ECLI:NL:RBLIM:2026:8743

ECLI:NL:RBLIM:2026:8743

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 07-08-2026
Datum publicatie 19-08-2026
Zaaknummer C/03/354740 / JE RK 26-1412
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Vader terug / opname / wil dan geen contact met kk

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Roermond

Zaaknummer: C/03/354740 / JE RK 26-1412

Datum uitspraak: 7 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd te Roermond,

hierna te noemen: de Raad;

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2018 in [geboorteplaats],

en

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats],

hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] , hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1];

[de vader] , hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2],

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 30 juli 2026;

de e-mail van de vader van 5 augustus 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- een vertegenwoordigster van de Raad;

- een vertegenwoordigster van de GI.

Ter mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan, waarbij aan de verschenen belanghebbenden de beslissing en de belangrijkste gronden van de beslissing zijn medegedeeld. Deze beschikking vormt de volledige schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak van de kinderrechter.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad voert aan dat de zorgen om de kinderen met name liggen bij de dynamiek tussen de ouders. De ouders hebben een turbulente periode gekend. Zo kampt de vader met een drugsverslaving en heeft er huiselijk geweld plaats gevonden, ook een keer in aanwezigheid van [minderjarige 2]. Door de verslaving van de vader werd de relatie tussen de ouders meermaals verbroken. Wanneer de relatie voorbij was kreeg de moeder dwingende en dreigende berichten van de vader. Het feit dat de ouders een knipperlichtrelatie hadden heeft bij de kinderen voor verwarring gezorgd. De kinderen laten daar verder niets over los, maar kennelijk is de vader onlangs weer bij de moeder blijven slapen. De Raad vraagt zich af of de moeder wel in staat is om haar grenzen te bewaken en of ze wel eerlijk is over de relatie met de vader. Naar de kinderen toe is de moeder heel liefdevol, soms ook te bezorgd en te beschermend. De vader houdt ook veel van de kinderen maar wordt op dit moment te veel bezig gehouden door zijn eigen problematiek. Een tijd geleden heeft hij weer een terugval gehad in gebruik (heroïne, cocaïne en cannabis). Daarnaast heeft hij een depressie waarvoor hij medicijnen slikt. Positief is wel dat hij zich heeft laten opnemen in een afkickkliniek.

Wanneer de vader een terugval heeft kiest hij ervoor om het contact met de kinderen te verbreken, naar eigen zeggen uit bescherming. Mogelijk dat de kinderen dit als een afwijzing ervaren. Vervolgens neemt de vader weinig initiatief om het contact weer te herstellen. Met de kinderen zelf lijkt het verder goed te gaan. Wel worden ze met regelmaat ziek gemeld, vooral [minderjarige 1] heeft regelmatig last van buikpijn. Als ze ziek is, dan wordt [minderjarige 2] ook afgemeld omdat de moeder dan geen oppas heeft. Hoewel begrijpelijk is dat niet in het belang van de kinderen. Daarbij wordt ook gezien dat de moeder en de kinderen het lastig vinden om elkaar los te laten bij het afscheid. Gezien de wisselende verhoudingen tussen de ouders en de verwarring die dat oplevert, vooral voor de kinderen, en het feit dat eerdere vrijwillige hulpverlening gericht op het ouderschap niet van de grond is gekomen maakt dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De vrijwillige hulpverlening kwam niet van de grond omdat de vader onvoldoende in contact stond. Dat patroon is tijdens het raadsonderzoek ook gezien. Vanwege de complexe problematiek is de termijn van een jaar voor de ondertoezichtstelling het meest passend.

De Raad heeft ter zitting aangevuld dat de moeder geleerd heeft hoe ze consequenter kan zijn in de opvoeding en dat ze nu ondersteuning krijgt bij hoe ze de kinderen kan stimuleren en meer zelfvertrouwen kan geven. Voor de kinderen ligt de situatie ingewikkeld want er hangt een waas om de relatie tussen hun ouders. Het ene moment is er geen contact met de vader, het andere moment wordt de vader binnen gelaten maar mogen de kinderen het niet vertellen. Op dit moment is de vader opgenomen in een afkickkliniek en wil hij geen contact met de kinderen om hen te beschermen. Dat betekent dat de kinderen hun vader alweer voor 3 maanden moeten missen. De ondertoezichtstelling is nodig om te kijken welke mogelijkheden er zijn in het contact en daar regie op voeren als de vader zijn afkicktraject succesvol afrondt en om de moeder daarbij te ondersteunen.

4. De standpunten van de belanghebbenden

De moeder stemt in met het verzoek en zal meewerken met de hulpverlening. De moeder is blij dat er iemand gaat meekijken. Momenteel staat de moeder op de wachtlijst voor diagnostisch onderzoek. De kinderen missen hun vader, vooral [minderjarige 1] heeft het er moeilijk mee maar ze praat er niet over. De moeder wil duidelijke afspraken over een contactregeling met de vader. Zodra hij de kliniek heeft verlaten dient het contact met de kinderen zorgvuldig en onder begeleiding te worden opgebouwd. De moeder is blij dat de GI dit kan oppakken.

De vader heeft laten weten dat hij vanwege zijn opname niet naar de zitting komt. De vader beseft dat de kinderen de dupe zijn van de onrust rondom de ouders. Aan de andere kant vindt hij een ondertoezichtstelling te ver gezocht. Wanneer de ouders weer samen zijn, komt het helemaal goed en is de betrokkenheid van een gezinsvoogd niet nodig. De GI kan hooguit iets betekenen in het contact (herstel) tussen de vader en de kinderen.

5. De beoordeling

De kinderrechter overweegt allereerst dat uit artikel 278 lid 1 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) volgt dat een verzoekschrift een duidelijke omschrijving van het verzoek en de gronden waarop het berust dient te vermelden. De kinderrechter stelt vast dat het verzoek van de Raad strikt genomen hier niet aan voldoet. Het verzoekschrift verwijst naar het rapport maar de gronden waarop het verzoek berust staan niet in het verzoekschrift zelf benoemt. Bij de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter het voorgaande aan aanwezigen voorgehouden. Daarop heeft de moeder gesteld dat zij het raadsrapport heeft gelezen en dat bij haar bekend is waartegen zij zich dient te verweren (maar dat zij geen verweer wenst te voeren). Uit de reactie van de vader blijkt ook dat hij heeft begrepen op welke gronden het verzoek is gebaseerd. De kinderrechter komt daarmee tot het oordeel dat dit door haar aangehaalde processuele punt niet zal leiden dat de zaak wordt aangehouden voor herstel door de Raad of tot een niet-ontvankelijkheid. De kinderrechter gaat hier aan voorbij nu de belangen van partijen niet zijn geschaad.

De ondertoezichtstelling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De kinderrechter overweegt dat er ernstige zorgen zijn over de sociaal emotionele ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de onveiligheid die zijn hebben ervaren en nog steeds ervaren, mede door de onvoorspelbaarheid van het contact met de vader. De vader kampt met een drugsverslaving en kan met momenten onvoorspelbaar gedrag laten zien in het contact met de kinderen. Wanneer de vader een terugval heeft, zoals een korte tijd geleden, dan laat hij zich opnemen in een afkickkliniek. Hoewel dat een moedige stap is kiest de vader er dan voor om geen contact te hebben met de kinderen. Voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is dat erg verwarrend. De kinderen misen hun vader en hebben zichtbaar last van de periodes dat ze geen contact met hem kunnen hebben. Gezien wordt dat er sprake is van verlatingsangst en dat de kinderen ook nachtmerries hebben en klagen over buikpijn. Het drugsgebruik van vader heeft ook impact op de relatie tussen de ouders. De moeder heeft de relatie met de vader hierom meermaals verbroken. Als de relatie dan verbroken werd kwam er geen structurele of werkbare zorgregeling van de grond en werden ook de belafspraken met de kinderen niet nagekomen door de vader. Ook dat is verwarrend en moeilijk te begrijpen voor de kinderen. Daar komt nog eens bij dat de kinderen zich niet vrij voelen om hierover te spreken. Onder deze omstandigheden worden [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling bedreigd.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, nu gebleken is dat de vader zorg mijdend is en dat daarin een patroon wordt gezien waarbij hij moeite heeft om op alle afspraken te verschijnen.

De ondertoezichtstelling is daarom nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van de GI voor de duur van een jaar. Naar het oordeel van de kinderrechter is dit een passende termijn nu de vader zich nog maar kort geleden heeft laten opnemen bij verslavingsbehandelaar Iriszorg. Deze opname zal nog een aantal maanden duren. Dat heeft tot gevolg dat het contactherstel tussen de vader en de kinderen ook nog op zich laat wachten.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2028 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats], onder toezicht van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg met ingang van 7 augustus 2026 tot 7 augustus 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026 door mr. Van Uum, kinderrechter, in aanwezigheid van Dullens-Servais als griffier, en op schrift gesteld op 21 augustus 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand