ECLI:NL:RBLIM:2026:9982

ECLI:NL:RBLIM:2026:9982

Instantie Rechtbank Limburg
Datum uitspraak 21-09-2026
Datum publicatie 21-09-2026
Zaaknummer 03.044303.26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Maastricht

Samenvatting

Veroordeling voor 4 feiten, te weten: het plegen van ontuchtige handelingen met zijn kind, waarbij het slachtoffer de leeftijd van 12 nog niet had bereikt (meermalen gepleegd), het plegen van ontuchtige handelingen met zijn kind, waarbij het slachtoffer de leeftijd van 12 maar nog niet die van 16 had bereikt (meermalen gepleegd), verkrachting van zijn kind (meermalen gepleegd) en voor mishandeling van zijn kind, tot een gevangenisstraf van 6 jaren. Vrijspraak voor (latere) verkrachting. Gehele toewijzing van de vordering benadeelde partij (€40.000,-), met wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03.044303.26

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 21 september 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1967,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. S.P.C. Broekmans, advocaat te Roermond.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 7 september 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Aangeefster [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partij is ter terechtzitting gehoord mr. P.G.J.M. Boonen, advocaat te Sittard. [slachtoffer] , ter terechtzitting verschenen, heeft gebruik gemaakt van het aan haar toekomende spreekrecht en een slachtofferverklaring voorgelezen. De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding behandeld.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

Feit 1: in de periode van 1 mei 2009 tot en met 3 september 2016 meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn dochter [slachtoffer] , die op dat moment de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, die (mede) bestond uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;

Feit 2: in de periode van 4 september 2016 tot en met 3 september 2020 meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn dochter [slachtoffer] , die op dat moment de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, die (mede) bestond uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;

Feit 3: in de periode van 4 september 2020 tot en met 21 april 2021 zijn dochter [slachtoffer] heeft verkracht;

Feit 4: op 11 maart 2025 zijn dochter [slachtoffer] heeft verkracht;

Feit 5: op 12 april 2025 zijn dochter [slachtoffer] heeft mishandeld.

3. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten bewezen. De verklaringen van het slachtoffer zijn gedetailleerd en consistent en vinden steun in de overige bewijsmiddelen. Dat maakt de verklaringen van aangeefster betrouwbaar. De ontkennende verklaring van de verdachte is niet geloofwaardig en dient terzijde te worden geschoven. De aangifte van mishandeling vindt steun in het feit dat de verbalisanten het letsel van aangeefster hebben waargenomen.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte ontkent dat hij de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. De verklaring van aangeefster moet onbetrouwbaar worden geacht en daarnaast bevindt zich in het dossier geen steunbewijs. De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten en verzoekt de verdachte integraal vrij te spreken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de eerste, tweede, derde en vijfde aan de verdachte tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht het vierde aan de verdachte tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. Omtrent de bewezenverklaringen en vrijspraak overweegt de rechtbank het volgende.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3:

Bewijsmiddelen:

Op 18 maart 2025 heeft [slachtoffer] , geboren op 3 september 2004, aangifte gedaan. Zij heeft daarbij onder meer het volgende verklaard:

V: Als je het zelf mag benoemen, van welk strafbaar feit kom jij aangifte doen?

A: Seksueel misbruik.

V: Tegen wie kom jij aangifte doen?

A: Mijn vader. [de rechtbank begrijpt: [verdachte] , geboren op [geboortegegevens] 1967]

V: Wanneer is dit gebeurd?

A: Van mijn 4e tot mijn 16e jaar.

V: Waar is dit gebeurd?

A: Op mijn kamer en soms op hun slaapkamer.

V: Wat is het adres?

A: [adres 1] in Maastricht.

(…)

V: Vertel eens alles over de eerste keer?

A: Het was toen mijn opa net was overleden. Toen was het 's nachts en lag ik te slapen. Toen kwam mijn vader mijn kamer op. Toen ging hij op het bed zitten om te kijken of ik nog wakker was en toen werd ik daar wakker van. Toen ging hij tegen mij praten, volgens mij over mijn moeder en de dood van mijn opa. Toen begon hij met mij aan te raken. Eerst bij mijn buik en toen ging hij met zijn hand richting mijn vagina. Toen zat hij met zijn hand bij mijn vagina. Toen begon hij mij te zoenen en deed hij ook nog zijn tong erbij. Toen had hij mijn pyjamabroekje uitgedaan en ging hij met zijn hoofd richting mijn vagina en ging hij met zijn tong in mijn vagina. Dat is wel eventjes doorgegaan en uiteindelijk ging hij met zijn vingers in mijn vagina.

(…)

V: Weet jij nog wanneer je opa was overleden?

A: Begin mei 2009.

(…)

V: Hij zat toen met zijn hand bij je vagina en wat deed hij daar?

A: Hij ging eerst met zijn vingers tussen mijn schaamlippen voelen en bij mijn clitoris. Uiteindelijk ging hij in mijn vagina met zijn vingers.

V: Hoe deed hij dat in je vagina met zijn vingers?

A: Hij ging met zijn vingers op en neer in mijn vagina.

(…)

V: Laat ik het anders vragen. Gebeurde dit in een vaste frequentie of was het sporadisch of anders?

A: Een vaste frequentie.

V: Kun je dan eens vertellen hoe dat in elkaar zat?

A: Het was wekelijks en soms wel twee of drie keer per week.

(…)

V: Aan wie heb je het na die eerste keer verteld?

A: Volgens mij heb ik het eerst nog tegen niemand gezegd, maar uiteindelijk toen ik ongeveer vijf jaar oud was heb ik het tegen mijn moeder gezegd dat papa mij aanraakte.

(…)

V: Je zei net dat je nooit van je vader mocht vertellen wat hij deed, vertel daar eens alles over?

A: Hij zei dat ik niemand mocht vertellen wat hij deed, dat het ons geheimpje was. Hij zei dat wekelijks tegen mij nadat het gebeurde.

V: Je hebt het toen tegen je moeder verteld in een gesprek. Zij mocht dat niet tegen je vader vertellen. Wat maakte dat zij dat niet mocht vertellen?

A: Het misbruik was nog altijd bezig, dat wist zij niet. Omdat ik het gevoel had dat ik hem had verraden, was ik bang dat hij mij fysiek zou pijn doen.

V: Wat maakt dat je daar bang voor was?

A: Omdat hij mij wel eens fysiek had pijn gedaan bij het misbruik.

V: Vertel daar eens over?

A: Het was eigenlijk toen ik al wat ouder was en een paar keer 'nee' had gezegd. Eigenlijk toen ik al een paar keer had gezegd dat ik iets niet wilde, als ik dat dan zei werd hij boos en sloeg hij mij.

(…)

V: Vertel eens alles over de keer die jou het meest is bijgebleven?

A: Ik was toen 8 jaar oud en toen was een vriendin bij mij blijven slapen de avond ervoor, dus het logeerbed stond nog op. (…) Toen kwam hij richting mijn slaapkamer. Hij had toen alleen nog zijn onderbroek aan. Ik deed alsof ik sliep. Hij ging eerst op het logeerbed zitten en gaf mij allemaal complimentjes, omdat ik voor het eerst weer een kort broekje of rokje durfde aan te doen, omdat die vriendin bleef slapen de avond ervoor. Hij begon mij toen te zoenen. En toen deed hij ook weer zijn tong erbij en toen ging hij met zijn hand onder mijn pyjamabroekje en onderbroek en ging hij eerst bij mijn schaamlippen voelen en daarna ging hij weer met zijn vinger in mijn vagina. Toen was hij met zijn andere hand, zijn linkerhand, bij mijn borstkas aan het voelen en bij mijn buik. Daar deed hij voor de rest niet echt iets. Toen kwam hij op mijn bed. Toen deed hij mijn pyjamabroekje uit en mijn onderbroek uit. Toen ging hij met zijn hoofd richting mijn vagina en met zijn tong in mijn vagina. Toen heb ik hem met mijn handen proberen weg te duwen bij zijn hoofd, maar dat lukte niet. Toen was hij gestopt en kwam hij met zijn hoofd terug naar mijn hoofd en ging hij mij weer zoenen. En toen zei hij dat ik hem moest aftrekken. Dat heb ik toen ook gedaan. Toen zei hij dat ik even moest wachten en dat hij iets ging pakken. Hij liep even naar de badkamer toe, kwam terug en zei dat hij een condoom had gepakt. En toen had hij de condoom over zijn piemel gedaan en toen had hij zijn onderbroek al uit. Toen deed hij zijn piemel in mijn vagina. Ik voelde toen eigenlijk heel veel pijn en ik vond het niet fijn, merkte ik gewoon. Ik heb toen op dat moment gezegd dat het pijn deed en daar heeft hij niet naar geluisterd, dat heeft hij niet gehoord. Uiteindelijk is hij met zijn piemel uit mijn vagina gegaan en toen begon hij mij weer te zoenen. Toen zei hij dat hij het heel fijn vond en toen zei hij: "Tot morgen, tegen niemand zeggen."

V: Je vertelt dat je 8 jaar was, hoe weet je dat?

A: Omdat het de tweede keer was dat hij penetratie had gedaan.

Op 21 maart 2025 is [slachtoffer] aanvullend verhoord. Zij heeft daarbij onder meer het volgende verklaard:

V: Vertel eens alles over de laatste keer?

A: Het was in april 2021.

(…)

V: Wij horen je zeggen dat het april 2021 was. Hoe weet je nog dat het toen was?

A: Mijn oma was toen jarig geweest.

V: Wanneer is je oma jarig?

A: 23 april. Maar het is een dag later geweest de 24ste.

(…)

V: Vertel eens hoe het komt dat er een slot op je kamer kwam?

A: Ik had 6 januari 2021 een gesprek gehad met mijn moeder in de auto. Ik had haar aangegeven dat ik mij niet meer veilig voelde thuis. Ik vertelde dat mijn vader mij aanraakte en grensoverschrijdend gedrag vertoonde naar mij en dat ik mij daardoor niet meer veilig voelde. Zij is toen akkoord gegaan met een slot op mijn deur.

(…)

V: Je vader komt de kamer op en je verteld dat hij je begon te zoenen. Hoe ging dat?

A: Ik lag op mijn rug. Hij zat op de rand van mijn bed. Hij kwam met zijn hoofd dichter bij mijn hoofd. Hij pakte met zijn hand mijn hoofd vast en begon mij te zoenen.

V: Op welke manier deed hij je zoenen?

A: Eerst was het zonder tong en uiteindelijk deed hij zijn tong erbij. Zijn tong kwam dan in mijn mond.

V: Wat deed hij dan met zijn tong in je mond?

A: Hij maakte vooral een soort rondjes met zijn tong in mijn mond.

V: Hoe reageerde jij?

A: Ik reageerde niet echt. Maar uiteindelijk tijdens het gebeuren heb ik wel een beetje gehuild en dat was het ook.

V: Dan is hij je aan het zoen en dan?

A: Toen ging hij met zijn hand onder mijn pyjamashirt. Hij ging toen voelen aan mijn borstkast en mijn borsten.

V: Wat deed hij bij je borsten?

A: Hij begon er in te knijpen. Hij kwam met zijn hand over mijn borst en kneep er toen een paar keer in. Hij deed dit met een hand. Hij deed dit aan een borst, mijn linkerborst.

(…)

V: Wat gebeurd er vervolgens nadat hij aan je borsten heeft gezeten?

A: Hij is met zijn hand richting mijn vagina gegaan. Toen is hij eerst met zijn vingers gaan voelen bij mij schaamlippen. Toen is hij uiteindelijk met zijn vingers in mijn vagina gegaan. Hij is hier toen met zijn vingers op en neer gegaan.

V: Met zijn hand richting je vagina, hoe ging dat?

A: Hij ging eerst met zijn hand over mijn buik. Hij ging dan door onder mijn pyjama broek en onderbroek. Hij deed dit met zijn rechterhand.

(…)

V: Wat deed het stoppen?

A: Hij stopte zelf gewoon en toen daarna deed hij mijn broekje en onderbroek uit.

V: Hoe ging dat?

A: Met beiden handen deed hij dat. Hij schoof een beetje op. Hij deed dan mijn onderbroek en pyjama broek uit. Hij deed vervolgens ook mijn shirt uit. Hij schoof vervolgens mijn benen een beetje uit elkaar.

In het proces-verbaal van bevindingen van het informatief gesprek zeden met [slachtoffer] op 17 januari 2025 hebben verbalisanten het volgende gerelateerd:

Uiteindelijk heeft zij het tegen haar moeder verteld en dat ze een slot op haar deur wilde en zij zich niet veilig voelde. Toen het slot op haar deur kwam is het seksueel misbruik gestopt.

(…)

De seksuele handelingen die zij bij haar vader heeft moeten doen was pijpen.

(…)

In 2021, 28 december heeft [slachtoffer] een gesprek gehad met moeder en vader. Haar moeder begon het gesprek met haar vader over dat zij hem negeerde en hoe dat kwam. [slachtoffer] sloot later aan en heeft verteld tegen haar vader in dit gesprek wat het met haar had gedaan, het seksueel misbruik en vader gaf aan dat hij het zich niet kon herinneren. [slachtoffer] heeft het gesprek gestopt omdat ze boos was.

Op 11 april 2025 is getuige [naam 1] , de moeder van aangeefster, als getuige gehoord. Zij heeft daarbij onder meer het volgende verklaard:

V: Wanneer heeft [slachtoffer] u voor het eerst verteld over het misbruik?

A: (..) Ik denk dat [slachtoffer] bedoeld toen zij jong was, op haar zesde a zevende, toen hadden wij een zwembad in de tuin staan en kwam zij naar mij toe en zei dat papa haar verkeerd had aangeraakt. Zij zei dat haar vader bij haar bovenbeen ofzo had gezeten, ik weet het niet meer precies. Ik heb mijn man erop aangesproken. Hij heeft dat ontkent. Ik weet dat ik vanaf dat moment er ook op had gelet, maar ik heb nooit iets gemerkt.

(…)

V: Hoe reageerde zij erop toen u zei dat u het aan papa ging vragen?

A: Daar reageerde zij volgens mij geschrokken op.

(…)

0: [slachtoffer] verklaarde dat zij een slot op haar kamer kreeg. "Ik had 6 januari 2021 een gesprek gehad met mijn moeder in de auto. Ik had haar aangegeven dat ik mij niet meer veilig voelde thuis. Ik vertelde dat mijn vader mij aanraakte en grensoverschrijdend gedrag vertoonde naar mij en dat ik mij daardoor niet meer veilig voelde. Zij is toen akkoord gegaan met een slot op mijn deur."

V: Wat kunt u daarover vertellen?

A: Dat klopt. Toen heeft zij een haakje op haar deur gekregen. (…)

(…)

V: Wat bedoelt u met dat u jaren uw mond hield?

A: Ik mocht van [slachtoffer] niks zeggen, niet tegen mijn man en tegen niemand.

V: Weet u ook waarom?

A: Nee, dat heb ik ook niet gevraagd. Totdat wij natuurlijk een gesprek bij [naam 2] en thuis hebben gehad.

O: [slachtoffer] verklaart inderdaad over een gesprek dat in december 2021 samen met u en haar vader een gesprek heeft gehad. Voordat dat gesprek met jullie drieën plaatsvond, zou u eerst alleen met uw man het gesprek zijn gestart. Het gesprek ging erover dat [slachtoffer] hem negeerde en u vroeg hem hoe dat kwam. [slachtoffer] sloot later aan en heeft verteld tegen haar vader in dit gesprek wat het met haar had gedaan, het seksueel misbruik. Haar vader gaf toen aan dat hij het zich niet kon herinneren. [slachtoffer] heeft het gesprek gestopt omdat ze boos was.

V: Wat kunt u over dat gesprek vertellen?

A: Het klopt, het ging niet over het negeren. Zij zat op haar kamer en zei dat zij een gesprek met hem wilde voor het nieuwe jaar. Zij wilde dat gesprek doen en meteen. Ik zei dat ik naar beneden ging. Heb ik tegen hem gezegd: " [slachtoffer] wil in gesprek met je." Zij zal misschien nog iets hebben gezegd. [slachtoffer] heeft verteld over seksueel misbruik. Hij heeft zitten huilen en zei: "Het spijt me heel erg als ik dat heb gedaan, maar ik kan het mij niet herinneren."

(…)

V: Wanneer heeft zij met [naam 3] op een kamer geslapen?

A: Zij sliepen samen en toen is mijn vader gestorven in 2009. Toen is mijn zoon kort daarna naar zolder verhuisd.

Bewijsoverweging

Juridisch kader

Vooropgesteld moet worden dat zedenzaken zich veelal kenmerken door de aanwezigheid van slechts twee personen bij de ten laste gelegde seksuele handelingen: een slachtoffer en een verdachte. Ook in deze zaak is dit het geval. Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige of enkel op basis van de verklaring of aangifte van het slachtoffer. Het ondersteunend bewijsmateriaal moet afkomstig zijn uit een andere bron dan de getuige zelf. De vraag of aan het bewijsminimum is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Dit betekent dat in een zaak waar een verdachte het ten laste gelegde feit ontkent en er geen directe getuigen zijn van de verweten ontuchtige handelingen, de rechter eerst de betrouwbaarheid van de verklaringen van een slachtoffer moet beoordelen en vervolgens moet beoordelen of er voldoende steunbewijs voor die verklaringen in het dossier aanwezig is. Dat steunbewijs hoeft, zo volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, bij zedenzaken niet per definitie te zien op de ontuchtige handelingen zelf.

Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer]

De verdediging heeft de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] betwist. Zo stelt de verdediging zich allereerst op het standpunt dat een vierjarige zich op latere leeftijd enkel flarden van gebeurtenissen kan herinneren en dat het aldus hoogst onwaarschijnlijk is dat [slachtoffer] daadwerkelijk expliciete en gedetailleerde herinneringen heeft van het vroege misbruik. Verder acht de verdediging het hoogst ongebruikelijk dat een vierjarig kind een digitale klok kan lezen, acht zij het onaannemelijk dat er seksueel misbruik zou hebben plaatsgevonden in het bed van de verdachte terwijl zijn partner op dat moment in datzelfde bed sliep en wijst de verdediging erop dat aangeefster op onderdelen inconsistent heeft verklaard. Tenslotte zou het feit dat aangeefster te maken heeft gehad met omvangrijke mentale uitdagingen de nodige vragen oproepen over de validiteit en de herkomst van de verklaringen.

Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] overweegt de rechtbank als volgt.

Verklaringen dienen te worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het enkele feit dat in verklaringen op punten tegenstrijdigheden voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Dit feit kan immers te wijten zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen of het gevolg zijn van emoties die zijn ontstaan door het delict of tijdsverloop. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd.

[slachtoffer] heeft haar verhaal eerst in een informatief gesprek met zedenrechercheurs gedeeld en enige tijd later aangifte gedaan van seksueel misbruik door haar vader. [slachtoffer] heeft uitgebreid verklaard dat zij door haar vader seksueel is misbruikt van haar vierde tot en met haar zestiende levensjaar. De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer] voldoende concreet en gedetailleerd heeft verklaard. Zij heeft immers op gedetailleerde wijze verklaard over de verschillende seksuele handelingen die de verdachte bij haar verrichtte en die zij bij de verdachte moest verrichten. Zo heeft zij onder meer verklaard dat hij met zijn vingers, zijn tong en zijn penis in haar vagina ging. Ook heeft zij verklaard dat zij de verdachte moest aftrekken en pijpen. [slachtoffer] heeft op verschillende momenten verklaringen afgelegd en ten aanzien van de seksuele handelingen heeft [slachtoffer] bovendien in hoofdlijnen consistent verklaard.

Het is een feit van algemene bekendheid dat herinneringen bij een gemiddelde persoon zich beginnen te vormen vanaf de leeftijd van 3 tot 4 jaar. Dat [slachtoffer] details van hetgeen haar -toen ze naar eigen zeggen ongeveer vier jaar oud was- was overkomen kon reproduceren, is niet vreemd. [slachtoffer] kan bovendien een duidelijk moment van aanvang van het seksueel misbruik noemen, namelijk het overlijden van haar grootvader in 2009, en een duidelijk moment waarop het misbruik is gestopt, namelijk met het plaatsen van het slot op haar slaapkamerdeur rond de verjaardag van haar grootmoeder in 2021. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat [slachtoffer] ten aanzien van het misbruik in haar slaapkamer steeds een vergelijkbare gang van zaken omschrijft. Zo vond het misbruik meestal plaats terwijl haar moeder al sliep en vlak voordat de verdachte ging slapen. Hij maakte haar wakker, begon haar te zoenen, raakte haar aan op haar borstkas en ging met zijn vingers en vervolgens ook met zijn tong in haar vagina. De verdachte is bovendien meermaals met zijn penis in haar vagina geweest. Dat zij verklaart dat het misbruik een enkele keer op een ander moment op de dag en in een andere ruimte in de woning plaatsvond, doet geen afbreuk aan de consistentie in haar verklaringen. [slachtoffer] heeft daarnaast verklaard dat het misbruik in een periode van twaalf jaar lang wekelijks - en soms zelfs twee of drie keer per week - plaatsvond. [naam 1] , de moeder van het slachtoffer, bevestigt bovendien dat haar dochter al op jonge leeftijd heeft aangegeven dat de verdachte haar ‘verkeerd aanraakte’. Volgens moeder was [slachtoffer] toen ongeveer zes of zeven jaar oud. Dat [slachtoffer] zelf veronderstelt dat zij vijf jaar oud was toen zij dit tegen haar moeder vertelde, doet niet af aan het feit dat zij dit klaarblijkelijk op zeer jonge leeftijd aan haar moeder te kennen heeft gegeven.

Aan de oprechtheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] dragen naar het oordeel van de rechtbank ook bij het feit dat [slachtoffer] bij de politie -kort gezegd- heeft verklaard dat zij eerst terughoudend was omtrent het doen van een aangifte omdat zij toch haar vader wilde beschermen. Ook blijkt uit haar verklaringen bij de politie dat zij in een spagaat zit wat de wensen van de moeder en haar broertje betreft. Op de vraag van de politie wat met haar vader zou moeten gebeuren antwoordde [slachtoffer] : “Het liefste zou ik zeggen een celstraf maar dat wilt de rest niet”. Bovendien acht de rechtbank in dit verband nog van belang dat [slachtoffer] – zo bleek ook uit de ter terechtzitting afgelegde slachtofferverklaring – zich niet enkel negatief heeft uitgelaten over de verdachte.

Dit alles maakt dat de verklaringen van [slachtoffer] naar het oordeel van de rechtbank kunnen dienen als uitgangspunt bij de beoordeling van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten.

Steunbewijs

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verklaringen van [slachtoffer] voldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De rechtbank is in dit verband van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer] over feiten en omstandigheden die met het seksueel misbruik contextueel verband houden, in voldoende mate in andere bronnen in het dossier bevestiging vinden. Er is kortom voldoende steunbewijs voor de verklaringen van [slachtoffer] . De rechtbank zal dit steunbewijs hierna bespreken.

Getuige [naam 1] , moeder van aangeefster, heeft ook een aantal verklaringen afgelegd. Zij bevestigt in die verklaringen de concrete context die nadrukkelijk uit de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] blijkt. Wezenlijke onderdelen van de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] worden aldus bevestigd door getuige [naam 1] .

Aangeefster [slachtoffer] heeft -kort gezegd- verklaard dat zij, toen zij ongeveer vijf jaar oud was, tegen haar moeder verteld had dat verdachte haar had aangeraakt. Getuige [naam 1] bevestigt dit. Toen aangeefster zes of zeven jaar oud was, aldus de getuige, vertelde haar dochter haar erover dat verdachte haar “verkeerd had aangeraakt”.

Aangeefster [slachtoffer] verklaarde bij de politie verder dat moeder tegen niemand mocht vertellen wat de verdachte bij haar deed, omdat de verdachte tegen de aangeefster had verteld dat, wat hij deed, hun geheimpje was. Getuige [naam 1] verklaarde over dit punt -kort gezegd- dat, toen zij aangeefster vertelde dat zij het aan de verdachte ging vragen, de aangeefster volgens haar daarop geschrokken reageerde. Ook dit punt vindt dus steun in de verklaring van getuige [naam 1] .

En dan is er nog het punt van het slot op de deur van de aangeefster [slachtoffer] . Aangeefster [slachtoffer] verklaarde over dit punt -kort gezegd- dat zij, op 6 januari 2021, een gesprek had gehad met haar moeder en dat zij, vanwege het grensoverschrijdende gedrag van de verdachte, een slot op haar deur wilde. Getuige [naam 1] bevestigde dit bij de politie: aangeefster had dit inderdaad tegen haar verteld en toen kwam er ook een slot op de deur van de slaapkamer van de aangeefster.

Ten slotte is er nog het volgende. Volgens de verklaring van de aangeefster [slachtoffer] heeft er een confronterend gesprek met de verdachte plaatsgevonden in december 2021. Getuige [naam 1] bevestigde dit moment: “ [slachtoffer] heeft verteld over seksueel misbruik. Hij heeft zitten huilen en zei: Het spijt me heel erg als ik dat heb gedaan, maar ik kan het mij niet herinneren.”

De belangrijke hoekstenen van de verklaring van de aangeefster worden, zo oordeelt de rechtbank, bevestigd door de verklaringen van haar moeder, getuige [naam 1] .

De rechtbank is daarom van oordeel dat de aan de verdachte tenlastegelegde feiten 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen zijn.

De rechtbank heeft ook geconstateerd dat uit de gespreksverslagen van de hulpverleningsinstelling Yes we can de conclusie zou kunnen worden getrokken dat de verdachte meerdere hem incriminerende verklaringen heeft afgelegd. Nu de verdachte deze gesprekken in vertrouwen heeft gevoerd, kunnen deze niet voor het bewijs worden gebezigd.

Ten aanzien van feit 4:

Vrijspraakoverweging:

Aangeefster [slachtoffer] verklaart dat zij op 11 maart 2025 door de verdachte is verkracht. De verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende steunbewijs bevat voor de verklaring van aangeefster [slachtoffer] .

Nu niet wordt voldaan aan het wettelijk bewijsminimum, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank spreekt de verdachte daarvan vrij.

Ten aanzien van feit 5:Bewijsmiddelen Op 12 april 2025 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan. Zij heeft daarbij onder meer het volgende verklaard:

Op zaterdag 12 april 2025, omstreeks 12.45 fietste ik alleen over de [adres 2] [de rechtbank begrijpt: te Maastricht].

(…)

Ter hoogte van het grasveld, voor nummer 113 op de [adres 2] , zag ik mijn vader staan langs de weg op de stoep. Ik zag dat hij naar mij zwaaide en ik hoorde hem hoi zeggen. Ik stopte voor hem op het fietspad.

(…)

Op een gegeven moment vroeg mijn vader aan mij of ik de aangifte tegen hem wilde intrekken.

(…)

Daarna zag ik dat hij zijn rechterhand balde en zijn arm gebogen naar achteren bracht. Op dat moment stond ik voor hem op de stoep, met mijn fiets nog tussen mijn benen. Daarna zag ik zijn rechtervuist op mijn buik afkomen. Vervolgens voelde ik dat zijn vuist tegen mijn buik, ter hoogte van mijn navel, aankwam. Ik voelde direct na de klap pijn in mijn buik. Daarna zag ik dat hij zijn arm nog een keer gebogen naar achteren deed, waarna ik zag dat zijn vuist richting mijn borst kwam. Vervolgens voelde ik dat zijn vuist hard tegen de linkeronderkant van mijn ribbenkast aankwam. Ik voelde direct hierna veel pijn aan de linkerkant van mijn ribbenkast.

(…)

Om 13.07 uur belde ik naar de huisartsenpost, ik vertelde dat ik met de fiets was gevallen en het stuur in mijn ribben had gekregen. Ik zei dit omdat ik niet wilde dat er een groot ding van zou worden gemaakt.

Omstreeks 13.30 uur werd ik door een collega naar de huisartsenpost gebracht waar ik onderzocht werd. Zij stelden vast dat ik een gekneusde ribben had. Ik kreeg het advies om een week lang vier keer per dag paracetamol te nemen. Als dat niet genoeg was kon ik nog drie keer per dag ibuprofen nemen.

(…)

Opmerking verbalisant

De aangever liet mij haar letsel zien. Ik zag dat op de linkerkant van haar ribbenkast een grote blauwe plek was. Ik maakte hier een foto van die ik heb toegevoegd aan de aangifte.

De eigen waarneming van de rechtbank, gedaan ter terechtzitting van 7 september 2026, over de foto, bijgevoegd bij de hiervoor genoemde aangifte, inhoudende dat op deze foto een blauwe plek te zien is op de buik/ribbenkast van het slachtoffer.

Bewijsoverweging

In haar aangifte van 12 april 2025 verklaart [slachtoffer] dat zij eerder die dag is mishandeld door haar vader. Daarbij heeft de verdachte aangeefster met een gebalde vuist in de buik en tegen de borstkast gestompt. Deze verklaring vindt steun in de bij de aangifte gevoegde foto. De raadsman heeft aangevoerd dat onduidelijk is wanneer deze foto is genomen en er derhalve geen bewijskracht aan kan worden verbonden. De rechtbank schuift dit verweer ter zijde, nu uit de aangifte volgt dat de verbalisant ter plekke een foto heeft gemaakt van de blauwe plek, en deze bij de aangifte heeft gevoegd.

De verklaring van de verdachte dat hij niet daar was, acht de rechtbank niet aannemelijk. De verdachte heeft op geen enkele manier kunnen aantonen dat dit zo was. Een alibiverweer zal door de verdachte immers afdoende moeten worden onderbouwd en dat is hier niet gebeurd. Ook het feit dat het slachtoffer tegenover de huisartsenpost niet heeft verklaard wat er daadwerkelijk is gebeurd, doet voor de rechtbank niet af aan de geloofwaardigheid van haar verklaring, gelet op de voorgeschiedenis tussen slachtoffer en de verdachte, zoals blijkt uit de eerste drie bewezenverklaarde feiten. Het is voor de rechtbank heel goed voorstelbaar dat zij tegen de artsen niet de echte reden van het ontstaan van het letsel heeft vertelt, nu zij niet nogmaals de hele voorgeschiedenis met een arts wilde delen.

Het vijfde tenlastegelegde feit kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

ten aanzien van feit 1:

in de periode van 1 mei 2009 tot en met 3 september 2016 te Maastricht, met zijn minderjarig kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het

- brengen en bewegen van de penis in de vagina en mond van die [slachtoffer] en

- zich laten pijpen door die [slachtoffer] en

- brengen en bewegen van de vingers en tong in de vagina en tussen de schaamlippen en over de clitoris van die [slachtoffer] en

- zich laten aftrekken van zijn penis door die [slachtoffer] en

- zoenen, al dan niet met tong, van die [slachtoffer] en

- betasten van de borsten van die [slachtoffer] ;

ten aanzien van feit 2:

in de periode van 4 september 2016 tot en met 3 september 2020 te Maastricht, met zijn minderjarig kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het

- brengen en bewegen van de penis in de vagina en mond van die [slachtoffer] en

- zich laten pijpen door die [slachtoffer] en

- brengen en bewegen van de vingers en tong in de vagina en tussen de schaamlippen en over de clitoris van die [slachtoffer] en

- zich laten aftrekken van zijn penis door die [slachtoffer] en

- zoenen, al dan niet met tong, van die [slachtoffer] en

- betasten van de borsten van die [slachtoffer] ;

ten aanzien van feit 3:

in de periode van 4 september 2020 tot en met 21 april 2021 te Maastricht, door geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het

- brengen en bewegen van de vingers en tong in de vagina en tussen de schaamlippen en over de clitoris van die [slachtoffer] en

- zich laten pijpen door die [slachtoffer] en

- zoenen, al dan niet met tong, van die [slachtoffer] en

- betasten van de borsten van die [slachtoffer] ,

welk geweld of een andere feitelijkheid bestond uit (het)

- psychische overwicht dat hij, verdachte, als vader op die [slachtoffer] had en

- ontkleden, van die [slachtoffer] en

- uit elkaar duwen van de benen van die [slachtoffer] en

- voorbijgaan aan de verbale en/of fysieke uitingen van die [slachtoffer] dat zij niet wilde en

- de afhankelijkheids- en machtsrelatie tussen verdachte en die [slachtoffer] en

- een lichamelijk, geestelijk en een uit feitelijke verhoudingen bestaand overwicht van de verdachte op die [slachtoffer] ,

waardoor verdachte voor die [slachtoffer] een bedreigende/intimiderende situatie heeft doen ontstaan,

terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind;

ten aanzien van feit 5:

op 12 april 2025 te Maastricht [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] met gebalde vuist in de buik en ribben te stompen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kind.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

verkrachting, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 5:

mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn kind.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaren wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en heeft geen strafmaatverweren gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer twaalf jaren schuldig gemaakt aan het seksueel misbruik van zijn dochter. Hij heeft haar onder meer betast en gepenetreerd, met zijn penis en vingers. Het handelen van de verdachte was weerzinwekkend. In plaats van zijn dochter in bescherming te nemen en zich te gedragen zoals van een goede vader mag worden verwacht, heeft hij zijn dochter blootgesteld aan de grofste lichamelijke en geestelijke inbreuken denkbaar. Tijdens de terechtzitting werd de slachtofferverklaring voorgelezen waarin het slachtoffer aangaf ondanks alles van de verdachte te houden. Een kind aldus dat ondanks alles van haar vader blijft houden. Echter, in plaats van die liefde terug te geven, gaf de verdachte aan het slachtoffer iets anders terug: een levenslange vreselijke herinnering met ernstige psychische gevolgen. Verdachte heeft met zijn handelen aldus een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Hij heeft zich hierbij laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en heeft geen enkele rekening gehouden met de gevoelens van zijn dochter. Uit de ter terechtzitting afgelegde slachtofferverklaring blijkt dat het feit tot op heden een grote impact heeft op het leven van het slachtoffer.

Bijzonder abject gedrag van deze verdachte dat de rechtbank hem zeer kwalijk neemt.

Ingevolge de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, voorheen Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken), blijkt dat bij een verkrachting met een beperkte mate van dwang een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden wordt vermeld. |Dit zal de rechtbank als uitgangspunt hanteren bij de bepaling van de strafmaat.

De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met de navolgende feitelijkheden:

(i) de verdachte heeft zijn eigen dochter misbruikt, (ii) het misbruik heeft over een lange periode plaatsgevonden en (iii) de verdachte heeft op geen enkel moment verantwoordelijkheid willen nemen voor zijn verwerpelijke daden.

De rechtbank heeft ook gelet op het reclasseringsrapport van 24 augustus 2026, doch hecht hier noch strafverzwarende noch strafverlichtende werking aan.

Gelet op het voorgaande, alsmede de ernst van het bewezenverklaarde feit kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank zal, met inachtneming van het voorgaande, aan de verdachte opleggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar. Dat de verdachte veel heeft te verliezen, maakt het voorgaande niet anders. Hij zal de pijn moeten voelen voor hetgeen hij gedaan heeft.

De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

7. De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 40.000,00 aan immateriële schade. De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot volledige toewijzing van de gevorderde schadevergoeding – inclusief vermeerdering van dit bedrag met de wettelijke rente – en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair – gelet op de bepleite integrale vrijspraak – gepleit tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij. De verdediging heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd op de vordering.

Het oordeel van de rechtbank

De wet regelt in artikel 6:106 BW de vergoeding van ‘ander nadeel’ dan vermogensschade. Volgens artikel 6:106 aanhef en onder b BW komt vergoeding van ander nadeel in aanmerking bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze.

Van de bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Voor een geslaagd beroep dienen voldoende concrete gegevens te worden aangevoerd waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval geestelijk letsel is ontstaan. Bovendien kunnen de aard en ernst van de normschending reeds met zich brengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.

Bij de vordering van de benadeelde partij zit een brief van MetGGZ, waarin door de GZ-psycholoog R.A.P. Waelen wordt beschreven dat de benadeelde is gediagnostiseerd met PTSS, voortkomend uit dat zij jarenlang seksueel is misbruikt. Dat hiervan bij [slachtoffer] sprake is, is de rechtbank ook gebleken uit de schriftelijke onderbouwing van de schadevordering. De rechtbank is, gelet op de aard en ernst van het feit en de PTSS diagnose van oordeel dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.

Alles overwegend en gelet op de Rotterdamse Schaal – meer precies hoofdstuk 14.2 en 15.2 – en wat in vergelijkbare gevallen aan schadevergoeding wordt toegekend, acht de rechtbank het gehele gevorderde bedrag billijk en toewijsbaar.

De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, evenals het gevorderde bedrag te verhogen met de wettelijke rente vanaf 21 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 57, 242, 244, 245, 248, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het onder feit 4 tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

Strafbaarheid

Straf

- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1, 2, 3 en 5 tot een gevangenisstraf van 6 jaren;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Bruns, voorzitter, mr. D. Osmić en mr. M.E.M.W. Nuijts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.V. Haring, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september 2026.BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

T.a.v. feit 1:

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2009 tot en met 03 september 2016 te Maastricht, met zijn minderjarig kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten (het)

- brengen en/of houden en/of bewegen van de penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer] en/of

- ( zich) laten pijpen door die [slachtoffer] en/of

- brengen en/of houden en/of bewegen van de vinger(s) en/of tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of over/tegen de clitoris van die [slachtoffer] en/of

- ( zich) laten aftrekken en/of betasten van zijn verdachtes, blote penis door die [slachtoffer] en/of

- zoenen, al dan niet met tong, van die [slachtoffer] en/of

- betasten van de, al dan niet ontblote, borsten van die [slachtoffer] ;

T.a.v. feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 04 september 2016 tot en met 03 september 2020 te Maastricht, met zijn minderjarig kind, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten (het)

- brengen en/of houden en/of bewegen van de penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer] en/of

- ( zich) laten pijpen door die [slachtoffer] en/of

- brengen en/of houden en/of bewegen van de vinger(s) en/of tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of over/tegen de clitoris van die [slachtoffer] en/of

- ( zich) laten aftrekken en/of betasten van zijn verdachtes, blote penis door die [slachtoffer] en/of

- zoenen, al dan niet met tong, van die [slachtoffer] en/of

- betasten van de, al dan niet ontblote, borsten van die [slachtoffer] ;

T.a.v. feit 3:

hij in of omstreeks de periode van 04 september 2020 tot en met 21 april 2021 te Maastricht, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten (het)

- brengen en/of houden en/of bewegen van de vinger(s) en/of tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of over/tegen de clitoris van die [slachtoffer] en/of

- ( zich) laten pijpen door die [slachtoffer] en/of

- zoenen, al dan niet met tong, van die [slachtoffer] en/of

- betasten van de, al dan niet ontblote, borsten van die [slachtoffer] ,

welk geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid bestond uit (het)

- psychische overwicht dat hij, verdachte, als vader op die [slachtoffer] had en/of

- uittrekken van de pyjama en/of onderbroek, althans ontkleden, van die [slachtoffer] en/of

- uit elkaar duwen van de benen van die [slachtoffer] en/of

- voorbijgaan aan de verbale en/of fysieke uitingen van die [slachtoffer] dat zij niet wilde en/of

- de afhankelijkheids- en/of machtsrelatie tussen verdachte en die [slachtoffer] en/of

- een lichamelijk en/of een geestelijk en/of een uit feitelijke verhoudingen bestaand overwicht van de verdachte op die [slachtoffer] ,

waardoor verdachte voor die [slachtoffer] een bedreigende/intimiderende situatie heeft doen ontstaan,

terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind, althans een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte, een kind waarover verdachte het gezag uitoefende en/of een anderszins aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kind;

T.a.v. feit 4:

hij op of omstreeks 11 maart 2025 te Maastricht met een persoon, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- brengen en/of houden en/of bewegen van de vinger(s) tussen de schaamlippen en/of over/tegen de clitoris van die [slachtoffer] ,

terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en/of terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind, althans een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte, een kind waarover verdachte het gezag uitoefende en/of een anderszins aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kind;

T.a.v. feit 5:

hij op of omstreeks 12 april 2025 te Maastricht [slachtoffer] heeft mishandeld, door die [slachtoffer] met gebalde vuist (met kracht) in/tegen de buik en/of ribben te slaan/stompen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn kind.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand