ECLI:NL:RBMNE:2021:3162

ECLI:NL:RBMNE:2021:3162, Rechtbank Midden-Nederland, 29-06-2021, 20/4069

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 29-06-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/4069
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0015703

Samenvatting

Aanvraag om bijstand. gronden beroep vormen een herhaling van de gronden van bezwaar en kunnen niet leiden tot vernietiging van het besluit. Dart vwd nader onderzoek had moeten doen, volgt de rb niet. ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juni 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

Dagelijks Bestuur Werk en Inkomen Lekstroom, verweerder

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/4069

(gemachtigde: mr. M.R.A. Rutten),

en

(gemachtigde: D. Berkenbosch).

Procesverloop

In het besluit van 27 mei 2020 (primair besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om bijstand afgewezen.

In het besluit van 22 september 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2021 via Skype. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Ook is namens eiser aanwezig mr. A.R.T. Kroon. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In het bestreden besluit heeft verweerder de afwijzing van de aanvraag om bijstand gehandhaafd omdat onvoldoende duidelijk is hoe eiser in zijn levensonderhoud heeft voorzien voorafgaand aan zijn bijstandsaanvraag en daardoor niet aannemelijk is gemaakt dat hij in bijstandsbehoeftige omstandigheden verkeert.

2. Eiser voert aan dat het verzoeken om informatie over een periode van bijna twaalf maanden niet proportioneel is. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij op het moment van de aanvraag in een bijstandsbehoeftige situatie verkeerde. Hij heeft de bewijsstukken aangeleverd waarover hij beschikte en hij heeft daarbij zo goed mogelijk inzicht gegeven in de relevante omstandigheden. Dat hij niet meer kan aanleveren kan hem niet worden tegengeworpen. Het is dan aan verweerder om nader onderzoek te doen naar de stukken die eiser heeft overgelegd.

3. De rechtbank constateert dat de gronden van beroep een herhaling vormen van de gronden die hij in bezwaar naar voren heeft gebracht. Verweerder is in het bestreden besluit uitgebreid gemotiveerd ingegaan op wat eiser in bezwaar heeft aangevoerd. Met wat eiser in beroep aanvoert, maakt hij niet duidelijk op welke punten het bestreden besluit onjuist of onvolledig is en waarom. Het enkel herhalen van de bezwaargronden kan niet tot vernietiging van het bestreden besluit leiden.

4. In aanvulling op wat eiser in bezwaar heeft aangevoerd en in beroep heeft herhaald, heeft hij er in beroep onder verwijzing naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 januari 2021 op gewezen dat het aan verweerder is om nader onderzoek te doen en dat verweerder dat ten onrechte heeft nagelaten.

5. In de uitspraak waar eiser naar verwijst, had het bestuursorgaan om informatie gevraagd en was die informatie door de belanghebbende ook overgelegd. Omdat het bestuursorgaan die informatie toch niet voldoende achtte, had het in dat geval op de weg van het bestuursorgaan gelegen om nader onderzoek te doen. Dat is anders in de situatie van eiser. Hij heeft niet alle informatie geleverd die verweerder aan hem had gevraagd. Anders dan eiser stelt, kan uit de uitspraak waar hij naar verwijst, niet worden afgeleid dat het ook in dat geval aan verweerder is om nader onderzoek te doen. De beroepsgrond slaagt niet.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, rechter, in aanwezigheid van

mr. C. ten Klooster, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 29 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl

de rechter is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.M. Dijksterhuis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?