ECLI:NL:RBMNE:2022:3774

ECLI:NL:RBMNE:2022:3774, Rechtbank Midden-Nederland, 22-09-2022, UTR 22/1218

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-09-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer UTR 22/1218
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0024779 BWBR0027464

Samenvatting

Terecht omgevingsvergunning geweigerd voor 4 recreatiehuisjes in Soest. De recreatiehuisjes liggen in een groenstrook die is bedoeld als overgangszone om hinder van het recreatiepark op omliggende gronden en woningen te voorkomen. Er zijn daarom teveel nadelige gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Gideonse),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder

(gemachtigde: mr. B.W.B.M. van den Bosch).

Inleiding

1. Eiser is sinds 2015 eigenaar van het verblijfsrecreatieterrein gelegen aan

de [adres] in [vestigingsplaats] (het recreatieterrein). [recreatieterrein] B.V

was exploitant van het recreatieterrein maar is op 22 december 2020 failliet gegaan.

2. Tussen partijen hebben al meerdere procedures gespeeld over de

(gebruiks)mogelijkheden van het recreatieterrein. Deze procedure heeft betrekking op twee geweigerde omgevingsvergunningen.

3. Op 30 maart 2021 heeft eiser drie afzonderlijke aanvragen om een omgevingsvergunning

ingediend. Eén aanvraag, bij verweerder geregistreerd onder [registratienummer 1] , ziet op de tijdelijke uitbreiding van het maximaal toegestane aantal recreatiewoningen op het recreatieterrein. De tweede aanvraag, bij verweerder geregistreerd onder [registratienummer 2] , ziet op het tijdelijk toestaan van het gebruik van de gronden met bestemming Bos-Bostuin voor vier (bestaande) bouwwerken (recreatiewoningen). De derde aanvraag heeft betrekking op de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in de recreatieverblijven. Deze laatste aanvraag en het daarop genomen besluit maken geen deel uit van deze procedure.

4. Bij besluit van 24 juni 2021 heeft verweerder eiser een omgevingsvergunning

geweigerd voor de tijdelijke uitbreiding voor de duur van een jaar met vier recreatiewoningen van het maximaal toegestane aantal recreatiewoningen op het recreatieterrein. Bij ditzelfde besluit heeft verweerder eiser een omgevingsvergunning geweigerd voor het tijdelijk gebruik van de gronden met bestemming Bos-Bostuin voor vier bestaande recreatiewoningen.

5. Bij besluit van 11 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van

eiser tegen de beide besluiten van 24 juni 2021 ongegrond verklaard.

6. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een

verweerschrift ingediend.

7. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2022. Eiser is verschenen,

bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De beoordeling door de rechtbank

Omvang van het geding

8. Eiser stelt dat hij een omgevingsvergunning heeft gevraagd voor het gebruik van de

gronden met de bestemming ‘Bos-Bostuin’ voor vier bestaande recreatiewoningen en dat hij daarnaast een omgevingsvergunning heeft aangevraagd voor vier extra recreatiewoningen, dus 35 in totaal, op het deel van het recreatieterrein met de bestemming ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie – Jachthuis’. De twee aanvragen staan dus los van elkaar. Volgens eiser richt zijn beroep zich tegen de afwijzing van deze aanvragen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de aanvragen omgevingsvergunning betrekking hebben op dezelfde vier recreatiewoningen.

9. De rechtbank volgt de door eiser voorgestane uitleg van de aanvragen

omgevingsvergunning niet. De aanvragen, geregistreerd onder [registratienummer 1] en [registratienummer 2] , zijn namens eiser ingediend door Rho en zijn beide voorzien van een eigen door Rho opgestelde ruimtelijke onderbouwing. Uit de gedingstukken blijkt dat de strekking van de aanvragen bij verweerder niet helemaal duidelijk was en dat verweerder daarover navraag heeft gedaan bij Rho. In een email van 21 mei 2021 heeft verweerder aan Rho – voor zover hier van belang - gevraagd welke vier woningen exact bedoeld worden in de aanvraag omgevingsvergunning voor het uitbreiden van het maximaal toegestane aantal recreatiewoningen. Rho heeft op 27 mei 2021 als volgt gereageerd:

“Er zijn drie ruimtelijke onderbouwingen aangeboden:

In de ruimtelijke onderbouwing 1. zijn specifiek vier woningen aangewezen die (deels) in de bestemming ‘Bos-bostuin’ vallen. Deze vier recreatiewoningen komen bovenop het maximaal toegestane aantal. Daarmee kunnen dezelfde vier recreatiewoningen worden aangemerkt voor de ruimtelijke onderbouwing 2.”

De rechtbank concludeert hieruit dat de vier recreatiewoningen in aanvraag [registratienummer 1] dezelfde vier zijn als in aanvraag [registratienummer 2] . Dit blijkt ook uit de door Rho bijgevoegde kaart waarop de vier recreatiewoningen zijn opgenomen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op dit antwoord van Rho mogen afgaan en heeft verweerder de aanvragen [registratienummer 1] en [registratienummer 2] dan ook terecht aangemerkt als betrekking hebbend op dezelfde vier recreatiewoningen. De rechtbank zal het bestreden besluit en het beroep tegen die achtergrond beoordelen.

De weigering van de omgevingsvergunning(en)

10. De rechtbank zal vervolgens beoordelen of verweerder terecht een tijdelijke

omgevingsvergunning heeft geweigerd voor het legaliseren van vier (extra) recreatiewoningen op het recreatieterrein binnen de bestemming ‘Bos-Bostuin’.

11. Tussen partijen is niet in geschil, en de rechtbank stelt vast, dat op grond van het

geldende bestemmingsplan Landelijk Gebied binnen de bestemming ‘Recreatie - Verblijfsrecreatie – Jachthuis’ maximaal 31 recreatiewoningen zijn toegestaan en dat de bestaande vier recreatiewoningen in strijd zijn met de bestemming Bos-Bostuin.

12. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen

omgevingsrecht (Wabo) is het verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. Uit artikel 2.12, eerste lid, onder a en 2° van de Wabo volgt dat in dergelijke gevallen de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en sprake is van (een van) de kruimelgevallen genoemd in artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. In deze zaak is het in artikel 4, elfde lid van bijlage II genoemde kruimelgeval van belang. Daarin is geregeld dat voor verlening van een omgevingsvergunning in aanmerking komt ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.

13. De toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onderdeel 2, van de Wabo

is een zogenoemde discretionaire (dat wil zeggen een vrije) bevoegdheid van verweerder. De rechtbank moet het al dan niet gebruiken van deze bevoegdheid terughoudend toetsen. Dat betekent dat de rechtbank beoordeelt of verweerder, bij afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid geweigerd heeft van deze bevoegdheid gebruik te maken.

Strijd met een goede ruimtelijke ordening

14. Eiser heeft bij zijn aanvragen ruimtelijke onderbouwingen overgelegd. In de primaire

besluiten heeft verweerder de strijd met een goede ruimtelijke ordening als volgt gemotiveerd:

“De recreatiehuisjes die buiten de recreatieve bestemming aanwezig zijn liggen in de groenstrook met de bestemming Bos-Bostuin. Deze groenstrook is juist als overgangszone aangelegd om zoveel mogelijk hinder van het park op de omliggende gronden en woningen aan de [straat] te voorkomen. Deze hinder betreft een onevenredige impact op de privacy, beleving en gebruik van de aangrenzende gronden.

Legalisatie van het voorliggende bouwwerken zal dan ook een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat opleveren. Het planvoornemen heeft dan ook te veel nadelige gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit. Wij concluderen dat het afwijken van het vigerende bestemmingsplan voor dit project op te veel ruimtelijke en beleidsmatige belemmeringen stuit.

De groenstrook dient dan ook intact te blijven. Eerder zijn illegale activiteiten in deze groenstrook (zoals bijvoorbeeld een jeux de boules baan) eveneens altijd aangepakt. Gezien de waarde van deze gronden met de bestemming Bos-Bostuin vinden wij illegaal gebouwde recreatiehuisjes om stedenbouwkundige en landschappelijke redenen niet acceptabel en is er sprake van een onevenredige ruimtelijke impact.”

15. De rechtbank kan de motivering van verweerder waarom de aangevraagde

omgevingsvergunningen in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening volgen.

Belangenafweging

16. In de primaire besluiten heeft verweerder gewezen op het bestemmingsplan als

belangrijkste toetsingskader in de ruimtelijke ordening, dat de stedenbouwkundige, ruimtelijke of volkshuisvestelijke belangen beschermt. De belangen van eiser bij het realiseren van zijn bouwplannen wegen niet op tegen de belangen die het bestemmingsplan beoogt te beschermen. Verder noemt verweerder als belang het voorkomen van precedentwerking. Naar het oordeel van de rechtbank heeft hiermee een zorgvuldige belangenafweging plaatsgevonden.

Strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur

17. Eiser heeft aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en

evenredigheidsbeginsel, het beginsel van fair play, het verbod van detournement de pouvoir en het verbod van vooringenomenheid.

18. De rechtbank ziet bij de beoordeling van deze zaak geen aanknopingspunten voor de

conclusie dat de genoemde beginselen zijn geschonden.

Conclusie

19. Het beroep is ongegrond. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

20. Omdat het beroep ongegrond is komt de rechtbank niet toe aan bespreking van de

beroepsgrond van eiser dat het rechtzekerheidsbeginsel is geschonden, omdat verweerder twee gelijkluidende primaire beslissingen heeft genomen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, rechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E.M. van der Linde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?