ECLI:NL:RBLIM:2026:951

ECLI:NL:RBLIM:2026:951

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 29-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer ROE 26/8 en ROE 26/19
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

Woningsluiting op grond van 13b Opiumwet. Voorlopige voorziening hangende beroep. Kortsluiten. Hennepkwekerij. Burgemeester is bevoegd. Sluiting voor zes maanden noodzakelijk en evenwichtig. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

[naam] , uit Heerlen, verzoeker

de Burgemeester van de gemeente Heerlen, de burgemeester

Samenvatting

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummers: ROE 26/8 en ROE 26/19

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 januari 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

(gemachtigden: mr. J.I.T. Sopacua en M. van Leeuwen),

en

(gemachtigde: mr. K. Ubags).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester om de woning van verzoeker voor zes maanden te sluiten. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld tegen het besluit van de burgemeester en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij voert daartoe een aantal gronden aan.

De voorzieningenrechter beoordeelt ook de beroepsprocedure en verklaart het beroep ongegrond. Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat als gevolg daarvan geen grond meer. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 14 augustus 2025 (het primaire besluit) heeft de burgemeester de woning van verzoeker gesloten voor de duur van zes maanden. Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en de voorzienignenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (ROE 25/2005). In de uitspraak van 1 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter dit verzoek toegewezen. Het primaire besluit is geschorst tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

Bij besluit van 24 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester het primaire besluit (en daarmee de sluiting van zes maanden) gehandhaafd.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De burgemeester heeft laten weten de sluiting op te schorten vanwege het ingediende verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker heeft op 19 januari 2026 aanvullende (medische) stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester. Verder is aan de zijde van de burgemeester B. Visser verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Kortsluiten

3. Na afloop van de zitting is de voorzieningenrechter tot de conclusie gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. De voorzieningenrechter doet daarom niet alleen uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, maar ook op het beroep.

Waar gaat deze zaak over?

4. Verzoeker is huurder van de woning en huurt de woning van Stichting Woonpunt.

De burgemeester heeft op 15 juli 2025 een bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen. Op 17 juni 2025 heeft de politie de woning doorzocht naar aanleiding van een positieve DALI-netwerkmelding en buurtonderzoek. In de woning is (in de kelder) een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De hennepkwekerij was verdeeld over twee kweekruimtes en in de woning zijn 228 hennepplanten aangetroffen. In de woning werden verder de volgende goederen aangetroffen:

100 elektriciteitssnoeren;

1 schakelbord;

2 snelheidsregelaars;

1 voedingscomputer;

1 koolstoffilter;

1 opticlimate;

1 metalen CO2-booster;

1 temperatuurventilatieregelaar;

1 water-, beluchting- en dompelpomp;

12 cans groeimiddelen;

1 hygro- ph/ec en thermometer.

In ruimte A:

9 armaturen;

9 assimilatielampen;

9 aluminium transformatoren;

1 koolstoffilter;

2 metalen CO2-boosters;

1 temperatuurventilatieregelaar.

In ruimte B:

16 armaturen;

16 assimilatielampen;

16 aluminium transformatoren;

1 voedingscomputer:

1 koolstoffilter;

2 slakkenhuizen;

2 metalen ventilatoren;

1 opticlimate;

1 temperatuurventilatieregelaar.

Verder werd vastgesteld dat de elektriciteitsvoorziening op illegale wijze was gemanipuleerd. Onderzoek door de netbeheerder heeft bevestigd dat er sprake was van diefstal van stroom. Ook werden er omstandigheden aangetroffen die wezen op een of meerdere opbrengsten uit eerdere oogsten.

In de uitspraak van 1 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en bepaald dat het primaire besluit geschorst wordt tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter heeft in haar uitspraak overwogen dat onvoldoende duidelijk is wat de gevolgen van een woningsluiting voor verzoeker zijn en of het besluit evenwichtig is. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het nodig is dat verzoeker in de bezwaarfase de gelegenheid krijgt zijn medische omstandigheden nader te onderbouwen en zich uit te laten over de mogelijkheden van vervangende huisvesting en dat de burgemeester een oordeel vormt over of het aannemelijk is dat verzoeker vervangende huisvesting kan vinden of – in het uiterste geval – maatschappelijke opvang voor hem geschikt is en wat het zou betekenen als verzoeker op straat komt.

Met het bestreden besluit heeft de burgemeester op het bezwaar van verzoeker beslist. De burgemeester handhaaft het besluit om de woning te sluiten voor de duur van zes maanden.

Het standpunt van verzoeker

5. Verzoeker voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is en gebrekkig is gemotiveerd omdat de burgemeester ten onrechte het herstel van de openbare orde als doel van de sluiting heeft gesteld. Hierdoor heeft de evenredigheidstoets op onjuiste wijze plaatsgevonden. Verzoeker is van mening dat er geen sprake is van noodzaak tot sluiten van de woning. De burgemeester heeft onvoldoende rekening heeft gehouden met het tijdsverloop en dat de situatie ex nunc moet worden beoordeeld. De situatie is op dit moment al hersteld waardoor een sluiting niet geschikt en/of noodzakelijk is. De sluiting is ten slotte niet evenwichtig. Verzoeker is psychisch kwetsbaar en er is misbruik van hem gemaakt.

Toetsingskader

6. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b, van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Dat kader is beschreven in de uitspraken van 6 juli 2022 en 16 juli 2025. Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.

Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting van de woning over te gaan?

7. Voor het oordeel over de bevoegdheid van de burgemeester om de woning te sluiten verwijst de voorzieningenrechter naar de voornoemde uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 oktober 2025 op het door verzoeker ingediende verzoekschrift dat samenhangt met het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit. De voorzieningenrechter stelt vast dat in deze procedure ook niet in geschil is dat de burgemeester in beginsel bevoegd is om de woning te sluiten.

Is de sluiting van de woning noodzakelijk?

8. Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om de woning te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding moet worden beoordeeld of sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij die woning en het herstel van de openbare orde.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester de sluiting van de woning – ook gelet op het tijdsverloop – geschikt en noodzakelijk heeft kunnen achten om herhaling van druggerelateerde activiteiten te voorkomen en de woning uit het criminele (drugs)circuit te halen. In het geval van verzoeker is in de woning een hennepkwekerij met onder meer (de resten van) 228 hennepplanten aangetroffen. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat er aanwijzingen zijn om aan te nemen dat er eerdere oogsten hebben plaatsgevonden in de woning. De voorzieningenrechter ziet in verzoekers (ongemotiveerde) betwisting hiervan geen reden om aan de op ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage te twijfelen. Verder is gebleken dat er manipulatie van de elektriciteitsmeter heeft plaatsgevonden en was er sprake van gevaar als gevolg van deze manipulatie. Gelet op het voorgaande heeft de burgemeester deze situatie als een ernstig geval mogen aanmerken, die de openbare orde aantast. De burgemeester heeft hierbij kunnen betrekken dat voor de tweede keer in 14 maanden een hennepkwekerij in de woning is aangetroffen en een eerdere waarschuwing niet heeft voorkomen dat er opnieuw een hennepkwekerij in de woning is aangetroffen. De maatregel ziet niet op de persoon of bewoner van de woning maar op de woning zelf. Desalniettemin heeft de burgemeester hierbij ook mogen betrekken dat in verzoekers vorige woning ook een hennepkwekerij is aangetroffen. Verder heeft de burgemeester van belang kunnen achten dat de woning gelegen is in een kwetsbare wijk waarin binnen een straal van 750 meter vanaf de woning in de periode van januari 2021 tot en met juni 2025, 26 hennepplantages zijn aangetroffen en 10 handelshoeveelheden harddrugs. In deze periode staat de wijk op de eerste plaats van wijken met de meeste sluitingen en waarschuwingen in het kader van het Damoclesbeleid van de gemeente. De sluiting geeft daarmee ook een signaal af dat wordt opgetreden tegen drugscriminaliteit. Dat er geen loop is geconstateerd en er geen meldingen zijn geweest van (aan drugs gerelateerde) overlast, maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat er geen noodzaak tot sluiten is. De burgemeester heeft namelijk aannemelijk kunnen achten dat de woning een rol vervulde binnen de keten van drugshandel, wat op zichzelf al een belang bij sluiting oplevert. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat, mede gelet op het feit dat in de woning reeds eerder een hennepkwekerij is aangetroffen, de burgemeester niet gehouden was om met een minder ingrijpend middel te volstaan.

Is de sluiting van de woning evenwichtig?

9. Als de sluiting van de woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenwichtig moet zijn. De ratio van de evenwichtigheid is niet het volledig tegengaan van nadelige gevolgen van besluitvorming, maar het voorkomen van onnodig zware gevolgen in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Een besluit met harde of ingrijpende gevolgen is daarom niet per definitie een onevenwichtig besluit. Het gaat erom of de maatregel voldoende is afgestemd op de concrete situatie. In dit verband kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn, zoals de mate van verwijtbaarheid en de gevolgen van de sluiting.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de sluiting van de woning evenwichtig is. Dit omdat aan verzoeker wel een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken blijkt dat verzoeker psychische problemen heeft (gehad) en ook dat hij op 17 januari 2026 tijdelijk is opgenomen in een GGZ-instelling maar hieruit blijkt niet dat misbruik van hem is gemaakt of dat hij onder druk is gezet. Ook voor het overige heeft hij dit niet onderbouwd. De burgemeester heeft naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage aanvullende informatie gevraagd. Uit de mail van 23 september 2025 blijkt dat verzoeker zelf heeft laten zien waar de kwekerij zich bevond en dat hij ook de sleutels tot de kelder aan de medewerker van de politie heeft gegeven. Verzoeker heeft weliswaar verklaart dat hij tijdelijk na zijn opname in de GGZ-instelling niet in de woning heeft verbleven maar dat wil niet zeggen dat hij niet op de hoogte was van de hennepkwekerij in zijn kelder. Bovendien is hij als huurder en bewoner van de woning verantwoordelijk voor wat in zijn woning gebeurd. Dat verzoeker psychisch kwetsbaar is, maakt niet dat hem geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Ook is er ook geen sprake van een bijzondere binding met de woning. Eventuele psychische begeleiding kan vanuit een andere plek geschieden en zelfs op afstand. Voorts is inherent aan de sluiting van een woning dat de bewoner de woning moet verlaten. Dat is op zichzelf dan ook geen bijzondere omstandigheid. Dat de verhuurder heeft aangekondigd de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden en dat dit ertoe kan leiden dat verzoeker ook na de sluiting van de woning niet meer terug kan naar zijn woning, maakt evenmin dat sprake is van een bijzondere omstandigheid. Bovendien heeft verzoeker naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aangetoond dat hij niet in staat is om vervangende woonruimte te vinden. Ook is niet gebleken dat verzoeker (voldoende) heeft gedaan om zelf vervangende woonruimte te vinden. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit vanuit verzoekers positie wellicht moeilijk is maar het is wel zijn eigen verantwoordelijkheid om vervangende woonruimte te vinden en hierbij de hulp die hem wordt aangeboden te accepteren. De voorzieningenrechter vindt dat de burgemeester voldoende heeft gedaan om ervoor te zorgen dat verzoeker hulp krijgt bij het zoeken naar een vervangende woning. Zo heeft de burgemeester verzoeker onder meer gewezen op de mogelijkheid om zich te wenden tot Team Toegang voor ondersteuning. Een medewerker van dit team is twee keer bij verzoeker langs geweest. Verzoeker heeft geen gebruik gemaakt van de geboden ondersteuning.

De burgemeester heeft voor de sluiting aansluiting gezocht bij zijn beleid voor het sluiten van een woning waarin voor de tweede keer een hennepplantage is aangetroffen. Op grond van zijn beleid sluit de burgemeester een woning dan voor zes maanden. Anders dan verzoeker stelt is er geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat er in dit geval geen sprake is van een eerste overtreding waarbij de burgemeester (weer) met een waarschuwing had moeten volstaan. De burgemeester is er dus conform zijn beleid terecht vanuit gegaan dat er sprake is van recidive waarbij een sluiting van zes maanden hoort. De voorzieningenrechter vindt dit een redelijk uitgangspunt en overweegt dat de eerdere bestuursrechtelijke maatregel die is opgelegd vanwege de aanwezigheid van drugs in de woning relatief kort gelden is genomen (14 maanden). De burgemeester mag deze daarom zeker betrekken bij de beoordeling van recidive en het risico op herhaling.

Gelet op het voorgaande heeft de burgemeester meer gewicht kunnen en mogen toekennen aan het belang van het herstel van de openbare orde en een veilig woon- en leefklimaat in de omgeving van de woning dan aan de belangen van verzoeker. De burgemeester heeft de woning daarom voor zes maanden mogen sluiten.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en de burgemeester bevoegd is de woning van verzoeker te sluiten voor de duur van zes maanden. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling van verzoeker bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.M.F. Roijen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026 .

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 29 januari 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?