RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2022 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3454
(gemachtigde: mr. J.M. Geerdes),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).
Procesverloop
Het beroep van eiseres richt zich tegen verweerders besluit van 13 juli 2021, over de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres met betrekking tot de aan haar toegekende uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Op 3 mei 2022 heeft de rechtbank in deze zaak een tussenuitspraak gedaan (ECLI:NL:RBMNE:2022:1721). Voor het volledige procesverloop verwijst de rechtbank naar die uitspraak.
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank eiseres in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak haar standpunt nader te onderbouwen met een nader psychiatrisch onderzoek.
Eiseres heeft in reactie op de tussenuitspraak schriftelijk verklaard geen gebruik te maken van de gelegenheid haar standpunt nader te onderbouwen.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en dat het onderzoek heden wordt gesloten.
Overwegingen
1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist.
2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, geoordeeld dat de medische beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 24 november 2020 door de verzekeringsartsen van verweerder zorgvuldig is uitgevoerd en toereikend is gemotiveerd. De rechtbank heeft in de stellingen van eiseres geen aanknopingspunt gezien om te twijfelen aan de juistheid van deze medische beoordeling. Om die reden heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om een nader psychiatrisch onderzoek te gelasten.
3. Op het uitdrukkelijk verzoek van eiseres heeft de rechtbank haar bij de tussenuitspraak in de gelegenheid gesteld haar standpunt zelf nader te onderbouwen met een nader psychiatrisch onderzoek. Om (alsnog) twijfel te kunnen zaaien over de medische beoordeling van de verzekeringsartsen van verweerder, is namelijk een rapport van een medisch deskundige nodig.
4. Eiseres heeft de rechtbank op 20 mei 2022 schriftelijk verklaard geen gebruik te maken van de gelegenheid haar standpunt nader te onderbouwen. De rechtbank ziet dan geen aanknopingspunt om (alsnog) te twijfelen aan de zorgvuldigheid en juistheid van de medische beoordeling van de verzekeringsartsen van verweerder. Het bij de tussenuitspraak gegeven oordeel blijft in stand.
5. De in het procesverloop van deze uitspraak weergegeven beslissing van de rechtbank om een tweede zitting achterwege te laten is genomen zonder partijen de gelegenheid te geven om te verklaren dat zij zo’n tweede zitting wensen. De rechtbank geeft bij deze procesbeslissing na een ‘burgerlus’ overeenkomstige toepassing aan het bepaalde in artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, over een tweede zitting na toepassing van een bestuurlijke lus. Toestemming van partijen voor het niet houden van een tweede zitting is dan niet nodig.
6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2022.
de griffier is verhinderd om
de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.