ECLI:NL:RBMNE:2022:6644

ECLI:NL:RBMNE:2022:6644, Rechtbank Midden-Nederland, 07-04-2022, UTR 20/2713

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 07-04-2022
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer UTR 20/2713
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

verzet; ongegrond; beroepsgronden nu pas in verzet aangevoerd

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2022 op het verzet van

[opposant] , te [plaats] , opposant.

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/2713-V

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad van 15 juni 2020. In de uitspraak van 14 januari 2021 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 14 januari 2021 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant niet heeft aangegeven waarom hij het niet eens is met de uitspraak op bezwaar van 15 juni 2020. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.

De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 14 januari 2021 niet juist was.

3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 14 januari 2021 niet juist. Opposant stelt dat de rechtbank het de burger erg gecompliceerd maakt en de logica ver te zoeken is, want als opposant het eens was met de uitspraak op bezwaar van 15 juni 2020 dan had hij geen rechtszaak aangespannen. Opposant geeft verder aan waarom hij het niet eens is met de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Lelystad van 15 juni 2020.

4. De rechtbank oordeelt als volgt.

De hoogste bestuursrechters, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘AbRvS’) en de Centrale Raad van Beroep, stellen geen hoge eisen aan de motivering van een beroepschrift. Ook als de gronden van het beroep summier zijn, is voldaan aan het in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Voorwaarde is wel dat het beroepschrift een concrete grond moet bevatten (zie onder meer AbRvS d.d. 30 december 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK7980 en CRvB d.d. 24 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4418). De CRvB voegt daar in deze uitspraak van 24 december 2014 aan toe dat met “een concrete grond” wordt gedoeld op een feitelijke grond, te weten: “een standpunt ten aanzien van de overwegingen van het bestreden besluit waarmee duidelijkheid wordt verschaft over het punt, dan wel de punten, waarmee de indiener van het bezwaarschrift het niet eens is.”. De stelling van opposant dat het logisch is dat hij het niet eens is met de uitspraak op bezwaar van 15 juni 2020, omdat hij anders geen rechtszaak zou aanspannen is onvoldoende. Een bestuursorgaan moet zich kunnen verweren en tegen de enkele stelling dat iemand het niet eens is met een besluit is dat niet mogelijk.

Hoewel opposant nu door het meesturen van gronden in verzet wel inzichtelijk heeft gemaakt waarom hij in beroep is gegaan tegen de uitspraak op bezwaar van 15 juni 2020, betekent dit niet dat de uitspraak van de rechtbank niet juist was. De rechtbank heeft in de uitspraak van 14 januari 2021 terecht geconcludeerd dat opposant niet heeft uitgelegd waarom hij in beroep is gekomen. Opposant heeft in verzet geen geldige reden gegeven voor het in die zin te laat opsturen van de gronden van beroep. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de conclusie klopt in de uitspraak van 14 januari 2021, dat opposant niet heeft uitgelegd waarom hij het niet eens is met de uitspraak op bezwaar van 15 juni 2020.

5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 14 januari 2021 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2022.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.P. Glerum

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?