakte van [persoon 1].

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

In conventie

Het vlechtdoek

In het tussenvonnis van 11 maart 2026 heeft de rechtbank [persoon 1] in de gelegenheid gesteld om bij akte nadere informatie van [bedrijf 1] in het geding te brengen, waaruit blijkt dat de berekening onder productie 3 bij dagvaarding afkomstig is van [bedrijf 1] én een in lekentaal opgestelde vertaling hoe deze berekening moet worden gelezen.

In voornoemde akte na tussenvonnis heeft [persoon 1] onder meer gewezen op de door hem als productie 26 overgelegde verklaring van de heer [persoon 3] van [bedrijf 1], waarin deze onder meer verklaart:

Hierbij bevestig ik het volgende namens [bedrijf 1].

De door u meegestuurde berekening is inderdaad afkomstig van [bedrijf 1] en is destijds opgesteld naar aanleiding van vragen over de belasting van het betreffende hekwerk. (…)

Het door [bedrijf 1] geplaatste hekwerk is ontworpen en berekend als open constructie, waarbij wind grotendeels door het hekwerk heen kan gaan. Het aanbrengen van een vlechtdoek zorgt ervoor dat het hekwerk (gedeeltelijk) winddicht wordt. Hierdoor neemt de windbelasting aanzienlijk toe. De constructie van het geplaatste hekwerk is hier niet op berekend, waardoor bij toepassing van een vlechtdoek een verhoogd risico ontstaat op vervorming of schade aan het hekwerk.

Om die reden kan worden gesteld dat het betreffende hekwerk niet geschikt is voor het aanbrengen van een vlechtdoek, tenzij hiervoor specifieke constructieve aanpassingen worden gedaan.

Volgens [persoon 1] blijkt uit het voorgaande dat hij heeft aangetoond dat de als productie 3 overgelegde berekening afkomstig is van [bedrijf 1] én is in lekentaal uitgelegd dat en waarom het niet de bedoeling is om een vlechtdoek aan te brengen in een dergelijk hekwerk, omdat de constructie hierop niet berekend is.

[persoon 2] heeft in zijn antwoordakte aangevoerd dat het hem opvalt dat de door [persoon 1] overgelegde producties dateren uit 2023 en 2026, terwijl het vlechtdoek al in 2021 is aangebracht. Ook is het opvallend dat de verkoopadviseur van [bedrijf 1] in 2023 niet wist of er een berekening van de sterkte van het hekwerk was. [persoon 2] vindt de uitlatingen van [bedrijf 1] niet geloofwaardig en denkt dat er door [bedrijf 1] is gezocht naar een manier om een bevriende relatie ter wille te zijn. [persoon 2] heeft daarom [bedrijf 2] gevraagd om een constructie-advies voor het hekwerk op stellen. In het advies van 13 april 2026 houdt [bedrijf 2] rekening met de verschillende hoogtes van het hekwerk; bij het terras achter de woning van [persoon 2] is het hekwerk hoger dan verder naar achteren richting de hondenverblijven en het weitje. Uit het advies volgt dat het lage deel van het hekwerk, waarbij rekening gehouden is met de aanwezigheid van het vlechtdoek, aan de norm voldoet, maar het hoge deel niet. Bij de belasting is uitgegaan van de genormeerde rekenkundige belastbaarheid, die uitgaat van extreme stormen die in de praktijk zelden voorkomen. Volgens [bedrijf 2] wil dit niet direct zeggen dat het onveilig of schadelijk is, maar voldoet het niet aan de theoretische veiligheidsmarge van de normering. [persoon 2] wijst er op dat het hekwerk met vlechtdoek al (bijna) zes jaren bestaat, zonder dat er schade is ontstaan. Primair stelt [persoon 2] dat het handhaven van het vlechtdoek, met als gevolg dat een theoretische veiligheidsnorm niet volledig wordt gehaald, niet gevaarzettend, schadelijk en onrechtmatig is. Subsidiair wijst [persoon 2] er op dat [bedrijf 2] drie oplossingen heeft beschreven waardoor wel aan de theoretische veiligheidsnorm kan worden voldaan. Indien de rechtbank tot het oordeel zou komen dat het hekwerk met vlechtdoek in de huidige vorm onrechtmatig is jegens [persoon 1], wil [persoon 2] aan de eerste door [bedrijf 2] genoemde optie meewerken door in het hoge deel van het hekwerk drie rijen vlechtdoek te verwijderen, zodat ook dat deel van het hekwerk aan de veiligheidsnorm voldoet.

[persoon 1] is in de gelegenheid gesteld om op het rapport van [bedrijf 2] te reageren. Hij heeft gesteld dat dit rapport buiten beschouwing moet blijven wegens strijd met de goede procesorde. [persoon 1] heeft immers niet meer de tijd gehad om een eigen constructeur, dan wel (de afdeling “specials” van) [bedrijf 1] in te schakelen, teneinde het rapport van [bedrijf 2] te laten toetsen. [bedrijf 1] en [persoon 1] waren niet betrokken bij het onderzoek door [bedrijf 2]. [persoon 1] betwist de onpartijdigheid van [bedrijf 2] en de juistheid van het rapport.

De rechtbank kan op basis van de stellingen van partijen nog steeds niet beoordelen of er sprake is van een zodanige gevaarzettende situatie door de aanwezigheid van het vlechtdoek dat er schade zou kunnen ontstaan, doordat de mandelige muur op enig moment (deels) zou kunnen omwaaien bij een stevige wind of storm, zoals [persoon 1] heeft gesteld. [persoon 2] heeft die stelling gemotiveerd betwist met het rapport van [bedrijf 2].

De rechtbank begrijpt dat [persoon 2] aanvoert dat er slechts een theoretische kans op schade is door de aanwezigheid van het vlechtdoek, maar dat het al vele jaren goed gaat en daarom van onrechtmatigheid geen sprake kan zijn. Wie van beiden gelijk heeft, kan de rechtbank nu niet beoordelen. Daarvoor heeft de rechtbank nadere informatie van een onafhankelijke en onpartijdige deskundige nodig.

De rechtbank is dan ook voornemens om een gerechtelijk deskundige te benoemen, waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat de benoeming van één deskundige volstaat. Voorts gaat de rechtbank ervan uit dat bij voorkeur een constructeur benaderd moet worden als deskundige. Vragen die de deskundige zou moeten beantwoorden, zouden bijvoorbeeld kunnen luiden:

Is het constructief toelaatbaar dat in het [bedrijf 1]-hekwerk, dat zich op de perceelsgrens tussen [persoon 1] en [persoon 2] bevindt, vlechtdoek is aangebracht? Zo nee, waarom niet? Is vanwege de aanwezigheid van het vlechtdoek een kans op schade (bij stormen of winden) aanwezig en, zo ja, waar zal deze schade uit bestaan en hoe groot is de kans op deze schade?

Welke maatregelen dienen er te worden genomen ter zake het [bedrijf 1]-hekwerk om de kans op schade te minimaliseren? Welke kosten zijn daarmee gemoeid?

Zijn er verder nog relevante zaken die u in het kader van het onderzoek wilt rapporteren en de rechtbank/partijen nog op wenst te attenderen?

De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over het aantal deskundigen, het specialisme van de te benoemen deskundige, over de aan de deskundige voor te leggen vragen en de kostenbegroting. Indien partijen zich wensen uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige, dienen zij daarbij aan te geven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De rechtbank zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen voor het nemen van een akte door beide partijen.

Op grond van de hoofdregel van artikel 195 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal [persoon 1] als eisende partij belast worden met betaling van het voorschot van de kosten van de deskundige.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

In reconventie

Iedere verdere beslissing in de reconventie wordt eveneens aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank:

in conventie

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 16 september 2026 voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder 2.6 en 2.7,

houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand