Minuut
vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 8759214 \ UC EXPL 20-7318
Verstekvonnis d.d. 20 januari 2021
inzake
[eisende partij]
wonende te [woonplaats]
gemachtigde DAS
eisende partij,
tegen
[gedaagde partij]
handelend onder de naam [handelsnaam] ,
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten
gedaagde partij,
niet verschenen.
De overwegingen van de kantonrechter
De eisende partij heeft een vordering ingesteld. De gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend.
De vordering zal, nu deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, bij verstek worden toegewezen met inachtneming van het volgende.
De eisende partij vordert wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten.
Niet gesteld of gebleken is echter dat de eisende partij deze kosten al daadwerkelijk aan haar gemachtigde heeft betaald of met de betaling daarvan in verzuim verkeert en als zodanig vermogensschade heeft geleden. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal daarom niet worden toegewezen.
De gedaagde partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld met dien verstande, dat de advertentiekosten worden toegewezen conform het gebruikelijke gangbare tarief van€ 12,10 inclusief BTW.
De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op:
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de gevorderde nakosten zijn toewijsbaar als na te melden.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 4.165,96, vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.673,60 vanaf 28 maart 2020 tot de voldoening;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de eisende partij, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 598,77, waarin begrepen € 240,00 aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 30 januari 2021 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de gedaagde partij, onder de voorwaarde dat deze niet binnen 14 dagen na aanschrijving door de eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- een half punt toepasselijk liquidatietarief, met een maximum van € 120,-- aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de datum van de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2021.