ECLI:NL:RBMNE:2021:6991

ECLI:NL:RBMNE:2021:6991

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 11-10-2021
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer C/16/525885 / FL RK 21-1088
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Lelystad

Samenvatting

Inhoudsindicatie volgt later.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht locatie Lelystad

zaaknummer: C/16/525885 / FL RK 21-1088 Omgang

Beschikking van 11 oktober 2021

in de zaak van:

[vader 1] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen [vader 1] , en

[vader 2] , wonende in [woonplaats] , hierna te noemen [vader 2] ,

gezamenlijk te noemen de vaders,

advocaat mr. W.J. Eusman

tegen

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de moeder,

advocaat mr. W.F. Wienen.

1. De procedure

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

het verzoekschrift met bijlagen van de vaders, binnengekomen op 5 augustus 2021; het verweerschrift met bijlagen van de moeder, binnengekomen op 8 september 2021.

Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 10 september 2021. Daarbij waren aanwezig:

- de vaders, bijgestaan door mr. Eusman;

- mr. Wienen namens de moeder;

- namens de Raad voor de Kinderbescherming, mevrouw [A] , hierna als de Raad aangeduid.

De moeder heeft wel een uitnodiging gekregen om naar de zitting te komen maar is niet verschenen.

2. Waar gaat het over?

Op [2020] is de moeder in [geboorteplaats] bevallen van [minderjarige] . De vaders noemen [minderjarige] [naam] . De rechtbank zal de naam gebruiken zoals die op de geboorteakte staat vermeld.

[minderjarige] woont bij de moeder.

[vader 2] is de biologische vader van [minderjarige] . [vader 1] heeft haar erkend.

De rechtbank heeft op 14 april 2021 een beschikking gegeven. De rechtbank heeft daarin [vader 1] samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] belast. Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over haar moeten nemen. De rechtbank heeft daarnaast de volgende zorgregeling tussen de vaders en [minderjarige] vastgesteld:

- met ingang van 6 maart 2021 zal het [minderjarige] iedere zaterdag van 9.00 uur tot en met 17.00 / 18.00 uur bij vaders verblijven. Vaders zullen rond 16.00 uur aan moeder laten weten wanneer het [minderjarige] heeft geslapen en hoe laat ze haar terug zullen brengen;

- vanaf 1 april 2021 zal het [minderjarige] de ene week op vrijdag bij vaders zijn en de andere week op zaterdag van 9.00 uur tot en met 17.00 / 18.00 uur. De eerste vrijdag dat het [minderjarige] bij vaders is, is op 2 april 2021;

- vanaf zaterdag 10 april 2021, zal het [minderjarige] bij vaders blijven slapen als zij op zaterdag bij hen is. Het [minderjarige] is dan vanaf zaterdag 9.00 uur bij vaders tot en met zondag 12.00 uur;

- vanaf zaterdag 8 mei 2021 zal de weekendregeling worden uitgebreid, waarbij het [minderjarige] van zaterdagochtend 9.00 uur tot en met zondag 17.00 / 18.00 uur bij vaders verblijft. De weekenden zijn dan om en om bij vaders en bij moeder. In het weekend dat het [minderjarige] niet bij vaders is, is zij wel op vrijdag bij hen;

- de maandag en de woensdag blijven zoals het nu is. Het [minderjarige] is dan drie uur bij vaders, dit is exclusief reistijd.

De rechtbank heeft in de beschikking van 14 april 2021 overwogen dat de rechtbank voornoemde zorgregeling het meeste in het belang van [minderjarige] vindt. De zorgregeling moet volgens de rechtbank worden uitgebreid, maar daarbij moet rekening worden gehouden met de leeftijd van [minderjarige] . Alle partijen moeten wennen aan de nieuwe situatie. De rechtbank benadrukt dat de overeengekomen regeling een opbouwregeling is en dat het doel van partijen moet zijn om een co-ouderschapsregeling overeen te komen, waarbij zij de zorg samen delen.

De vaders verzoeken de rechtbank nu om de zorgregeling te wijzigen en als volgt vast te stellen:

week 1:

[minderjarige] verblijft van maandag 9.00 uur tot woensdag 9.00 uur bij de moeder, van woensdag 9.00 uur tot vrijdag 18.00 uur bij de vaders en vanaf vrijdag 18.00 uur bij de moeder;

week 2:

[minderjarige] verblijft van maandag tot donderdag 9.00 uur bij de moeder en vanaf donderdag 9.00 uur bij de vaders.

De moeder verzoekt de rechtbank om het verzoek van de vaders af te wijzen.

3. De beoordeling

De vaders hebben ter onderbouwing van hun verzoek aangevoerd dat de huidige beperkte zorgregeling geen recht doet aan de grote rol die de vaders ook volgens de rechtbank en de Raad in het leven van [minderjarige] moeten hebben. De door de vaders verzochte zorgregeling is een evenwichtige verdeling, passend bij de leeftijd van [minderjarige] , met niet te veel wisselingen en waarbij beide partijen een vol weekend in de veertien dagen met [minderjarige] hebben. In dit schema verblijft [minderjarige] zes dagen achter elkaar bij de moeder en maximaal vier dagen achter elkaar bij de vaders. Van de veertien nachten slaapt zij dan acht nachten bij de moeder en zes nachten bij de vaders. De vaders verwachten dat dit schema [minderjarige] rust zal geven. Het is partijen niet gelukt om middels de opgestarte mediation tot afspraken te komen.

De Raad heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat bij de opbouw van de zorgregeling het belang van [minderjarige] voorop moet staan. De Raad is ervan overtuigd dat [minderjarige] meer aankan dan wat de moeder toestaat. De Raad heeft daarbij aangegeven dat, als de moeder zoveel moeite heeft met de situatie zoals deze is, het goed voor haar is om daarin hulp te zoeken. Als vanuit de mogelijkheden van [minderjarige] wordt gekeken is de Raad van mening dat snel uitgebreid kan worden naar een hele dag omgang. Op dit moment staat de weerstand van de moeder in de weg aan een te snelle uitbreiding, omdat zij de omgang wel moet kunnen ondersteunen, maar de Raad vindt dat in ongeveer een half jaar kan worden uitgebreid naar een verdeling van de zorg bij helfte. De Raad heeft daarbij aangegeven dat het goed is om af te spreken dat deze regeling voor drie jaar zal gelden, omdat [minderjarige] dan naar school zal gaan waardoor er veranderingen in de situatie zullen komen.

Tijdens de zitting hebben de vaders aangegeven dat zij zich erbij neer hebben gelegd dat de zorg voor [minderjarige] bij helfte zal worden gaan verdeeld. Zij hebben hulp van een psycholoog ingeschakeld om hen hierbij te helpen. De vaders stemmen in met het voorstel dat de Raad tijdens de zitting heeft gedaan, om de omgang in een half jaar op te bouwen.

Namens de moeder is tijdens de zitting naar voren gebracht dat partijen hun eigen ideeën hebben over hoe het verder moet. De moeder wilde met de mediation verder, maar kreeg het gevoel dat er teveel stilgestaan werd bij het verleden, de naam van [minderjarige] en een omgang die voor de moeder te ver gaat. De moeder wil wel meewerken aan uitbreiding van de omgang, maar de vaders willen te veel, te snel en de moeder vreest [minderjarige] aan de vaders kwijt te zullen raken. De moeder vindt het voor [minderjarige] te lang om vier dagen achter elkaar bij de vaders te verblijven en heeft liever dat er vaker korte omgang zal zijn.

Zoals de rechtbank al in haar eerdere beschikking heeft overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat zal worden toegewerkt naar een verdeling van de zorg bij helfte. De rechtbank is net als de Raad van oordeel dat dit doel zal kunnen worden bereikt door de zorgregeling in een half jaar op te bouwen. Er is al omgang tussen de vaders en [minderjarige] en dit verloopt goed. De rechtbank ziet verder in wat door de moeder naar voren is gebracht geen bezwaren tegen uitbreiding van de zorgregeling. De rechtbank begrijpt dat de moeder vreest dat zij [minderjarige] aan de vaders zal verliezen, maar de vaders hebben uitdrukkelijk aangegeven erin te berusten dat [minderjarige] niet volledig bij hen zal wonen, zoals dat in het begin tussen partijen was afgesproken. Zij hebben hulp ingeschakeld om het één en ander te verwerken en een plaats te kunnen geven. Het is in het belang van [minderjarige] dat ook de moeder zal berusten in de situatie en de rechtbank merkt ten overvloede op dat het ook haar zal kunnen helpen als zij hierbij ondersteuning zal zoeken.

De rechtbank vindt dat de uitbreiding van de zorgregeling op de volgende manier zal moeten worden uitgevoerd:

- Twee weken na de beschikking zal de omgang tussen de vaders en [minderjarige] gedurende twee maanden zijn als volgt:

In week 1: op woensdag en vrijdag van 10.00 uur tot 18.00 uur. In week 2: op woensdag van 10.00 uur tot 18.00 uur en van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur. Daarna zal de omgang tussen de vaders en [minderjarige] gedurende twee maanden zijn als volgt:

In week 1: van woensdag 10.00 uur tot vrijdag 18.00 uur. In week 2: op woensdag van 10.00 uur tot 18.00 uur en van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur.

- Daarna zal de omgang tussen de vaders en [minderjarige] gedurende twee maanden zijn als volgt:

In week 1: van woensdag 10.00 uur tot vrijdag 18.00 uur. In week 2: van donderdag 18.00

uur tot zondag 18.00 uur.

- Daarna zal de omgang tussen de vaders en [minderjarige] zijn als volgt:

In week 1: van woensdag van 9.00 uur tot vrijdag 18.00 uur. In week 2: van donderdag 9.00 uur tot zondag 18.00 uur.

De rechtbank merkt verder op dat voornoemde regeling volgens de rechtbank in principe zou moeten kunnen voldoen tot [minderjarige] naar school zal gaan. Er is echter geen wettelijke grondslag om aan de vast te stellen omgangsregeling een termijn te verbinden. Vanaf het moment dat [minderjarige] naar school zal gaan is het aannemelijk dat de regeling niet meer aan de situatie van dan zal voldoen en zal moeten worden aangepast. [minderjarige] is echter nog jong en er kunnen zich altijd omstandigheden voordoen die kleine of grotere aanpassingen van de regeling zullen vragen. Wanneer dat nodig zal zijn is nu nog niet te voorzien. Mede hierom is het daarom in het belang van [minderjarige] dat partijen er alsnog alles aan zullen doen om hun verstandhouding en hun vertrouwen in elkaar te verbeteren. De rechtbank is daarom van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat zij hieraan blijven werken, omdat zij nog vele jaren in het belang van [minderjarige] met elkaar zullen moeten samenwerken. Daarnaast merkt de rechtbank ten overvloede nogmaals op dat zij zich ernstige zorgen maakt over de ontwikkeling van [minderjarige] , nu partijen [minderjarige] nog steeds met een andere naam aanspreken. De rechtbank hoopt dat partijen hierin hun verantwoordelijkheid zullen nemen.

De uitvoerbaarheid bij voorraad

De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

De kosten van deze procedure

De rechtbank zal beslissen dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt, omdat de rechtbank geen reden ziet om één van de partijen in de proceskosten te veroordelen.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijzigt de in de beschikking van 14 april 2021 vastgestelde zorgregeling als volgt: Twee weken na de beschikking zal de omgang tussen de vaders en [minderjarige] gedurende twee maanden zijn als volgt:

In week 1: op woensdag en vrijdag van 10.00 uur tot 18.00 uur. In week 2: op woensdag van 10.00 uur tot 18.00 uur en van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur. Daarna zal de omgang tussen de vaders en [minderjarige] gedurende twee maanden zijn als volgt:

In week 1: van woensdag 10.00 uur tot vrijdag 18.00 uur. In week 2: op woensdag van 10.00 uur tot 18.00 uur en van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur.

Daarna zal de omgang tussen de vaders en [minderjarige] gedurende twee maanden zijn als volgt:

In week 1: van woensdag 10.00 uur tot vrijdag 18.00 uur. In week 2: van donderdag 18.00

uur tot zondag 18.00 uur.

Daarna zal de omgang tussen de vaders en [minderjarige] zijn als volgt:

In week 1: van woensdag van 9.00 uur tot vrijdag 18.00 uur. In week 2: van donderdag 9.00 uur tot zondag 18.00 uur;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de partijen hun eigen proceskosten betalen;

wijst het verzoek van de vaders voor het overige af.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.E.A. Braeken, in samenwerking met mr. S.C. Scherpenhuijsen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

11 oktober 2021

Tegen deze beschikking kan- voor zover er definitief is beslist- door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.C. Scherpenhuijsen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand