ECLI:NL:RBLIM:2026:9376

ECLI:NL:RBLIM:2026:9376

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 09-09-2026
Datum publicatie 02-09-2026
Zaaknummer 12261812 \ CV EXPL 26-2992
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Huurachterstand. Vordering tot ontbinding en ontruiming. Regeling in vonnis. Voorwaardelijke ontbinding.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 12261812 \ CV EXPL 26-2992

Vonnis van 9 september 2026

in de zaak van

STICHTING WONEN ZUID,

te Roermond,

eisende partij,

hierna te noemen: Wonen Zuid,

gemachtigde: [gemachtigde 1],

tegen

[huurder] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [huurder] ,

gemachtigde: [gemachtigde 2].

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- het mondeling antwoord

- de mondelinge behandeling van 26 augustus 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Wonen Zuid verhuurt met ingang van 1 februari 2017 aan [huurder] de woning aan de [adres] te ( [postcode] ) [plaats] (hierna: het gehuurde). Op deze huurovereenkomst zijn algemene huurvoorwaarden huurcontract zelfstandige woonruimte van toepassing. De actuele huurprijs bedraagt € 481,18 per maand en is bij vooruitbetaling voor de eerste van de maand verschuldigd.

Er is een huurachterstand ontstaan. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand tot en met mei 2026 € 1.393,53.

3. Het geschil

Wonen Zuid vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling de huurachterstand met nevenvorderingen.

Wonen Zuid legt hieraan ten grondslag dat [huurder] in zijn verplichtingen als huurder voortvloeiende uit de huurovereenkomst is tekortgeschoten door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Wonen Zuid de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

[huurder] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat hij als ZZP’er werkzaam is en zijn maandelijkse inkomen daardoor sterk wisselt. Op dit moment is hij nog in afwachting van een betaling van een klus, groot € 25.000,00. Hij wil graag in de woning blijven wonen. Voor de schulden die hij heeft bij zijn zorgverzekeraar en energieleverancier zijn inmiddels betalingsregelingen getroffen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling

Bij de mondelinge behandeling van 26 augustus 2026 zijn verschenen mevrouw [persoon 1] namens Wonen Zuid, bijgestaan door mevrouw [persoon 2] van [gemachtigde 1], en [huurder] , bijgestaan door mr. Cornelissen voornoemd.

Wonen Zuid heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de lopende huur sinds de dagvaarding wordt betaald zodat de huurachterstand niet verder is opgelopen. Gelet daarop heeft Wonen Zuid een voorstel gedaan waarbij [huurder] een laatste kans krijgt om in het gehuurde te blijven wonen.

[huurder] heeft dit voorstel geaccepteerd.

Na bespreking van de zaak zijn partijen met betrekking tot het in deze zaak gevorderde het volgende overeengekomen:

voor de huurachterstand tot en met mei 2026 met bijkomende (proces)kosten nemen partijen als uitgangspunt het in de brief van Wonen Zuid voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding genoemde bedrag van € 1.946,64, welke brief niet door Wonen Zuid in deze procedure is overgelegd;

voor het door Wonen Zuid betaalde griffierecht in deze procedure zal [huurder] een bedrag van € 200,00 vergoeden. De totale som aan huurachterstand, (proces)kosten en de hiervoor genoemde vergoeding bedraagt € 2.146,64;

om [huurder] tegemoet te komen, zal ook de huur van september 2026 bij de totale som worden meegenomen, die aldus bedraagt (€ 2.146,64 plus € 481,18 =) € 2.627,83;

ter aflossing van de totale som van € 2.627,83 zal [huurder] ingaande oktober 2026 telkens uiterlijk vóór de eerste van de maand € 200,00 betalen. De eerste aflossing dient dus te worden betaald vóór 1 oktober 2026;

de lopende huur van (thans) € 481,18 per maand wordt door [huurder] stipt betaald en telkens uiterlijk voor de eerste van de maand, ingaande oktober 2026. De eerste termijn aan lopende huur dient dus te worden betaald vóór 1 oktober 2026;

enkel en alleen indien [huurder] zich niet houdt aan het bovengenoemde onder a) tot en met g), zal de huurovereenkomst worden ontbonden en dient [huurder] het gehuurde binnen veertien dagen na de datum van ontbinding te ontruimen.

Wonen Zuid vraagt de kantonrechter, gelet hierop, de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken. [huurder] verzet zich daar niet tegen.

5. De beoordeling

De kantonrechter heeft de standpunten van partijen gehoord en oordeelt dat de niet (meer) betwiste vorderingen, met inachtneming van het hierna volgende, op de hierna onder ‘de beslissing’ vermelde wijze toewijsbaar zijn.

De kantonrechter stelt vast dat, zoals [huurder] beeft bevestigd, er geen minderjarige kinderen in het gehuurde verblijven. Daarom hoeft bij de voorwaardelijke ontbinding en ontruiming geen rekening te worden gehouden met de belangen van het minderjarige kind zoals bedoeld in artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

De kantonrechter compenseert de proceskosten voor zover deze niet al in de totale som zoals vermeld onder rechtsoverweging 4.4. van dit vonnis zijn opgenomen.

6. De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan de [adres] ( [postcode] ) in Roermond en veroordeelt [huurder] om de woning binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis met alle personen en zaken die zich van de kant van [huurder] in en om het gehuurde bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Wonen Zuid te stellen, indien en zodra aan de volgende voorwaarde wordt voldaan:

- [huurder] is in gebreke met de nakoming van een of meer van de in rechtsoverweging 4.4. van dit vonnis opgenomen verplichtingen die hij op zich heeft genomen,

veroordeelt [huurder] om te betalen aan Wonen Zuid, indien en zodra aan de hierboven genoemde voorwaarde wordt voldaan, een gebruiksvergoeding gelijk aan de maandelijkse huurprijs voor elke ingegane maand vanaf de datum van ontbinding tot aan het einde van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken door mr. Schreurs-van de Langemheen op 9 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand