ECLI:NL:RBMNE:2022:2282

ECLI:NL:RBMNE:2022:2282, Rechtbank Midden-Nederland, 15-06-2022, UTR 21/3454

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 15-06-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer UTR 21/3454
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0019057

Samenvatting

Wet WIA, einduitspraak na toepassing ‘burgerlus’. Er is geen gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid tot het aanbieden van nadere medische gegevens.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2022 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/3454

(gemachtigde: mr. J.M. Geerdes),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).

Procesverloop

Het beroep van eiseres richt zich tegen verweerders besluit van 13 juli 2021, over de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres met betrekking tot de aan haar toegekende uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Op 3 mei 2022 heeft de rechtbank in deze zaak een tussenuitspraak gedaan (ECLI:NL:RBMNE:2022:1721). Voor het volledige procesverloop verwijst de rechtbank naar die uitspraak.

In de tussenuitspraak heeft de rechtbank eiseres in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak haar standpunt nader te onderbouwen met een nader psychiatrisch onderzoek.

Eiseres heeft in reactie op de tussenuitspraak schriftelijk verklaard geen gebruik te maken van de gelegenheid haar standpunt nader te onderbouwen.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en dat het onderzoek heden wordt gesloten.

Overwegingen

1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist.

2. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, geoordeeld dat de medische beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 24 november 2020 door de verzekeringsartsen van verweerder zorgvuldig is uitgevoerd en toereikend is gemotiveerd. De rechtbank heeft in de stellingen van eiseres geen aanknopingspunt gezien om te twijfelen aan de juistheid van deze medische beoordeling. Om die reden heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om een nader psychiatrisch onderzoek te gelasten.

3. Op het uitdrukkelijk verzoek van eiseres heeft de rechtbank haar bij de tussenuitspraak in de gelegenheid gesteld haar standpunt zelf nader te onderbouwen met een nader psychiatrisch onderzoek. Om (alsnog) twijfel te kunnen zaaien over de medische beoordeling van de verzekeringsartsen van verweerder, is namelijk een rapport van een medisch deskundige nodig.

4. Eiseres heeft de rechtbank op 20 mei 2022 schriftelijk verklaard geen gebruik te maken van de gelegenheid haar standpunt nader te onderbouwen. De rechtbank ziet dan geen aanknopingspunt om (alsnog) te twijfelen aan de zorgvuldigheid en juistheid van de medische beoordeling van de verzekeringsartsen van verweerder. Het bij de tussenuitspraak gegeven oordeel blijft in stand.

5. De in het procesverloop van deze uitspraak weergegeven beslissing van de rechtbank om een tweede zitting achterwege te laten is genomen zonder partijen de gelegenheid te geven om te verklaren dat zij zo’n tweede zitting wensen. De rechtbank geeft bij deze procesbeslissing na een ‘burgerlus’ overeenkomstige toepassing aan het bepaalde in artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, over een tweede zitting na toepassing van een bestuurlijke lus. Toestemming van partijen voor het niet houden van een tweede zitting is dan niet nodig.

6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2022.

de griffier is verhinderd om

de uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak en de tussenuitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. K. de Meulder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?