RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 december 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/3475
(gemachtigde: mr. G.J. de Kaste),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder
(gemachtigde: mr. V. Djordjevic).
Procesverloop
Bij besluit van 25 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser voor een urgentieverklaring voor een woning afgewezen.
Bij besluit van 23 juli 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 november 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Wat is er aan de hand?
1. Eiser heeft een aanvraag ingediend op sociale en op medische gronden. Eiser is gescheiden en zijn echtscheiding is op 21 september 2018 ingeschreven in de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP). Eiser heeft drie kinderen die hoofdverblijf hebben bij zijn ex-partner. Eisers ex-partner is in de echtelijke woning blijven wonen. Eiser woont sinds de scheiding afwisselend bij zijn broer en bij andere familieleden. Eiser heeft bij zijn aanvraag twee medische verklaringen overgelegd. In de medische verklaring van zijn internist-vasculair geneeskundige van 23 november 2018 is vermeld dat eiser vanwege zijn diabetes gebaat is bij zoveel mogelijk regelmaat en hygiënische omstandigheden. In de medische verklaring van zijn reumatoloog van 26 november 2018 staat dat eiser meer spier- en gewrichtsklachten krijgt in een vochtige ruimte. Ter zitting is nog een derde medische verklaring overgelegd afkomstig van eisers internist-vasculair geneeskundige van 19 juni 2019. Daarin is vermeld dat eiser na wat zoeken naar juiste pleisters voor zijn plakpomp de pleisters goed verdroeg, maar dat hij merkt dat hij in woningen met een andere klimaatbeheersing wel last krijgt van huidirritatie.
2. Het bestreden besluit gaat over de afwijzing van eisers urgentieaanvraag. Verweerder heeft zich daarin op het standpunt gesteld dat er geen medische of sociale indicatie is op grond waarvan een urgentie verstrekt kan worden.
3. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder eisers medische omstandigheden onvoldoende in overweging heeft genomen. Eiser verblijft tijdelijk, maar niet continue, in de woning van zijn broer. Die woning is koud en vochtig. De reumatoloog heeft verklaard dat de klachten in spieren en gewrichten toenemen bij een vochtige woonomgeving. Verweerder heeft verzuimd om een medisch adviesbureau in te schakelen om onderzoek te doen naar de medische situatie van eiser. Eiser verzoekt de rechtbank om een medisch onderzoek te gelasten.
Verder heeft eiser aangevoerd dat verweerder ten onrechte heeft gesteld dat eiser het huisvestingsprobleem zelf kan oplossen. Eiser kan de verhuurder van de woning van zijn broer niet aanspreken op de gebreken in de woning, want eiser heeft geen rechtsverhouding met die verhuurder. Daarnaast verblijft eiser regelmatig bij zijn ouders en zus. Dat eiser geen eigen woning heeft, belemmert de omgang met de kinderen.
4. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat er geen relatie bestaat tussen de medische problematiek van eiser en zijn huidige woonsituatie en dat eiser andere mogelijkheden heeft om zijn woonruimteprobleem op te lossen. Daarnaast handhaaft verweerder zijn in het primaire besluit ingenomen standpunt dat de verhuurder van de woning van eisers broer aangesproken kan worden op de gestelde kou- en vocht problemen in die woning.
Het oordeel van de rechtbank
5. Eiser krijgt van de rechtbank geen gelijk. De omstandigheden waarin eiser zich bevindt zijn moeilijk, maar geen noodsituatie. Als er geen sprake is van een noodsituatie hoeft verweerder geen urgentie te verlenen. De rechtbank zal dat hieronder verder uitleggen.
6. De Huisvestingsverordening gemeente Amersfoort (hierna: Huisvestingsverordening) reguleert de schaarste op de woningmarkt en een eerlijke verdeling van de beschikbare woonruimte. Als er sprake is van een persoonlijke noodsituatie kan er een uitzondering worden gemaakt op de regel. Er wordt dat een urgentieverklaring afgegeven. Verweerder heeft kunnen overwegen dat eiser niet voldoet aan de criteria in Huisvestingsverordening die aangeven wanneer sprake is van een persoonlijke noodsituatie.
Geen urgentieverklaring vanwege medische omstandigheden
6. Er is sprake van een medische indicatie indien, op advies van een door burgemeester en wethouders in te schakelen onafhankelijk medisch adviesorgaan, is vastgesteld dat – in afwijking van de reguliere wachttijd een snellere oplossing van het huisvestingsprobleem uit medisch oogpunt noodzakelijk is, waarbij een relatie dient te bestaan tussen de medische problematiek en de huidige woonsituatie, en er naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen.
7. Verweerder heeft kunnen concluderen dat eiser er niet in is geslaagd om aan te tonen dat er sprake is van medische problematiek die in verband staat met zijn huidige woonsituatie. Uit de door eiser overgelegde medische stukken blijkt dit namelijk niet. Ook niet uit de ter zitting overgelegde verklaring van zijn internist. Daaruit blijkt slechts dat de internist een verklaring van eiser zelf heeft opgetekend, inhoudende dat eiser in woningen met een andere klimaatbeheersing last krijgt van huidirritatie. Voor zover de woning van eisers broer koud en vochtig is, zoals eiser stelt, heeft verweerder terecht gesteld dat dat een probleem is dat verholpen kan worden. Eiser kan zijn broer vragen de verhuurder aan te spreken op de vochtproblemen.
Dat eiser medische verklaringen heeft overgelegd, maakt in de zaak van eiser niet dat er voor verweerder aanleiding bestond om een medisch onderzoek te gelasten. Verweerder moet een medisch onderzoek gelasten als er naar het oordeel van verweerder geen andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen. Verweerder heeft kunnen oordelen dat die andere mogelijkheid er voor eiser wel is. Eiser kan namelijk afwisselend bij zijn broer en bij andere familieleden verblijven. Dat betekent dat eiser niet voldoet niet aan het criterium van de Huisvestingsverordening en op die grond niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring.
Geen urgentieverklaring vanwege sociale omstandigheden
8. Er is sprake van een sociale indicatie als op advies van de urgentiecommissie door burgemeester en wethouders is vastgesteld dat een urgentieverklaring uit sociaal oogpunt noodzakelijk is. Hieronder wordt de situatie gerekend dat kinderen als gevolg van een echtscheiding dakloos worden of als de woningzoekenden zich in een onaanvaardbare situatie bevinden waarbij het gaat om ernstige, levensbedreigende problemen in relatie tot de huidige woning.
9. Eiser heeft in dit kader aangevoerd dat het niet hebben van een eigen woning de omgang met zijn kinderen belemmert. De rechtbank overweegt dat dit geen aspect is dat verweerder ertoe had moeten brengen om de aanvraag van eiser toe te wijzen. De kinderen van eiser hebben hoofdverblijf bij zijn ex-partner, zodat er geen dakloosheid voor de kinderen dreigt. De situatie waarin eiser verkeert is, zoals verweerder ter zitting zelf stelde, niet wenselijk, maar dat levert niet een onaanvaardbare situatie op, zodat eiser op die grond ook niet in aanmerking komt voor een urgentieverklaring.
10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.J. Sprakel, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
20 december 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.