ECLI:NL:RBLIM:2026:9949

ECLI:NL:RBLIM:2026:9949

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 18-09-2026
Datum publicatie 18-09-2026
Zaaknummer 03.070032.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Intieme terreur, huiselijk geweld, mishandeling, bedreiging, dwang en onttrekking minderjarigen kinderen aan het gezag. Veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf, tbs met dwangverpleging en gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03.070032.25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 18 september 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1985,

gedetineerd in [P.I.] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.N.M. Lousberg, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 september 2026. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte in de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 te Heerlen [slachtoffer] :

Feit 1: van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden;

Feit 2: heeft mishandeld;

Feit 3: heeft bedreigd;

Feit 4: heeft gedwongen een ontslagbrief op te stellen en/of te versturen, sieraden af te geven, een ‘humiliation ritual’ te ondergaan en/of uit te voeren, de badkamerdeur open te laten, (verplicht) wakker te blijven en gedurende de hele nacht op de beneden verdieping te zitten, koffers in te pakken en/of op de grond van de woning te gaan liggen;

en

Feit 5: op 6 maart 2025 te Heerlen minderjarigen [naam 1] en [naam 2] heeft onttrokken aan het wettig gezag en/of aan het bevoegd opzicht, terwijl die minderjarigen beneden de twaalf jaar oud waren.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten bewezen. De verklaringen van [slachtoffer] zijn voldoende gedetailleerd en betrouwbaar zodat die voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Wat betreft feiten 1, 4 en 5 vinden de verklaringen van [slachtoffer] steun in de situatie zoals die op 6 maart 2025 door de politie in de woning is aangetroffen, de verklaring van de pleeg-dochter van [slachtoffer] , de resultaten van de doorzoeking van de auto van de verdachte en de bevindingen van de Koninklijke Marechaussee in Volkel. Wat betreft feiten 2 en 3 vindt de aangifte steun in de verklaring van de pleegdochter en de vastgelegde letsels. Het scenario zoals gesteld door de verdachte is niet nader onderbouwd en in strijd met andere bewijs-middelen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van feit 1 wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs en de ontkennende verklaring van de verdachte. De pleegdochter heeft ten aanzien van het meenemen van de sleutels niet zelf verklaard dat de verdachte haar sleutel heeft afgepakt, maar zij heeft verklaard dat [slachtoffer] heeft verteld dat de verdachte alle sleutels had. Verder had de verdachte met het doorknippen van de touwen van de rolluiken en het wegnemen van de telefoons niet de intentie om [slachtoffer] van haar vrijheid te beroven. Zijn doel was om de schermtijd in te perken. Voorts heeft de verdachte consistent verklaard dat [slachtoffer] de woning kon verlaten. De poort en het raam konden ook worden geopend en [slachtoffer] en de pleegdochter stonden in de tuin toen de politie kwam. Ook heeft [slachtoffer] tijdens een telefoongesprek met de politie aangegeven dat geen ondersteuning van de politie nodig was en heeft getuige [naam 3] verklaard dat zij [slachtoffer] op 4 maart 2025 buiten zag lopen en geen bijzonderheden aan haar zag.

Ook heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit van feit 4, nu ondersteunend bewijs ontbreekt.

Ten aanzien van feiten 2, 3 en 5 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1, 2, 3, 4 en 5

Bewijsmiddelen

[slachtoffer] deed aangifte en heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik doe aangifte tegen mijn ex-partner, genaamd [verdachte] , geboren op [geboortegegevens] 1985. Wij hebben twee kinderen samen, genaamd [naam 1] en [naam 2] . Wij hebben beiden gezag over de kinderen. Ik heb ook een pleegdochter, [naam 4] . Mijn woning is gelegen aan de [adres 1] te Heerlen. Op 2 maart 2025 werd ik gebeld door [verdachte] . Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Je gaat nu een ontslagbrief indienen!” en “Ik ben [binnen] nu en 30 minuten thuis, dan is die brief klaar en dan is je ontslag ingediend!” Ik stelde een mail op naar mijn werk omdat ik anders pech zou hebben volgens [verdachte] . Ik schreef naar mijn werk: “Hoi, ik moet per direct ontslag nemen. Ik heb geen mogelijkheid om uit werken wegens privé-omstandigheden, omdat de familie van mijn vaderskant mij bedreigt.” Ik heb deze mail verstuurd in zijn bijzijn (de rechtbank begrijpt: van de verdachte). Ik zag dat [verdachte] keek of ik de mail had verzonden. [verdachte] pakte hierna mijn telefoon af.

Op genoemde datum ging ik mij verzorgen in de avond. [verdachte] wilde hier bij zijn, omdat hij mij niet vertrouwde. [verdachte] zei dat ik al mijn sieraden in moest leveren. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij deze in bewaring nam tot ik weer respect zou hebben. Ik gaf mijn sieraden af. Ik was bang dat hij mij zou slaan als ik het niet zou afgeven. Op 3 maart 2025, omstreeks 03.00 uur, kwam [naam 1] bij mij liggen op de slaapkamer. Ik zag dat [verdachte] de slaapkamer in liep en naar het rolluik toe liep. Ik zag dat [verdachte] een schaar in zijn handen had. Ik hoorde dat hij iets doorknipte. Ik hoorde dat het rolluik dichtviel. Ik zag dat het rolluik kapot was. Ik hoorde dat hij dit ook in de kamer van mijn zoontje deed. Ik hoorde dat daar ook het rolluik dichtviel.

Op 3 maart 2025, omstreeks 05.00 uur, zag ik dat [verdachte] weer naast mijn bed stond. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “kom naar beneden.” Ik liep naar beneden met hem. Ik hoorde dat [verdachte] mij uitschold. Ik hoorde dat hij (de rechtbank begrijpt: de touwen van de) de rolluiken beneden doorknipte. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Weet je waarom ik het rolluik doorknip? Blacklight Bitch. Dit is jouw gevangenis, jij komt hier niet meer uit!”. Ik was bang. Ik zag dat hij de huissleutels had gepakt, ook van mijn pleegdochter. Ik kwam de woning niet meer uit. Ik was erg bang.

Op 3 maart 2025, omstreeks 08.00 uur, zag ik dat [verdachte] alle apparatuur van mij en mijn kinderen in mijn auto legde. Het betreffen laptops, tablets, telefoons en camera’s. Ik belde stiekem 112 omdat ik wist dat hij nu nog verder zou gaan. Ik was opgesloten en ik heb ontslag moeten nemen. Ik was bang voor mijn eigen leven.

Op 3 maart 2025 voelde ik dat [verdachte] mij met een gebalde hand op mijn kont sloeg, meerdere keren. Ik voelde dat dit pijn deed. Ik heb hier nu ook blauwe plekken. Ik voelde dat hij mij met platte hand en gebalde handen in mijn gezicht sloeg op meerdere plekken. Ik voelde hierdoor pijn op deze plekken. Ik heb ook blauwe plekken in mijn gezicht door deze klappen.

Ik hoorde dat [verdachte] zei dat ik op de stoel moest gaan zitten. Ik zag en voelde dat [verdachte] met een krachtige beweging uithaalde richting mijn neus met een gebalde hand. Ik voelde dat hij met een gebalde hand op mijn neus sloeg. Ik zag dat er veel bloed uit mijn neus spoot. Ik had pijn aan mijn neus. Ik zat helemaal onder het bloed.

Op 4 maart 2025 hoorde ik dat [verdachte] zei: “Je zet nergens eens stap alleen, dit is jouw eindstation, game-over!”

Sinds 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 zijn er veel dingen gebeurd in mijn woning. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Jij wilt vluchten, wacht maar, jij zit gevangen en gaat nergens heen!” Ik heb op bijna mijn gehele lichaam blauwe plekken en pijn. Ik heb deze blauwe plekken gekregen door de mishandelingen van [verdachte] . Ik kon de hele week de woning niet verlaten. Ik merkte dat hij heel paranoia was. Elke keer als hij naar buiten ging, sloot hij de deur direct af.

De afgelopen dagen heeft [verdachte] meerdere bedreigingen geuit. Ik hoorde dat [verdachte] de volgende bedreigingen uitte:

- ‘ Je gaat dood!’;

- ‘ Ik ga je benen eraf snijden’;

- ‘ Ik ga je aan een boom hangen!’;

- ‘ Ik ga je lippen eraf snijden, ik begin bij je clitoris!’.

Ik voelde mij erg angstig en ik was bang dat hij deze geuite bedreigingen waar zou maken.

Op 5 maart 2025, omstreeks 16.30 uur, zag ik dat [verdachte] een koeienbeeldje pakte welke in de woonkamer stond. Ik zag dat hij een mes van ongeveer 50 cm pakte. Ik zag [dat] hij het mes uit de hoes haalde. Ik zag dat [verdachte] het beeldje van de koe kapot sloeg met het mes. Hiermee verwees hij naar mee (de rechtbank begrijpt: mij). Ik zag dat [verdachte] voor mij stond en het mes wederom uit de hoes haalde. Ik zag dat hij steekbewegingen maakte met het mes richting mij. Ik vreesde voor mijn leven en ik was erg bang. Ik hoorde dat [verdachte] zei: “Ik vermoord jou nog liever voordat de politie zou komen.” en “Dit is jouw gevangenis en morgen ben jij dood!”. Ik voelde mij angstig. Ik moest de koffers gaan inpakken voor [naam 1] en [naam 2] . Ik moest alles inpakken voor de kinderen. Ik moest van [verdachte] op de grond gaan liggen van de woning.

Op 6 maart 2025, omstreeks 03.30 uur, werd ik wakker en zag ik dat hij de koffers in de zwarte Opel Corsa [deed]. Ik zag dat [naam 1] mee liep met [verdachte] naar de auto. Ik zag dat [verdachte] terug kwam, mijn slapende zoontje optilde en in de auto zette. Ik zag dat hij de deur op slot deed en wegging. Ik kon mijn woning niet meer uit. Ik belde 112 met de telefoon van [naam 4] , welke zij had verstopt. Ik was bang dat als hij terug zou komen, hij mij zou vermoorden. Vervolgens kwam de politie ter plaatse.

Bij de aangifte is een fotoblad als bijlage gevoegd waarop foto’s zijn weergegeven waarop het letsel op het gezicht, de rug en de billen van [slachtoffer] zichtbaar is.

Aangeefster [slachtoffer] heeft voorts op 20 juli 2026 – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik zat van 2 maart tot 6 maart 2025 gegijzeld in mijn eigen woning. De fysieke mishandelingen waren al vanaf 2 maart 2025 bezig. Ik zat al die tijd op slot in mijn woning. Hij sloeg mij de hele tijd tegen mijn billen en mijn stuitje. Deze waren ook helemaal blauw. Van mijn stuitje heb ik nog last. Hij sloeg mij met zijn vuist. Hij bleef mij maar op mijn rug slaan. Op 4 maart 2025 vonden er [de] gehele dag fysieke mishandelingen plaats.

Op 8 maart 2025 is [slachtoffer] door de forensisch arts drs. M.W.G. Govaerts onderzocht. In de forensisch medisch letselrapportage is – zakelijk weergegeven – het volgende vermeld:

Alle beschreven letsels, behalve het letsel beschreven onder punt 2, betreffen onderhuidse bloeduitstortingen in verschillende stadia van genezing. Het letsel beschreven onder 2 betreft een krasletsel in een gebied van kneuzing. Bij betrokkene werden talloze onderhuidse bloeduitstortingen gezien, verspreid over het hele lichaam en in verschillende stadia van genezing.

Bij voornoemde rapportage is een fotomap als bijlage gevoegd waarin foto’s zijn weergegeven waarop het letsel op het lichaam van [slachtoffer] zichtbaar is.

Getuige [naam 4] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Toen ik 1 of 2 jaar oud was, ben ik mijn pleegouders terecht gekomen. Op 2 maart [2025] was ik buiten spelen van 14-17 uur. Om 17:00 uur liep ik naar huis. Ik merkte dat de sfeer niet goed was. Ik zag aan de houding van pap (de rechtbank begrijpt: de verdachte) dat hij geïrriteerd was. Een uur daarna vertelde hij dat mama (de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer]) ontslag had moeten nemen van het werk. Die avond had papa (de rechtbank begrijpt: de touwen van) de rolluiken doorgeknipt. Mama vertelde mij dit de volgende ochtend. Die ochtend pakte hij mijn telefoon af en knipte hij de rolluiken onder door. Ik hoorde de rolluiken vallen. Ik zag later dat de linten hiervan waren doorgeknipt. Ik heb mijn telefoon niet meer teruggekregen. Ik wist dat hij ook de telefoon van mama had afgepakt. Papa liep vaker van de auto naar binnen. Hij bleef op en neer lopen en sloot telkens de voordeur af. Mama vertelde dat papa alle sleutels had. Toen hij weer binnen was, hoorden wij dat papa mama sloeg. Dat gebeurde meerdere keren. Als ik naar de wc ging, kon ik wel kijken. Ik zag dan dat papa mama sloeg. Woensdag (de rechtbank begrijpt: 5 maart 2025) was de ergste dag. Hij schreeuwde de hele dag en sloeg mama de hele dag. Hier waren wij bij. Hij sloeg mama in het gezicht. Hij sloeg met de vlakke hand en met gebalde vuisten. Hij bedreigde haar ook met een mes. Ik zag dat hij een standbeeldje van een koe kapot sloeg met dat mes. Hij ging door met slaan naar mama. Papa riep vaker dat hij mama dood zou maken. Dat heb ik vaak gehoord. Ik had wel gedacht dat hij ons zou vermoorden. Hij nam die nacht ook mijn broertje en zusje mee. Mama maakte mij wakker. Dat was rond 03:15 uur. Mama maakte mij wakker en vertelde mij dat. We sliepen toen onder in de woonkamer op de bank. Mama moest op de grond slapen.

Verbalisanten [naam 5] en [naam 6] hebben – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op 6 maart 2025 ontvingen wij portofonisch de melding van het Operationeel Centrum om te gaan naar de [adres 1] in Heerlen. Omstreeks 04.25 uur waren wij ter plaatse. Wij zagen via het raam van de voordeur dat meldster [slachtoffer] achter de voordeur stond en met ons communiceerde via de brievenbus. Wij hoorden dat [slachtoffer] zei dat zij de voordeur niet kon openen, omdat haar ex-man haar sleutels van het huis had meegenomen. Wij liepen om de woning heen en zagen dat [slachtoffer] in de achtertuin stond samen met haar pleegdochter [naam 4] . We konden de achtertuin betreden om vervolgens via het raam samen met [slachtoffer] en haar pleegdochter de woning te betreden. [slachtoffer] was zichtbaar emotioneel. Wij hoorden dat [slachtoffer] paniekerig zei dat [verdachte] psychisch helemaal de weg kwijt was en dat ze heel erg bang was dat [verdachte] ieder moment kon terug komen om haar te vermoorden en dit ook daadwerkelijk te doen. Wij zagen dat ook pleegdochter [naam 4] zichtbaar angstig in de hoek van de kamer stond. Onderweg naar het bureau hoorden wij dat [slachtoffer] tegen ons zei dat [verdachte] al haar elektrische apparatuur heeft afgepakt, zodat ze met niemand meer kon communiceren en dat haar kinderen zouden worden meegenomen door [verdachte] naar een hotel om vervolgens naar Marokko te vertrekken. Wij zagen op het bureau duidelijk zichtbare blauwe en gele plekken op diverse plekken in het gezicht bij [slachtoffer] .

Verbalisanten [naam 7] en [naam 8] hebben – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op 6 maart 2025 kregen wij een melding van onze meldkamer dat er een man door de slagbomen was gereden op vliegbasis Volkel. Hierop zijn wij naar de [adres 2] te Volkel gereden. Hier troffen wij een man aan welke in een auto zat. De man had aan de bewaking van Volkel een Nederlands paspoort en een Nederlands rijbewijs overhandigd op naam van: [verdachte] , geboren op [geboortegegevens] . [verdachte] was hier samen met zijn twee kinderen.

Verbalisanten [naam 9] , [naam 10] , [naam 8] en [naam 7] hebben – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op 6 maart 2025 waren wij, [naam 7] en [naam 8] , belast met de doorzoeking van het voertuig van [verdachte] . Wij hebben de volgende zaken in het voornoemde voertuig aangetroffen:

- vijf mobiele telefoons in de kofferbak;

- laptop in de kofferbak.

Wij, [naam 9] en [naam 10] , hebben [naam 7] en [naam 8] afgelost en de doorzoeking van voornoemd voertuig overgenomen. Wij hebben de volgende zaken in het voornoemde voertuig aangetroffen:- mobiele telefoon in het dashboardkastje;- laptop in een boodschappentas van ‘Action’, welke zich op de achterbank bevond;- geboorteaktes van de kinderen van verdachte in de boodschappentas van de ‘Action’, welke zich eveneens op de achterbank bevond;- verschillende sleutelbossen in het middenconsole.

Verbalisant [naam 11] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

In de personenauto waarmee [verdachte] zich verplaatste werden diverse goederen aangetroffen. Deze goederen werden overgebracht naar het politiebureau in de gemeente waar door mij deze goederen werden bekeken. De goederen zaten in diverse bigshopper-tassen, vuilniszakken en reiskoffers.

De goederen betroffen:

- 9 mobiele telefoons;

- 4 tablets;

- 2 laptops;

- paspoort [naam 1] , [geboortedatum 1] ;

- paspoort [naam 2] , [geboortedatum 2] .

Uit de verklaring van Vice [slachtoffer] , nadat ik haar vroeg naar deze aangetroffen goederen, bleek dat 1 mobiele telefoon eigendom was van de verdachte [verdachte] . De overige mobiele gegevensdragers bleken van [slachtoffer] en haar kinderen.

Verbalisant [naam 12] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 6 maart 2025 trad ik binnen in de woning [adres 1] Heerlen, bewoond door [slachtoffer] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer]). Zij had geen sleutels van de woning bij zich. Deze waren door de verdachte afgepakt. Bij hem en in de auto werden dan ook alle sleutels aangetroffen. Voorafgaande aan de schouw, verklaarde het slachtoffer dat er een mes op het onderste stapelbed op de slaapkamer van de kinderen lag. De verdachte had dit mes gebruikt. Van het mes zouden nog punten in de tafel staan. De verdachte had namelijk met dit mes in de tafel gehakt en hiermee gedreigd. Van het aangetroffen mes en de punten in de tafel werden foto's gemaakt. Tevens werd geconstateerd dat de lijnen van de rolluiken afwezig waren.

De verdachte heeft bij de rechter-commissaris onder meer het volgende verklaard:

(…) Ik heb haar inderdaad geslagen, (…).

De verdachte heeft bij de rechter-commissaris onder meer het volgende verklaard:

(…) Ik heb inderdaad de kabels van de rolluiken doorgeknipt. (…)

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard:

Ik wilde de sieraden die ik [slachtoffer] had gegeven terug.

Bewijsoverwegingen

De betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer]

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] uitgebreid, gedetailleerd en consistent heeft verklaard over hetgeen is voorgevallen in de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 in Heerlen. De rechtbank heeft dan ook geen reden om aan de verklaring van [slachtoffer] te twijfelen, te meer nu haar verklaring op verschillende onderdelen bevestiging vindt in de overige bewijsmiddelen. Allereerst zag de politie, alvorens [slachtoffer] aangifte had gedaan, toen zij op 6 maart 2025 ter plaatse kwam bij de woning van [slachtoffer] , dat zij zichtbaar emotioneel, paniekerig en bang was. Ook was haar pleegdochter zichtbaar angstig. De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar en geloofwaardig en neemt deze als uitgangspunt van de bewijsvoering. De rechtbank zal hierna per feit benoemen door welk nader steunbewijs de verklaring van [slachtoffer] wordt bekrachtigd.

Ten aanzien van feit 1

[slachtoffer] heeft onder meer verklaard dat zij in de genoemde periode opgesloten was in haar woning en de woning niet kon verlaten en de verdachte de huissleutels had gepakt, de touwen van de rolluiken had doorgeknipt en laptops, tablets en telefoons had weggenomen. Haar verklaring vindt steun in onder meer het volgende. [naam 4] [slachtoffer] , de pleegdochter van [slachtoffer] en de verdachte, heeft verklaard dat de verdachte de linten van de rolluiken heeft doorgeknipt, hetgeen ook is geconstateerd door de politie en is bekend door de verdachte. Voorts heeft [naam 4] verklaard dat de verdachte vaker op en neer liep naar de auto en dan telkens de voordeur afsloot. Verder moest de politie, toen zij ter plaatse kwam op 6 maart 2025, met [slachtoffer] communiceren via de brievenbus en via het raam de woning betreden, en werden verschillende sleutelbossen, negen telefoons, vier tablets en twee laptops in de auto, waarin de verdachte is aangehouden, aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank is aldus voldoende gebleken dat [slachtoffer] niet de mogelijkheid had de woning te verlaten. Bovendien was zij niet vrij de woning te verlaten gelet op de aanhoudende (dreiging met) mishandelingen. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 [slachtoffer] wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden.

Ten aanzien van feit 2

[slachtoffer] heeft verklaard dat de verdachte haar diverse malen heeft geslagen met een vuist en/of met de vlakke hand tegen de neus, het gezicht, de rug en de billen. Haar verklaring vindt steun in de foto’s waarop het letsel van [slachtoffer] zichtbaar is, de letselrapportage van de forensisch arts en hetgeen de agenten wat betreft het letsel hebben waargenomen. Ook heeft [naam 4] verklaard te hebben gehoord en gezien dat de verdachte [slachtoffer] verschillende keren sloeg met de vlakke hand en met gebalde vuisten. Overigens heeft ook de verdachte verklaard [slachtoffer] te hebben geslagen. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 [slachtoffer] heeft mishandeld.

Ten aanzien van feit 3

Ook acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de genoemde periode [slachtoffer] heeft bedreigd met de in de tenlastelegging genoemde bewoordingen en met een mes door stekende bewegingen te maken en/of te wijzen in de richting van [slachtoffer] . De verklaring van [slachtoffer] wordt ondersteund door de bevindingen van de politie met betrekking tot het aangetroffen mes en door de verklaring van [naam 4] . Zij heeft verklaard dat zij vaak heeft gehoord dat de verdachte riep dat hij [slachtoffer] dood zou maken en dat de verdachte [slachtoffer] heeft bedreigd met een mes.

Ten aanzien van feit 4

[slachtoffer] heeft verder onder meer verklaard dat de verdachte haar heeft gedwongen een ontslagbrief op te stellen en te versturen, sieraden af te geven, koffers in te pakken en op de grond van de woning te gaan liggen. Wat betreft het opstellen en versturen van de ontslag-brief en het liggen op de grond vindt de verklaring van [slachtoffer] steun in de verklaring van [naam 4] . Zij heeft verklaard dat de verdachte tegen haar had gezegd dat [slachtoffer] ontslag had moeten nemen van haar werk en heeft meegekregen dat [slachtoffer] op de grond moest slapen. Het inpakken van de koffers wordt ondersteund door het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam 11] waarin is gerelateerd dat er zich reiskoffers in de auto, waarin de verdachte is aangehouden, bevonden. Verder blijkt uit het dossier voldoende dat [slachtoffer] sieraden heeft afgegeven in een situatie waarin zij door de verdachte werd geslagen en dreigend werd toegesproken. De verdachte heeft ter terechtzitting ook zelf verklaard dat hij de sieraden terug wilde.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte met dit handelen een zeer bedreigende en intimiderende situatie voor [slachtoffer] gecreëerd waarin zij zich gedwongen voelde een ontslagbrief op te stellen en te versturen, sieraden af te geven, koffers in te pakken en op de grond van de woning te gaan liggen door te zeggen ‘ik ben nu en 30 minuten thuis, dan is die brief klaar en dan is je ontslag ingediend!’ en door [slachtoffer] meermalen te slaan. De rechtbank acht daarom feit 4 wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte zal van het ondergaan en/of uitvoeren van een ‘humiliation ritual’, het openlaten van de badkamerdeur en het (verplicht) wakker blijven door [slachtoffer] partieel worden vrijgesproken, nu deze handelingen onvoldoende ondersteuning vinden in het dossier.

Ten aanzien van feit 5

De rechtbank stelt vast dat de verdachte en [slachtoffer] de ouders zijn van [naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] , en [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] . Op basis van de verklaring van [slachtoffer] stelt de rechtbank bovendien vast dat zij gezamenlijk belast zijn met het wettelijke gezag over de kinderen. Verder stelt de rechtbank vast dat de verdachte zonder toestemming van [slachtoffer] op 6 maart 2025 vanuit Heerlen met de kinderen is vertrokken. Hij is op diezelfde dag in de auto met de kinderen aangetroffen op vliegbasis Volkel.

Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de verdachte de kinderen op 6 maart 2025 heeft onttrokken aan het gezag van [slachtoffer] . De verdachte is zonder toestemming van [slachtoffer] – met koffers en de geboorteaktes en paspoorten van de kinderen in de auto – met de kinderen vertrokken. De rechtbank acht dan ook feit 5 wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

1

in de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 te Heerlen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden door

- haar op te sluiten in de woning aan de [adres 1] te Heerlen,

- alle sleutels van die woning mee te nemen,

- de touwen van de rolluiken van die woning door te knippen, en

- elektrische communicatieapparatuur van [slachtoffer] weg te nemen;

2

in de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 te Heerlen [slachtoffer] heeft mishandeld door

- haar meermaals met een vuist en/of met de vlakke hand te slaan tegen de neus en het gezicht, en

- haar meermaals met een vuist te slaan tegen de rug en de billen, in ieder geval het lichaam;

3

in de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 te Heerlen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling,

- door haar dreigend de woorden toe te voegen "dit is jouw gevangenis, jij komt hier niet meer uit", "je zet nergens een stap alleen, dit is jou eindstation, game-over!", "ik vermoord jou nog liever voordat de politie zou komen", "dit is jouw gevangenis en morgen ben jij dood", "je gaat dood", "ik ga je benen eraf snijden", "ik ga je aan een boom hangen" en "ik ga je lippen eraf snijden, ik begin bij je clitoris", en

- door met een mes stekende bewegingen te maken en te wijzen in haar richting;

4

in de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 te Heerlen [slachtoffer] , door geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer] , wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, te weten

- het opstellen en versturen van een ontslagbrief,

- het afgeven van sieraden,

- het inpakken van koffers en

- het op de grond van de woning gaan liggen,

door haar dreigend en/of dwingend toe te spreken met de woorden "ik ben nu en 30 minuten thuis, dan is die brief klaar en dan is je ontslag ingediend!" en haar meermalen te slaan;

5

op 6 maart 2025 te Heerlen opzettelijk minderjarigen, [naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] en [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] , heeft onttrokken aan het wettig over hen gesteld gezag, terwijl die minderjarigen beneden de twaalf jaren oud waren.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging zijn in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in zijn belangen geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

Feit 2: mishandeling, meermalen gepleegd;

Feit 3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

Feit 4: een ander door geweld en een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, meermalen gepleegd;

Feit 5: opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gesteld gezag, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

A. Witvliet, GZ-psycholoog, S.J. Roza, psychiater, en J. Bouhuis, arts in opleiding tot psychiater, hebben over de geestvermogens van de verdachte op 7 mei 2026 gezamenlijk een rapport uitgebracht, na observatie en onderzoek van de verdachte in het Pieter Baan Centrum. In hun rapportage komt – zakelijk weergegeven – het volgende naar voren.

Er is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met gemengde persoonlijkheidstrekken, waarbij achterdocht, vijandigheid, reactieve agressie, sociale teruggetrokkenheid, oneerlijkheid en onverantwoordelijkheid op de voorgrond staan, en een stoornis in het gebruik van cannabis, heden in remissie in de gestructureerde omgeving van detentie. Ten tijde van de feiten waren, vanwege de chroniciteit van deze aandoeningen, de persoonlijkheidsstoornis en de verslavingsstoornis, eveneens aanwezig. Het delictscenario is, door de beperkte mate waarin de verdachte met onderzoekers over de (periode rondom de) feiten wilde spreken, dermate beperkt in beeld gekomen dat onderzoekers menen terug-houdend te moeten zijn in het vaststellen van de mate van keuzevrijheid ten tijde van deze feiten. Het is niet helder geworden welke gevoelens, gedachten en gedragingen van de verdachte ten tijde van het tenlastegelegde hebben geleid tot de (gewelds)escalatie en of voor elk van de feiten eenzelfde dynamiek kan worden verondersteld. Onderzoekers hebben bovendien onvoldoende diagnostisch zicht gekregen op het geagiteerde en vijandig ontregelde beeld dat de verdachte zou hebben getoond ten tijde van en vlak na het tenlastegelegde. Vanuit de vastgestelde persoonlijkheidsstoornis heeft de verdachte weliswaar enkele kwetsbaarheden, waardoor hij bij gevoelens van onrechtvaardigheid of onmacht eerder agressie heeft laten zien, maar niet in die ernstige en escalerende mate zoals nu in de feiten ten toon zou zijn gespreid. Onderzoekers kunnen derhalve geen conclusies trekken over de doorwerking van de bij hem vastgestelde psychopathologie in het tenlastegelegde en vanuit gedragskundig oogpunt ook geen advies uitbrengen ten aanzien van de mate van toerekenen.

De rechtbank concludeert als volgt. Weliswaar blijkt dat ten tijde van het bewezenverklaarde de persoonlijkheidsstoornis en de verslavingsstoornis aanwezig waren, maar het voorgaande geeft geen aanknopingspunten om de feiten in het geheel niet aan de verdachte toe te rekenen. Niet kan worden vastgesteld dat de doorwerking van de stoornissen op het gedrag van de verdachte zodanig was dat hij daaraan geen weerstand kon bieden. Omdat ook geen andere feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, is de verdachte strafbaar.

6. De straf en de maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf van twee jaren met aftrek van de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht op te leggen. Bij het formuleren van de eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de duur van de periode waarin de feiten zijn gepleegd, de ernst van het toegepaste geweld en het vernederende karakter van de handelingen die [slachtoffer] heeft moeten verrichten en ondergaan. De officier van justitie is uitgegaan van een verminderde mate van toerekenbaarheid.

Daarnaast heeft de officie van justitie gevorderd de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel of tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege aan de verdachte op te leggen. Aan de wettelijke criteria voor de oplegging daarvan is voldaan. Dat tbs met dwangverpleging de enige mogelijke optie is, volgt uit de opgestelde rapportages. De duur van de tbs-maatregel is niet gemaximeerd, nu de verdachte een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] .

Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd de gedragsbeïnvloedende en vrijheids-beperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht voor de feiten die zij bewijsbaar acht een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk op te leggen met aftrek van voorarrest en daaraan bijzondere voorwaarden te verbinden, te weten een contactverbod met [slachtoffer] (met uitzondering van indirect contact in verband met de kinderen), een locatieverbod, een meldplicht, meewerken aan diagnostiekonderzoek en daaruit voortvloeiende behandelingen, ook als dat inhoudt dat hij medicatie moet innemen, en een alcohol- en middelenverbod en het meewerken aan controles daarvan. De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was, first offender is en nooit de kans heeft gehad om te laten zien dat hij zich aan voorwaarden kan conformeren. De verdachte heeft verklaard hulp te kunnen gebruiken en open te staan daarvoor. Mocht de rechtbank geen deels voorwaardelijke gevangenisstraf wensen op te leggen, kan de verdachte zich vinden in de oplegging van de tbs-maatregel met voorwaarden.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf en maatregel is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft in een periode van een aantal dagen in het bijzijn van zijn kinderen zijn ex-partner [slachtoffer] in haar eigen woning van haar vrijheid beroofd en beroofd gehouden, mishandeld, bedreigd en gedwongen tot het opstellen en versturen van een ontslagbrief, het afgeven van sieraden, het inpakken van koffers en het op de grond van de woning liggen. Uit het dossier komt een beeld naar voren van intieme terreur tegen [slachtoffer] : huiselijk geweld, dat wordt gekenmerkt door een patroon van controle en dwang door het bedreigen, vernederen en gebruiken van fysiek geweld. De verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke waardigheid van [slachtoffer] . Dit vond plaats in het bijzijn van haar kinderen en in haar eigen woning, die bij uitstek de plek is waar de kinderen en zij zich veilig en geborgen behoren te kunnen voelen. Uit het dossier blijkt welke impact deze feiten op [slachtoffer] hebben gehad, maar ook op de pleegdochter [naam 4] . Zij hebben door het handelen van de verdachte veel angst ervaren. Daarnaast heeft de verdachte hun twee minderjarige kinderen onttrokken aan het gezag door met de kinderen, zonder toestemming van hun moeder, de woning te verlaten en met de auto te vertrekken, volgens [slachtoffer] zelfs met de bedoeling om naar het buitenland (Marokko) te gaan. Volgens de verdachte klopt dat niet en wilde hij alleen de kinderen door een arts laten onderzoeken. Wat hier ook van zij: de verdachte heeft zijn eigen belang voorop gesteld, ver boven de belangen van de kinderen en hun moeder. De kinderen zijn hiermee uit hun vertrouwde omgeving gehaald en [slachtoffer] bleef bezorgd achter. Zij is hierdoor niet in staat geweest om haar wettelijk gezag uit te oefenen. Dit alles neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.

De straf

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, mede gelet op de straffen die in vergelijkbare gevallen zijn opgelegd, niet kan worden volstaan met een andere reactie dan oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank houdt rekening met de Pro Justitia rapportage zoals hiervoor genoemd, waaruit blijkt dat bij de verdachte sprake was/is van een andere gespecificeerde persoonlijkheids-stoornis met gemengde persoonlijkheidstrekken en een stoornis in het gebruik van cannabis. Hoewel de deskundigen geen advies hebben kunnen uitbrengen ten aanzien van de toereken-baarheid, is de rechtbank van oordeel dat de feiten in een verminderde mate aan de verdachte zijn toe te rekenen. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het dossier voldoende aanwijzingen bevat om te kunnen stellen dat een of meer stoornissen hebben doorgewerkt in de strafbare feiten. Uit het dossier is onder meer gebleken dat de verdachte verwarde uitspraken deed, onder meer over vermeende seksuele escapades van [slachtoffer] met politiemedewerkers en alle wijkbewoners.

Alles afwegende komt de rechtbank tot het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank ziet, gelet op hetgeen hierna is vermeld over de op te leggen maatregel, geen meerwaarde in een voorwaardelijk deel zoals door de raadsvrouw is bepleit.

De maatregel van terbeschikkingstelling

Indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist, kan de rechtbank gelasten dat een verdachte ter beschikking wordt gesteld indien zij tot het oordeel komt dat bij de verdachte tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en het door hem begane feit een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld dan wel een misdrijf dat als zodanig is aangewezen (artikel 37a Sr). Indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist, kan de rechtbank tevens verpleging van overheidswege gelasten (artikel 37b Sr).

De verdachte is in de periode van 2 februari 2026 tot 13 maart 2026 opgenomen, geobserveerd en onderzocht in het Pieter Baan Centrum. Op basis daarvan hebben voornoemde deskundigen gerapporteerd. Omdat zij niet hebben kunnen vaststellen of, hoe en welke psychische stoornis van de verdachte in verband staat tot of heeft doorgewerkt in het bewezenverklaarde, kunnen zij vanuit gedragskundig oogpunt ook geen uitspraak doen over het risico op herhaling van soortgelijke feiten als het tenlastegelegde. Zij hebben zich onthouden van een advies over behandelinterventies of -kaders.

De reclassering heeft in haar rapport van 29 juli 2026 vermeld dat door haar geen risicotaxatie kan worden uitgevoerd, omdat het een ontkennende verdachte betreft en de verdachte nooit eerder werd veroordeeld wegens dergelijke delicten. Omdat er geen risicotaxatie kan worden afgenomen en het onduidelijk is welke behandelinterventies binnen een juridisch kader van toepassing zijn, is het voor de reclassering niet mogelijk om invulling te geven aan een hulpverleningstraject dat erop gericht is om de kans op recidive te kunnen verminderen. De reclassering kan met de beschikbare informatie geen advies geven over een tbs-maatregel met voorwaarden.

Naar het oordeel van de rechtbank is evenwel sprake van een hoog recidiverisico, hetgeen wordt bevestigd in het rapport van GZ-psycholoog drs. A. van der Geize van 27 augustus 2025. De verdachte heeft over een periode van verschillende dagen ernstig gewelddadig gedrag laten zien richting zijn ex-partner waarbij ook de kinderen aanwezig waren. Ook het gedrag van de verdachte na aanhouding is zorgelijk. De rechtbank heeft hiervoor reeds overwogen dat het dossier voldoende aanwijzingen bevat om te kunnen stellen dat een of meer stoornissen hebben doorgewerkt in de strafbare feiten.

Gelet op het bewezenverklaarde en hetgeen hiervoor is overwogen, wordt voldaan aan de formele vereisten om een tbs-maatregel op te leggen. De rechtbank is van oordeel dat het onverantwoord is om de verdachte zonder enige vorm van behandeling weer deel te laten nemen aan de samenleving. Er bestaat immers een groot risico dat de verdachte opnieuw een delict zal plegen waarbij de veiligheid van anderen ernstig gevaar zal lopen als de verdachte onbehandeld blijft. Mede gelet op de problematiek van de verdachte is een verplicht zorgkader aangewezen. Psycholoog Van der Geize heeft opgemerkt dat een ambulant kader gezien de aard en ernst van de psychopathologie niet haalbaar is. De kans is groot dat de verdachte zich gezien zijn psychopathologie niet kan conformeren aan voorwaarden. Volgens de psycholoog is intensieve behandeling van minimaal een jaar in een klinische setting met een hoog beveiligingsniveau noodzakelijk. Naar het oordeel van de rechtbank zijn er – vanwege zijn problematiek – onvoldoende redenen om aan te nemen dat de verdachte opgelegde voorwaarden zal naleven. De door de verdediging bepleite tbs-maatregel met voorwaarden is onvoldoende onderbouwd en brengt naar het oordeel van de rechtbank te grote risico’s voor de maatschappij met zich. De rechtbank zou ook niet weten welke voorwaarden aan de maatregel verbonden zouden moeten worden.

De rechtbank concludeert dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van de maatregel van tbs noodzakelijk maken. Een tbs-maatregel met voorwaarden behoort, gelet op het voorgaande, niet tot de mogelijkheden. De rechtbank zal derhalve gelasten dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en bevelen dat de verdachte van overheidswege wordt verpleegd ten aanzien van feiten 1, 3 en 5.

Op grond van artikel 38e Sr mag de totale duur van de tbs-maatregel met overheids-verpleging een periode van vier jaren niet te boven gaan, tenzij de maatregel is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Ook bedreigingen kunnen hieronder worden begrepen indien zij worden voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door niet-verbaal agressief gedrag ten opzichte van de bedreigde of als aannemelijk is dat de bedreiging zou worden uitgevoerd. Gelet op de omstandigheid dat alle bewezenverklaarde bedreigingen (en ook de vrijheids-beroving) werden voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd door gewelddadig gedrag richting [slachtoffer] , is de rechtbank van oordeel dat ook de bewezenverklaarde bedreigingen gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Omdat de maatregel van tbs met verpleging van overheidswege mede wordt opgelegd voor misdrijven die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen, kan de totale duur van de maatregel een periode van vier jaar te boven gaan en zal de maatregel niet worden gemaximeerd.

Maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking

De officier van justitie heeft tevens gevorderd om een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr op te leggen. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van een maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking is voldaan. De terbeschikkingstelling van de verdachte wordt gelast en naar het oordeel van de rechtbank is de oplegging van de maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen. De rechtbank zal daarom ook deze maatregel opleggen.

7. Het beslag

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen mes gevorderd, nu dit mes is gebruikt bij het plegen van een van de feiten.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Nu feit 3 met behulp van het mes is begaan, zal de rechtbank dit mes verbeurd verklaren.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 37a, 37b, 38d, 38z, 57, 279, 282, 284, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

Maatregel terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege

Gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel

- legt aan de verdachte op de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende in beslag genomen voorwerp:

1 STK Mes (G1785214).

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.J. Quaedvlieg, voorzitter, mr. S.L.M. van Venrooij en mr. V.C. Andeweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.G. Taranto, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 september 2026.

Buiten staat

Mr. V.C. Andeweg en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1

hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 te Heerlen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door

- die [slachtoffer] op te sluiten in de woning aan de [adres 1] te Heerlen en/of

- alle sleutels van de woning aan de [adres 1] te Heerlen mee te nemen en/of

- de touwen van de rolluiken van de woning aan de [adres 1] te Heerlen door te knippen en/of

- ( alle) elektrische communicatie-apparatuur van die [slachtoffer] weg te nemen;

2

hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 te Heerlen [slachtoffer] heeft mishandeld door

- die [slachtoffer] meermaals, althans eenmaal, met een vuist en/of met de vlakke hand, te slaan tegen de neus en/of het gezicht, althans het hoofd en/of

- die [slachtoffer] meermaals, althans eenmaal, met een vuist te slaan tegen de rug en/of de billen, althans de romp, in ieder geval het lichaam;

3

hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 te Heerlen [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

- door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "dit is jouw gevangenis, jij komt hier niet meer uit" en/of "je zet nergens een stap alleen, dit is jou eindstation, game-over!" en/of "ik vermoord jou nog liever voordat de politie zou komen" en/of "dit is jouw gevangenis en morgen ben jij dood" en/of "je gaat dood" en/of "ik ga je benen eraf snijden" en/of "ik ga je aan een boom hangen" en/of "ik ga je lippen eraf snijden, ik begin bij je clitoris", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- door met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, stekende bewegingen te maken en/of te wijzen in de richting van die [slachtoffer] ;

4

hij in of omstreeks de periode van 2 maart 2025 tot en met 6 maart 2025 te Heerlen, een ander, te weten [slachtoffer] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer] ,

wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten

- het opstellen en/of versturen van een ontslagbrief en/of

- het afgeven van sierraden en/of

- het ondergaan en/of uitvoeren van een (door verdachte als zodanig genoemd) 'humaliation ritual' waarbij die [slachtoffer] zichzelf moest ontkleden en/of haar haren mooi moest doen en/of lipgloss moest aanbrengen en/of (vervolgens) moest stofzuigen en/of met een schilmesje de voegen van de keukenvloer moest schoonmaken en/of

- het openlaten van de badkamerdeur en/of

- het (verplicht) wakker blijven en gedurende de hele nacht op de beneden verdieping zitten en/of

- het inpakken van koffers en/of

- het op de grond van de woning gaan liggen,

door die [slachtoffer] dreigend en/of dwingend toe te spreken met de woorden "ik ben nu en 30 minuten thuis, dan is die brief klaar en dan is je ontslag ingediend!" en/of "je zet nergens een stap alleen" en/of "wil jij je kont weggeven, doe je kleren maar uit", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of die [slachtoffer] meermalen,

althans eenmaal, te slaan;

5

hij op of omstreeks 6 maart 2025 te Heerlen, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige, [naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] en/of [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] , heeft onttrokken aan het wettig over hem gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefende, terwijl die minderjarige(n) beneden de twaalf jaren oud was/waren.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand