RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11305654 \ CV EXPL 24-4967
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
[de passagier] ,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de passagier,
gemachtigde: EuClaim B.V.,
tegen
de buitenlandse vennootschap Socièté Anonyme (S.A.) ROYAL AIR MAROC,
te Schiphol,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Royal Air Maroc,
gemachtigde: mr. T. Teke.
1. De procedure
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van 6 augustus 2025- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
De passagier vordert - samengevat - veroordeling van Royal Air Maroc tot betaling van € 472,60 (€ 400,00 aan hoofdsom en € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten) vermeerderd met rente en kosten.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 op basis van de artikelen 6 en 7 van de Verordening.
Royal Air Maroc voert verweer. Zij voert aan dat de annulering meer dan 14 dagen van te voren is doorgegeven en subsidiair beroept zij zich op buitengewone omstandigheden.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3. De beoordeling
De kantonrechter stelt in de eerste plaats ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht met meer dan drie uur vertraging is uitgevoerd. In beginsel heeft de passagier dan recht op compensatie als bedoeld in artikel 7 van de Verordening. Royal Air Maroc meent echter dat zij niet hoeft te betalen en voert daarvoor twee argumenten aan. Deze worden hierna besproken.
De annulering is meer dan 14 dagen van te voren doorgegeven
In artikel 5 lid 1 sub c onder i van de Verordening hebben passagiers bij annulering van een vlucht recht op compensatie tenzij de annulering tenminste twee weken voor vertrek wordt medegedeeld. Volgens Royal Air Maroc is hiervan sprake. De kantonrechter passeert dit verweer. Daarvoor is het volgende van belang.
De oorspronkelijke vlucht was gepland op 1 augustus 2022 vanuit Amsterdam. Per e-mail van 14 juli 2022 is de passagier ervan op de hoogte gesteld dat de vlucht is gewijzigd en dat deze is verplaatst naar 1 augustus 2022 met Maastricht-Aachen Airport als vertrekplaats. Een wijziging van een vlucht kan gelijk gesteld worden met een annulering. Daarna ontvangt de passagier op 27 juli 2022 een e-mail dat de vlucht van 1 augustus 2022 is gewijzigd naar een vertrek op 2 augustus 2022. Ook dit is een annulering.
De conclusie op basis van het voorgaande is daarom dat de eerste annulering wel tenminste twee weken voor vertrek is gedaan, maar de tweede niet.
Het beroep van Royal Air Maroc op buitengewone omstandigheden
Subsidiair voert Royal Air Maroc aan dat de annulering van de vlucht in kwestie het gevolg is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. De reden voor de annulering is de covid 19 pandemie die heeft geleid tot congestie op de luchthaven in Maastricht. Hierdoor zijn restricties van de luchtverkeersleiding doorgevoerd in de vorm van capaciteitsreductie.
Met name in het voorjaar/de zomer 2022 was er op Schiphol en andere luchthavens, waaronder Maastricht, sprake van een groot personeelstekort. Hierdoor zijn onder meer vluchten geannuleerd. Ter onderbouwing van haar verweer legt Royal Air Maroc twee nieuwsartikelen over. Het eerste artikel is gepubliceerd op 30 mei 2022 en geüpdatet op 16 juni 2022 en het tweede is van 8 juni 2022. Verder wijst Royal Air Maroc op allerlei e-mails waarbij de restricties zijn opgelegd. Volgens Royal Air Maroc blijkt dat er op de datum van de vlucht sprake was van congestie en dat zij heeft moeten voldoen aan de opgelegde restricties door de luchtverkeersleiding. Zij voert verder aan al het mogelijke te hebben gedaan om de vertraging of annulering te voorkomen.
De kantonrechter is van oordeel dat de vertraging c.q. annulering van de vlucht van 1 augustus 2022 niet kan worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid. Weliswaar heeft Royal Air Maroc voldoende aangetoond dat er op Schiphol sprake was van congestie als gevolg waarvan vluchten zijn geannuleerd en verplaatst en ook dat er seat reductions hebben plaatsgevonden, maar zij heeft niet onderbouwd waarom de vlucht van 1 augustus 2022 in Maastricht geannuleerd moest worden. Evenmin is aangetoond dat Royal Air Maroc er alles aan heeft gedaan om de annulering te voorkomen.
Het verweer wordt daarom bij gebrek aan onderbouwing verworpen.
De conclusie op basis van het voorgaande is dat de passagier recht heeft op compensatie als bedoeld in artikel 7 van de Verordening. Het gevorderde bedrag van € 400,00 kan daarom worden toegewezen, evenals de daarover gevorderde en niet betwiste rente.
De passagier vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de passagier voldoende aangetoond dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Hoewel veelal gebruik is gemaakt van standaardbrieven gaat het in het onderhavige geval om werkzaamheden van substantiële aard en omvang. De gevorderde vergoeding is in overeenstemming met het tarief in het Besluit en is daarom redelijk. Daarom zal een bedrag van € 72,60 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Omdat de passagier niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden, zal de gevorderde rente worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.
Royal Air Maroc is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
135,97
- griffierecht
€
87,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
440,47
4. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Royal Air Maroc om aan de passagier te betalen een bedrag van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 augustus 2022, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Royal Air Maroc om aan de passagier te betalen een bedrag van € 72,60 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Royal Air Maroc in de proceskosten van € 440,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Royal Air Maroc niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.