RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 januari 2026 in de zaak tussen
[naam] , uit Sweikhuizen, verzoeker
de Burgemeester van de gemeente Beekdaelen (gemachtigden: J.J. Janssen en N. Ruijpers).
Samenvatting
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 25/3046
(gemachtigde: mr. R.D. Maessen),
en
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de vraag of de burgemeester op goede gronden heeft besloten de woning van verzoeker op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor drie maanden te sluiten. Verzoeker is het niet eens met de woningsluiting. Hij verzoekt daarom het besluit van 2 december 2025 (het bestreden besluit), waarin is bepaald dat zijn woning tijdelijk wordt gesloten, te schorsen en een voorlopige voorziening te treffen zodat hij voorlopig in zijn woning kan blijven wonen.
De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar van verzoeker tegen het bestreden besluit een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. Verzoeker is de eigenaar en bewoner van de woning. Hij woont hier met zijn twee minderjarige kinderen. De minderjarige kinderen van verzoeker zijn op de woensdagen, vrijdagen en om de week het hele weekend bij verzoeker.
Naar aanleiding van een MMA-melding en een positieve netmeting van Enexis BV heeft op 10 september 2025 een onderzoek plaatsgevonden in de woning van verzoeker door de politie Eenheid Limburg, Brunssum-Landgraaf. Tijdens het onderzoek is in de woning een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Uit de bestuurlijke rapportage van 11 september 2025 blijkt dat de kwekerij zich bevond in de kelder van de woning. Hier werden 87 hennepplanten aangetroffen. De planten waren gemiddeld 80 centimeter hoog en 7 weken oud. De kweekoppervlakte betrof 8,75 vierkante meter. Verder zijn er 6 ledlampen en 2 koolstoffilters aangetroffen.
In de woning werden op diverse plaatsen hennep gerelateerde goederen aangetroffen en inbeslaggenomen/vernietigd, namelijk: - op zolder bij de CV installatie bevond zich een droognet;
- in een tuinhuisje werd een kweektent, droognetten, dompelpomp, knipschaar en luchtafzuiger aangetroffen;
- bij het zwembad was een overkapping met daarin een zoldertje. Aldaar lag onder andere een schakelbord alsmede een zogenaamde cannacutter;
- in de garage lag een boxventilator, koolstoffilter, zak hennep van 918 gram bruto en een busje pepperspray.
Naar aanleiding van deze bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester op 31 oktober 2025 aan verzoeker het voornemen meegedeeld om tot sluiting van de woning over te gaan. Verzoeker heeft een zienswijze ingediend.
Daarop heeft de burgemeester het bestreden besluit genomen, waarbij de woning wordt gesloten met ingang van 12 december 2025 voor de duur van drie maanden.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De burgemeester heeft de rechtbank laten weten dat hij wacht met sluiten totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de burgemeester.
Beoordeling door de voorzieningenrechter.
Spoedeisend belang
3. De voorzieningenrechter vindt het belang van verzoeker bij het treffen van een voorlopige voorziening in dit geval voldoende spoedeisend, omdat hij niet in zijn woning kan wonen als die wordt gesloten.
Het toetsingskader
4. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang – zoals een woningsluiting – indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
De burgemeester voert het beleid om handel in drugs in Beekdaelen tegen te gaan. Dit beleid staat in de “Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria 2020 Gemeente Beekdaelen ” (het beleid), zoals vastgesteld op 29 september 2020 en in werking is getreden op 9 oktober 2020. In het beleid is onder meer bepaald dat de burgemeester kan overgaan tot sluiting van de woning en/of bijhorend erf, indien sprake is van een ernstige situatie. In het Damoclesbeleid staat vermeld dat een woning kan worden gesloten voor drie maanden, bij een eerste constatering van overtreding, indien er sprake is van het verkopen, afleveren of verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn van softdrugs of het treffen van voorbereidingshandelingen.
Bevoegdheid tot sluiting
5. De burgemeester kan artikel 13b van de Opiumwet toepassen als in of vanuit een woning in drugs wordt gehandeld (verkopen, afleveren, verstrekken) of als drugs met het oog op die handel in de woning aanwezig zijn. Als uitgangspunt wordt aanvaard dat bij aanwezigheid van meer dan 0,5 gram harddrugs, 5,0 gram softdrugs of vijf (hennep)planten (het door het openbaar ministerie gehanteerde criterium voor eigen gebruik) de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking. Het ligt in dat geval op de weg van de verzoeker om het tegendeel aannemelijk te maken. Indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt, is de burgemeester ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd om voor de woning een last onder bestuursdwang op te leggen.
Ingevolge het Damoclesbeleid is sprake van een ernstige situatie (artikel 3, vijfde lid, van het Damoclesbeleid). Een eerste constatering van een handelshoeveelheid softdrugs wordt aangemerkt als een ernstige situatie: Er zijn ruim meer dan 5 hennepplaten aangetroffen, namelijk 87 stuks. Verder is aangetroffen 918 gram bruto hennep. Dit is ook een grotere hoeveelheid dan de toegestane hoeveelheid van 5 gram zoals opgenomen in het Damoclesbeleid. Het gaat hierbij om een ruime overschrijding van de in het Damoclesbeleid opgenomen hoeveelheden van respectievelijk 5 hennepplanten en 5 gram hennep.
Vast staat dat de elektriciteitskabel van de kweekinrichting voor de versnelde kweek van hennep was aangesloten aan de bovenzijde van de verzekeringhouders van Enexis BV. Daardoor werd de hoeveelheid afgenomen elektriciteit die via deze kabel werd getransporteerd, niet geregistreerd. Daarom is sprake van vermoedelijke
energiediefstal. Verder was ook de zegel van de watermeter niet op een juiste wijze bevestigd. Verder bleek dat pakkingen niet in de watermeter aanwezig waren, terwijl die oorspronkelijk wel waren gemonteerd. Dit heeft geleid tot een verwijdering van de watermeter door WML. Daarmee is ook sprake van de indicator waterdiefstal. Binnentreding van de woning vond verder plaats naar aanleiding van een MMA melding. Uit de meldtekst blijkt dat rond het pand een sterke hennepgeur waarneembaar is. Verder is daarmee ook voldaan aan de indicator overlast en verloedering, zoals vastgelegd in het Damoclesbeleid.
Niet in geschil is dat er in de woning van verzoeker een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen, zodat de burgemeester in beginsel bevoegd is de woning te sluiten.
Is de sluiting van de woning noodzakelijk?
6.Als de burgemeester bevoegd is om een woning te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om de woning te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding moet worden beoordeeld of sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij die woning en het herstel van de openbare orde.
Verzoeker betwist de geschiktheid van de sluiting en voert aan dat de burgemeester kon volstaan met een minder ingrijpende maatregel dan het sluiten van de woning, zoals een waarschuwing. Verzoeker stelt zich verder op het standpunt dat de woning niet is betrokken bij drugshandel of het criminele circuit. Verzoeker heeft de hennepactiviteiten na het binnentreden direct gestaakt. Er is geen oogst geweest en dus geen loop.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de sluiting van de woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving en het herstel van de openbare orde.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt namelijk dat als uitgangspunt geldt dat als in een pand een handelshoeveelheid drugs (van meer dan vijf hennepplanten) wordt aangetroffen, aangenomen mag worden dat dat pand een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Dat het pand een rol vervult binnen de keten van drugshandel levert op zichzelf al een belang op bij sluiting, ook als ter plaatse geen overlast of feitelijke drugshandel is geconstateerd.
In de woning van verzoeker heeft de politie een aanzienlijke handelshoeveelheid van 87 hennepplanten en 918 gram bruto hennep aangetroffen, zodat wordt aangenomen dat de woning van verzoeker een rol vervult binnen de keten van drugshandel. Woningsluiting is in beginsel dan noodzakelijk en ook een geschikt middel om de woning aan het drugscircuit te onttrekken. Dat geldt te meer als er sprake is van een ernstig geval, zoals dat in deze zaak ook aan de orde is. Het gaat immers om een hennepplantage van ruim 17 maal de toegestane hoeveelheid hennepplanten (17 x 5 planten) en ruim 183 maal de toegestane hoeveelheid softdrugs (183 x 5 gram), op een (voor de buurt) onveilige wijze opgezet (onder meer) door de diefstal van water en elektriciteit. Bovendien is er melding gemaakt van geuroverlast. De politie heeft in de woning ook diverse attributen aangetroffen die duiden op de kweek van hennep. Verder heeft de burgemeester ook belang mogen toekennen aan het feit dat de woning midden in een woonwijk is gelegen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester voldoende gemotiveerd dat er een noodzaak was tot sluiting van de woning om het doel van herstel van de openbare orde te bereiken en dat er niet hoefde te worden volstaan met een waarschuwing.
Evenwichtigheid
7. Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting van het pand noodzakelijk is, moet hij zich ervan vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig.
Niet is gebleken dat de woning noodzakelijk is voor verzoeker en diens minderjarige kinderen om de omgangsregeling te kunnen voortzetten. De voorzieningenrechter kan zich voorstellen dat omgangsregeling onder druk komt te staan door de ontstane situatie, maar gesteld noch gebleken is dat er een zodanige binding is met de woning dat sprake is van een bijzondere omstandigheid op grond waarvan de burgemeester tot een andere afweging had moeten komen. De omgangsregeling die verzoeker heeft met zijn minderjarige kinderen is niet gebonden aan de woning en kan ook op een andere manier worden ingevuld.
Verder acht de voorzieningenrechter van belang dat, mede gelet op de vaag gebleven financiële situatie van verzoeker, niet zonder meer kan worden gevolgd dat verzoeker niet in staat zou zijn om voor de duur van drie maanden vervangende woonruimte binnen Nederland te kunnen vinden. Dit geldt eveneens voor vervangende opslagruimte voor zijn (bouw)materialen. Tot slot is van belang dat het pand een koopwoning betreft en dat verzoeker deze na de sluiting weer kan bewonen.
Conclusie en gevolgen
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.J. Sprakel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Haddoumi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2026 .
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 29 januari 2026