RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2021 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/1781
en
(gemachtigde: mr. S.A. de Kruijf-Nijkamp).
Procesverloop
Bij brief van 6 november 2019 heeft verweerder eisers bericht dat het door hen verzochte adresonderzoek is uitgevoerd en dat [A] per 30 oktober 2019 van hun adres is uitgeschreven.
In het besluit van 26 maart 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen deze brief niet-ontvankelijk verklaard.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en daarbij voor twee documenten (het voornemen tot ambtshalve uitschrijving uit de BRP van [A] en een verhuisaangifte van [A] ) een beroep gedaan op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij beslissing van 29 oktober 2020 heeft de geheimhoudingskamer geoordeeld dat de verzochte beperkte kennisname slechts gerechtvaardigd is voor zover het de persoons- en contactgegevens van [A] betreft. Daarop heeft verweerder de documenten alsnog aan eisers verstrekt met weglakking van de persoons- en contactgegevens van [A] .
Het onderzoek ter zitting heeft via een Skype-verbinding plaatsgevonden op 4 februari 2021. Eisers zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.L. Bressers, griffier. De beslissing is uitgesproken op 19 februari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.