ECLI:NL:RBMNE:2022:4090

ECLI:NL:RBMNE:2022:4090, Rechtbank Midden-Nederland, 05-10-2022, UTR 21/2640-E

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 05-10-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer UTR 21/2640-E
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005252 BWBR0005537

Samenvatting

Wet open overheid Samenvatting: Eiser heeft bij de NOVA een verzoek om openbaarmaking van documenten ingediend over ingevoerde regelgeving betreffende de verplichting tot intervisie, intercollegiaal overleg en peer review voor advocaten. De rechtbank heeft eerder een tussenuitspraak gedaan, waarna verweerder een nieuw besluit op bezwaar heeft genomen. Dit besluit is genomen na 1 mei 2022 en dus terecht met inachtneming van de Wet open overheid. De rechtbank overweegt over de weigeringsgrond persoonlijke beleidsopvatting dat de definitie van een persoonlijke beleidsopvatting in artikel 5.2 is aangescherpt ten opzichte van de definitie hiervan in de Wob. Volgens de Woo wordt onder persoonlijke beleidsopvattingen verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever hiermee een minder ruime toepassing van de weigeringsgrond ‘persoonlijke beleidsopvatting’ en meer transparantie van het handelen van de overheid voor ogen heeft gestaan. Tegen deze achtergrond heeft de rechtbank gekeken naar de passages die verweerder als persoonlijke beleidsopvatting heeft betiteld. Uit de motivering in het bestreden besluit 2 blijkt dat verweerder per passage heeft beoordeeld of sprake is van een visie, standpunt of overweging ten behoeve van intern beraad. Zoals uit het voorgaande blijkt is dat echter maar een deel van de beoordeling die verweerder moet verrichten. Verweerder heeft bij zijn beoordeling niet de volgende stap gezet en daardoor ten onrechte nagelaten te beoordelen of (ook) sprake is van feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Bij bestudering van de weggelakte passages komt de rechtbank tot het oordeel dat in veel gevallen geen sprake is van het van gedachten wisselen tussen de deelnemers aan het beraad, maar van informatie van feitelijke aard, prognoses, (gevolgen van) beleidsalternatieven of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Het belang dat gediend wordt door artikel 5.2, eerste lid, van de Woo, kort gezegd: de vrije gedachtewisseling tussen ambtenaren, is in dat geval niet in het geding en het risico dat deelnemers zich in toekomstige gevallen terughoudend zullen opstellen doet zich daarom niet voor.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

de algemene raad van de Nederlandse Orde van advocaten, verweerder

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 21/2640-E

en

(gemachtigde: mr. A. Atwaroe).

Procesverloop

In het besluit van 25 februari 2021 (primair besluit) heeft verweerder eisers verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk ingewilligd.

In het besluit van 19 mei 2021 (bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard en overigens ongegrond.

Eiser heeft tegen bestreden besluit 1 beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2021 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

In de tussenuitspraak van 4 april 2022 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Verweerder heeft in reactie op de tussenuitspraak een nieuw besluit genomen van 31 mei 2022 (bestreden besluit 2). Daarbij heeft hij het bezwaar van eiser alsnog gedeeltelijk gegrond, het primaire besluit gedeeltelijk herroepen en het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard. Ook heeft hij hierbij bestreden besluit 1 gedeeltelijk ingetrokken.

Eiser heeft hierop schriftelijk gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Aan partijen is meegedeeld dat uiterlijk op 30 september 2022 uitspraak zou worden gedaan. Deze datum heeft de rechtbank niet gehaald door omstandigheden die niet met de zaak te maken hebben. De rechtbank doet vandaag uitspraak.

Overwegingen

10. Uit de motivering in het bestreden besluit 2 blijkt dat verweerder per passage heeft beoordeeld of sprake is van een visie, standpunt of overweging ten behoeve van intern beraad. Zoals uit het voorgaande blijkt is dat echter maar een deel van de beoordeling die verweerder moet verrichten. Verweerder heeft bij zijn beoordeling niet de volgende stap gezet en daardoor ten onrechte nagelaten te beoordelen of (ook) sprake is van feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Bij bestudering van de weggelakte passages komt de rechtbank tot het oordeel dat in veel gevallen geen sprake is van het van gedachten wisselen tussen de deelnemers aan het beraad, maar van informatie van feitelijke aard, prognoses, (gevolgen van) beleidsalternatieven of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. Het belang dat gediend wordt door artikel 5.2, eerste lid, van de Woo, kort gezegd: de vrije gedachtewisseling tussen ambtenaren, is in dat geval niet in het geding en het risico dat deelnemers zich in toekomstige gevallen terughoudend zullen opstellen doet zich daarom niet voor. De rechtbank wijst ter illustratie op de volgende passages: de geweigerde passages op pagina 2 van document 1, op pagina 2 van document 2 en de passage in document 5 zijn onderdelen met een overwegend objectief karakter, de eerste alinea op pagina 3 van document 1 bevat een prognose en de geweigerde passages in documenten 3 en 4 beschrijven beleidsalternatieven en de gevolgen daarvan. Dergelijke passages kunnen onder het regime van de Woo niet langer als persoonlijke beleidsopvatting worden bestempeld. Over documenten 116 en 119 heeft verweerder overwogen dat het conceptversies zijn van documenten 117 respectievelijk 127, die openbaar zijn gemaakt (met uitzondering van de persoonsgegevens in document 117). De conceptversies zijn opgesteld met het oogmerk van intern beraad en afstemming en voor zover ze afwijken van de definitieve versie, bevat de inhoud van de concepten een voorstel gedaan door de betrokken persoon. De rechtbank constateert dat verweerder daarbij niet heeft aangegeven op welke onderdelen de conceptversies afwijken van de definitieve versies. Dit maakt de beoordeling door de rechtbank nagenoeg onmogelijk. Bovendien heeft verweerder ook voor deze (onderdelen van de) documenten niet beoordeeld of sprake is van feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter, maar enkel gesteld dat sprake is van voorstellen. Zoals hiervoor al is overwogen, is dit onvoldoende.

11. De rechtbank concludeert dat verweerder de weigering tot openbaarmaking op grond van artikel 5.2, eerste lid, van de Woo onvoldoende heeft gemotiveerd. Verweerder zal alle passages die hij geweigerd heeft op deze grond alsnog openbaar moeten maken dan wel met inachtneming van wat hiervoor is overwogen moeten motiveren waarom toch sprake is van een persoonlijke beleidsopvatting dan wel moeten motiveren of en welke andere weigeringsgrond zich tegen openbaarmaking verzet.

Weigeringsgrond: het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo)

12. Aan de weigering van passages in document 73 en een handgeschreven aantekening in document 97 heeft verweerder naast artikel 5.2, eerste lid, ook artikel 5.1, tweede lid, onder i, ten grondslag gelegd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat openbaarmaking van deze passages de goede samenwerking tussen verweerder en het ministerie van Justitie en Veiligheid onder druk kan zetten. Bij openbaarmaking zullen betrokken medewerkers en organisaties zich in de toekomst namelijk minder vrij voelen om hun gedachten uit te wisselen of om informatie, input te vragen, hetgeen van invloed kan zijn op het goed functioneren van beide partijen.

13. De rechtbank is van oordeel dat deze motivering de weigering tot openbaarmaking niet kan dragen. De omstandigheid dat (kennelijk) sprake is van een gedachtewisseling tussen verweerder en een departement is op zichzelf niet voldoende om de weigering tot openbaarmaking te rechtvaardigen. Daarvoor moet verweerder uitleggen wat maakt dat het openbaar maken van de informatie zodanig schadelijk is voor het functioneren van de overheid dat dit het belang van openbaarheid overtreft. Daarbij kan tijdverloop een rol spelen.

14. De rechtbank concludeert dat verweerder de weigering tot openbaarmaking op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo onvoldoende heeft gemotiveerd. Verweerder zal de passages die hij geweigerd heeft op deze grond alsnog openbaar moeten maken dan wel nader moeten motiveren wat maakt dat het belang van een goed functionerende overheid zich tegen openbaarmaking verzet.

Conclusie

15. Gelet op wat de rechtbank heeft overwogen in deze uitspraak en gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek, is het beroep tegen zowel bestreden besluit 1 als 2 gegrond vanwege strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, en de voor beide uitspraken relevante bepalingen uit de Wob respectievelijk de Woo. Hoewel de rechtbank zou kunnen volstaan met een gedeeltelijke vernietiging, vernietigt zij omwille van de overzichtelijkheid beide besluiten geheel. Ten aanzien van documenten 1, 2, 3, 4, 5, 7, 42 (alleen bijlagen 2 tot en met 6), 73, 97 en 105 (alleen de passage tussen randnummers 892 en 895) draagt de rechtbank verweerder op een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak en de tussenuitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak. Voor het overige laat de rechtbank de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten 1 en 2 in stand.

16. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden.

17. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 13,30 voor reiskosten. Omdat op zitting is vastgesteld dat eiser, hoewel hij ook advocaat is, in deze zaak procedeert als privé-persoon, is geen sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Daarvoor kunnen dus geen kosten worden vergoed.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2022.

De griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak en de tussenuitspraak/tussenuitspraken, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. O. Veldman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?