RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.142421.24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 26 augustus 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 1994,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.G. Janssen, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 augustus 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Deze zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [adres 1] met het parketnummer 03.148952.24.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 13 augustus 2023 te Landgraaf samen met een of meer anderen:
Feit 1: opzettelijk 2.011,95 gram Xtc-pillen aanwezig heeft gehad;
Feit 2: voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van harddrugs door daartoe bestemde voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben.
3. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de spullen uit garagebox 18 horen bij de spullen uit box 23, nu in beide boxen soortgelijke spullen liggen en beide boxen door medeverdachte [medeverdachte] worden gehuurd. Daar komt bij dat DNA van de verdachte is aangetroffen op de knoopjes van de zakken met Xtc-pillen uit garagebox 18. De verklaring die de verdachte heeft gegeven over deze belastende bewijsmiddelen, namelijk dat hij de zakjes heeft vastgehad toen een kennis die liet zien, is ongeloofwaardig en dient derhalve als zodanig terzijde te worden geschoven. De verdachte komt immers pas met deze verklaring na ontvangst van het dossier. Uit de berichten in de telefoon van de verdachte blijkt dat hij nog steeds actief is, althans contacten onderhoud met “het wereldje”.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de verdovende middelen en de voorwerpen die kennelijk bestemd waren voor de productie van harddrugs, ook niet in de zin van medeplegen. Enkel uit het celmateriaal van de verdachte op de verpakkingen waar de Xtc-pillen inzaten, blijkt een link van de verdachte met het tenlastegelegde. De verdachte heeft al vóór ontvangst van het dossier een plausibele verklaring gegeven voor de aanwezigheid van deze sporen, die op basis van het dossier niet als ongeloofwaardig ter zijde kan worden geschoven. Medeverdachte [medeverdachte] probeert de schuld van zich af te schuiven, maar de verhuurder van de boxen herkent hem als zijnde de huurder, diegene die het huurcontract heeft getekend en de huur ook heeft betaald, wat het verhaal van [medeverdachte] (dat hij de boxen onder dwang van iemand anders heeft gehuurd) ongeloofwaardig maakt. De door de officier van justitie aangehaalde gesprekken uit de telefoon van de verdachte hebben niets te maken met het tenlastegelegde, maar gaan over softdrugs.
Het oordeel van de rechtbank
Bewijsmiddelen feit 1
Verbalisanten [naam 1] en [naam 2] relateerden – zakelijk weergegeven – het volgende:
Op zondag 13 augustus 2023 kregen wij de opdracht om te gaan naar garageboxen achter het perceel [adres 2] in Landgraaf. Kennelijk was er ter plaatse in 20 garageboxen ingebroken. Deze garageboxen worden allen verhuurd door [naam 3] . Toen wij [naam 3] spraken, vroegen wij hem om een actuele lijst met verhuurders. [naam 3] gaf aan hiervoor te gaan zorgen.
Ons werd verteld dat garagebox 18 verhuurd werd aan [medeverdachte] . Kort hierna ontving ik, verbalisant [naam 1] , een mail bericht met een foto van een huurcontract als inhoud. Wij zagen dat er een huurcontact was opgemaakt voor [medeverdachte] .
Verbalisant [naam 4] relateerde – zakelijk weergegeven – het volgende over in garagebox 18 aangetroffen op Xtc lijkende pillen:
In garagebox 18 zag ik een emmer met als opschrift: Mr Beef en een afbeelding van een hond alsmede hondenbrokken. Ik zag dat er 4 plastic doorzichtige zakken, met een op Xtc gelijkende stof, op de bodem van de emmer aanwezig waren.
De vier zakken met op Xtc gelijkende stof kregen als goednummers 1630101,
1630105, 1630106, 1630107.
De vier verpakkingen van de voornoemde zakken zijn afzonderlijk inbeslaggenomen voor sporenonderzoek. Deze kregen als goednummers 1630163, 160159, 1630164, 1630165.
De op Xtc lijkende pillen zijn onderzocht en hier zijn monsters van genomen. In het rapport hierover is het volgende opgenomen:
Goednummer: 1630107
SIN: AAQG0958NL
Omschrijving: Het betrof twee over elkaar heen geschoven transparante
kunststof zakjes, die samen doormiddel van een knoop
gesloten waren, met op het buitenste zakje de
zwart gekleurde handgeschreven tekst "875". In het
binnenste zakje zaten ongeveer 883 paars gekleurde
tabletten in de vorm van en aan beide zijde voorzien
van de afbeelding van het tekenfiguur "Doraemon".
Gewicht netto: 366,52 gram
Monster B SIN: AAQL2337NL
Goednummer: 1630101
SIN: AAQG0959NL
Omschrijving: Het betrof een dichtgeknoopt transparant kunststof
zakje met daarin nog een dichtgeknoopt transparant
kunststof zakje met ongeveer 991 paars gekleurde
tabletten in de vorm van en aan beide zijde voorzien
van de afbeelding van het tekenfiguur "Doraemon".
Gewicht netto: 414,84 gram
Monster C SIN: AAQL2338NL
Goednummer: 1630106
SIN: AAQG0960NL
Omschrijving: Het betrof een dichtgeknoopt transparant kunststof
zakje met daarin nog een dichtgeknoopt transparant
kunststof zakje met ongeveer 998 paars gekleurde
tabletten in de vorm van en aan beide zijde voorzien
van de afbeelding van het tekenfiguur "Doraemon".
Gewicht netto: 415,97 gram
Monster D SIN: AAQL2339NL
Goednummer: 1630105
SIN: AAQG0961NL
Omschrijving: Het betrof een dichtgeknoopt transparant kunststof
zakje met daarin nog een dichtgeknoopt transparant
kunststof zakje met ongeveer 992 paars gekleurde
tabletten in de vorm van en aan beide zijde voorzien
van de afbeelding van het tekenfiguur "Doraemon".
Gewicht netto: 415,82 gram
Monster E SIN: AAQL2340NL
De monsters zijn door het NFI getest. Het NFI heeft geconcludeerd dat alle monsters MDMA bevatten.
De forensische opsporing heeft een forensisch onderzoek verricht naar de zakjes waarin de Xtc-pillen zaten en deze bemonsterd op biologische sporen. De forensische opsporing heeft hierover het volgende gerelateerd:
Sporendragers
Goednummer: 1630164
SIN: AAQG0956NL
Goednummer: 1630159 (de rechtbank begrijpt het hiervoor vermelde
goednummer 160159)
SIN: AAQG0954NL
Goednummer: 1630163
SIN: AAQG0955NL
Goednummer: 1630165
SIN: AAQG0953NL
Veiliggestelde sporen
SIN: AAQJ5521NL
Relatie met SIN: AAQG0956NL
Plaats veiligstellen: Gehele gebied van de knoop van het binnenste zakje
SIN: AAQJ5522NL
Relatie met SIN: AAQG0954NL
Plaats veiligstellen: Gehele gebied van de knoop van het buitenste zakje
SIN: AAQJ5524NL
Relatie met SIN: AAQG0955NL
Plaats veiligstellen: Gehele gebied van de knoop van het buitenste zakje
SIN: AAQJ5526NL
Relatie met SIN: AAQG0953NL
Plaats veiligstellen: Gehele gebied van de knoop van het buitenste zakje
SIN: AAQJ5527NL
Relatie met SIN: AAQG0953NL
Plaats veiligstellen: Gehele gebied van de knoop van het binnenste zakje
The Maastricht Forensic Institute B.V. (hierna: TMFI) heeft over de aan de zakjes veiliggestelde sporen met SIN-nummers AAQJ5521NL en AAQJ5527NL het volgende gerapporteerd:
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van celmateriaal
Gehele gebied van de knoop van het
binnenste zakje (met
SIN AAQJ5521NL)
AAQJ5521NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.*
[verdachte] **
Gehele gebied van de knoop van het
binnenste zakje (met
SIN AAQG0953NL)
AAQJ5527NL
DNA-profiel van een man.
De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard,
[verdachte]
De rechtbank gaat uit van een kennelijke verschrijving omdat spoor AAQJ5521NL is afgenomen van het zakje met SIN AAQG0956NL.
Over de bewijswaarde van de bemonstering AAQJ5521NL heeft het TMFI het volgende gerapporteerd:
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van [verdachte] in de bemonstering AAQJ5521NL is de likelihood-ratio (LR) methode
toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.
Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van [verdachte] en één onbekende, niet verwante persoon.
Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van twee onbekende, niet verwante personen.
De resultaten van het onderzoek aan de bemonstering zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
The Maastricht Forensic Institute B.V. heeft over de aan de zakjes veiliggestelde sporen met SIN-nummers AAQJ5522NL, AAQJ5524NL en AAQJ5526NL het volgende gerapporteerd:
Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van celmateriaal
Gehele gebied van de knoop van het buitenste zakje (met
SIN AAQG0954NL)
AAQJ5522NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.*
[verdachte] **
Gehele gebied van de knoop van het
buitenste zakje (met
SIN AAQG0955NL)
AAQJ5524NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.*
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De
frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan
één op één miljard.
[verdachte]
(DNA-hoofdprofiel)
Gehele gebied van de knoop van het
buitenste zakje (met
SIN AAQG0953NL)
AAQJ5526NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man.*
Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man. De
frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan
één op één miljard.
[verdachte]
(DNA-hoofdprofiel)
Verbalisant [naam 5] heeft een forensisch onderzoek verricht naar de zakjes waarin de Xtc-pillen zaten, deze bemonsterd op dactyloscopische sporen en hierover het volgende gerelateerd:
Onderzoek zak plastic met SIN AAQG0953NL
Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende bevonden en
waargenomen:
Ik zag dat het twee transparante kleurloze kunststof boterhamzakjes betrof. Ik zag
dat een boterhamzakje dicht geplakt was met behulp van een stuk transparante kleurloze tape én het zakje was aan de binnenzijde bevuild met een roze gekleurde substantie. Ik zag op het andere zakje tweemaal de zwart gekleurde handgeschreven tekst "875". Het dicht geplakte zakje werd enkel aan de buitenzijde onderzocht op de aanwezigheid van dactyloscopische sporen vanwege de bevuiling aan de binnenzijde. Het andere zakje werd aan de binnen- en buitenzijde onderzocht op de aanwezigheid van dactyloscopische sporen.
Dactyloscopisch vooronderzoek
Ik zag een dactyloscopisch spoor op het andere zakje. Ik heb het dactyloscopische spoor gewaarmerkt met SIN AAQG1145NL en gefotografeerd.
De politie heeft een vergelijkend onderzoek naar het dactyloscopische spoor met SIN AAQG1145NL in het vingerafdrukkenbestand gedaan. Dit heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon geregistreerd onder biometrienummer: 310001645065 en SKN-nummer: 8840544. De gegevens die bij deze nummers horen zijn van [verdachte] .
Verbalisant [naam 6] heeft over een Whatsapp groepschat – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
Ik zag dat deze afbeelding (opmerking rechtbank: een foto van pillen met diverse kleuren en vormen) via Whatsapp werd verstuurd in een groepschat door het whatsapp account [nummer] @s whatsapp net.
Ik zocht het telefoonnummer van dit whatsapp account op in de politiesystemen en zag dat dit geregistreerd stond bij [medeverdachte] .
Ik zag dat deze Whatsapp groepschat werd aangemaakt op 13 april 2020 Ik zag dat er in totaal 18347 berichten werden verstuurd in deze chat. Ik zag dat het laatste bericht op 11 augustus 2023 werd verstuurd. Ik zag dat de telefoonnummers welke werden gebruikt door [verdachte] en [medeverdachte] deelnamen aan deze chat.
De verdachte heeft bij de politie verklaard:
in zijn verhoor van 2 september 2023:
V: Wie is [medeverdachte] ?
A: Een jongen waar ik vroeger mee op school heb gezeten.
V: Wanneer heb je voor het laatst contact gehad met hem?
A: Geen idee.
in zijn verhoor van 30 november 2023:
Uit onderzoek en uit de verklaring van jouw vader is gebleken dat jullie (opmerking rechtbank: de verdachte en [medeverdachte] ) elkaar wel degelijk kennen en niet
alleen van vroeger in de schooltijd.
V: dus ja wellicht dat de vraag nu duidelijker is voor jou.
Wanneer had je voor het laatst contact met [medeverdachte] ? En dan bedoel ik dat in de meest brede zin van het woord, persoonlijk, via telefoon, app of andere wijze van contact?
A: sowieso nog in de zomer.
Bewijsoverweging t.a.v. feit 1
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat op 13 augustus 2023 vier zakjes met in totaal 1.613,15 gram Xtc is aangetroffen. De vraag is of de verdachte deze Xtc al dan niet samen met anderen aanwezig heeft gehad. De rechtbank moet daarom beoordelen of de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van deze Xtc en of hij deze al dan niet samen met (een) ander(en) in zijn machtssfeer had.
De rechtbank overweegt hierover als volgt.
Op alle vier de zakjes is DNA van de verdachte aangetroffen. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat er bij het DNA onderzoek onvoldoende rekening is gehouden met de verwantschap met medeverdachte [adres 1] merkt de rechtbank op dat uit onderzoek geen aanwijzing voor de aanwezigheid van diens DNA in de bemonsteringen is gebleken. De resultaten van het DNA onderzoek van verdachte kan voor het bewijs worden gebruikt nu niet is gebleken dat daar een gebrek aan kleeft.Verder zat op één van de zakjes ook een vingerafdruk van de verdachte. De verdachte heeft een verklaring voor de aanwezigheid van zijn DNA en zijn vingerafdruk gegeven. Die verklaring komt erop neer dat een kennis van de verdachte met een zak bij de verdachte kwam en daarbij zei dat hij misschien wat interessants voor de verdachte had. Volgens de verdachte heeft hij toen in die zak gekeken, gezien dat er zakjes met pillen in zaten en vervolgens meteen gezegd dat hij hier niks mee te maken wil hebben. De verdachte was wel nieuwsgierig. Hij heeft de zakjes daarom allemaal geopend om te kijken wat er in zat en of er misschien andere pillen zaten. Daarna heeft hij de zakjes weer dichtgeknoopt en teruggegeven. De rechtbank acht deze verklaring niet geloofwaardig. Uit het dossier volgt namelijk dat alle Xtc-pillen in transparante kunststof zakjes zaten met daaromheen nog een transparant kunststof zakje. Het was dus niet nodig om de zakjes te openen om de inhoud daarvan te kunnen zien. Bovendien was de inhoud van elk zakje hetzelfde. In alle zakjes zaten namelijk paarse pillen met dezelfde vorm en dezelfde opdruk. Ook dat had de verdachte gemakkelijk kunnen constateren zonder de zakjes te openen. Aangezien de verdachte geen geloofwaardige verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA en zijn vingerafdruk op de zakjes, gaat de rechtbank ervan uit dat hij wel wetenschap had van het feit dat er Xtc-pillen in de zakjes zaten.
De vier zakjes met Xtc-pillen zijn aangetroffen in garagebox 18. Deze garagebox werd gehuurd door [medeverdachte] . De verdachte en [medeverdachte] kennen elkaar. Hoewel de verdachte eerst nog deed voorkomen alsof [medeverdachte] een bekende van vroeger is, verklaarde hij – na te zijn geconfronteerd met de bevindingen van de politie daarover – dat hij in de zomer (de rechtbank begrijpt: de zomer van 2023) nog contact met [medeverdachte] heeft gehad. Daaruit blijkt dat de verdachte in de periode dat de Xtc-pillen in garagebox 18 zijn aangetroffen nog contact met hem heeft gehad. Dat de verdachte en [medeverdachte] elkaar niet enkel van vroeger kenden, blijkt bovendien uit het feit dat zij samen in een Whatsapp groep zaten. In die Whatsapp groep is bovendien een foto met daarop pillen met diverse kleuren en vormen door [medeverdachte] verstuurd Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit al dit bovenstaande dat de verdachte een link – namelijk [medeverdachte] – tot garagebox 18 had en daarmee toegang tot de Xtc-pillen in deze garagebox.
Bovenstaande feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, leiden tot de conclusie dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de Xtc in garagebox 18 en dat deze Xtc zich ook in zijn machtssfeer bevond. De rechtbank is op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden ook van oordeel dat er sprake is van medeplegen met [medeverdachte] .
Partiële vrijspraakoverweging t.a.v. feit 1 (398,80 gram Xtc)
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het aanwezig hebben van 398,80 gram Xtc. Deze hoeveelheid Xtc zat in een Ikea gripzakje, welk gripzakje in een boodschappentas op een kruiwagen vóór garagebox 23 stond. Op dit gripzakje is geen DNA van de verdachte aangetroffen. Evenmin zijn hierop vingerafdrukken van hem gevonden. De verdachte kan daarom niet op grond van forensisch bewijs aan dit gripzakje worden gekoppeld. Ten aanzien van dit gripzakje geldt bovendien dat het niet in, maar buiten garagebox 23 is aangetroffen. Gelet op het feit dat er in 20 garageboxen was ingebroken is niet met zekerheid vast te stellen uit welke garagebox dit gripzakje afkomstig is.
Vrijspraakoverweging feit 2
Op grond van het dossier stelt de rechtbank het volgende vast.
In de nacht van 13 augustus 2023 is er in 20 garageboxen achter het perceel [adres 2] in Landgraaf ingebroken. Dit heeft ertoe geleid dat deze garageboxen door de politie zijn onderzocht. Hierbij heeft de politie in garagebox 18 – naast de vier plastic zakken met Xtc – drie jerrycans met elk 5 liter methanol, vier flessen met elk 1 liter zoutzuur, een jerrycan met 1 liter zwavelzuur, een zak met 23 kilogram cellulose, een zak met 5 kilo cafeïne, een persframe, vier persmallen en twee potkrikken aangetroffen en inbeslaggenomen. Vóór garagebox 23 trof de politie twee kruiwagens met daarop een papieren zak en drie boodschappentassen aan. In die papieren zak bleek 25 kilo BMK-glycidezuur te zitten. In de boodschappentassen zaten vijftien jerrycans met daarin methanol, een fles met 1 liter zoutzuur en een fles met 1 liter zwavelzuur. Verder lag in garagebox 23 nog een gasmasker. Deze spullen vóór en in garagebox 23 zijn eveneens inbeslaggenomen. Het is de politie bekend dat een combinatie van de aangetroffen spullen wordt gebruikt bij het vervaardigen van verschillende soorten harddrugs. Beide garageboxen worden gehuurd door [medeverdachte] .
Op vier zakjes met Xtc-pillen die zich in garagebox 18 bevonden zijn forensische sporen van de verdachte aangetroffen. Op de overige spullen is niets van de verdachte aangetroffen. De verdachte kan dus niet op grond van forensisch bewijs aan deze andere spullen in en vóór de garagebox(en) worden gekoppeld. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier daarom onvoldoende bewijs dat de verdachte bij deze andere spullen betrokken is.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
T.a.v. feit 1:
op 13 augustus 2023 te Landgraaf, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad 1.613,15 gram Xtc-pillen, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
T.a.v. feit 1:
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5. De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6. De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet meer passend zou zijn. Het gaat sinds de laatste veroordeling goed met de verdachte en hij is onmisbaar voor zijn twee kinderen. Met een flinke stok achter de deur zou iedereen het meest gebaat zijn. Bovendien is er door het allesomvattend onderzoek aan de telefoon van de verdachte een forse inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer, zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. Dit levert een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) op en het onderzoek is om die reden onrechtmatig verricht. Dit dient te leiden tot strafkorting.
Het oordeel van de rechtbank
Artikel 359a Sv-verweer
Ten aanzien van dit verweer overweegt de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat het onderzoek aan de telefoon van de verdachte méér dan een beperkte inbreuk is geweest. Daarom is niet gebleken van een dermate ernstig vormverzuim dat concreet de belangen van de verdachte in deze strafzaak heeft aangetast. De rechtbank zal hier bij het bepalen van de strafmodaliteit en strafmaat daarom geen rekening mee houden.
De overige omstandigheden en de straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring dan door de officier van justitie gerekwireerd en daarmee ook tot een andere straftoemeting
De verdachte heeft zich op 13 augustus 2023 schuldig gemaakt aan het samen met een ander aanwezig hebben van 1.613,15 gram Xtc-pillen. Deze hoeveelheden drugs hebben een hoge straatwaarde, waardoor kan worden gesproken van een voorraad ten behoeve van de professionele handel.
Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van de gebruikers daarvan. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van (zware) criminaliteit, waardoor de samenleving in ernstige mate schade wordt berokkend.
Gezien de ernst van het feit kan in beginsel slechts worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft voor de straftoemeting kennis genomen van de LOVS-oriëntatiepunten met betrekking tot het aanwezig hebben van 1.500 tot 2.000 gram harddrugs (trede 9).
De verdachte is blijkens zijn strafblad eerder veroordeeld voor een Opiumwetdelict. De reclassering heeft in haar rapport van 10 juni 2026 beschreven dat door de ontkennende houding van de verdachte en de geringe beschikbare informatie, geen advies kan worden gegeven over de noodzakelijkheid van interventies of toezicht.
Voorts is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing en heeft de rechtbank rekening gehouden met het verstrijken van de redelijke termijn.
De redelijke termijn is in deze zaak aangevangen op de dag dat de verdachte in verzekering is gesteld en voor het eerst is verhoord, te weten op 1 september 2023. Omdat het eindvonnis op 26 augustus 2026 wordt gewezen en de rechtbank niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn met (bijna) 1 jaar overschreden. De rechtbank weegt dit mee bij het bepalen van de op te leggen straf in die zin dat zij naast een onvoorwaardelijk deel ook een voorwaardelijk deel zal opleggen.
De rechtbank ziet – mede gelet op de ernst van het feit – in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen zoals de verdediging heeft bepleit.
Alles afwegende acht de rechtbank het passend om de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 7 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, zal hierop in mindering worden gebracht.
7. Het beslag
De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen mobiele telefoons verbeurd worden verklaard, omdat daar drugsgerelateerde gesprekken op zijn aangetroffen. Aangezien er geen onderzoeksbelang meer is bij de in beslagname van de mobiele telefoons, zal de rechtbank de teruggave aan de rechthebbende gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht
en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 2;
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Straf
Beslag
- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de veroordeelde:
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.H. van den Hombergh, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. S.S. Vijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.M.A. Curfs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 augustus 2026.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. feit 1:
hij op of omstreeks 13 augustus 2023 te Landgraaf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2.011,95 gram (Xtc-)pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
T.a.v. feit 2:
hij op of omstreeks 13 augustus 2023 te Landgraaf tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten:
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren; en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van (met)amfetamine, heroïne, cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte en/of haar mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- 25 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende BMK-glycidezuur, en/of
- 90 liter, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende methanol, en/of
- 5 liter, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende zoutzuur, en/of
- 2 liter, althans een (grote) hoeveelheid zwavelzuur, en/of
- 23 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cellulose, en/of
- 5 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende coffeïne,
zijnde een voorwerp en/of stof, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat die stof(fen) bestemd was/waren tot het plegen van dat feit, voorhanden heeft gehad.