2. De feiten en het verzoek
Voor de feiten en het voorliggende verzoek verwijst de kantonrechter naar de tussenbeschikking.
3. Beoordeling
Uit de tussenbeschikking blijkt dat de kantonrechter voorlopig van oordeel was dat aan verzoeksters machtiging moet worden verleend om de nalatenschap van erflater alsnog beneficiair te aanvaarden.
Uit de in reactie op de tussenbeschikking ingekomen brieven van [belanghebbende 4] , [belanghebbende 3] , [belanghebbende 6] en [belanghebbende 5] , blijkt dat zij geen bezwaren hebben tegen toewijzing van het verzoek. Verder is er geen aanleiding om terug te komen op het in de tussenbeschikking geformuleerde voorlopige oordeel. Daarom zal de kantonrechter verzoeksters machtiging verlenen om de nalatenschap van erflater alsnog beneficiair te aanvaarden op grond van artikel 4:194a lid 1 BW.
4. Beslissing
De kantonrechter:
verleent machtiging aan verzoeksters om de nalatenschap van [A] , overleden op [overlijdensdatum] 2017, geboren op [geboortedatum] 1926, laatste woonplaats [woonplaats] , alsnog beneficiair te aanvaarden.