RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
einduitspraak van de meervoudige kamer van 22 september 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/388
(gemachtigde: drs. S.A.N. Geerling),
en
(gemachtigde: mr. L.G. Kok).
Procesverloop
In het besluit van 28 juni 2019 (primair besluit) heeft verweerder het verzoek om informatie van eiser op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk toegewezen.
In het besluit van 12 december 2019 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 2 februari 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
In de tussenuitspraak van 3 juni 2021 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering ingediend.
Eiser heeft hierop schriftelijk gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Overwegingen
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met in achtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.870,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A. Banga, voorzitter, en mr. M. Eversteijn en mr. M.L. van Emmerik, leden, in aanwezigheid van mr.B.L. Meijer, griffier. De uitspraak is uitgesproken op 22 september 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De voorzitter is verhinderd om
De uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.