ECLI:NL:RBLIM:2026:9478

ECLI:NL:RBLIM:2026:9478

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 07-09-2026
Datum publicatie 07-09-2026
Zaaknummer ROE 25/2898
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Omgevingswet. Omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit bouwen (OPA Bouwen). Limitatief imperatief stelsel. geen strijd met het omgevingsplan vanwege de door eiseres aangehaalde planregels over bijgebouwen. De uitbreiding van de woning kan naar oordeel de rechtbank worden aangemerkt als een ‘aanbouw’ in de zin van het omgevingsplan en niet als een ‘bijgebouw’. Ook geen strijd met de redelijke eisen van welstand. Het bouwplan voldoet daarmee aan de eisen die in artikel 22.29, onder a en b, van het Omgevingsplan zijn gesteld, waardoor verweerder de omgevingsvergunning niet mocht weigeren. Het beroep is ongerond.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten

Samenvatting

Zittingsplaats Maastricht

Bestuursrecht

zaaknummer: ROE 25/2898

en

(gemachtigden: mr. J.J.E.H.N. Reijnders en M.J.C. Eshuis).

1. Deze uitspraak gaat over een verleende omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een woning aan de voorzijde van het adres [adres 1] in [woonplaats] . Eiseres is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder de omgevingsvergunning mocht verlenen.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 10. Daarbij gaat de rechtbank in op de door eiseres aangevoerde beroepsgronden. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. De eigenaar van het pand aan de [adres 1] in [woonplaats] (hierna: vergunninghouder) heeft op 21 februari 2025 een aanvraag ingediend bij verweerder voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van zijn woning aan de voorzijde. Verweerder heeft de gevraagde omgevingsvergunning met het besluit van

9 april 2025 verleend. Eiseres woont op het naastgelegen adres aan [adres 2] in [woonplaats] en heeft tegen de verleende omgevingsvergunning bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 26 oktober 2025 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de verleende omgevingsvergunning in stand gelaten.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft daarop gereageerd met een verweerschrift.

Eiseres heeft een nadere reactie ingediend op 14 juli 2026 naar aanleiding van het verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 11 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres met haar partner [naam] en de gemachtigden van verweerder.

Overwegingen

Inleiding

3. De door vergunninghouder op 21 februari 2025 ingediende vergunningaanvraag heeft betrekking op een omgevingsplanactiviteit voor bouwen als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (Ow). Met de aanvraag beoogt vergunninghouder een uitbreiding aan de voorzijde van zijn woning te realiseren met een toename aan vloeroppervlak en bebouwd oppervlak met ca. 15 m² en een vergroting van het bouwvolume met ca. 50 m³. Door de uitbreiding wordt op de begane grond de entree van de woning vergroot en wordt een nieuwe bijkeuken gerealiseerd.

4. Verweerder heeft de vergunningaanvraag getoetst aan het omgevingsplan en heeft het plan op 11 maart 2025 ter toetsing voorgelegd aan de dorpsbouwmeester in het kader van welstand. Op 24 maart 2025 heeft verweerder verzocht om aanpassing van de aanvraag vanwege het bouwen tegen de woning van eiseres en het ontbreken van toestemming daarvoor van eiseres. Op 3 april 2025 heeft vergunninghouder een aangepaste bouwtekening ingediend waarbij de aanbouw wordt gerealiseerd op eigen terrein met een dilatatie tussen de buitenste muur van de woning van eiseres en de buitenste muur van de aanbouw.

5. Verweerder heeft de omgevingsvergunning bij besluit van 9 april 2025 verleend. Verweerder heeft zich daarin op het standpunt gesteld dat de aanvraag niet in strijd is met de voorschriften uit het omgevingsplan en de redelijke eisen van welstand en dat de omgevingsvergunning daarom, gelet op artikel gelet op artikel 8.0a, eerste lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), (binnenplans) kan worden verleend. Eiseres heeft tegen de verleende omgevingsvergunning bezwaar gemaakt.

Het bestreden besluit

6. Bij het besteden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de verleende omgevingsvergunning in stand gelaten. Verweerder heeft zich daar bij – kort gezegd – op het standpunt gesteld, onder verwijzing naar het advies van de commissie bezwaarschriften, dat het bouwplan niet in strijd is met de voorschriften uit het geldende omgevingsplan en de redelijke eisen van welstand en dat de omgevingsvergunning om die reden niet kan worden geweigerd.

Standpunt eiseres

7. Eiseres voert aan dat sprake is van strijd met het omgevingsplan en dat de omgevingsvergunning om die reden ten onrechte is verleend. Volgens eiseres is namelijk sprake van strijd met de regels over bijgebouwen uit artikel 14.2.2, onder h, van het omgevingsplan. Ook voert eiseres aan dat het bouwplan niet zorgvuldig aan de redelijke eisen van welstand is getoetst vanwege het niet voorleggen van de aangepaste bouwtekening van 3 april 2025 aan de dorpsbouwmeester. Verder stelt eiseres dat verweerder de uitbreiding van de woning niet heeft mogen vergunnen vanwege privaatrechtelijke afspraken en de (privaatrechtelijke) gevolgen van het bouwplan voor eiseres, zoals de korte afstand tot de erfgrens en de omstandigheid dat zij door de aanbouw geen raam meer kan realiseren in de zijgevel van haar woning.

Toetsingskader en uitgangspunten voor de beoordeling

8. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten.

Een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Ow wordt in de bijlage bij die wet – voor zover hier van belang – gedefinieerd als:

a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan

(…).

Artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl luidt: voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning.

Op grond van artikel 22.26 van het omgevingsplan is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

Op grond van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a en onder b, van het omgevingsplan – voor zover hier van belang – wordt, voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, de omgevingsvergunning alleen verleend als:

de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van paragraaf 22.2.4;

het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand (…).

Uit artikel 22.1 van de Omgevingswet, gelezen in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, volgt dat het tijdelijke deel van het omgevingsplan onder meer bestaat uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Ter plaatse gelden de regels van het voormalig bestemmingsplan ‘Kern Noorbeek’, die onderdeel uitmaken van het (tijdelijk) omgevingsplan Gemeente Eijsden Margraten. Volgens dat bestemmingsplan geldt op het perceel de bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Waarde-Archeologie’. In artikel 14.2.2, onder h, van het bestemmingsplan is bepaald dat bijgebouwen in de zijdelingse perceelsgrens of op een afstand van niet minder dan 1 m tot de zijdelingse perceelsgrens dienen te worden gebouwd.

Op grond van artikel 1 van het bestemmingsplan wordt verstaan onder:

bijgebouw: een aangebouwd dan wel vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat architectonisch en/of bouwkundig ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

aanbouw: een aan het hoofdgebouw gebouwd gebouw, bestaande uit één bouwlaag gemeten vanaf het peil-, dat bouwkundig ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw.

Verweerder moet, gelet op het limitatief-imperatief stelsel, de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwen verlenen wanneer het bouwplan niet in strijd is met de voorwaarden die daaraan zijn gesteld in het omgevingsplan. Dit betekent – gelet op artikel 8.0a, eerste lid van het Bkl, onder 8.2 – dat verweerder de omgevingsvergunning moet verlenen. Het gaat in dit geval om een zogenoemde gebonden beschikking, waarbij verweerder geen ruimte heeft voor het maken van een nadere belangenafweging.

Omvang geschil

9. De vraag die in dit geval voorligt is of de weigeringsgronden uit artikel 22.29, onder a en onder b, van het omgevingsplan zich voordoen, die zien op strijd met het omgevingsplan en strijd met redelijke eisen van welstand. Het geschilpunt over strijd met het omgevingsplan spitst zich specifiek toe op vraag of het bouwplan past binnen de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan, waarbij het concreet gaat om de bepaling uit artikel 14.2.2. onder h, van het bestemmingsplan over bijgebouwen en de vraag of het vergunde bouwplan kan worden aangemerkt als een bijgebouw. Niet in geschil is dat het bouwplan past binnen de overige bouw- en gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan. Verder is tussen partijen in geschil of het bouwplan zorgvuldig aan de redelijke eisen van welstand is getoetst en of verweerder het bouwplan heeft mogen vergunnen vanwege privaatrechtelijke afspraken en de (privaatrechtelijke) gevolgen daarvan voor eiseres.

De rechtbank stelt voorop dat het beoordelingskader waaraan verweerder is gebonden bij dit soort vergunningen geen ruimte biedt voor een nadere belangenafweging. Dit betekent dat verweerder eventuele privaatrechtelijke belemmeringen met betrekking tot de realisatie van het bouwplan – zoals de door eiseres gestelde (te) korte afstand tot de erfgrens en door partijen gemaakte privaatrechtelijke afspraken – niet kon betrekken in de besluitvorming. Dat geldt ook voor privaatrechtelijke lasten en beperkingen, zoals opgenomen in notariële aktes, waarnaar eiseres heeft verwezen en voor de door eiseres genoemde omstandigheid dat zij door de aanbouw geen raam meer kan realiseren in de zijgevel van haar woning. Dergelijke omstandigheden kunnen, gelet op het limitatief-imperatief stelsel, niet leiden tot weigering van de gevraagde omgevingsvergunning. In het navolgende beoordeelt de rechtbank daarom alleen of de weigeringsgronden uit artikel 22.29, onder a en b, van het omgevingsplan zich voordoen.

Beoordeling door de rechtbank

Strijd met de regels over bijgebouwen uit het omgevingsplan?

10. Eiseres voert aan dat het bouwplan in strijd is met de bouwregels voor bijgebouwen uit artikel 14.2.2 onder h, van het omgevingsplan. Eiseres wijst er daarbij op dat bijgebouwen in de zijdelingse perceelsgrens of op een afstand van niet minder dan 1 m tot de zijdelingse perceelsgrens dienen te worden gebouwd en dat de onderhavige uitbreiding van de woning daaraan niet voldoet. De uitbreiding van de woning, die volgens eisers als bijgebouw moet worden aangemerkt, staat namelijk op een afstand staan van 50 mm / 5 cm tot de zijdelingse perceelsgrens. Volgens eiseres is deze regel van toepassing op het onderhavige plan omdat volgens eiseres sprake is van een bijgebouw. Eiseres verwijst daartoe naar de definitie van ‘bijgebouw’ uit het omgevingsplan waaraan het aangebouwde volgens eiseres voldoet. Daaruit volgt volgens eiseres namelijk dat onder ‘bijgebouw’ mede een aangebouwd gebouw wordt verstaan dat behoort bij het hoofgebouw en dat daaraan architectonisch en bouwkundig ondergeschikt is, zoals het onderhavige bouwplan. Verder verwijst eiseres naar de definitie van ‘zijdelingse perceelsgrens’ uit het omgevingsplan en naar de bouwtekeningen, waaruit volgens eiseres blijkt dat het aangebouwde deel op dit punt niet voldoet aan de bouwregels voor bijgebouwen vanwege de afstand van 5 cm tot de zijdelingse perceelsgrens en vanwege de manier waarop de afstand in het onderhavige geval is gemeten. Vanwege de strijd met het omgevingsplan kon de omgevingsvergunning volgens eiseres niet verleend worden, gelet op het bepaalde in artikel 8.0a, eerste lid van het Bkl.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de uitbreiding van de woning niet als bijgebouw maar als aanbouw moet worden aangemerkt. Verweerder verwijst daarvoor naar de begripsbepalingen van ‘aanbouw’ en ‘bijgebouw’ uit het omgevingsplan. Het vergunde aangebouwde deel maakt volgens verweerder in functioneel opzicht deel uit van het hoofdgebouw, waardoor sprake is van een aanbouw en geen bijgebouw. Hierdoor zijn de regels uit artikel 14.2.2. onder h over bijgebouwen, waarnaast eiseres verwijst, volgens verweerder niet van toepassing op het onderhavige plan. Daarom is volgens verweerder geen sprake van strijd met het omgevingsplan.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat het bouwplan niet in strijd is met het omgevingsplan vanwege de daarin opgenomen regels over bijgebouwen. De rechtbank motiveert dit oordeel als volgt.

Voor de toepasselijkheid van de planregel uit artikel 14.2.2. onder h, waarnaar eiseres verwijst, moet sprake zijn van een bijgebouw. De uitbreiding van de woning van vergunninghouder kan naar het oordeel van de rechtbank niet als ‘bijgebouw’ worden aangemerkt, maar als ‘aanbouw’, gelet op de begripsbepalingen uit het omgevingsplan.

De betreffende uitbreiding kan naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als een aan het hoofdgebouw, in dit geval de woning, gebouwd gebouw dat bouwkundig ondergeschikt is aan het hoofdgebouw én in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw. De uitbreiding van de woning aan de voorgevel wordt immers direct aan de woning vast gebouwd op één bouwlaag binnen het aangeduide bouwvlak en maakt zowel bouwkundig als functioneel onderdeel uit van het hoofdgebouw en de bestaande functie voor wonen. Daarin wordt namelijk onder meer de entree gerealiseerd met een bijkeuken. Het aangebouwde deel vormt daarmee, anders dan een bijgebouw, zowel bouwkundig als functioneel gezien een direct onderdeel van de woning. Van een enkele ondergeschiktheid aan het hoofdgebouw, zoals dat geldt voor een bijgebouw, is dan ook geen sprake. Daarbij acht de rechtbank ook van belang dat de woning niet via de voordeur betreden kan worden zonder daarbij ook de aanbouw, waarin de entree is gelegen, te gebruiken. Het bouwplan heeft zonder woning geen zelfstandige functie. Verweerder heeft daarom bij het bestreden besluit terecht geconcludeerd dat sprake is van een aanbouw en dat de regels over bijgebouwen op het onderhavige bouwplan niet van toepassing zijn. Verweerder heeft in die regels dan ook geen grond hoeven zien om het bouwplan in strijd te achten met het omgevingsplan. De beroepsgrond van eiseres slaagt niet.

Toetsing aan de redelijke eisen van welstand

11. Eiseres heeft zich verder in de nadere reactie van 14 juli 2026 op het standpunt gesteld dat het welstandsadvies dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt onzorgvuldig is, omdat daarbij niet is uitgegaan van de nieuwe, aangepaste bouwtekening van 3 april 2025. Omdat de nieuwe tekening niet is beoordeeld door de dorpsbouwmeester is het bouwplan volgens eiseres niet zorgvuldig aan de redelijke eisen van welstand getoetst.

De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat het plan op een onjuiste of onzorgvuldige manier aan de redelijke eisen van welstand is getoetst. De rechtbank is uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gebleken dat de oorspronkelijke aanvraag van 21 februari 2025 aan de dorpsbouwmeester is voorgelegd en dat de daarna doorgevoerde aanpassing van 3 april 2025 geen betrekking heeft op welstandsaspecten. De aanpassing voorzag namelijk enkel in een wijziging ten aanzien van de rechter zijgevel en de toevoeging van een ruimte tussen die zijgevel en de gevel van eiseres om het bouwen tegen de woning van eiseres te voorkomen. Door partijen is ter zitting daarover toegelicht dat de aanpassing enkel zag op een nieuw technisch detail voor de toevoeging van geventileerde spouw met stripafweking. Verweerder heeft zich daarom naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat ten opzichte van de oorspronkelijke aanvraag geen sprake was van zodanige verandering van de voorgevel of het aanzicht en/of uiterlijk van de aanbouw, dat het plan opnieuw aan de dorpsbouwmeester had moeten worden voorgelegd. Hieruit volgt dan ook niet dat de toetsing van het plan aan de redelijke eisen van welstand onjuist of onvolledig zou zijn geweest. Daarnaast heeft eiseres ook niet toegelicht of onderbouwd met welke welstandseisen dat het bouwplan volgens haar in strijd zou zijn. De enkele omstandigheid dat eiseres het niet eens is met de uitvoering van het nieuwe technische detail tussen de gevels of meer in het algemeen het bouwplan niet gerealiseerd wil zien, is daartoe onvoldoende. De rechtbank ziet hierin dan ook geen grond voor het oordeel dat het bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

12. Nu geen sprake is van strijd met het omgevingsplan en ook de weigeringsgrond over strijd met de redelijke eisen van welstand zich niet voordoet, voldoet het bouwplan aan de eisen die in artikel 22.29, onder a en b, van het Omgevingsplan zijn gesteld voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Dit betekent dat de omgevingsvergunning door verweerder niet mocht worden geweigerd. Het beroep van eiseres is ongegrond.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.J.A. Smitsmans, rechter, in aanwezigheid van

mr. N.A.M. Bergmans, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op: 7 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 7 september 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. K.M.J.A. Smitsmans

Griffier

  • mr. N.A.M. Bergmans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand