RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 april 2017 in de zaak tussen
Nederlandse Omroep Stichting, te Hilversum, eiseres
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 15/5084
(gemachtigde: mr. J.H.A. van der Grinten),
en
(gemachtigden: mr. K. Bregman en mr. D. Klaasen).
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de Universiteit van Amsterdam (UvA) h.o.d.n. Allard Pierson Museum, te Amsterdam, gemachtigde: mr. P.L. Loeb.
Procesverloop
Bij besluit van 31 maart 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om informatie over de Krimtentoonstelling in het Allard Pierson Museum (APM) op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk ingewilligd.
Bij besluit van 17 augustus 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit herroepen en beslist dat een deel van de eerder geweigerde documenten alsnog openbaar wordt gemaakt.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2016. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde, [A] en [B] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en mr. drs. J.M.O. Krol .
Bij tussenuitspraak van 19 augustus 2016 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak op 29 september 2016 een aanvullend besluit genomen.
Eiseres heeft hierop een schriftelijke zienswijze (de zienswijze) gegeven.
Naar aanleiding van de zienswijze van eiseres heeft de rechtbank verweerder bij brief van 23 november 2016 aanvullende vragen gesteld. Verweerder heeft hierop gereageerd bij brief van 14 december 2016.
Bij brief van 11 januari 2017 heeft derde-partij hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Beslissing
De rechtbank:
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.227,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, voorzitter, en mr. M.C. Verra en mr. J.L.W. Broeksteeg, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2017.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.