RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 16/5546
(gemachtigde: mr. E.J. van Heiningen),
en
(gemachtigden: mr. F.J.A. van der Schaal en W. Schrier).
Procesverloop
Bij besluit van 29 april 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder een parkeerplaats aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen aan de Buitenhof in Almere.
Bij besluit van 27 oktober 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Overwegingen
7. Eiser betwist verder dat de gekozen locatie veilig is. De gekozen locatie ligt aan de hoofdfietsroute van Almere Haven. In de praktijk gaan fietsers vaak over het gras dat direct aan de oplaadpaal is gelegen. Wanneer hier elektrische auto’s worden opgeladen met een snoer dat van de auto naar het oplaadpunt leidt, zouden hier ongelukken kunnen ontstaan wanneer fietsers en brommers dit snoer niet opmerken. Ook in dit licht zijn de genoemde alternatieve locaties geschikter. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich hierover terecht op het standpunt gesteld dat de gekozen locatie niet onveilig is voor fietsers en brommers. De gekozen locatie is gelegen aan de kopse kant van twee parkeervakken op een verlichte plek. Het oplaadpunt is gesitueerd in het gras, waar fietsers en brommers niet horen te komen. Wanneer ze dit toch doen en er staat een auto op te laden, is de kans klein dat de fietsers en brommers in aanraking komen met het snoer, omdat de auto pal naast de oplaadpaal staat.
8. Tot slot heeft eiser opgemerkt dat verweerder heeft erkend dat de gevolgde procedure onzorgvuldig is geweest. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit heeft geconcludeerd dat in de toekomst bewoners in het voorstadium van de besluitvorming over de plaatsing van een oplaadpaal op een pragmatische wijze zullen worden geconsulteerd, in het bijzonder in situaties waarin er sprake is van een hoge parkeerdruk. Naar het oordeel van de rechtbank wil dit nog niet zeggen dat de in deze zaak gevolgde procedure zodanig onzorgvuldig is geweest dat verweerder niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.
9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.C. Kool, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2017.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.