RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 september 2026 in de zaak tussen
[naam] , uit Heerlen, verzoeker
de Burgemeester van de gemeente Heerlen, de burgemeester
Samenvatting
Zittingsplaats Maastricht
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 26/1833
(gemachtigde: mr. M. Bos),
en
(gemachtigden: mr. S. Quaedvlieg en mr. B. Visser).
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om aan verzoeker een last onder bestuursdwang op te leggen om de woning van verzoeker te sluiten voor zes maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom bezwaar gemaakt tegen het besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, in afwachting van de beslissing van de burgemeester op zijn bezwaar. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
1. Met het bestreden besluit van 16 juli 2026 heeft de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende dat de woning van verzoeker met ingang van 27 juli 2026 om 10:30 uur moet worden gesloten voor de duur van zes maanden.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De burgemeester heeft per e-mailbericht van 23 juli 2026 laten weten dat met sluiting van de woning wordt geacht totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. Daarnaast heeft de burgemeester een gecorrigeerde bestuurlijke rapportage ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 31 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit heeft.
Dit oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet. Als verzoeker het niet eens is met de beslissing op het bezwaar (die door de burgemeester nu nog moet worden genomen), kan verzoeker daartegen op dat moment beroep instellen bij de rechtbank. De rechtbank mag in die (bodem)procedure dus anders oordelen over de zaak dan de voorzieningenrechter nu.
Waar gaat deze zaak over?
3. Verzoeker huurt zijn woning gelegen aan de [adres] te Heerlen van woningcorporatie Woonpunt te Maastricht. De burgemeester heeft op 20 juni 2026 een op 12 juni 2026 op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat de politie, naar aanleiding van een melding van vernieling bij de woning gelegen aan voornoemd adres, ter plaatse verzoeker heeft aangetroffen die een ruit van zijn woning wilde inslaan omdat er mogelijk een pannetje op het vuur zou staan. Nadat de politie de woning heeft betreden om het gevaar weg te nemen, hebben zij echter geen pan op het vuur aangetroffen en het gasfornuis was ook niet aan. Wel trof de politie verschillende attributen aan die te maken hebben met het gebruik van verdovende middelen en een grote rode kist met twee hangsloten er aan. Langs de gesloten rand van de kist rook de politie een geur die bij hen ambtshalve bekend is als de geur van hennep. Na toestemming te hebben verkregen van de Officier van Justitie voor het doorzoeken van de woning en het in beslag nemen van verdovende middelen, heeft de politie de hangsloten verbroken en de kist geopend. Ze troffen een rode en een blauwe tas aan met daarin een grote hoeveelheid transparante gripzakken met een groene substantie. Deze substantie is bij de politie ambtshalve bekend als de softdrugs hennep. De inhoud van de kist is vervolgens in beslag genomen en naar het politiebureau vervoerd voor verder onderzoek.
Na het onderzoek zijn de volgende goederen en nettogewichten uiteindelijk in beslag genomen:
150 gram Blonde Assi (Hasjiesj, bruin van kleur);
45 gram Strawberry Punck (Hennep, groen van kleur);
50 gram Super Mac (Hennep, groen van kleur);
75 gram Super Mac (Hennep, groen van kleur);
70 gram Devil Cherry (Hennep, groen van kleur);
180 gram Biscotti (Hennep, groen van kleur);
130 gram Purple Ram (Hennep, groen van kleur);
675 gram Amnesia Haze (Hennep, groen van kleur);
130 gram Dante Inferno (Hennep, groen van kleur);
170 gram Tahiti Lime (Hennep, groen van kleur);
155 gram Durban Poison (Hennep, groen van kleur);
170 gram Oranje Creamicle (Hennep, groen van kleur);
170 gram Blue Dream (Hennep, groen van kleur);
145 gram Blue Zushi (Hennep, groen van kleur).
En de volgende goederen en brutogewichten:
41 gram RS Rest 27 (Hennep, groen van kleur);
29 gram RS 25 (Hennep, groen van kleur);
58 gram Henneptoppen (Hennep, groen van kleur);
328 gram Hennepgruis (Hennep, groen van kleur).
In totaal is dus de volgende totale gewichten in beslag genomen:
150 gram netto Hasjiesj;
2.165 gram netto Hennep;
456 gram bruto Hennep.
De burgemeester heeft op 24 juni 2026 het voornemen tot het opleggen van een last onder bestuursdwang, inhoudende sluiting van zijn woning voor zes maanden, aan verzoeker toegezonden en hem in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Verzoeker heeft op 3 juli 2026 van deze gelegenheid gebruik gemaakt. De burgemeester heeft in de zienswijze geen aanleiding gevonden om af te zien van zijn voornemen om de woning te sluiten.
Per e-mail van 27 augustus 2026 heeft de gemachtigde van de burgemeester bericht dat zij contact heeft gehad met de politieambtenaar die ter plaatse was en haar aanvullende informatie heeft gegeven. Onder meer over de locatie van de kist en wat op de salontafel is aangetroffen.
Daags voor de zitting heeft de burgemeester een gecorrigeerde bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen en vervolgens ingediend in deze procedure. Ter zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester toegelicht dat deze rapportage was opgesteld naar aanleiding van vragen die hij had gesteld. De informatie die in de e-mail van 27 augustus 2026 was verstrekt, was niet geheel in overeenstemming met de informatie uit de bestuurlijke rapportage. Onder meer de locatie van de kist was anders. In de nieuwe bestuurlijke rapportage is uitgewerkt welke gebruikersattributen op de salontafel zijn aangetroffen. Het gaat om drie grinders, een kapotte spiegel met witgekleurde poedervormige substantie, een bruingekleurde papieren zak met tientallen transparante nieuwe gripzakjes en drie mobiele telefoons. Ook stonden er vijf à zes glazen potjes met hennep. Verder staat in deze rapportage dat de rode kist is aangetroffen in een van de slaapkamers. In deze slaapkamer stonden alleen twee stoelen en de kist. Deze kamer was zo goed als leeg. In alle andere kamers waren wel meerdere meubels. Nergens in de woning waren bouwmaterialen of gereedschappen te zien en ook zag de woning er niet uit alsof er op dat moment werd geklust. Verzoeker gaf geen toestemming om in de kist te kijken. Verzoeker gaf aan dat er kleding in zat.
Gronden van verzoeker
4. Verzoeker is het niet eens met de voorgenomen woningsluiting en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het besluit is onzorgvuldig genomen. De bestuurlijke rapportage is opgesteld door iemand die niet zelf ter plaatse is geweest. De kist waarin de drugs zich bevonden was niet van verzoeker, maar van een vriend die hem in de woning hielp met klussen. Woningsluiting is niet geschikt en niet noodzakelijk. De situatie rondom de woning is al lang en breed hersteld en er zijn geen negatieve effecten als een gevoel van onveiligheid in de buurt geweest. Er is geen drugsgerelateerde handel in en/of rondom de woning geweest. Er zijn geen verklaringen van buurtbewoners voorhanden over mogelijke handel en zijn er ook geen attributen gevonden die duiden op handel. Over de aanwezigheid van de grinders, de witte substantie, de lege gripzakjes en de telefoons heeft verzoeker een plausibele en consistente verklaring afgelegd. Verzoeker gebruikt namelijk zelf verdovende middelen. Er is geen drugsgerelateerde toeloop naar de woning geweest en de woning vervult geen rol binnen de keten van drugshandel. Er is geen sprake geweest van een ondergeschikte woonfunctie. Er is ook in het verleden geen drugsgerelateerde criminaliteit in de woning geweest. De woning staat niet bekend als drugspand. Een sluiting van de woning gaat juist zorgen voor bekendheid van het incident in de buurt, wat nu nog niet het geval is. Er kan volstaan worden met een minder ingrijpend middel zoals een waarschuwing of een last onder dwangsom. De sluiting van de woning is niet evenwichtig en in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De nadelige gevolgen van een woningsluiting zijn voor verzoeker onevenredig in verhouding tot de te dienen doelen van de burgemeester. Tot slot heeft verzoeker nog aangevoerd dat de volgens het beleid van de burgemeester gehanteerde bovengrens van de maximale hoeveelheid hennep voor eigen gebruik niet in verhouding staat met de gehanteerde bovengrens van het maximale aantal hennepplanten voor eigen gebruik.
Is sprake van een spoedeisend belang?
5. De door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor verzoeker niet kan wachten op een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter dient dus eerst te beoordelen sprake of is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
Gelet op het feit dat verzoeker de woning in het geval van sluiting daarvan voor de duur van zes maanden zal moeten verlaten, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende gebleken is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De burgemeester heeft dit ook niet betwist. De zaak zal dan ook verder inhoudelijk worden beoordeeld.
Toetsingskader
6. Bij de beoordeling van het verzoek zijn de volgende regels van belang.
De bevoegdheid voor het nemen van het sluitingsbesluit is gelegen in artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet. Op grond van deze bepaling kan de burgemeester een woning sluiten als in een woning hard- en/of softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel met dat doel aanwezig is. De burgemeester beschikt over beleidsruimte om de woning al dan niet gesloten te verklaren.
De burgemeester heeft op 21 januari 2025 het Damoclesbeleid Heerlen (de Beleidsregels) vastgesteld. In deze Beleidsregels staat dat een woning zonder waarschuwing wordt gesloten voor de duur van zes maanden indien er sprake is van het aantreffen van significante handelshoeveelheden softdrugs voor opslag en/of overslag.
Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
Zorgvuldigheid van het besluit
7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker terecht naar voren heeft gebracht, dat het bestreden besluit onzorgvuldig is genomen. Het bestreden besluit is namelijk gebaseerd op een bestuurlijke rapportage die onjuistheden bevat. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat de bestuurlijke rapportage is opgesteld door een verbalisant, die niet ter plaatse is geweest en zich had gebaseerd op de gegevens in het politiesysteem. Deze verbalisant had de gegevens die in het systeem stonden, niet goed gelezen. De voorzieningenrechter vindt het kwalijk dat hierdoor slordigheden en onjuistheden staan in de bestuurlijke rapportage. Juist omdat verdere informatie, zoals foto’s of processen-verbaal, niet aanwezig zijn in dit dossier, is het van groot belang dat de bestuurlijke rapportage volledig en correct is. Verzoeker heeft dit punt dus zeker terecht naar voren gebracht. Maar dit leidt niet tot een toewijzing van het verzoek. De burgemeester heeft namelijk zelf deze onzorgvuldigheid onderkend, heeft navraag gedaan bij de politie en hierop is een gecorrigeerde bestuurlijke rapportage ontvangen. Deze gecorrigeerde rapportage kan worden betrokken bij de nog te nemen beslissing op bezwaar.
Volgens verzoeker bevat de gecorrigeerde bestuurlijke rapportage nog steeds onjuistheden. Hij heeft namelijk niet verklaard dat er kleding in de kist zat, maar hij heeft gezegd dat het om verfkleding en verfspullen gaat. Verder kan het niet kloppen dat de politie heeft geroken dat er hennep in de kist zat. Deze kist was luchtdicht en verzoeker zelf heeft niks geroken. Het is verder opvallend dat de politie de zaken die op de salontafel zijn aangetroffen, niet in beslag heeft genomen. Dus ook de potjes met hennep niet, die volgens de politie duiden op handel.
De voorzieningenrechter beschikt niet over aanknopingspunten dat de gecorrigeerde bestuurlijke rapportage nog onjuistheden bevat. In deze rapportage staat dat verzoeker verklaarde dat het om ’kleding’ ging. Dat is wat hij ook ter zitting over de inhoud heeft verklaard. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding om eraan te twijfelen dat de politie ter plaatse de geur van hennep rook bij de kist. Dit is opgenomen in beide bestuurlijke rapportages, dus op dit punt bestaat geen tegenstrijdigheid. Dat de potjes met hennep volgens verzoeker niet in beslaggenomen zijn, doet er niet aan af dat de politie in de kist een grote hoeveelheid softdrugs heeft gevonden. Wel vindt de voorzieningenrechter dat de burgemeester onvoldoende heeft toegelicht hoe het precies zit met de henneppotjes. Dit punt kan nog worden opgehelderd. Maar ook hierin ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorziening te treffen.
Bevoegdheid van de burgemeester om tot sluiting over te gaan
8. De voorzieningenrechter stelt vast dat de aangetroffen hoeveelheid hennep van in totaal 2.771 gram in ieder geval met 554 keer de hiervoor weergegeven maximale toegestane hoeveelheid softdrugs van 5 gram overschrijdt. Gelet op deze aangetroffen hoeveelheid – en de manier waarop de drugs was verpakt – kan dan ook worden aangenomen dat sprake is van een bedrijfsmatige en professionele hennephandel. De burgemeester is dan ook in beginsel bevoegd de woning zonder waarschuwing te sluiten voor zes maanden.
Deze sluitingsduur is in overeenstemming met de Beleidsregels. Verzoeker heeft erop gewezen dat voor wat betreft hennepplanten een ondergrens voor directe sluiting is geformuleerd. Dan is het vreemd dat na oogst van de planten die ondergrens niet meer geldt. Deze grond slaagt niet. In het geval van verzoeker is geen hennepkwekerij aangetroffen en is ook geen sprake van een aanwezigheid hennep, direct na oogst. Het gaat om een grote hoeveelheid gedroogde hennep en in zo’n geval gaat de burgemeester uit van een sluiting voor de duur van zes maanden.
Dat de woning hoofdzakelijk als woning werd gebruikt, sluit toepassing van artikel 13b van de Opiumwet niet uit. De bevoegdheid ziet juist ook op woningen waarin handelshoeveelheden drugs worden aangetroffen.
Geschiktheid en noodzakelijkheid
9. Als de burgemeester bevoegd is om een pand te sluiten, is de volgende vraag of de sluiting gelet op het tijdsverloop geschikt is en zo ja, of er een noodzaak bestaat om een pand te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie en strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Herstel van de openbare orde is dus niet op zichzelf het doel van deze toepassing. Dit neemt niet weg dat een overtreding van de Opiumwet, ook wanneer deze plaatsvindt in of vanuit een woning, gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en in meer of mindere mate gepaard gaat met verstoring van de openbare orde. Het ligt voor de hand dat de burgemeester die effecten op de omgeving betrekt in zijn beoordeling of het noodzakelijk is om over te gaan tot sluiting van een woning. Deze beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester voldoende heeft toegelicht dat de sluiting noodzakelijk is. Het tijdsverloop betekent niet dat de sluiting van de woning niet meer geschikt is. Dat de verdovende middelen in beslag zijn genomen, betekent niet dat de noodzaak tot sluiting is komen te vervallen. Met het aanbrengen van de bekendmaking van de sluiting op de woning is de tijdelijke sluiting ervan zichtbaar. Dit heeft het effect dat de bekendheid en de toegankelijkheid als drugspanden wordt weggenomen en dat de ‘loop’ er naartoe eruit wordt gehaald, waarmee de woning aan het criminele drugscircuit worden onttrokken. Het gaat daarnaast de aantrekkingskracht op andere criminele activiteiten tegen en geeft een signaal af dat tegen drugscriminaliteit wordt opgetreden. De enkele omstandigheid dat er geen meldingen zijn geweest waaruit blijkt dat sprake is van drugscriminaliteit, wil nog niet zeggen dat de woning niet bekend en toegankelijk is als drugspand en dat er geen ‘loop’ naartoe is. De aangetroffen hennep betrof 554 keer de gebruikershoeveelheid van 5 gram. Dit maakt het aannemelijk dat de aangetroffen softdrugs gedeeltelijk of geheel bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het voorgaande wordt ondersteund door de manier waarop de softdrugs verpakt is, namelijk in verschillende transparante gripzakjes. Dat de henneppotjes volgens verzoeker niet in beslaggenomen zijn, doet niet af aan de ernst van de aangetroffen hennep in de afgesloten kist. De burgemeester heeft voldoende gemotiveerd dat sprake is van een ernstig geval. Verder is de woning gelegen in de wijk Meezenbroek-Schaesbergerveld. In een cirkel met een straal van 750 meter vanaf de woning zijn er in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2026 32 Damoclesmaatregelen opgelegd. Hiermee staat de wijk op de derde plek van alle wijken waar de meesten van dergelijke maatregelen zijn uitgesproken. Verder blijkt uit relevante politieregistraties van drugs- en drankoverlast, drugshandel, wapenhandel en straatroof dat er 429 registraties zien op de wijk Meezenbroek-Schaesbergerveld. In de periode van 1 juni 2022 tot en met 31 maart 2026 zijn er voorts door bewoners 69 meldingen gedaan van drugsoverlast en prostitutie. Het voorgaande maakt het gebied rond de [adres] een voor drugscriminaliteit kwetsbaar gebied. Dat daarnaast op loopafstand van de [adres] het Vista College, een middelbare school, ligt, maakt het tot een extra kwetsbaar gebied. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester voldoende toegelicht waarom de leefbaarheid in de wijk Meezenbroek-Schaesbergerveld beschermd dient te worden en dat drugscriminaliteit dient te worden tegengegaan. Het is noodzakelijk dat een signaal wordt afgegeven aan de buurtbewoners en de betrokken criminelen dat tegen drugscriminaliteit wordt opgetreden. De gemeente Heerlen is daarnaast een aantrekkelijke locatie voor drugscriminaliteit door de ligging in het grensgebied. Daardoor is er aanzienlijk meer drugscriminaliteit dan in andere delen van Nederland.
Uit voorgaande omstandigheden volgt dat de burgemeester de sluiting van de woning dan ook een geschikt en noodzakelijk middel heeft mogen achten om de geconstateerde overtreding te beëindigen en de daarmee samenhangende negatieve gevolgen voor de openbare orde en veiligheid te herstellen en herhaling te voorkomen. De burgemeester was niet gehouden om met een minder ingrijpend middel te volstaan, zoals verzoeker heeft gesteld.
Evenwichtigheid
10. Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting van het pand geschikt en noodzakelijk is, dient hij zich ervan te vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid bij de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig.
De voorzieningenrechter vindt de gevolgen van de sluiting in dit geval niet onevenwichtig. De burgemeester heeft meer gewicht mogen toekennen aan het herstel van de openbare orde en een veilig woon- en leefklimaat in de omgeving dan aan het belang van verzoeker.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de sluiting een aan een object gebonden maatregel is en niet een aan een persoon gebonden maatregel. Maar de persoonlijke verwijtbaarheid speelt wel een rol bij de beoordeling of de maatregel evenwichtig is. De enkele stelling van verzoeker dat de kist waarin de drugs zich bevonden van een vriend was die in de woning heeft geklust of zou gaan klussen, doet er niet aan af dat verzoeker als overtreder kan worden aangemerkt. Voor zover al moet worden aangenomen dat sprake is van het ontbreken van wetenschap, dan neemt dat niet weg dat verzoeker verantwoordelijk kan worden gehouden voor de aangetroffen situatie. Verzoeker als huurder van de woning is verantwoordelijk voor wat zich daarin bevindt en afspeelt. Van hem mag worden verwacht dat hij voldoende toezicht houdt op het gebruik van zijn woning. Als de kist daadwerkelijk klusspullen zou bevatten, dan valt niet in te zien waarom deze was afgesloten. Een verklaring van de betreffende vriend waaruit blijkt dat de kist van hem was en dat verzoeker geen enkele weet had van de inhoud, is (nog) niet overgelegd. Verzoeker heeft hiervoor ruimschoots de tijd gehad. Op dit moment beschikt de voorzieningenrechter over geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat de kist níet van verzoeker was.
Inherent aan een sluiting van een woning is dat de huurder de woning moet verlaten. Dit is op zichzelf dan ook geen bijzondere omstandigheid. Verzoeker heeft niet aan de hand van stukken onderbouwd of geconcretiseerd dat het (financieel) onmogelijk is voor hem om voor de duur van zes maanden een andere woning te vinden (en te betalen). Zijn stelling dat hij tevergeefs pandjesbazen heeft gebeld, dat hij niet in aanmerking komt voor anti-kraak wonen, dat de opvang vol is (en ook niet geschikt voor hem) en dat hij niet bij familie of vrienden terecht kan, heeft hij op geen enkele wijze onderbouwd. Daarnaast heeft verzoeker niet aan de hand van stukken aangetoond dat hij een bijzondere binding met zijn huidige woning heeft, waardoor niet van hem verlangd kan worden dat hij tijdelijk ergens anders gaat wonen. In het bestreden besluit heeft de burgemeester toegelicht dat Heerlen, vergeleken met andere gemeenten, een relatief ruime woningmarkt heeft. Op zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester nog verklaard dat Team Toegang verzoeker kan helpen met het zoeken van een woning dan wel slaapplek bij bijvoorbeeld de dag- en nachtopvang of de crisisopvang. Ter zitting is namens de burgemeester benadrukt dat verzoeker niet op straat komt te staan als gevolg van het bestreden besluit.
Belangenafweging
11. Uit voorgaande overwegingen volgt dat het bestreden besluit bij deze stand van zaken naar verwachting standhoudt in bezwaar. Verzoeker heeft geen enkel stuk ingediend ter onderbouwing van zijn stellingen. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij niet wist dat het aan hem was om deze stukken in te dienen. De advocaat van verzoeker heeft benadrukt er alles aan te doen om deze stukken alsnog in te brengen. De gemachtigde van de burgemeester heeft verklaard (enige tijd) te wachten met het nemen van de beslissing op bezwaar, totdat verzoeker deze stukken heeft ingediend. Ter zitting is besproken of dit zou moeten leiden tot een toewijzing van het verzoek, omdat de burgemeester toch wacht met de effectuering van de last onder bestuursdwang. De burgemeester heeft zich hiertegen verzet, wijzend op het tijdsverloop dat op een gegeven moment ook een rol gaat spelen bij de beoordeling van de besluitvorming. Deze belangen van verzoeker en de burgemeester tegenover elkaar afwegend, komt de voorzieningenrechter tot een afwijzing van het verzoek. Verzoeker wist vanaf de ontvangst van het voornemen dat de burgemeester van plan was om de woning te sluiten en heeft dus heel veel tijd gehad om bewijsstukken te verstrekken of in elk geval een begin van bewijs. De burgemeester heeft ter zitting toegelicht dat bij een afwijzing van het verzoek, in elk geval twee weken wordt gewacht met het sluiten van de woning. Verzoeker kan deze tijd gebruiken om alsnog bewijsstukken te verkrijgen. Indien de situatie wijzigt, heeft verzoeker de mogelijkheid om zich opnieuw tot de voorzieningenrechter te wenden.
Conclusie en gevolgen
12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af. Dat betekent dat de burgemeester de woning van verzoeker in afwachting van de beslissing op bezwaar niet (meer) open hoeft te houden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.P. Jacobs, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.M.A.W. Kusters-van Mulken, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 7 september 2026.