RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de burgemeester van Amersfoort, verweerder
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 17/4324 en UTR 17/4328
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 januari 2018 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. F.D.J.A. Pieters),
en
(gemachtigden: mr. dr. [gemachtigde 1] en mr. [gemachtigde 2] ).
Als derde-partijen hebben aan het geding deelgenomen: [derde-partij 1], te [woonplaats] , gemachtigde: mr. [naam derde-partij 1] en [derde-partij 2], te [woonplaats] , gemachtigde: mr. R.J. van Rijn en [derde-partij 3] B.V., gemachtigde: mr. R. van der Hooft en [derde-partij 4] B.V., gemachtigde: mr. A.M. Scharff en [derde-partij 5] , gemachtigde mr. A.P. Voorham en [derde-partij 6] , [derde-partij 7] , [derde-partij 8] , [derde-partij 9] en [derde-partij 10] , [derde-partij 11] en [derde-partij 12] , [derde-partij 13] en [derde-partij 14] , [derde-partij 15] en [derde-partij 16], gemachtigde: mr. J. Visscher en [derde-partij 17] en [derde-partij 18] en een aantal andere belanghebbenden, gemachtigde: mr. J.J.D. van Doleweerd.
Procesverloop
Bij besluit van 15 mei 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een horeca-exploitatievergunning en een gedoogverklaring verleend voor het exploiteren van een alcoholvrije horeca-inrichting (coffeeshop) aan de [adres] te [vestigingsplaats] .
Verweerder heeft de tegen het primaire besluit gemaakte bezwaren – voor zover ontvankelijk – bij besluit van 18 september 2017 (het bestreden besluit) gegrond verklaard en de aan de eiseres verleende horeca-exploitatievergunning en gedoogverklaring ingetrokken.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 december 2017. Eiseres is verschenen, vertegenwoordigd door [A] en [B] , bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Verder zijn, met uitzondering van [derde-partij 1] , gemachtigde mr. [naam derde-partij 1] en [derde-partij 5] , gemachtigde mr. A.P. Voorham, de derde-partijen bij gemachtigde verschenen. Namens derde-partij [derde-partij 3] B.V. is de waarnemend kantoorgenoot van haar gemachtigde verschenen, mr. O.H. Minjon.
Overwegingen
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 666,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.503,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.P.A. ter Schure, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2018.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan voor zover daarbij is beslist op het beroep binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.