RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 17/4537 en UTR 17/4290
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 14 december 2017 in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. S.D. van Reenen),
en
(gemachtigden: mr. E.T.E. Kemperman en N. Bies).
Procesverloop
Bij besluit van 20 juli 2017 (het primaire besluit 1) heeft verweerder besloten tot inbeslagname van de hond van eiseres.
Bij besluit van 5 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het beroep is geregistreerd onder nummer UTR 17/4290.
Bij besluit van 2 november 2017 (het primaire besluit 2) heeft verweerder besloten tot het herplaatsen van de hond.
Eiseres heeft tegen het primaire besluit 2 bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer UTR 17/4537.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 december 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Overwegingen
In beide zaken
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 december 2017.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan, voor zover het beroep betreft, binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.
Tegen de uitspraak, voor zover het verzoek om voorlopige voorziening betreft, staat geen rechtsmiddel open.