ECLI:NL:RBLIM:2026:9313

ECLI:NL:RBLIM:2026:9313

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 05-03-2026
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer C/03/349183 / BZ RK 26-212
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Roermond
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBLIM:2026:6010

Samenvatting

Zorgmachtiging in het kader van de Wvggz.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Maastricht

Zaaknummer: C/03/349183 / BZ RK 26-212

Datum uitspraak: 5 maart 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor:

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 in [plaatsnaam] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaatsnaam] ,

verblijvende bij Mondriaan in [plaatsnaam] ,

advocaat mr. H.C. Ingelse.

1. Het verdere verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 februari 2026;

de beschikking van deze rechtbank van 18 februari 2026.

De zitting met gesloten deuren is voortgezet op 4 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

de psychiater [naam] ;

de arts in opleiding tot specialist [naam] .

Bij beschikking van 18 februari 2026 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot en met uiterlijk 18 maart 2026 en de beslissing voor het overige aangehouden.

2. Het verweer

De advocaat heeft primair verzocht om afwijzing van het verzoek. Subsidiair heeft hij verzocht de zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twee maanden en het ‘toedienen van medicatie’, het ‘opnemen in een accommodatie’ en het ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ af te wijzen en toe te wijzen dat betrokkene verplicht ambulante hulpverlening moet accepteren.

De rechtbank zal voor zover voor de beoordeling van belang hierna ingaan op de door de advocaat gevoerde verweren.

Het verweer van de advocaat ten aanzien van het niet horen van betrokkene tijdens de eerste zitting is al door de rechtbank beoordeeld in de beschikking van 18 februari 2026. Dat houdt in dat de rechtbank daar niet nogmaals over zal en kan oordelen.

3. De verdere beoordeling

Op grond van artikel 5:17 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) in samenhang gelezen met het bepaalde in artikel 6:4 Wvggz verleent de rechter een zorgmachtiging indien naar zijn oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen b tot en met e. De rechter neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.

Medische verklaring

De advocaat heeft aangevoerd dat de medische verklaring geactualiseerd had moeten worden. De situatie ziet er volgens de advocaat nu anders uit dan in januari 2026.

Gelet op de onderzoeksdatum op [datum] 2026 en de zitting op 4 maart 2026 kan niet gezegd worden dat de medische verklaring onvoldoende actueel is. Naar het oordeel van de rechtbank is, anders dan dat betrokkene nu is opgenomen, haar situatie in de kern ongewijzigd. Betrokkene heeft nog steeds schulden, geen woonruimte en is er nog steeds geen overeenstemming over de juiste behandeling.

Nu in de medische verklaring is beschreven dat de psychiater die de verklaring heeft opgesteld, betrokkene heeft onderzocht op [datum] 2026 om 14.00 uur op het adres Prins Bisschopsingel 53 in Maastricht, bij de rechtbank ambtshalve bekend als het politiebureau van Maastricht, gaat de rechtbank voorbij aan de stelling van de advocaat dat betrokkene naar haar zeggen de psychiater niet heeft gezien.

Psychische stoornis

Betrokkene erkent op zitting dat zij psychotische belevingen heeft gehad maar geeft aan dat dit enkel door harddrugs kwam en dat zij dus geen stoornis in psychiatrische zin heeft.

De rechtbank is anders dan betrokkene van oordeel dat zij lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotische stoornis, ADHD, een borderline persoonlijkheidsstoornis en er is sprake van cannabisgebruik. De rechtbank baseert zich hierbij op het zorgplan, de medische verklaring en de toelichting van de psychiater ter zitting, hierbij in het bijzonder dat deze psychiater betrokkene ook in een psychotisch toestandsbeeld heeft gezien zonder dat er sprake was van harddrugs gebruik.

Ernstig nadeel

Het gedrag van betrokkene dat voortvloeit uit deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel zoals volgt uit de beschikking van deze rechtbank van 18 februari 2026. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

De advocaat heeft aangevoerd dat het niet zo is dat betrokkene in 2022 een suïcidepoging heeft gedaan, want ze is toen naar eigen zeggen gevallen en op een mes terecht gekomen. Verder worden er in de medische verklaring verschillende conclusies getrokken op basis van verklaringen van de moeder. Betrokkene geeft hierover aan dat die verklaringen onjuist zijn. Wat betreft het seksueel geweld zoals beschreven staat in de medische verklaring geldt dat dit klopt. Betrokkene overweegt om hiervan aangifte te doen bij de politie. Dit vloeit echter niet voort uit een psychische stoornis en er is om die reden volgens de advocaat geen sprake van een causaal verband.

De rechtbank is van oordeel dat er los van de door en namens betrokkene hiervoor genoemde punten, voldoende onderbouwing is van het ernstig nadeel en dat de genoemde punten als zodanig niet leiden tot een ander oordeel. Betrokkene is kwetsbaar en komt in voor haar risicovolle situaties terecht, waarbij zij haar woning kwijt is geraakt, seksueel wordt misbruikt en het haar niet lukt om een uitkering aan te vragen, overeenstemming te bereiken over het betrekken van andere woonruimte en te komen tot overeenstemming over de juiste behandeling en hulpverlening.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

Vrijwilligheid en wilsbekwaamheid

Er zijn, gelet op het voorgaande, naar het oordeel van de rechtbank geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene vindt namelijk dat er geen sprake is van een psychiatrische stoornis zoals de psychiater dat ziet, en zij is het niet eens met het gebruik van medicatie en de opname bij Mondriaan. Zij is van mening dat haar financiële problemen en het ontbreken van huisvesting de bron van alle problemen zijn. Daarbij heeft betrokkene verzocht de opname en het toedienen van medicatie af te wijzen en haar te verplichten dat zij ambulante behandeling accepteert. Van vrijwilligheid is dan ook geen sprake.

Betrokkene stelt verder dat wilsonbekwaamheid niet enkel gebaseerd kan worden op het feit dat het ziekte-inzicht zou ontbreken. Zij is in haar ogen wel wilsbekwaam in het maken van keuzes omtrent het inrichten van haar eigen leven.

De rechtbank volgt betrokkene hierin niet. Uit de medische verklaring volgt immers dat de psychiater dit oordeel niet alleen baseert op het ontbreken van ziektebesef maar ook op de bij betrokkene bestaande ernstige oordeels- en kritiekstoornissen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan het deskundige oordeel van de onafhankelijke psychiater in dezen.

Verplichte zorg

Betrokkene heeft primair verzocht het verzoek voor een zorgmachtiging af te wijzen en subsidiair de volgende vormen van verplichte zorg af te wijzen: het toedienen van medicatie, het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie.

Anders dan betrokkene is de rechtbank van oordeel op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- opnemen in een accommodatie.

Ter zitting is gebleken, mede uit de toelichting van de psychiater, dat de volgende vormen van verplichte zorg niet noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel af te wenden:

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

De rechtbank zal daarom deze verzochte vormen van verplichte zorg afwijzen.

Minder bezwarende alternatieven

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

Termijn

De advocaat heeft primair namens betrokkene verzocht het verzoek af te wijzen en subsidiair om niet meer dan twee maanden toe te wijzen zodat betrokkene een plan van aanpak kan opstellen met het behandelteam, een uitkering kan aanvragen en bewindvoering kan regelen.

Het verschil van inzicht tussen betrokkene en het behandelteam is groot. Om tot een zodanige mate van stabiliteit te komen dat betrokkene in staat is om haar leven zelfstandig in te richten, al dan niet met hulp vanuit het behandelteam en of anderen, is gelet op het dossier meer tijd nodig dan de door haar genoemde twee maanden. De nog resterende verzochte periode van vijf maanden is naar het oordeel van de rechtbank daarbij meer passend.

Al het voorgaande betekent dat de rechtbank de gevraagde machtiging zal verlenen voor de resterende termijn, dat wil zeggen tot en met uiterlijk 18 augustus 2026.

4. De verdere beslissing

De rechtbank:

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1984 in [plaatsnaam] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 augustus 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026 door

mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechter, in aanwezigheid van N.L.M. Lommen, griffier,

en op schrift gesteld op 18 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand