ECLI:NL:RBMID:2009:BK6023

ECLI:NL:RBMID:2009:BK6023, Rechtbank Middelburg, 10-12-2009, Awb 08/787

Instantie Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak 10-12-2009
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer Awb 08/787
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RVS:2010:BN2647
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002367 BWBR0005537 BWBR0006358

Samenvatting

Bouwvergunning tweede fase; hangende het beroep heeft verweerder de aan bouwvergunning verbonden -bestreden- voorwaarde alsnog laten vervallen; is er belang bij beoordeling van het beroep?

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector bestuursrecht

AWB nummer: 08/787

Uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

inzake

[Naam],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde mr. M.W. Dieleman, advocaat te Middelburg,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere,

verweerder.

I. Procesverloop

Bij besluit van 28 april 2008, verzonden 8 mei 2008, heeft verweerder besloten de door eiseres aangevraagde bouwvergunning tweede fase voor het herbouwen van een historische schuur op het perceel [adres], te weigeren.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 8 juli 2008 heeft verweerder besloten het bezwaar gegrond te verklaren, het primaire besluit in te trekken en de gevraagde bouwvergunning tweede fase alsnog te verlenen, onder de voorwaarde dat houten spanten zullen worden gebruikt tenzij de Zeeuwse Boerderijen Stichting dan wel een andere deskundige tot de conclusie komt dat het gebruik van houten spanten uit technisch oogpunt niet meer mogelijk is. Verweerder heeft hierbij toegezegd daaromtrent advies in te zullen winnen.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.

Bij besluit van 11 september 2008 heeft verweerder besloten de voorwaarde over het gebruik van houten spanten te laten vervallen en ermee in te stemmen dat gebruik wordt gemaakt van stalen spanten. Dit besluit is wegens typografische onjuistheden bij besluit van 14 oktober 2008 gerectificeerd.

Het beroep is op 29 oktober 2009 behandeld ter zitting. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar genoemde gemachtigde, bijgestaan door [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. M.J. Spierdijk.

II. Overwegingen

1. De rechtbank stelt, onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder het procesverloop is opgenomen vast, dat verweerder met het besluit van 11 september 2008 heeft voldaan aan de wens van eiseres en de bouwvergunning zonder de bestreden voorwaarde heeft verleend. Gelet op het bepaalde in de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het beroep geacht mede te zijn gericht tegen dit besluit.

2. Van de zijde van verweerder is betoogd dat eiseres geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep en is verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

3. Van de zijde van eiseres is betoogd dat het belang erin is gelegen dat wordt vastgesteld dat het primaire besluit evident onjuist was, zodat een verzoek om schadevergoeding ingediend kan worden. Eiseres verzoekt de rechtbank dan ook uit te spreken dat het primaire besluit onrechtmatig was. Ter zitting is betoogd dat hierin eveneens aanleiding is gevonden de rechtbank te verzoeken een hogere proceskostenveroordeling uit te spreken van 20 uur advocaatkosten à € 165,- per uur, exclusief BTW. In dit kader is verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 13 april 2007 (LJN: BA2802).

Ter zitting is van de zijde van eiseres betoogd dat verweerder nog geen besluit heeft genomen op het verzoek om vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase.

De rechtbank overweegt het volgende.

4. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat, nu verweerder met het besluit van 11 september 2008, gerectificeerd bij besluit van 14 oktober 2008, volledig is tegemoetgekomen aan de wensen van eiseres ten aanzien van de aan de bouwvergunning verbonden voorwaarde, er geen belang meer is bij een beoordeling van het tegen dat besluit ingestelde beroep. Het beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank voegt daaraan nog toe dat in het dictum van deze uitspraak, gelet op het limitatieve stelsel van artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht, niet tot uitdrukking kan worden gebracht in welke mate de door verweerder genomen eerdere besluiten onrechtmatig zijn, zodat daarin evenmin een procesbelang is gelegen.

5. In de uitkomst van dit proces ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres, dat wil zeggen de proceskosten voor het instellen van het onderhavige beroep en de behandeling daarvan bij de rechtbank. Uitgaande van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen die proceskosten neer op een bedrag van € 644,-, uitgaande van een zaak van gemiddelde zwaarte en van twee proceshandelingen.

Ter zitting heeft eiseres nog gesteld dat zij door de opstelling van verweerder in de onderhavige kwestie schade heeft geleden en dat zij daaromtrent een andere procesgang wenst te kiezen dan die voorzien in artikel 8:73 van de Awb. Volgens eiseres heeft zij verweerder daarvoor reeds aansprakelijk heeft gesteld. In de te entameren procedure kunnen de gestelde ten onrechte gemaakte proceskosten worden meegenomen.

6. Eiseres heeft ter zitting nog vermeld dat zij een verzoek heeft gedaan tot vergoeding van proceskosten in de bezwaarfase en dat verweerder hier nog niet op heeft beslist.

Verweerder heeft ter zitting niet ontkend dat een dergelijk verzoek is ingediend.

De rechtbank heeft in de processtukken noch uit der partijen stellingen kunnen opmaken dat door verweerder op dat verzoek is beslist. Ervan uitgaande dat verweerder zulks alsnog op adequate wijze en binnen redelijke termijn zal doen zal de rechtbank dat punt buiten verdere bespreking laten.

III. Uitspraak

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

bepaalt dat de gemeente Veere aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,- (honderdvijfenveertig euro) vergoedt;

veroordeelt de gemeente Veere in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eiseres begroot op € 644,- (zeshonderdvierenveertig euro), te betalen door de gemeente Veere aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.P. van Alphen, in tegenwoordigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier en op 10 december 2009 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: 10 december 2009

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?