ECLI:NL:RBLIM:2026:9798

ECLI:NL:RBLIM:2026:9798

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer 03/252697-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Vrijspraak verkrachting. Onvoldoende steunbewijs. Vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/252697025

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 september 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 2003,

wonende te [adres] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.M.A. Jegers, advocaat te Heerlen.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 2 september 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is op de zitting gehoord mr. D.M.H. Rademakers, advocaat te Maastricht, waarnemend voor haar kantoorgenoot mr. A.F.G. Pennino. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op of omstreeks 16 november 2023 [slachtoffer] heeft verkracht door met geweld en/of bedreiging met geweld zijn penis in de vagina van [slachtoffer] te brengen.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde verkrachting. De verklaring van [slachtoffer] is betrouwbaar en dient als uitgangspunt van de bewezenverklaring te worden genomen. Deze wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer] tijdens het informatief gesprek zeden, de verklaring van de getuige [naam 1] , de Whatsappberichten in het dossier tussen [slachtoffer] en [naam 1] en de foto’s van blauwe plekken op het lichaam van [slachtoffer] de dagen na de verkrachting.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De verdachte heeft verklaard dat de seks met wederzijdse instemming heeft plaatsgevonden. De raadsman heeft aangevoerd dat de aangifte van [slachtoffer] met de nodige behoedzaamheid moet worden beoordeeld, gelet op de vele inconsistenties daarin. Het dossier bevat geen ander bewijs dat de aangifte in voldoende mate ondersteunt, zodat er te weinig wettig bewijs is. Daarnaast bevat het dossier contra-indicaties voor de verweten gedraging, terwijl de heldere en consistente verklaring van de verdachte gerede twijfel oplevert.

Het oordeel van de rechtbank

Juridisch kader

Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Bij een ontkennende verdachte brengt dit in veel gevallen mee dat slechts de verklaring van het vermeende slachtoffer als wettig bewijsmiddel kan dienen. De rechtbank dient te beoordelen of voldaan is aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Dit bewijsminimum houdt in dat het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, niet alleen kan worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Er moet sprake zijn van steunbewijs dat afkomstig is van een andere bron dan de persoon die de belastende verklaring heeft afgelegd. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan onder meer worden afgeleid dat voor een bewezenverklaring van verkrachting niet is vereist dat de verkrachting als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het voldoende is dat de verklaring van het slachtoffer op bepaalde essentiële punten bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, afkomstig van een andere bron dan het slachtoffer. Daar staat tegenover dat tussen deze verklaring en dat overige bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband mag bestaan. Als het aanvullend bewijs bestaat uit een ‘de auditu’-verklaring, inhoudende een weergave van wat de ‘bron’ aan de betrokken getuige heeft verteld, geeft deze in het licht van artikel 342, tweede lid, Sv onvoldoende steun aan de verklaring van het slachtoffer. Indien een verklaring van een getuige daarentegen (mede) een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van het slachtoffer op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of vlak daarna, kan die waarneming voldoende steunbewijs opleveren voor het bewezenverklaarde. Een dergelijke verklaring kan steunbewijs opleveren als de emotionele toestand of eventuele gedragsverandering die de getuige (disclosure-getuige) bij het slachtoffer heeft waargenomen, niet anders kan worden opgevat dan als een bevestiging van de verklaringen van het slachtoffer.

Betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer]

De rechtbank dient eerst te beoordelen of de verklaringen van [slachtoffer] voldoende betrouwbaar zijn om tot bewijs te kunnen dienen. De rechtbank dient hierbij te beoordelen of haar verklaringen voldoende consistent, gedetailleerd en authentiek zijn. Voor die consistentie heeft de rechtbank gekeken naar de aangifte van [slachtoffer] en naar hetgeen zij heeft verklaard in het daaraan voorafgaande informatief gesprek zeden. Hierbij benadrukt de rechtbank dat bij die beoordeling niet gekeken wordt naar kleine inconsistenties, maar dat gekeken wordt naar het geheel en de essentiële onderdelen van die verklaring.

Op 22 november 2023 heeft met [slachtoffer] een informatief gesprek zeden plaatsgevonden en op 24 november 2023 heeft zij aangifte gedaan van verkrachting. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij en haar vriendin [naam 1] op het terras van café [naam 2] kennis hebben gemaakt met de verdachte en zijn vriend. Aan het einde van de avond heeft de verdachte [slachtoffer] met zijn auto naar huis gebracht. Onderweg naar de parkeergarage heeft hij haar onzedelijk betast. Toen ze bij haar woning waren aangekomen, is de verdachte tegen haar zin mee naar binnen gegaan. Ze is daarna in de slaapkamer door hem verkracht. In de aangifte verklaart [slachtoffer] gedetailleerd over de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden. Hetgeen zij hierover verklaart is naar het oordeel van de rechtbank authentiek, aangezien [slachtoffer] spontaan informatie verstrekt als daar niet naar gevraagd wordt door de verhorende verbalisanten. Zo verklaart zij dat zij een black-out heeft gehad, terwijl de verdachte haar penetreerde en weer bijkwam toen de verdachte daar nog steeds mee bezig was. De rechtbank ziet echter enkele inconsistenties in de aangifte en tussen de aangifte en het informatief gesprek zeden. Zo verklaart [slachtoffer] in de aangifte aanvankelijk dat zij niets gezegd heeft tegen de verdachte van handtastelijkheden onderweg naar haar woning. Ze geeft aan: “Ik had er eigenlijk iets van moeten zeggen, maar dat durfde ik niet (..)”. Even later in datzelfde verhoor verklaart zij dat ze twee tot drie keer heeft gezegd ‘niet doen’. Ook verklaart ze dan dat ze heeft gezegd dat hij (naar de rechtbank begrijpt: de verdachte) moest stoppen met aan haar te zitten en moest doorlopen.

Ook verklaart [slachtoffer] in het informatief gesprek zeden dat de verdachte haar vest uittrok, maar in de aangifte zou hij haar vest niet hebben uitgetrokken maar hebben opengeslagen en haar t-shirt en BH naar boven hebben geschoven zodat haar borsten ontbloot waren.

Een ander opvallend punt is dat [slachtoffer] in het informatief gesprek zeden verklaart dat verdachte haar op bed duwde en met zijn hele gewicht op haar ging liggen. Hij trok haar broek en onderbroek uit. Zijn eigen onderbroek hing toen op zijn enkels. Toen heeft verdachte zijn piemel in haar vagina gestoken. In de aangifte verklaart [slachtoffer] echter anders. Dan verklaart zij dat verdachte haar met twee handen tegen haar schouders duwde waardoor zij op bed viel. Zij kwam op haar kont terecht en steunde naar achteren met haar twee handen. Verdachte kwam toen op haar bovenbenen zitten met beide benen zijdelings van haar. Verdachte pakte haar onder haar schouders neer en legde haar op haar rug op bed, waarbij verdachte ter hoogte van haar bovenbenen op haar bleef zitten. Vervolgens trok verdachte haar broek en onderbroek uit tot het punt waar hij zat. De verdachte draaide zich om, met zijn gezicht naar haar voeten, waarbij de verdachte op haar buik zat. Zo kon hij verder haar broek en onderbroek uit trekken. Vervolgens draaide de verdachte zich weer om en zat hij weer op haar bovenbenen met zijn gezicht naar [slachtoffer] . De verdachte zat nog steeds op [slachtoffer] met aan elke zijde van haar beide knieën aan de buitenzijde een knie van de verdachte. Toen ging de verdachte boven haar hangen en stak hij zijn piemel in haar vagina.

Het met zijn hele gewicht op haar liggen versus het op haar zitten en twee maal omdraaien betreft een belangrijke inconsistentie in beide verklaringen.

Gelet op het voorgaande trekt de rechtbank de conclusie dat sprake is van enkele inconsistenties in de verklaringen van [slachtoffer] , maar naar het oordeel van de rechtbank zijn deze inconsistenties niet van dien aard dat de verklaringen van aangeefster in hun geheel als onbetrouwbaar terzijde moeten worden geschoven. Wel dient behoedzaam met de verklaringen te worden omgegaan.

Steunbewijs

De verdediging heeft gemotiveerd aangevoerd dat het steunbewijs dat de officier van justitie naar voren heeft gebracht, zijnde de verklaring van getuige [naam 1] , de Whatsappberichten en de foto’s van blauwe plekken op het lichaam van [slachtoffer] , niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden

Ten aanzien van de verklaringen van getuige [naam 1] is de rechtbank van oordeel dat deze verklaring niet als steunbewijs aangemerkt kan worden. De verklaring van de getuige is grotendeels gebaseerd op hetgeen zij heeft gehoord van aangeefster, zodat sprake is van een de auditu-verklaring. [naam 1] verklaart bovendien:

Zij (naar de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) heeft mij alles verteld hoe hij in de woning is gekomen en waar hij haar tegen de muur aan heeft gedrukt (op de gang in haar woning). En daarna liep ze naar haar slaapkamer en daar is de verkrachting geweest”.

[slachtoffer] zelf verklaart evenwel op geen enkel moment over het bij de keel grijpen en tegen de muur aan duwen. Zij verklaart dat de verdachte opeens achter haar stond in haar slaapkamer en haar op bed duwde.

[naam 1] heeft verklaard dat ze [slachtoffer] dezelfde avond van de verkrachting heeft gesproken en dat [slachtoffer] erg in paniek was. Op de vraag van verbalisanten om die paniek eens te omschrijven vertelt [naam 1] : “Ze zei er is wat gebeurd. Ze wilde het eerst niet vertellen en uiteindelijk heeft ze het toch eerlijk verteld. En ze gaf ook duidelijk aan dat ze het niet wilde.” Op de vervolgvraag van verbalisant “Hoorde je iets in haar stem of anders waardoor je dacht dat ze in paniek was?” antwoordde [naam 1] : ”Ze schaamde zich. [slachtoffer] is normaal heel druk en zegt alles en nu wilde ze niets vertellen en was ze rustiger”. Toen [naam 1] de volgende dag bij [slachtoffer] op bezoek ging was zij niet zo opgewekt als [naam 1] van haar gewend is.

De rechtbank is van oordeel dat de door [naam 1] waargenomen gedragsverandering niet van dien aard is dat deze niet anders kan worden opgevat dan als een bevestiging van de verklaringen van het slachtoffer.

Ook de zich in het dossier bevindende Whatsappberichten die door [slachtoffer] zijn verstrekt kunnen niet als steunbewijs worden aangemerkt. De Whatsappberichten zijn schermafbeeldingen, waarvan niet kan worden vastgesteld of deze daadwerkelijk tussen [slachtoffer] en [naam 1] zijn verstuurd en, als dat wel zo zou zijn, of die betrekking hebben op de onderhavige verdenking. De berichten zijn namelijk niet gedateerd en er is geen telefoonnummer zichtbaar van [naam 1] . Door de verhorende verbalisanten bij het getuigenverhoor van [naam 1] is ook niet gevraagd of zij de berichten heeft ontvangen en verstuurd. Bij gebrek aan nader onderzoek naar deze berichten, kan de rechtbank deze niet gebruiken voor het bewijs.

Tot slot bevinden zich in het dossier nog afbeeldingen die door [slachtoffer] zijn verstrekt waarop blauwe plekken op haar lichaam zichtbaar zouden zijn en een verwonding op haar mond. Ook met betrekking tot deze afbeeldingen is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat deze niet als steunbewijs aangemerkt kunnen worden. Weliswaar heeft [slachtoffer] foto’s van letsel bij het informatief gesprek aan de politie getoond en bij de aangifte verstrekt, maar het staat niet vast wanneer die foto’s zijn genomen. [slachtoffer] heeft deze foto’s volgens haar eigen verklaring genomen op 17 november 2023. Of dit inderdaad het geval is kan de rechtbank niet vaststellen. De afbeeldingen zijn immers ongedateerd en er is ook geen nader onderzoek gedaan naar de datering van deze afbeeldingen. Voor zover de bloeduitstortingen op de foto’s te zien zijn, lijken deze vergeeld. Op basis van het dossier kan de rechtbank, gelet op de zichtbare geelverkleuringen van de plekken op de huid, zonder rapportage van een forensisch arts over letseldatering, niet vaststellen dat deze plekken opgelopen zijn in de nacht van 16 op 17 november 2023, zoals door aangeefster gesteld, zodat de foto’s niet als steunbewijs kunnen dienen.

Conclusie

De rechtbank kan op grond van het dossier enkel vaststellen dat er seks heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en [slachtoffer] , nu beiden daarover verklaren. Dat [slachtoffer] gedwongen werd tot het ondergaan van deze seksuele handelingen door geweld, bedreiging met geweld of door enige andere feitelijkheid, zoals ten laste gelegd, acht de rechtbank echter niet wettig en overtuigend bewezen. Buiten de verklaring van [slachtoffer] , bevat het dossier geen (steun)bewijs dat sprake is geweest van een verkrachting. De rechtbank zal de verdachte daarom integraal vrijspreken van de tenlastegelegde verkrachting.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het opsporingsonderzoek pas geruime tijd na de aangifte is uitgevoerd en op belangrijke onderdelen gebrekkig is, hetgeen de waarheidsvinding in deze zaak niet ten goede is gekomen. Hoewel de identiteit van de verdachte reeds bij de aangifte in november 2023 bekend was, is de eerste daaropvolgende onderzoekshandeling zoals die uit het dossier blijkt van augustus 2025. Het is een feit van algemene bekendheid dat herinneringen van getuigen door het verstrijken van de tijd kunnen vervagen en aan nauwkeurigheid kunnen inboeten. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld geen camerabeelden van Stadstoezicht Heerlen opgevraagd van de route die [slachtoffer] en de verdachte hebben gelopen van het centrum naar de parkeergarage. Mogelijke ondersteuning voor de verklaring van [slachtoffer] dat de verdachte haar onderweg meermalen onzedelijk heeft betast, dan wel mogelijke ondersteuning voor de verklaring van verdachte dat dit niet het geval is geweest, is daardoor niet verkregen. Tot slot is na de aangifte geen forensisch arts ingeschakeld om mogelijke blauwe plekken bij aangeefster te onderzoeken en, indien aanwezig, om iets te zeggen over de datering daarvan. Evenmin heeft de politie zelf waarnemingen over de verwondingen vastgelegd. Hierdoor is onduidelijk gebleven of er inderdaad letsels bij aangeefster zichtbaar zijn geweest kort na het tenlastegelegde en zo ja, op welk moment die eventuele verwondingen zijn ontstaan.

4. De vordering van de benadeelde partij

Omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde zal [slachtoffer] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

De rechtbank bepaalt dat [slachtoffer] zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de verdachte, gemaakt ter verdediging tegen deze vordering, tot op heden begroot op nihil.

5. De beslissing

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

Dit vonnis is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en

mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens Sangers, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 september 2026.

Buiten staat

mr. Ferwerda en mr. Huntjens Sangers zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 16 november 2023 te Kerkrade, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten

- het brengen en/of drukken/duwen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer]

waarbij dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of één of meer andere feitelijkheden er in hebben bestaan dat verdachte

- ( zonder toestemming) de slaapkamer van die [slachtoffer] is binnengegaan/binnengedrongen en/of

- die [slachtoffer] op een bed heeft geduwd en/of

- de onderbroek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of

- ( gedeeltelijk) op het lichaam en/of de bovenbenen van die [slachtoffer] is gaan en/of blijven liggen en/of zitten en/of

- de benen van die [slachtoffer] (met kracht) uit elkaar heeft geduwd door met zijn knie aan de binnenzijde van de benen van die [slachtoffer] te duwen en/of (vervolgens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of gebracht en/of

- ( hard en/of met kracht) aan de haren van die [slachtoffer] heeft getrokken en/of

- ( hard en/of met kracht) met zijn handen op de schouders en/of borstkas van die [slachtoffer] heeft geduwd en/of die [slachtoffer] zo (dieper) in het bed heeft geduwd en/of gedrukt (gehouden) en/of

- die [slachtoffer] op enig moment heeft omgekeerd, zodat die [slachtoffer] op haar buik kwam te liggen en/of

- op het lichaam van die [slachtoffer] zogenoemd is klaargekomen en/of

- ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand