ECLI:NL:RBLIM:2026:972

ECLI:NL:RBLIM:2026:972

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 15-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer ROE 25/2866
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening

Samenvatting

Inhoudsindicatie: Mondelinge uitspraak; voorlopige voorziening hangende bezwaar afgewezen; verklaring omtrent gedrag (VOG), stage bij een Onderwijsinstelling. Voldaan aan objectieve criterium. Justitiële gegevens zijn relevant voor de specifieke taak of bezigheid waarvoor de VOG wordt aangevraagd; de enkele verdenking van het strafbare feit is al relevant. Verder voldaan aan subjectieve criterium.

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

15 januari 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam] , uit Sittard, verzoeker

(gemachtigde: mr. K. Cras),

en

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: M.J.W. van den Kieboom).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag voor een VOG voor een stage bij Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs, Samenwerkingsbestuur voor bijzonder en openbaar onderwijs in Sittard.

De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 20 november 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en heeft verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoeker geen gelijk krijgt. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft. Zowel de gronden tegen het objectieve criterium als de gronden tegen het subjectieve criterium slagen niet.

De staatssecretaris heeft onderzoek gedaan naar de justitiële documentatie van eiser. De aanvraag is afgewezen, omdat binnen de terugkijktermijn in het Justitieel Documentatie Systeem JDS de volgende feiten zijn geregistreerd:

- Volgens registratie in het JDS is verzoeker op 18 februari 2025 in Geleen met politie/Justitie in aanraking gekomen wegens feit 1 primair het medeplegen van veroorzaken van ontploffing (artikel 157 ahf/sub 1 en 2 juncto artikel 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht), feit 1 subsidiair beschadiging goederen (artikel 350 lid 2 Wetboek van

Strafrecht), feit 2 bedreiging (artikel 350 lid 2 Wetboek van Strafrecht), en op 13 maart 2025 te Sittard wegens feit 3 intimidatie (artikel 285a lid 1Wetboek van Strafrecht) en op 15 maart 2025 te Sittard wegens feit 4 het seksueel binnendringen van het lichaam van een wilsonbekwame (artikel 243 Wetboek van Strafrecht). Deze zaak staat nog open.

- Volgens registratie in het JDS is verzoeker op 26 januari 2025 in Helden met politie/Justitie in aanraking gekomen wegens feit 1 verduistering (artikel 321 Wetboek van Strafrecht). Deze zaak staat nog open.

- Volgens registratie in het JDS is verzoeker op 18 september 2024 in Sittard met politie/Justitie in aanraking gekomen wegens feit 4 diefstal in vereniging (artikel 310 juncto artikel 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht). Deze zaak staat nog open.

- Op 7 maart 2022 is jegens verzoeker een zaak wegens mishandeling (artikel 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht) geseponeerd op grond van “door feit en/of gevolgen getroffen’.

4. De voorzieningenrechter oordeelt ten aanzien van het objectieve criterium dat de staatssecretaris de in het bestreden besluit opgenomen feiten aan verzoeker heeft mogen tegenwerpen. Daarbij gaat het er niet om of de voorzieningenrechter wel of niet gelooft dat verzoeker het strafbare feit, waarvan hij wordt verdacht, ook daadwerkelijk heeft begaan. Voor de vraag of verzoeker in aanmerking moet komen voor een VOG is de enkele verdenking van het strafbare feit al relevant. Dit geldt dus, ook al is verzoeker het daarmee niet eens, nadrukkelijk ook voor feiten waarvoor de aanvrager nog niet onherroepelijk is veroordeeld. De voorzieningenrechter gaat inhoudelijk ook niets zeggen over de verdenking. Daarover gaat de strafrechter. De voorzieningenrechter kan zich wel de frustratie van verzoeker voorstellen omdat hij zijn onschuld graag wil bewijzen.

Verzoeker heeft een duidelijk verhaal gehouden over het gebrek aan ernstige bezwaren voor het strafbare feit ‘het seksueel binnendringen van het lichaam van een wilsonbekwame’ (feit 4). De voorzieningenrechter kan het betoog van verzoeker volgen dat als het Openbaar Ministerie en de strafrechter aangeven dat er geen ernstige bezwaren zijn, aan dit feit niet hetzelfde gewicht moet worden gegeven. Maar zelfs als dit feit helemaal niet mee zou worden gewogen zou het bestreden besluit naar het oordeel van de voorzieningenrechter stand houden. Ook de andere feiten waarvan verzoeker verdacht wordt zijn ernstig en een aantal feiten zijn minder dan één jaar geleden gepleegd.

De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de staatssecretaris zich op het standpunt heeft mogen stellen dat toetsing aan het subjectieve criterium niet leidt tot afgifte van een VOG. De voorzieningenrechter begrijpt dat het niet voort kunnen zetten van de studie een grote impact op verzoekers leven heeft.

Verzoeker is nog jong en is gemotiveerd om iets van zijn leven te maken. Het aantal feiten, de ernst van de feiten, het korte tijdsverloop tussen de feiten en de aanvraag en het feit dat het om een stage in het onderwijs gaat, maakt toch dat de staatssecretaris het belang van de samenleving in dit geval zwaarder heeft mogen laten wegen dan het belang van verzoeker.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Op basis van wat verzoeker in deze procedure naar voren heeft gebracht, heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen. Dat betekent dat verzoeker geen VOG krijgt toegewezen hangende de bezwaarprocedure. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

6. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026 door mr. M.E.J. Sprakel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Haddoumi, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 29 januari 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Haddoumi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?