RECHTBANK limburg
[naam] , te Heerlen, verzoekster
de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 26/1617
uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 augustus 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
en
(gemachtigde: mr. J.F. van der Stelt).
Procesverloop
Bij besluit van 22 juni 2026 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten de gevraagde informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) -gedeeltelijk- openbaar te maken.
Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter ook verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2026. Verzoekster is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en P. Kooiman.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
Wat is er gebeurd?
1. Verweerder heeft in januari 2026 een verzoek ontvangen om openbaarmaking van informatie over de procedure die heeft geleid tot een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Naar aanleiding van dit verzoek heeft een zoekslag plaatsgevonden, waarbij 72 documenten zijn aangetroffen door verweerder. Bij het primaire besluit heeft verweerder besloten de gevraagde informatie (gedeeltelijk) openbaar te maken. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om te voorkomen dat de documenten openbaar worden gemaakt.
Het standpunt van verzoekster
2. Verzoekster voert aan -kort samengevat- dat openbaarmaking van de documenten in strijd is met de eerbiediging van haar persoonlijke levenssfeer en dat sprake is van een veiligheidsrisico voor haar. Verweerder is, volgens verzoekster, niet/onvoldoende ingegaan op haar zienswijze van 19 april 2026 (motiveringsgebrek).
De bezwaarprocedure
3. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit, maar op grond van de Woo schort dit de openbaarmaking van de gevraagde informatie niet op. Om te voorkomen dat de bezwaarprocedure zinloos wordt door de openbaarmaking van de documenten zal de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toewijzen, tenzij zij van oordeel is dat de bezwaargronden geen (reële) kans van slagen maken. De voorzieningenrechter is, gelet op wat verzoekster in bezwaar heeft aangevoerd, van oordeel dat het niet zo is dat haar bezwaar tegen het primaire besluit geen enkele kans van slagen heeft. Verder heeft verweerder ter zitting verklaard zich niet te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorzining. Dit betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst.
Conclusie en gevolgen
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het primaire besluit is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat de stukken tot die tijd niet openbaar gemaakt mogen worden.
5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om schadevergoeding af, omdat sprake is van een voorlopig oordeel en de voorzieningenrechter het primaire besluit niet inhoudelijk heeft beoordeeld.
7. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Besluit proceskosten) vast op € 22,20 voor de door verzoekster gemaakte reiskosten voor het bijwonen van de zitting op basis van openbaar vervoer.
8. De overige door verzoekster genoemde kosten, te weten de reiskosten voor het bezorgen van de stukken bij verweerder en de rechtbank, komen op grond van het Besluit proceskosten niet voor vergoeding in aanmerking.
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.J. Sprakel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.W. Seylhouwer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 21 augustus 2026
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.