ECLI:NL:RBLIM:2026:9707

ECLI:NL:RBLIM:2026:9707

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 11-09-2026
Datum publicatie 11-09-2026
Zaaknummer 03.193951.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Veroordeling voor het medeplegen van oplichting (dating-oplichting). Vrijspraak voor dwang. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.193951.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 11 september 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

wonende te [adres 1] België.

De verdachte (hierna ook wel: [verdachte] ) wordt bijgestaan door mr. B.P.J. van Riel, advocaat kantoorhoudende te Ede.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 augustus 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[naam 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord een medewerkster van Slachtofferhulp Nederland. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

Deze zaak is gelijktijdig doch niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] met het parketnummer 03.193927.25.

[verdachte] en [medeverdachte] worden in dit vonnis ook wel aangeduid als ‘verdachten’.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in de periode van 23 juni 2025 tot en met 25 juni 2025 te Nederland en België samen met anderen [naam 1] voor een bedrag van € 20.011,50:

Feit 1: heeft opgelicht;

Feit 2: wederrechtelijk heeft gedwongen tot afgifte hiervan.

3. De beoordeling van het bewijs

Inleiding

Via een datingwebsite heeft [naam 1] contact gekregen met ene ‘ [naam 2] ’ uit Utrecht. Op 23 juni 2025 is hij met de taxi naar Utrecht gegaan in de veronderstelling dat hij daar een date met haar zou hebben. Daar aangekomen, is hij bij de verdachten in de auto gestapt en hebben ze drie dagen rondgereden. In die tijd heeft [naam 1] meermaals gepind en heeft hij in België goud gekocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide tenlastegelegde feiten. Daarbij heeft de officier van justitie de verklaringen van [naam 1] als uitgangspunt genomen, omdat zijn verklaringen worden ondersteund door objectieve bewijsmiddelen. Daartegenover staan de verklaringen van de verdachten, maar zij komen beiden niet met een aannemelijk alternatief scenario. De verdachten hebben [naam 1] door gebruik te maken van een andere naam en door een samenweefsel van verdichtsels bewogen tot het afgeven van een geldbedrag. Tussen de leugens en het afgeven van geld bestaat een causaal verband. Het geld en het goud zijn ook niet in beheer van [naam 1] gebleven.

Door [naam 1] rond te rijden en hem te desoriënteren, opdracht te geven te pinnen en hem het contact met zijn familie te ontzeggen, werd hij tevens wederrechtelijk ertoe gedwongen mee te werken aan deze vorm van het afhandig maken van zijn geld. Toen [naam 1] steeds langer van huis werd gehouden, hij merkte dat hij geen inspraak had en hij besefte wat er eigenlijk gebeurde, was er geen sprake meer van enige vrijwilligheid.

De verdachten hebben deze feiten in vereniging gepleegd, want zij hadden allebei een vaste rol die onmisbaar was in het geheel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit, aangezien er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier zit voor de valse naam, het samenweefsel van verdichtsels of het psychisch onder druk zetten dan wel in een toestand brengen van angst, intimidatie en afhankelijkheid. De aangever heeft géén eenduidige, consistente en consequente verklaring afgelegd over hetgeen hem zou zijn overkomen, waardoor de zojuist benoemde bestanddelen niet kunnen worden vastgesteld. Deze bestanddelen vinden ook geen steun in de objectieve bewijsmiddelen. De redenering dat [naam 1] naar waarheid lijkt te hebben verklaard over enkele punten, leidt niet onmiddellijk tot de conclusie dat hij dan ook naar waarheid over de andere punten zal hebben verklaard. Juist niet nu hij op cruciale onderdelen tegenstrijdig verklaart.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Een verbalisant relateerde – zakelijk weergegeven – over de vermissing van [naam 1] en een door [naam 1] gevoerd Whatsapp gesprek als volgt:

Op 24 juni 2025, ontving ik, verbalisant [naam 3] de melding om te gaan naar de [adres 2] te Venlo in verband met een vermissing. (…) Ik, verbalisant [naam 3] , las in de melding dat [naam 1] beginnend dementerend, stadium 1 was en hersenletsel had. De meldster van de vermissing, genaamd [naam 4] , zou de partner van de vermiste [naam 1] zijn.

(…)

Ik hoorde dat [naam 4] mij op enig moment wees op de laptop van [naam 1] . Ik werd door [naam 4] gewezen op een Whatsapp gesprek met ogenschijnlijk een jongedame, die zich voorstelde als ' [naam 2] '. Ik hoorde dat [naam 4] aangaf dat uit het gesprek bleek dat [naam 1] een afspraak had gemaakt met deze [naam 2] , wonende in Utrecht.

Ik, [naam 3] , keek vervolgens op de laptop, welke opengeklapt in de woning stond. Ik, [naam 3] , zag dat er een scherm geopend was van 'WhatsApp'. Ik, [naam 3] , zag dat het gesprek met het contact [telefoonnummer 1] geopend stond.

(…)

Ik, [naam 3] , zag dat de dag 'zondag' boven het eerste gestuurde bericht vermeld

stond. Ik, [naam 3] , zag dat de inhoud van dit eerste bericht betrof: "Hee [naam 1]

ik ben het [naam 2] ". Ik zag om 18.33 uur een bericht van [naam 2] met: "Zit je wel

allang op de datingsite".

Om 13.23 en 13.24 uur zag ik enkele berichten van [naam 2] met de inhoud:

"Ik wil je echt graag zien vandaag", "Ik heb ook vrij vandaag", "En anders pas weer een week wachten", "Ga je komen lieverd".

Ik zag dat [naam 1] hierop reageert met: "Goh dan moet ik met de trein komen". Ik zag dat [naam 2] hierop reageert met: "Maak Niet uit schat ik kan je helpen ermee ik stuur je alles door welke trein en dan haal ik je op bij het station is echt niet moeilijk" en "Een taxi is veel te duur denk ik".

Ik zag vervolgens enkele berichten van [naam 2] waarin ze weergeeft welke trein [naam 1] moet pakken en op welk tijdstip deze trein vertrekt.

Ik zag vervolgens enkele berichten over het bestellen van een taxi. Ik zag dat [naam 1] stuurde: "Half 3 is taxi er".

Ik zag dat [naam 2] stuurde: "Nee lieverd ik moet nog even naar de klerenmaker en dan ben ik pas half 4 terug en dan ben je zo aan wachten voor niks dus zeg even tegen de taxi dat die om half 4 bij jou moet zijn".

Ik zag dat [naam 1] vervolgens stuurde: "Geef me jouw adres". Ik zag dat [naam 2]

stuurde: " [adres 3] Utrecht".

Ik zag vervolgens om 14.35 uur een bericht van [naam 1] : "We gaan rijden". Ik zag vervolgens om 14.36 en 14.37 drie berichten van [naam 2] met een soortgelijke inhoud dat [naam 1] pas om 15.30 uur moest vertrekken. Ik las vervolgens om 14.40 uur een bericht van [naam 2] : "Ja schat maar dan moet je even wachten als je er bent aan de overkant heb je een parkje met bankjes dan kan je daar wachten".

Tussen 15.49 en 16.29 uur zag ik dat [naam 2] drie berichten stuurt met de volgende

inhoud: "Schat waar rij jij nu", "Hoelang moet je nog" en "Lieverd waar ben je nu".

Ik zag om 17.27 uur dat [naam 2] een bericht stuurde met de inhoud: "Oke schat ik ben er ook bijna". Om 17.45 en 17.52 uur zag ik twee zogenaamde spraakoproepen afkomstig van [naam 2] .

Ik zag om 11.10 uur dat er door [naam 1] twee (2) foto's werden gestuurd. Ik zag dat op de eerste foto de voorzijde van zijn identiteitsbewijs zichtbaar was en op de tweede foto de achterzijde van zijn identiteitsbewijs zichtbaar was. De dag waarop deze foto's werden gezonden is mij onbekend gebleven.

Op 25 juni 2025 om 19:35 uur gingen verbalisanten [naam 5] en [naam 6] naar de woning van [naam 1] , omdat hij weer was thuisgekomen. Bij de woning spraken zij de kleinzoon van [naam 1] die hen vertelde dat [naam 1] uit een zwarte Volkswagen Passat met het kenteken [kenteken] was gestapt.

Aangever [naam 1] heeft tijdens een verhoor – zakelijk weergegeven en voor zover relevant – het volgende verklaard:

“Zij heeft contact met mij gezocht. Ik vroeg met wie heb ik te doen en toen stuurde zij een foto. Ze gaf aan dat ze mij leuk vond en dat ze wilde afspreken. Ze noemde zichzelf ' [naam 2] '. Zij vroeg of ik naar haar kwam. (…) Zij woonde in Utrecht. Ik heb toen een taxi gepakt. De taxi was op maandag. Ik werd door de taxi bij mijn woning opgehaald. Ik kwam in Utrecht in een oude buurt aan. (…) Ik moest daar op een bankje gaan zitten, want zij was er nog niet. (…) Ik zat er nog geen 10 minuten en toen kwam zij mij ophalen. Dit was de vrouw met wie ik een afspraak had. De vrouw kwam overeen met de foto die zij mij gestuurd had via Whatsapp. (…) Toen [naam 2] goed en wel bij mij stond, kwamen er twee mannen bij staan. Zij noemde zichzelf [naam 7] en [naam 8] . Wij zijn vervolgens in een auto gestapt. Ik ben achterin gaan zitten. (…) Zij zei dat een van de jongens familie van haar was. (…) Vervolgens gingen we rondrijden.

We reden naar verschillende plaatsen. (…). Ze zeiden dat ik € 280.000 moest betalen en dan zou ik bij hun clubje horen. Die moest ik dan in porties van € 5.000 per dag betalen. Die [naam 8] was heel goed met de laptop en computer. Die had hij ook bij zich. Die [naam 7] reed de hele tijd. (…)(…)Volgens mij hebben die twee mannen die erbij waren mijn limiet verhoogd. Ze hebben mijn mobiele telefoon in handen gehad. [naam 8] was dat. (…) Ik kan op mijn mobiele telefoon op de Rabobank app. Hier heb ik wel een code voor nodig. [naam 8] , [naam 7] en [naam 2] wisten mijn code van de Rabobank app. Ik moest die aan hun geven. Die [naam 2] heeft mij kennelijk weer gemanipuleerd, zodat ik de code aan hun heb gegeven. Zij wist mij nog te vertellen dat er genoeg op mijn rekening stond.

(…)Ik heb continue in dezelfde auto gezeten. Dit was een zwarte Volkswagen, Passat volgens mij. (…)Zij zeiden mij dat het geld verdubbeld zou worden in een week tijd en daarom heb ik dat geld opgenomen. Ik moest dan elke dag die € 5.000 opnemen en dat zou ik die week dan verdubbeld krijgen. (…)

Op een gegeven moment wilde ik pinnen, maar dat ging niet. Ik ben toen debank binnen gegaan. Die bankmedewerker vertrouwde het niet. Zij wilde weten waar het voor was. Ik vertelde het verhaal wat [naam 8] , [naam 7] en [naam 2] mij verteld hebben. Dat het geld verdubbeld zou worden. Die medewerker gaf toen aan dat ik er waarschijnlijk ingeluisd ben.

Als ik niet bij [naam 2] was en wij hadden contact dan belden wij met elkaar.

Een verbalisant heeft als volgt gerelateerd over afschrijvingen op de bankafschriften van [naam 1]:

Op maandag 23 juni 2025, om 19.29 uur, werd er een bedrag van € 2.000 afgeschreven bij de Geldmaat [adres 4] in Kaatsheuvel. Op maandag 23 juni 2025, om 19.31 uur, werd er een bedrag van € 2.000 afgeschreven bij de Geldmaat [adres 4] in Kaatsheuvel. Op maandag 23 juni 2025, om 19.32 uur, werd er een bedrag van € 1.000 afgeschreven bij de Geldmaat [adres 4] in Kaatsheuvel.

Op dinsdag 24 juni 2025, om 11.44 uur, werd er een bedrag van € 2.000 afgeschreven bij de Geldmaat [adres 5] in Breda. Op dinsdag 24 juni 2025, om 11.46 uur, werd er een bedrag van € 2.000 afgeschreven bij de Geldmaat [adres 5] in Breda. Op dinsdag 24 juni 2025, om 11.47 uur, werd er een bedrag van € 1.000 afgeschreven bij de Geldmaat [adres 5] in Breda.

Op 25 juni 2025 om 20:15 uur trof de politie de Volkswagen Passat met het kenteken [kenteken] aan. De bestuurder was [verdachte] en de bijrijder was [medeverdachte] . De verdachten zijn toen aangehouden en de telefoon van [medeverdachte] is inbeslaggenomen. De politie zag dat die telefoon toen meermaals werd gebeld door het nummer [telefoonnummer 2]. In de auto zag de politie toen ook in de deur van de bijrijdersstoel een doosje van een Nokia 105 Dual sim telefoon liggen.

Verbalisanten hebben over het onderzoek naar de telefoonnummers van [naam 1] , [naam 2] , [medeverdachte] en het nummer [telefoonnummer 2] – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Vanaf zondag 22 juni 2025 heeft [telefoonnummer 3] ( [naam 1] ) gechat met het nummer

[telefoonnummer 1] ( [naam 2] ) dat toen actief was in een geografisch gebied waarin onder andere de woning [adres 6] in Utrecht ligt. Op dit adres staat [medeverdachte] ingeschreven.

Het nummer [telefoonnummer 3] ( [naam 1] ) is op maandag 23 juni 2025 naar Utrecht gereisd. Toen hij onderweg naar Utrecht was is er chatcontact geweest met het nummer [telefoonnummer 1] ( [naam 2] ). Dit was op maandag 23 juni tussen 14:29 uur en 17:50 uur.

Terwijl [telefoonnummer 3] ( [naam 1] ) onderweg was naar Utrecht werd er door het nummer [telefoonnummer 4] gebeld naar het nummer [telefoonnummer 2] (onbekend). Het nummer [telefoonnummer 2] (onbekend) was toen in België maar heeft vervolgens een reisbeweging gemaakt naar Utrecht waar het omstreeks 17:52 uur aankwam in een geografisch gebied waarin onder andere de woning [adres 7] ligt.

Op het adres [adres 7] in Utrecht staat de partner van [verdachte] ingeschreven. Dit is [naam 9] , de zus van [medeverdachte] en ook de kentekenhoudster van de zwarte Volkswagen Passat met het kenteken [kenteken] . Dit voertuig heeft toen dezelfde reisbeweging gemaakt vanuit België naar Utrecht.

[naam 1] was toen aan het wachten op “ [naam 2] ” op een bankje in de buurt van de [adres 3] in Utrecht. Tot die tijd waren de nummers [telefoonnummer 5] ( [medeverdachte] ) en [telefoonnummer 1] ( [naam 2] ) in het geografisch gebied waarin onder andere de woning [adres 6] in Utrecht ligt. Ergens tussen 17:02 uur en 18:33 uur heeft het nummer [telefoonnummer 5] ( [medeverdachte] ) zich verplaatst naar het gebied waarin onder andere de woningen [adres 3] en [adres 8] in liggen. Tussen 17:45 uur en 17:52 uur is het nummer [telefoonnummer 1] ( [naam 2] ) gereisd van de omgeving van

de [adres 6] naar de omgeving waarin de woningen [adres 8] en [adres 3] in Utrecht liggen.

Het adres [adres 3] in Utrecht is op loopafstand van de woning [adres 8] in Utrecht waar de oma van [medeverdachte] en [naam 9] woont.

De reistijd vanuit het adres [adres 7] in Utrecht naar de [adres 3] in Utrecht is 12 minuten met de auto.

Op 24 juni zijn [telefoonnummer 3] ( [naam 1] ) en [telefoonnummer 5] ( [medeverdachte] ) samen eerst naar Utrecht en daarna naar Venlo gereisd. Respectievelijk tussen 13:56 uur en 15:35 uur naar Utrecht en daarna naar Venlo. De reis naar Venlo op 24 juni 2025 was waarschijnlijk tussen 15:35 uur en 18:03 uur. Later die avond hebben beide nummers eerst registraties in Utrecht en daarna in de omgeving van Leusden.

Een verbalisant heeft als volgt gerelateerd over het onderzoek aan de telefoon van [naam 1]:

In het toestel van [naam 1] zag ik op 23 juni 2025 om 21.09 uur en om 21.23 uur SMS-berichten waaruit bleek dat er een ABN AMRO rekening geopend was. De SMS berichten waren afkomstig van de ABN AMRO bank. Op dat zelfde moment zag ik dat er op het toestel van [naam 1] foto’s waren opgeslagen van zijn ID kaart en een Selfie / pasfoto. De selfie leek gemaakt te zijn in een rijdende auto. (Dit gezien de beweging in de struiken in de achtergrond.)

Een verbalisant heeft – zakelijk weergegeven – als volgt gerelateerd over een filmpje op de telefoon van [medeverdachte]:

Op dit toestel werden een aantal video-opnames aangetroffen. Op deze opnames zijn de twee aangehouden verdachten te zien in gesprek met een derde persoon in de auto. Deze is niet zichtbaar maar wel duidelijk hoorbaar.

In het gesprek hoor ik zeggen:“Maar ja, het is net wat jullie ook zeggen he, eerlijkheid duurt het langst."Hierop wordt door beide heren in beeld bevestigend geknikt, daarna hoor ik de bedienaar van de camera zeggen: “Jazeker [naam 1] , zeker".

Vervolgens wordt er in een onverstaanbare taal gesproken.

Het onderzoeksteam heeft het deel van het bovenstaande gesprek waarin in een vreemde taal werd gesproken door een tolk Sinti/Roma laten vertalen. Een verbalisant relateerde als volgt over de vertaling door deze tolk:

De tolk heeft het fragment gezien en gehoord en vertaalde het volgende:

P1 = Persoon 1 - bestuurder

P2 = Persoon 2 - bijrijder

P1: Ach, hij kletst maar wat. Dat moeten we niet serieus opvatten.

P2: Ach, vooral dat eerlijk zijn. Dat treft mij. Daar moet ik wel om lachen.

Een verbalisant heeft over het onderzoek naar deze video als volgt gerelateerd:

Op maandag 7 juli 2025 onderzocht ik de herkomst van de video ‘ [bestandsnaam] ’. Naar deze video werd verwezen in de processen-verbaal met proces-verbaalnummers LB1R025052-92 en LB1R025052-99. (Rechtbank: dit zijn de processen-verbaal die als de vorige twee bewijsmiddelen zijn opgenomen.) In de iPhone zag ik de volgende informatie: 24 juni 2025 12:21:42 uur: het bestand ' [bestandsnaam] ' werd aangemaakt.

Een verbalisant heeft als volgt gerelateerd over het onderzoek naar de mobiele telefoon van [medeverdachte]:

In een Snapchat-chatgesprek tussen [medeverdachte] en het contact [naam 10] zag ik dat [naam 10] op 25 juni 2025 om 15.40 uur vroeg wat er stond toen “die” probeerde te pinnen. [medeverdachte] schrijft dan terug: “Geen Saldo”. [naam 10] meent dat “Hy liegt”.

Een verbalisant heeft als volgt gerelateerd over het onderzoek naar een in de Volkswagen Passat aangetroffen lege simkaart houder:

Tijdens de doorzoeking van de zwarte Volkswagen Passat met het kenteken [kenteken] werd een lege simkaart houder van de provider Lyca mobile aangetroffen. Deze simkaart houder was voorzien van de volgende ICCID(simkaartnummer) [nummer 1] .

Dit nummer werd bevraagd bij genoemde provider.

Het antwoord op deze vordering was als volgt:

Nummer van de gebruiker

[telefoonnummer 6]

Het nummer [telefoonnummer 6] is een van de nummers waarmee “ [naam 2] " heeft gebeld en ge-sms’t met het nummer [telefoonnummer 3] van de aangever [naam 1] .

Een verbalisant heeft als volgt gerelateerd over het onderzoek naar het in de Volkswagen Passat aangetroffen doosje van een Nokia 105 Dual sim telefoon:

Op verzoek van het onderzoeksteam zijn er foto’s gemaakt van dit doosje waar ook het IMEI-nummer op staat dat bij het toestel dat erin heeft gezeten hoort.

Daaruit bleek dat het telefoontoestel dat in deze doos gezeten heeft voorzien

is van een IMEI dat na de Luhn check-digit berekening [nummer 2] oplevert.

Uit de analyse van de historische verkeersgegevens van het nummer dat door [naam 2] werd gebruikt is gebleken dat het telefoonnummer + [telefoonnummer 6] op 20 juni 2025 en op 25 juni 2025 gebruikt werd met een IMEI-nummer dat na de Luhn check-digit berekening [nummer 2] oplevert.

De Rabobank heeft een gespreksnotitie tussen een bankmedewerker en [naam 1] en een overzicht van de betaallimieten van [naam 1] aan de politie verstrekt. Een verbalisant relateerde als volgt over deze stukken:

Opmerking verbalisant: de afkorting GEA staat voor geldautomaat.

Gespreksnotitie van klantcontact:

Dit gesprek heeft de klant gevoerd vanuit één van de Rabobank kantoren.

Onderzoek:

Dhr. [naam 1] zelf ondervraagd in de bankhal over zijn bijzondere rekeningverloop van de afgelopen dagen. Hij neemt sinds 23-06-2025 elke dag een 5k op. Hij wilde weer geld overboeken van de spaar- naar betaalrekening en hij wilde weer contant opnemen (5k).

Hij zegt dat hij dit contant aan een persoon (naam wil hij niet noemen) geeft die voor hem belegt en dan krijgt hij het ook weer terug. Ik geef meneer aan dat zolang hij geen duidelijkheid geeft over de transacties dat de rekening op slot blijft.

Ophogen betaallimiet:

Uit het overzicht betaallimieten bleek dat op 23 juni 2025 om 18:45:41 uur de GEA limiet van de bankpas van [naam 1] tijdelijk werd verhoogd tot € 5.000.

Uit het overzicht betaallimieten bleek dat op 24 juni 2025 om 09:15:26 uur de GEA limiet van de bankpas van [naam 1] tijdelijk werd verhoogd tot € 5.000.

Uit de eerste analyse van de telefoongegevens afkomstig uit de telefoon van aangever [naam 1] komt naar voren dat hij op 25 juni 2025 tussen 13:27 uur en 15:36 uur (daadwerkelijke tijd), enkele keren heeft gebeld met de Fraudedesk van de Rabobank. Middels een vordering bij de Rabobank werden deze telefoongesprekken opgevraagd en beluisterd.

Datum en tijd: 25 juni 2025 / 11:27 uur (UTC+0).

Onbekende mannenstem

Dan kunnen wij meeluisteren.

Bandje Rabobank

Welkom bij Rabobank. Dit gesprek wordt opgenomen. Wij kunnen deze

gegevens gebruiken voor trainingsdoeleinden, onderzoek en om onze

afspraken terug te luisteren.

Onbekende mannenstem

Wat heeft u nodig?

Onbekende mannenstem

Mijn pinpas en zo en ID-kaart nodig? Je hebt je pinpas en ID bij de hand

nodig.

Bandje Rabobank

Ik help u graag verder. Zeg in een paar woorden waar u over belt.

Aangever [naam 1]

Over uhh……..

Onbekende mannenstem

Pinpas deblokkeren

Aangever [naam 1]

Pinpas deblokkeren

Bandje Rabobank

Mijn collega helpt u graag verder.

Onbekende mannenstem

Houd maar vast, houd maar vast dan. Pak maar even je uh. Ja, houd maar bij

je, houd maar bij je. Jij moet het doen he!

Bandje Rabobank

Ik verbind u door.

Onbekende mannenstem

Jij moet het doen hè.

De verdachte heeft bij de politie – zakelijk weergegeven – als volgt verklaard:

Meneer [naam 1] is bij mijn schoonbroer [verdachte] en mij geweest. We hebben met hem in de auto gereden. Wij zijn twee keer met hem gaan pinnen.

(…)

Ik heb ook die foto gemaakt van zijn ID-bewijs.

De vrijspraakoverweging ten aanzien van een bedrag van € 10.011,50 (feit 1 en feit 2)

Onder feit 1 en feit 2 is de afgifte van een bedrag van € 20.011,50 ten laste gelegd. Dit bedrag bestaat onder meer uit een bedrag van € 300,- dat [naam 1] op 23 juni 2025 voor de taxirit naar Utrecht heeft betaald en een bedrag van € 9.512,50 dat [naam 1] op 24 juni 2025 voor de aankoop van goud heeft voldaan. Het geld voor de taxirit is betaald aan de taxichauffeur en die is daardoor niet wederrechtelijk bevoordeeld.

Wat het goud betreft, kan op basis van het dossier worden vastgesteld dat [naam 2] meermaals met het goudwisselkantoor heeft gebeld en dat er voorafgaand aan de aankoop van het goud lang telefonisch contact tussen [naam 2] en het nummer van [naam 1] is geweest. Uit het dossier volgt echter ook dat het goud na de aankoop in een kluis bij het goudwisselkantoor is gelegd. Uit het dossier blijkt niet wat er met het goud is gebeurd. Zo is niet duidelijk waar het goud ligt en of [naam 1] hier beschikking over zou kunnen hebben. De factuur staat op zijn eigen naam en door niemand lijkt te zijn gecontroleerd of het goud met die factuur kan worden afgehaald. Uit het dossier volgt in ieder geval niet dat dit goud aan de verdachten is afgegeven. Daarnaast lijkt het bedrag van € 199,- dat in de ten laste gelegde periode van de rekening van [naam 1] is afgeschreven door Essent ten onrechte onderdeel te zijn geworden van het ten laste gelegde bedrag. De rechtbank spreekt de verdachte daarom vrij van deze bedragen.

De bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat [naam 1] op een datingwebsite een persoon die zich ‘ [naam 2] ’ noemt heeft leren kennen en dat zij vervolgens op Whatsapp contact met elkaar hebben gekregen. In dat gesprek heeft [naam 2] op 23 juni 2025 meermaals aangegeven hoe graag ze op die dag met [naam 1] wilde afspreken. Dat heeft ertoe geleid dat [naam 1] op 23 juni 2025 naar Utrecht is gegaan. Nadat [naam 1] [naam 2] had ontmoet, is hij bij [medeverdachte] en [verdachte] in de auto gestapt. [medeverdachte] en [verdachte] hebben vervolgens van 23 juni tot en met 25 juni 2025 met [naam 1] in een auto door Nederland en België gereden. Hierbij heeft [naam 1] twee keer een bedrag van € 5.000,- gepind. Dat de verdachten met [naam 1] hebben rondgereden en dat [naam 1] geld heeft gepind, staat niet ter discussie. Wat wel ter discussie staat, is de betrokkenheid van de verdachten bij [naam 2] , wat de bedoeling van de verdachten is geweest om met [naam 1] te gaan rondrijden en de reden voor de pintransacties van [naam 1] . In dat kader overweegt de rechtbank als volgt.

[naam 1] heeft verklaard dat [naam 2] bij hun ontmoeting werd vergezeld door twee mannen met de namen ‘ [naam 8] ’ en ‘ [naam 7] ’. [naam 1] is vervolgens met die twee mannen in een auto gestapt, waarna ze zijn gaan rondrijden. [naam 2] , [naam 8] en [naam 7] hadden [naam 1] verteld dat hij iedere dag € 5.000 moest betalen om bij ‘hun clubje’ te mogen horen, dat zij dit geld voor hem zouden beleggen en dat dit geld binnen een week zou worden verdubbeld. De rechtbank is van oordeel dat deze verklaring van [naam 1] wordt ondersteund door andere objectieve gegevens in het dossier. Zo blijkt uit de gespreksnotitie van een medewerker van de Rabobank dat [naam 1] dit daar ook als reden voor zijn bijzondere rekeningverloop heeft gegeven. Bovendien is de betaallimiet voor geldautomaten van [naam 1] op 23 juni en 24 juni 2025 verhoogd tot € 5.000,-, waarna [naam 1] dit bedrag op beide dagen ook daadwerkelijk heeft gepind. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank deze verklaring van [naam 1] betrouwbaar en dient deze als uitgangspunt bij de verdere beoordeling van het aan de verdachten tenlastegelegde.

Uit het dossier blijkt dat er diverse reisbewegingen zijn gemaakt vanaf het moment dat [naam 1] [naam 2] had laten weten dat hij onderweg was. Zo heeft het nummer van [medeverdachte] zich ergens tussen 17:02 uur en 18:33 uur verplaatst van het gebied waarin de woning van [medeverdachte] ligt naar het gebied waarin de [adres 3] (het adres dat [naam 2] aan [naam 1] had doorgegeven en waar hij op een bankje op [naam 2] zat te wachten) en de woning van de oma van [medeverdachte] liggen. Tussen 17:45 uur en 17:52 uur heeft het nummer van [naam 2] diezelfde reisbeweging gemaakt. En de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] (het nummer dat tijdens de aanhouding van de verdachten naar de telefoon van [medeverdachte] bleef bellen) heeft zich van België naar Utrecht verplaatst en kwam rond 17:52 uur aan in het gebied waarin de woning van de partner van [verdachte] ligt. De Volkswagen Passat heeft dezelfde reisbeweging als de gebruiker van dit nummer gemaakt. De woning van de partner van [verdachte] ligt op 12 minuten rijden van de [adres 3] af. Dat betekent dat de Volkswagen Passat daar iets na 18:00 heeft kunnen aankomen. Dit alles past ook bij de tijdstippen van de laatste contacten van [naam 2] naar [naam 1] . [naam 2] heeft namelijk om 17:27 uur naar [naam 1] gestuurd dat ze er bijna was en om 17:45 en 17:52 uur heeft ze hem nog gebeld. Hierbij valt op dat [naam 2] probeert om [naam 1] een uur later te laten vertrekken. De rechtbank concludeert dat [naam 2] dit doet, omdat in elk geval één van de betrokkenen de tijd moet krijgen om met de auto van België naar Utrecht te rijden. Gelet op dit alles stelt de rechtbank vast dat [naam 2] samen met de verdachten naar [naam 1] is gegaan en dat de verdachten zich toen valselijk als ‘ [naam 8] ’ en ‘ [naam 7] ’ hebben voorgedaan.

Dat de verdachten aan [naam 2] kunnen worden gekoppeld, blijkt ook uit de spullen die in de Volkswagen Passat zijn aangetroffen. Daarin lagen namelijk de houder van de simkaart van één van de nummers die [naam 2] heeft gebruikt in haar contact met [naam 1] en het doosje van de telefoon die [naam 2] op 20 juni en 25 juni 2025 voor dit contact heeft gebruikt. Hieruit concludeert de rechtbank dat de verdachten met [naam 2] hebben samengewerkt.

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij met zijn schoonbroer [verdachte] in een park zat te chillen. Op een gegeven moment kwam een vrouw genaamd [naam 11] met [naam 1] naar hen toe. Volgens [medeverdachte] werkte [naam 11] in de zorg en had hij haar al vaker met oudere cliënten zien lopen. [naam 11] had hen gevraagd of zij [naam 1] met de auto naar huis konden brengen. [medeverdachte] en [verdachte] hebben toen besloten om [naam 1] naar huis te brengen. Door de berichten en belletjes van [naam 11] is [naam 1] meerdere dagen bij hen geweest. Alles wat ze hebben gedaan, was goed bedoeld, maar is helemaal uit de hand gelopen.

De rechtbank gelooft dit alternatieve scenario en de goede bedoelingen van de verdachten niet. Dit scenario is niet concreet, niet verifieerbaar en wordt weerlegd door de bewijsmiddelen in het dossier. Bovendien blijkt uit het filmpje dat op de mobiele telefoon van [medeverdachte] is aangetroffen dat zij [naam 1] uitlachen wanneer hij zegt dat ‘eerlijkheid het langst duurt’. De verdachten wisten dus goed waar zij mee bezig waren en hadden zeker geen goede bedoelingen met [naam 1] . Dat blijkt tevens uit het chatgesprek dat [medeverdachte] met het account [naam 10] heeft gevoerd kort nadat een pintransactie van [naam 1] niet was gelukt. In dat gesprek wordt namelijk gesproken over een mislukte pintransactie, dat er toen ‘die’ probeerde te pinnen ‘geen saldo’ stond en dat ‘hij liegt’. De rechtbank gaat ervan uit dat hiermee is bedoeld dat [naam 1] zou liegen over het feit dat er stond dat hij geen saldo meer had. Dat chatgesprek is weliswaar van 25 juni 2025, maar zegt meer dan genoeg over de bedoeling van de verdachten. Ook de vaststellingen dat [medeverdachte] foto’s heeft gemaakt van de identiteitskaart van [naam 1] , dat deze foto’s zijn verstuurd naar [naam 2] , dat [naam 1] op de eerste avond een nieuwe bankrekening heeft geopend en dat een mannenstem hem instrueert wat hij in zijn contact met de fraudedesk van de Rabobank moet zeggen en moet doen, passen veel beter in het scenario van de tenlastelegging dan in het scenario van [medeverdachte] .

De rechtbank stelt daarom vast dat de verdachten alias ‘ [naam 8] ’ en ‘ [naam 7] ’ samen met ‘ [naam 2] ’ tegen [naam 1] hebben gezegd dat hij per dag € 5.000,- aan hen moest betalen om bij hun clubje te horen en dat dit geld zou worden verdubbeld. Dat is de reden voor de pintransacties van [naam 1] geweest.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verdachten door zo te handelen [naam 1] hebben bewogen tot afgifte van het bedrag van € 10.000,- door middel van oplichting (feit 1).

De rechtbank is van oordeel dat de verdachten met hun handelen (de valse namen, het in contact komen met [naam 1] , het initiëren van een afspraak en de mededelingen over het geld) bij [naam 1] een onjuiste voorstelling van zaken in het leven hebben geroepen, waardoor hij is bewogen tot afgifte van een geldbedrag van € 10.000,- aan de verdachten. [naam 1] ging er namelijk echt van uit dat hij dit geld moest betalen en dat dit zou worden verdubbeld.

De verdediging heeft nog aangevoerd dat het geld niet is afgegeven aan (een van) de verdachten, wat zou worden bevestigd door het gegeven dat het geld niet bij hen is aangetroffen. De rechtbank volgt de verdediging daar niet in. Uit het dossier blijkt namelijk dat de verdachten in de periode van 23 juni tot en met 25 juni 2025 meerdere keren naar Utrecht en België zijn gereden. De verdachten hebben daarom voldoende gelegenheid gehad om het gepinde geld elders te leggen.

Medeplegen

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte] , [verdachte] en de onbekend gebleven persoon die zich [naam 2] noemde. Zij hebben namelijk samen uitvoering gegeven aan de oplichting van [naam 1] en ieders bijdrage was van wezenlijk gewicht. [medeverdachte] en [verdachte] hebben steeds met [naam 1] rondgereden en zij hebben samen met ‘ [naam 2] ’ uitvoering gegeven aan het plan en voor de onjuiste voorstelling van zaken gezorgd. Als [naam 2] er niet bij was, had [naam 1] ook veel contact met haar.

Conclusie

De rechtbank acht feit 1 dus wettig en overtuigend bewezen tot een bedrag van € 10.000.-.

De vrijspraakoverweging ten aanzien van feit 2

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de verdachten zich tevens schuldig hebben gemaakt aan dwang, zoals ten laste is gelegd onder feit 2. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat [naam 1] is gedwongen tot afgifte van het bedrag van € 10.000,-. [naam 1] heeft weliswaar verklaard dat het voor hem voelde alsof hij in de macht van de verdachten was, maar hij heeft ook verklaard dat de verdachten vriendelijk waren totdat bleek dat zijn rekening geblokkeerd was. Uit het dossier blijkt dat die rekening op 25 juni 2025 is geblokkeerd en de pintransacties hebben op 23 juni en 24 juni 2025 plaatsgevonden. Dat de verdachten ten tijde van de pintransacties vriendelijk tegen hem waren, blijkt ook uit het filmpje dat toen in de auto is gemaakt. Daarop is immers een redelijk gemoedelijke verstandhouding tussen de verdachten en [naam 1] te horen. De rechtbank heeft bovendien hierboven geoordeeld dat [naam 1] is bewogen tot afgifte van het bedrag van € 10.000,- door oplichting. [naam 1] kan daarom niet tegelijkertijd door enige vorm van dwang tot afgifte van dat bedrag zijn bewogen. De rechtbank is er niet van overtuigd dat hij dit geld afgaf onder psychische druk, terwijl hij dat eigenlijk niet wilde. De rechtbank concludeert dat hij dit geld wilde afgeven, maar dat dit kwam doordat de verdachten hem hebben hadden misleid en voorgelogen.

De rechtbank spreekt de verdachte om die reden vrij van feit 2.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

T.a.v. feit 1:

in de periode van 23 juni 2025 tot en met 24 juni 2025 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 1] , heeft bewogen tot de afgifte van € 10.000,-, hebbende verdachte en/of zijn mededaders (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,

- zich voorgedaan als [naam 2] en [naam 7] en [naam 8] ,

- via een (dating)website contact gezocht met die voornoemde [naam 1] en vervolgens met die [naam 1] een ontmoeting geïnitieerd,

- die voornoemde [naam 1] medegedeeld dat hij geldbedragen moest investeren en dat dit geïnvesteerde geldbedrag zou worden verdubbeld, en

- die voornoemde [naam 1] medegedeeld dat hij een geldbedrag van € 5.000,- per dag moest betalen om bij hun club te horen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

T.a.v. feit 1:

medeplegen van oplichting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. Hierbij dient als bijzondere voorwaarde een contactverbod met het slachtoffer te worden opgelegd. De officier van justitie heeft bij de formulering van de strafeis meegewogen dat er sprake is van eendaadse samenloop tussen de feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die de duur van het voorarrest (van 3.5 maand) niet overschrijdt in combinatie met een voorwaardelijk deel, het meest passend is. De verdachte heeft immers maar een beperkte rol gehad in het geheel; hij wordt de chauffeur genoemd. Daarnaast is hij een first offender. Bovendien heeft hij door zijn karakter en geestelijke vermogens minder kansen dan gemiddeld in het leven en op de arbeidsmarkt. Hierbij speelt een rol dat hij analfabeet is. Ten slotte kan hij niet worden gemist door zijn familie, nu hij twee zieke zoons heeft die speciale zorg nodig hebben.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft zich samen met de medeverdachte [medeverdachte] (zijn schoonbroer) en de onbekend gebleven ‘ [naam 2] ’ schuldig gemaakt aan oplichting. Door middel van een geraffineerd plan hebben zij een kwetsbare, dementerende en beïnvloedbare man met hersenletsel van (destijds) 71 jaar oud uit zijn vertrouwde omgeving gelokt met het enkele doel om hem zoveel mogelijk geld afhandig te maken. Het slachtoffer [naam 1] had via een datingsite ene ‘ [naam 2] ’ leren kennen, waarbij het er alle schijn van heeft dat de verdachten [naam 1] bewust vanwege zijn leeftijd als slachtoffer hebben uitgekozen. Nadat [naam 1] ‘ [naam 2] ’ online had ontmoet, kreeg hij via Whatsapp contact met haar. Via Whatsapp stuurde ‘ [naam 2] ’ meerdere berichtjes aan [naam 1] dat ze heel graag met hem wilde afspreken. Op die manier is het de verdachten gelukt om [naam 1] onder het valse voorwendsel van een date met [naam 2] naar Utrecht te lokken. ‘ [naam 2] ’ stuurde toen ook meerdere berichtjes om te voorkomen dat [naam 1] aan iemand zou vertellen dat hij die dag een date in Utrecht had. Na de ontmoeting zijn ze in de auto gestapt, hebben ze [naam 2] op enig moment ergens afgezet en zijn ze vervolgens drie dagen lang gaan rondrijden. Dit alles terwijl de familie van [naam 1] zich zo’n grote zorgen maakte waar hij was en hoe het met hem ging dat hij zelfs als vermist is opgegeven. De verdachten hebben [naam 1] pas terug naar huis gebracht toen bleek dat zijn pinpas was geblokkeerd en het ook niet lukte om nog op een andere manier aan zijn geld te komen. Pas toen [naam 1] ‘nutteloos’ voor de verdachten werd, hebben zij besloten om hem naar huis te brengen.

De verdachten hebben in totaal € 10.000,- van [naam 1] afhandig gemaakt. Zij hadden echter kennelijk gehoopt om veel meer geld van [naam 1] te kunnen afpakken. In het dossier zitten namelijk aanwijzingen dat de verdachten een rekening op naam van [naam 1] bij de ABN AMRO hebben geopend en uit het dossier volgt dat er op 25 juni 2025 verschillende mislukte pintransacties zijn geweest (omdat de pinpas van [naam 1] toen al geblokkeerd was).

[naam 1] is door het handelen van de verdachten niet alleen een grote som geld kwijtgeraakt, maar heeft ook aanzienlijke psychische schade opgelopen. De toelichting bij de verzochte schadevergoeding spreekt in dit verband ook boekdelen. Hieruit blijkt immers dat [naam 1] PTSS-gerelateerde klachten heeft opgelopen en zodoende nog dagelijks wordt geconfronteerd met de gevolgen van het handelen van de verdachten. Het voorval heeft ook grote gevolgen op zijn verdere dagelijkse leven. Zo verblijft [naam 1] nu in een verzorgingstehuis, omdat hij niet meer alleen durft te wonen. Hij durft ook niet meer naar buiten, heeft last van nachtmerries en zijn vertrouwen in de medemens is afgenomen.

De verdachte heeft ter terechtzitting steeds verklaard dat hij zich niets meer kan herinneren van het bewezenverklaarde, terwijl het een jaar geleden is gebeurd, en heeft bij de politie gezwegen, waarmee hij op geen enkele wijze blijk heeft gegeven zich bewust te zijn van de ernst van zijn gedragingen en de gevolgen daarvan. De verdachte heeft daarmee geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Hij heeft zich met de medeverdachte gedurende een aantal dagen kennelijk zonder enige gewetensbezwaren uitsluitend laten leiden door zijn eigen financieel gewin ten koste van het slachtoffer.

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie, gelet op de ernst van het feit, in haar eis de enig passende strafmodaliteit heeft gekozen, te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal een gevangenisstraf van kortere duur opleggen dan door de officier van justitie is gerekwireerd, omdat zij tot een andere bewezenverklaring komt. De rechtbank zal echter ook geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest opleggen, zoals door de raadsman is bepleit. De rechtbank heeft begrip voor de thuissituatie van de verdachte, maar een dergelijke strafmaat doet volstrekt geen recht aan de ernst van het feit. Toen de verdachte ervoor koos om mee te doen aan deze meerdaagse oplichting, nam hij bovendien zelf het risico dat hij zijn gezin in de steek zou moeten laten.

De rechtbank weegt bij het bepalen van de strafmaat mee dat hij blijkens zijn strafblad niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk delict. Dit is reden waarom hij een iets lagere straf krijgt dan zijn medeverdachte.

De reclassering heeft laten weten dat het ondanks contactverzoeken niet is gelukt om met de verdachte in contact te komen. Het was voor de reclassering ook niet mogelijk om zonder medewerking van de verdachte een rapport op te stellen. De rechtbank beschikt daarom niet over een reclasseringsrapport. De verdachte heeft overigens ter terechtzitting laten weten dat hij geen berichten van de reclassering heeft ontvangen en uit de processtukken blijkt enige onduidelijkheid over het huisnummer waarop hij woont.

Ter terechtzitting heeft de verdachte wel iets over zijn persoonlijke omstandigheden – waaronder over zijn thuissituatie met zijn zieke kinderen – verteld. De verdachte heeft ook verklaard dat hij ten tijde van het bewezenverklaarde veel joints rookte zodat hij beter kon omgaan met de stress. Hij kan zich naar eigen zeggen daardoor niet meer veel herinneren van deze periode.

Gezien al het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank een voorwaardelijk gedeelte naast een onvoorwaardelijke straf van wezenlijk belang. Op die manier heeft de verdachte een spreekwoordelijke stok achter de deur om hem ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (voor financieel gewin) strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet hierbij geen meerwaarde in het opleggen van een contactverbod met het slachtoffer als bijzondere voorwaarde. Het slachtoffer heeft hier namelijk niet om verzocht en er zijn geen aanwijzingen zijn dat de verdachte contact wil opnemen met het slachtoffer.

Alles afwegende acht de rechtbank het passend om de verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, zal hierop in mindering worden gebracht.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 28 augustus 2026 besloten om de schorsing van de voorlopige hechtenis te doen herleven. Dit bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis is apart geminuteerd.

7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [naam 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van in totaal

€ 22.941,50. Deze vordering is opgebouwd uit de navolgende posten:

afgeschreven geldbedrag: € 19.812,50

factuur hotel: € 129,-

immateriële schade: € 3.000,-

De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering tot schadevergoeding, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding moet worden afgewezen. Subsidiair heeft hij aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering.

Het oordeel van de rechtbank

De materiële schade

De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek, voldoende gebleken dat de benadeelde partij [naam 1] als gevolg van het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 10.300,- (deel van post a). Dit betreft het gepinde bedrag van € 10.000,- en het bedrag dat de benadeelde partij heeft betaald voor de taxirit naar Utrecht (€ 300,-). Deze kosten heeft hij immers gemaakt door de oplichtingshandelingen van de verdachten. Deze bedragen zijn overigens voldoende geconcretiseerd en onderbouwd. Het is daarbij ook niet betwist door de verdediging. De rechtbank zal het overige deel van het afgeschreven geldbedrag niet-ontvankelijk verklaren, omdat dat deel van de vordering op dit moment onvoldoende is onderbouwd.

Dat geldt ook voor de factuur van de hotelovernachting (post b). Op die factuur staat namelijk dat dit bedrag contant is betaald en uit het dossier lijkt te volgen dat dit met een deel van het door de benadeelde partij gepinde geld is betaald. In dat geval komt dit geldbedrag niet ook nog los van het afgeschreven geldbedrag voor vergoeding in aanmerking, omdat het daar dan een onderdeel van is. Hoe dit precies zit, is echter niet duidelijk. Dit zou de benadeelde partij daarom moeten toelichten, maar daarvoor is in de strafprocedure geen plaats meer. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom ook ten aanzien van deze factuur niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de delen van de vordering die niet-ontvankelijk zijn verklaard aan de burgerlijke rechter voorleggen.

De immateriële schade

De immateriële schade (post c) komt voor vergoeding in aanmerking, aangezien de benadeelde ander nadeel heeft geleden dan vermogensschade, namelijk psychisch letsel (artikel 6:106, lid 1, sub b, van het Burgerlijk Wetboek). Het is op grond van de toelichting bij de vordering voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde PTSS-gerelateerde klachten heeft opgelopen als gevolg van het bewezenverklaarde waardoor hij op andere wijze in zijn persoon is aangetast. De hoogte van het gevorderde bedrag komt de rechtbank ook redelijk voor, zeker gelet op de bedragen die in soortgelijke gevallen zijn toegewezen. De rechtbank acht het gehele gevorderde bedrag aan immateriële schade derhalve toewijsbaar.

De totale schade

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij aldus toewijzen tot een totaal bedrag van € 13.300,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot de dag van volledige voldoening. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen. De rechtbank stelt voorts vast dat de verdachte het strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat de verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door zijn mededader is betaald, en andersom.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 2;

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Dit vonnis is gewezen door mr. S.S. Vijn, voorzitter, mr. L. Bastiaans en mr. N.P.J. van de Pasch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.M.A. Curfs, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 september 2026.

Buiten staat

Mr. S.S. Vijn is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

hij, op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 juni

2025 tot en met 25 juni 2025 te Venlo, Utrecht, Kaatsheuvel, Breda en/of Turnhout, in elk geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 1] , heeft bewogen tot de afgifte van 20.011,50 euro, in elk geval enig geldbedrag, althans enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,

- zich voorgedaan als [naam 2] en/of [naam 7] en/of [naam 8] ,

- via een (dating)website contact gezocht met die voornoemde [naam 1] en/of (vervolgens) met die [naam 1] een ontmoeting geïnitieerd,

- die voornoemde [naam 1] medegedeeld dat hij (een) geldbedrag(en) moest investeren en/of dat dit geïnvesteerde geldbedrag zou worden verdubbeld, en/of

- die voornoemde [naam 1] medegedeeld dat hij een geldbedrag van 5.000 euro per dag moest betalen om bij zijn/hun club te horen;

T.a.v. feit 2:

hij, op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 juni 2025 tot en met 25 juni 2025 te Venlo, Utrecht, Kaatsheuvel, Breda en/of Turnhout, in elk geval in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [naam 1] door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten de afgifte van (in totaal) 20.011,50 euro, in elk geval enig geldbedrag, althans enig goed, zulks door die voornoemde [naam 1] , te weten een kwetsbaar persoon, onder psychische druk te zetten en/of in een toestand van angst, intimidatie en/of afhankelijkheid te brengen en/of te houden, door:

- via een (dating)website contact te zoeken met die voornoemde [naam 1] en/of een ontmoeting te initiëren,

- die voornoemde [naam 1] meerdere dagen, althans één dag onder aansturing en/of invloed van verdachte en/of zijn mededader(s) te laten verblijven, terwijl hij door zijn lichamelijke en/of geestelijke kwetsbaarheid geen weerstand kon bieden,

- misbruik makend van zijn kwetsbare geestelijke gesteldheid te bewegen tot het opnemen en afstaan van (een) geldbedrag(en) en/of goud, en/of

- in de naam van die voornoemde [naam 1] berichten te versturen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand