RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 juni 2022 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2040
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort (het college), verweerder
Als derde-partij neemt aan het geding deel:
[derde belanghebbende] , gevestigd in [vestigingsplaats] , vergunninghouder
(gemachtigde: W.T.H.M. Halewijn).
Procesverloop
Met een van het besluit van 28 maart 2022 heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning (de omgevingsvergunning) verleend voor het plaatsen van twee parasols voor de duur van maximaal vijf jaar of zoveel eerder tot het moment dat de nieuwe Terrassennota in werking treedt of zoveel eerder dan dat er wordt begonnen met de herinrichting van [locatie 1] voor haar horecabedrijf aan [adres] in [vestigingsplaats] (het horecabedrijf).
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. De voorzieningenrechter beschikt over voldoende informatie om uitspraak te doen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
Het verzoek
2. Verzoeker woont aan [locatie 2] , een straat die vanaf [locatie 1] langs het horecabedrijf loopt. Hij voert aan dat zich eerder dit jaar in één week twee incidenten hebben voorgedaan waarbij de ambulances en een Rapid Responder niet tijdig [locatie 2] in konden rijden, omdat de straat was geblokkeerd. Ook bij een incident op [locatie 1] kon de ambulance volgens verzoeker niet passeren omdat de rijbaan was geblokkeerd. Verzoeker vindt dat het college met het verlenen van de omgevingsvergunning geen rekening heeft gehouden met de situatie ter plaatse. Hij verzoekt de voorzieningenrechter om de voorziening te treffen dat de parasols niet mogen worden uitgeklapt tot dat het college op zijn bezwaarschrift tegen de omgevingsvergunning heeft beslist.
De beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Uit wat verzoeker aanvoert blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen onverwijlde spoed.
4. Naar aanleiding van het door verzoeker ingediende verzoek om een voorlopige voorziening heeft het college telefonisch aan de griffier medegedeeld dat hij naar verwachting medio juni een besluit zal nemen op het bezwaar. De voorzieningenrechter neemt in aanmerking dat als zich in deze periode opnieuw een incident zou voordoen waarbij de hulpverlenende diensten vanaf [locatie 1] [locatie 2] in moeten draaien en een parasol daarbij een sta in de weg zou zijn, deze altijd meteen kan worden ingeklapt. Voor zover dus al sprake zou kunnen zijn van een eventuele blokkade van [locatie 2] door een parasol, kan deze in geval van nood op elk moment direct ongedaan worden gemaakt.
5. De voorzieningenrechter is verder vooralsnog niet gebleken dat zeer ernstig moet worden getwijfeld aan de juistheid van de omgevingsvergunning. Van een evident onrechtmatig besluit is geen sprake.
6. Omdat niet is gebleken van onverwijlde spoed die dat gelet op de betrokken belangen van verzoeker, het college en vergunninghouder vereist, wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
3 juni 2022.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: