ECLI:NL:RBLIM:2026:8659

ECLI:NL:RBLIM:2026:8659

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 19-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer 12209617 \ AZ VERZ 26-80
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Arbeidsrecht. Gefixeerde schadevergoeding na ontslag op staande voet. Vordering kosten recherche onderzoek toegewezen. Terug vorderen loon afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer / rekestnummer: 12209617 \ AZ VERZ 26-80

Beschikking van 19 augustus 2026

in de zaak van

[werkgever] ,

te [plaats 1] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [werkgever] ,

gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand,

tegen

[werknemer] ,

te [plaats 2] ,

verwerende partij,

hierna te noemen: [werknemer] ,

gemachtigde: mr. S.L.T.A. Scheepers.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift

- aanvullende stukken van [werkgever] van 2 juli 2026

- de mondelinge behandeling van 7 juli 2026.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De feiten

[werknemer] , geboren [datum] 1988, was sinds 1 juni 2017 in dienst bij [werkgever] . De functie van [werknemer] was machinist / allround medewerker met een loon van € 4.170,44 bruto per maand.

[werknemer] is vanaf 29 september 2025 ziekgemeld.

Op 20 maart 2026 is [werknemer] op staande voet ontslagen. [werknemer] heeft hiertegen niet geageerd.

[bedrijf] heeft op 2 april 2026 een onderzoeksrapport opgesteld, met daarin door haar gedane observaties op 10 maart 2026, 12 maart 2026, 16 maart 2026, 17 maart 2026, 18 maart 2026, 19 maart 2026 en 20 maart 2026.

Tijdens die observaties is vastgesteld dat [werknemer] diverse schilders werkzaamheden heeft uitgevoerd aan woningen, dan wel in schilderskledij ingestapt is bij een derde in de auto.

3. Het verzoek en het verweer

[werkgever] verzoekt het volgende:

a. te verklaren voor recht dat [werknemer] op grond van wanprestatie en/of het ernstig tekort schieten in de nakoming van de verplichtingen op grond van de arbeidsovereenkomst en/of op grond van onrechtmatige daad, aansprakelijk is voor de geleden schade zijdens [werkgever] ;

en verder voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [werknemer] te veroordelen om binnen 5 dagen na het wijzen van de beschikking aan [werkgever] te betalen:

de gefixeerde schadevergoeding ad € 10.751,63 bruto, waarvan nog een bedrag resteert van € 1.598,18 bruto en € 2.309,21 netto, dan wel een ander door te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum einde dienstverband, danwel vanaf datum van indiening van dit verzoekschrift tot aan de dag der algehele voldoening;

een bedrag van € 1.450,- bruto ter zake van de kosten van mediation, zijnde redelijke kosten ter beperking en vaststelling van schade, als aanvullende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop deze kosten zijn ontstaan, althans vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift tot aan de dag der algehele voldoening;

een bedrag van € 23.522,05 bruto ter zake van de kosten van het inschakelen van [bedrijf] BV., zijnde redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop deze kosten zijn ontstaan, althans vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift tot aan de dag der algehele voldoening;

aanvullende schadevergoeding zijnde een bedrag van € 17.505,74 bruto ter zake van het onverschuldigd tijdens ziekte doorbetaalde loon, vermeerderd met de daarover verschuldigde vakantietoeslag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum einde dienstverband, danwel vanaf datum van indiening van dit verzoekschrift tot aan de dag der algehele voldoening;

de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.071,98, dan wel een ander te

bepalen bedrag,

de kosten van deze procedure, vermeerderd met de nakosten voor een bedrag ad € 135,- dan wel, indien betekening plaats vindt, van € 199,-.

[werknemer] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzoeken moeten worden afgewezen.

4. De beoordeling

Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of [werknemer] aan [werkgever] de gefixeerde schadevergoeding moet betalen. Daarnaast is aan de orde de vraag of [werknemer] moet worden veroordeeld tot betaling van de door [werkgever] gemaakte onderzoekskosten en of [werkgever] het uitbetaalde loon kan terugvorderen.

ontvankelijkheid verzoek

Het verzoek is binnen twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst ingediend, zodat [werkgever] ontvankelijk is (art. 7:686a lid 4 sub a BW). De arbeidsovereenkomst is immers geëindigd op 20 maart 2026 en het verzoekschrift is ontvangen op 29 april 2026 (per e-mail).

ontslag op staande voet

De kantonrechter stelt vast dat [werknemer] geen rechtsmiddel heeft ingesteld tegen het ontslag op staande voet zodat het ontslag onherroepelijk is.

gefixeerde schadevergoeding

Artikel 7:677 lid 2 BW bepaalt dat de partij die door opzet of schuld een dringende reden geeft aan de andere partij, een vergoeding verschuldigd is, als op basis daarvan ook daadwerkelijk is opgezegd. Er is sprake van opzet of schuld als de aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde reden verwijtbaar is aan de andere partij. De kantonrechter is van oordeel dat [werkgever] voldoende heeft onderbouwd dat daarvan sprake is en overweegt daartoe als volgt.

Aan het ontslag op staande voet is het uitvoeren van werkzaamheden bij een derde ten grondslag gelegd.

[werknemer] heeft erkend dat hij werkzaamheden voor een derde, een vriend van hem met een schildersbedrijf, heeft verricht terwijl hij in dienst was bij [werkgever] en daar was uitgevallen wegens ziekte. Volgens [werknemer] was het geen zwaar werk en wilde hij gewoon even het huis uit.

Vast staat echter dat hij aan de bedrijfsarts en [werkgever] had aangegeven niet te kunnen re-integreren. Bovendien werd zijn loon doorbetaald. Hij had het werken dan ook moeten melden aan [werkgever] , maar heeft dat niet gedaan. Dat rekent de kantonrechter [werknemer] aan en dat maakt dat het verwijtbaar is. Dat niet is komen vast te staan dat [werknemer] werd betaald voor zijn werkzaamheden bij zijn vriend, doet hier niet aan af.

Het vorenstaande betekent dat [werknemer] de gefixeerde schadevergoeding moet betalen.

Op grond van artikel 7:677 BW lid 3 BW is de vergoeding gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Beide partijen zijn het erover eens dat dit één maand betreft. De schadevergoeding wordt dan berekend over de periode 20 mart 2026 tot en met 30 april 2026, zijnde een bedrag van € 6.102,27.

Met de eindafrekening is reeds een veel hoger bedrag verrekend, zodat er geen restantbedrag, zoals verzocht, meer overblijft. Het verzoek wordt om die reden afgewezen.

De kantonrechter wijst erop dat de eindafrekening opnieuw berekend moet worden, nu een lager bedrag aan gefixeerde schadevergoeding wordt toegekend en [werkgever] dus een te hoog bedrag heeft verrekend met [werknemer] .

[werkgever] heeft vervolgens verzocht meerdere bedragen toe te kennen als schadevergoeding nu [werknemer] zich niet heeft gedragen als goed werknemer als bedoeld in artikel 7:611 BW, althans onrechtmatig jegens [werkgever] heeft gehandeld.

kosten mediation

[werkgever] wenst allereerst de kosten van mediation op [werknemer] te verhalen.

[werkgever] heeft echter niet onderbouwd waarom de gemaakte kosten op [werknemer] verhaald moeten worden. [werkgever] stelt dat de kosten een rechtstreeks gevolg zijn van de wanprestatie van [werknemer] , maar verzuimd te onderbouwen waarom deze kosten niet tot de gebruikelijke kosten van [werkgever] behoren, behorend bij haar verplichtingen in het kader van de re-integratie. Zonder nadere uitleg, kan de kantonrechter het causale verband tussen de gedraging van [werknemer] (het niet melden van werkzaamheden) en de schade van [werkgever] niet vaststellen. Te meer nu de bedrijfsarts op het moment van de mediation nog concludeert dat [werknemer] niet inzetbaar is in zijn eigen werkzaamheden.

Het verzoek aangaande deze kosten wordt afgewezen.

kosten recherche

[werkgever] verzoekt [werknemer] te veroordelen tot betaling van het bedrag van € 23.522,05 exclusief btw aan gemaakte onderzoekskosten. Die kosten komen als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking indien er sprake is van redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder b BW ). Het bepaalde in artikel 6:96 BW vereist een dubbele redelijkheidstoets. De kosten moeten in redelijkheid zijn gemaakt en de omvang van de kosten moet redelijk zijn.

Uitgangspunt is dat de werkgever het recht heeft een ziekmelding te controleren en dat de inspanningen van partijen erop gericht zijn zo snel als mogelijk te komen tot werkhervatting, al dan niet in aangepast werk of bij derden. [werkgever] stelt dat zij al eerder aan [werknemer] een waarschuwing had gegeven, nadat haar signalen bereikte dat [werknemer] werkzaamheden elders zou verrichten. Toen het vermoeden was dat [werknemer] zijn werkzaamheden bij deze derde niet had gestaakt, heeft zij [bedrijf] B.V. opdracht gegeven om een onderzoek naar [werknemer] in te stellen.

De kantonrechter is van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden redelijk is geweest dat [werkgever] deze onderzoekskosten heeft gemaakt. Uit het onderzoek volgde immers de bevestiging dat [werknemer] tijdens zijn ziekte elders werkzaamheden verrichtte. De door [werkgever] gemaakte onderzoekskosten dienen dan ook in beginsel door [werknemer] te worden betaald. De kantonrechter is van oordeel dat de onderzoekskosten voldoende zijn onderbouwd met de overgelegde facturen en het onderzoeksrapport.

Dat er sprake is van werkzaamheden en facturen gedateerd na het ontslag op staande voet, mag zo zijn, maar dat betekent niet dat [werknemer] deze kosten niet hoeft te betalen. Een ontslag op staande voet wordt veelal aangevochten c.q. wordt niet zonder meer geaccepteerd. En in dat kader was het belangrijk dat de rapportage op papier werd gezet. Er zit overigens slechts een paar dagen tussen de rapportage en het ontslag. De factuur die daarna is gestuurd heeft eveneens betrekking op deze werkzaamheden in het kader van het ontslag op staande voet.

Het bedrag van € 23.522,05 exclusief btw is dan ook toewijsbaar. De gevorderde wettelijke rente wordt vanaf de datum van de beschikking toegewezen.

terugvorderen loon

[werkgever] eist een aanvullende schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW, althans artikel 7:611 BW, juncto artikel 6:162 BW.

De kantonrechter overweegt dat [werknemer] op grond van artikel 7:629 lid 1 BW in principe recht heeft op doorbetaling van zijn loon tijdens ziekte. [werknemer] kan zijn recht op loondoorbetaling tijdens ziekte onder meer verliezen als blijkt dat hij zonder deugdelijke grond heeft geweigerd mee te werken aan zijn re-integratieverplichtingen (artikel 7:629 lid 3 BW). De bedrijfsarts heeft echter geoordeeld dat [werknemer] volledig arbeidsongeschikt is voor de eigen werkzaamheden. Dat betekent dat er in beginsel recht is op doorbetaling van het loon.

Volgens [werkgever] heeft [werknemer] gefraudeerd door de bedrijfsarts op het verkeerde been te zetten. Hoewel [werknemer] de bedrijfsarts verkeerd heeft geïnformeerd, blijkt daaruit niet dat [werknemer] – als hij hem wel juist had geïnformeerd – had moeten gaan re-integreren en dat hij vervolgens deze verplichtingen niet is nagekomen. Dat [werkgever] over die periode geen loon was verschuldigd, is dus niet komen vast te staan. Op basis daarvan kan het verzoek dus niet worden toegewezen.

Volgens [werkgever] heeft zij schade geleden doordat [werknemer] bij een derde werkzaam is geweest. [werknemer] heeft zich daarmee niet als goed werknemer in de zin van artikel 7:611 BW gedragen.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [werkgever] zijn standpunt echter niet onderbouwd. Indien er vanuit wordt gegaan dat het handelen van [werknemer] kan worden aangemerkt als slecht werknemerschap en daarmee als onrechtmatige daad, zoals door [werkgever] kennelijk gesteld, dan is de schade die [werkgever] daardoor lijdt niet gelijk aan het loon dat over die periode is betaald. Het loon is immers gebaseerd op een contractuele verplichting. Aangezien de arbeidsovereenkomst in de desbetreffende periode gewoon van kracht was, was [werkgever] gehouden tot betaling van het overeengekomen loon. Zich niet gedragen als goed werknemer, doet niet af aan die betalingsverplichting nu geen sprake is geweest van loonopschorting. Bij gebrek aan causaal verband kan het uitbetaalde loon niet worden beschouwd als schade als gevolg van de gedragingen van [werknemer] .

Een andere grond voor het terugvorderen van loon voert [werkgever] niet aan.

Dit verzoek wordt daarom afgewezen.

verklaring voor recht

Door [werkgever] is ook een verklaring voor recht gevraagd da [werknemer] op grond van wanprestatie en/of ernstig tekort schieten in de nakoming van de verplichtingen van de arbeidsovereenkomst en/of op grond van onrechtmatige daad, aansprakelijk is voor geleden schade zijdens [werkgever] .

Zoals hiervoor gebleken worden niet alle verzoeken toegewezen Om die reden wordt – voor zo ver een verklaring voor recht al in de onderhavige verzoekschriftenprocedure thuishoort – dit verzoek afgewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

[werkgever] verzoekt een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Dit moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW. Vereist is dat de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren en dat de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen, omdat niet is voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets.

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat beide partijen op punten ongelijk krijgen.

5. De beslissing

De kantonrechter

bepaalt dat [werknemer] aan [werkgever] dient te betalen een bedrag van € 23.522,05 exclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van deze beschikking,

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand