RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/1673
en
(gemachtigde: mr. S . Maas).
Procesverloop
In het besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef eisers verzoek om inzage van zijn persoonsgegevens in de politieregisters ingewilligd.
Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
De korpschef heeft het bezwaar aan de rechtbank doorgezonden om het in behandeling te nemen als beroep.
Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de korpschef het besluit van 19 januari 2022 gedeeltelijk ingetrokken en vervangen door het besluit van 28 juni 2022.
De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 14 februari 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, vergezeld door zijn moeder, [moeder] . De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft de korpschef terecht passages weggelakt?
7. Op zitting heeft eiser zijn beroep beperkt tot de volgende vijf documenten:de mutatierapporten met kenmerk [documentnummer] , [documentnummer] , [documentnummer] , [documentnummer] en [documentnummer] . Eiser heeft daarbij opgemerkt dat het hem niet te doen is om de namen van verbalisanten die hierin staan, maar alleen om controle van de weggelakte passages. Hij wil duidelijkheid krijgen over of deze passages inderdaad geen betrekking hebben op hem. Dat is dan ook wat de rechtbank zal beoordelen.
8. Op grond van artikel 25 van de Wpg heeft een betrokkene het recht om uitsluitsel te verkrijgen over de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens en om die persoonsgegevens in te zien. Een persoonsgegeven is in artikel 1 van de Wpg gedefinieerd als: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Op grond van artikel 27 van de Wpg wordt een verzoek als bedoeld in de artikelen 25, eerste lid, (…) afgewezen voor zover dit een noodzakelijke en evenredige maatregel is: (…)
ter vermijding van nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen; (…)
ter bescherming van de rechten en vrijheden van derden; (…).
9. Naar aanleiding van het besluit van 19 januari 2022 heeft de korpschef in de documenten [documentnummer] , [documentnummer] , [documentnummer] , [documentnummer] gegevens van, maar ook afkomstig van derden weggelakt. Daaronder heeft hij dus ook begrepen gegevens van derden verkregen door middel van contacten (van politieambtenaren) met die derden.
10. De rechtbank kan de korpschef hier niet in volgen wat betreft de documenten [documentnummer] , [documentnummer] , [documentnummer] . Deze mutatierapporten gaan over eiser en niet over derden. Ook de weggelakte passages in de rapporten die gaan over contacten van politieambtenaren met derden gaan over eiser, zodat ook deze passages in beginsel vallen onder de definitie van persoonsgegeven. Ze bevatten immers informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon, namelijk eiser. Naar het oordeel van de rechtbank vallen deze documenten daarom allen onder het bereik van artikel 25, eerste lid, van de Wpg. Voor zover de korpschef heeft bedoeld voor deze passages een beroep te doen op artikel 27, eerste lid, onder d, van de Wpg overweegt de rechtbank dat de korpschef onvoldoende heeft gemotiveerd waarom volledige passages zijn weggelakt en niet is volstaan met het weglakken van namen van derden daarin. De weggelakte naam en passage in document [documentnummer] betreft wel alleen een derde, zodat de korpschef eiser terecht geen kennis heeft laten nemen van deze passage.
11. Bij het besluit van 28 juni 2022 heeft de korpschef alsnog gedeeltelijk inzage gegeven in document [documentnummer] . De korpschef heeft daarin een passage weggelakt op grond van artikel 27, eerste lid, onder d, van de Wpg. De korpschef heeft de weergave van een melding geweigerd ter vermijding van nadelige gevolgen voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten. Daarbij is toegelicht dat het voor de informatiepositie van de politie van wezenlijk belang is dat een ieder zich vrij voelt om een melding te doen bij de politie. Wanneer inzage wordt verkregen in deze meldingen door degene op wie de melding betrekking heeft, bestaat het risico dat de bereidheid om een melding te doen afneemt. Hierdoor kan de informatiepositie van de politie verslechteren, waarmee het belang van de opsporing en vervolging kan worden geschaad, aldus de korpschef.
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de korpschef hiermee onvoldoende gemotiveerd waarom inzage in deze passage nadelige gevolgen kan hebben voor de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten en waarom het noodzakelijk is deze passage volledig te weigeren. Gelet op het tijdsverloop sinds de melding en de niet meer aanwezige relevantie daarvan valt naar het oordeel van de rechtbank niet in te zien waarom inzage in deze mutatie een dermate groot inzicht geeft in de informatiepositie van de politie, dat de politie daardoor in andere gevallen kan worden gehinderd bij (kortgezegd) de opsporing of het onderzoek van strafbare feiten. Daarbij is van belang dat het alsnog mogelijk is om de melder weg te lakken.
13. Dit betekent dat het besluit van 28 juni 2022 voor wat betreft document [documentnummer] onvoldoende is gemotiveerd en om die reden in zoverre wordt vernietigd.Schadevergoeding
14. Eiser stelt schade te hebben geleden als gevolg van de genomen besluiten. Hij heeft dit echter op geen enkele wijze onderbouwd, zodat het verzoek om schadevergoeding alleen daarom al wordt afgewezen.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is gegrond omdat de besluiten van 19 januari 2022 en 28 juni 2022 onvoldoende zijn gemotiveerd. De rechtbank vernietigt het besluit van 19 januari 2022 voor zover daarbij gedeeltelijk inzage is geweigerd in de documenten [documentnummer] , [documentnummer] , [documentnummer] en het besluit van 28 juni 2022 voor zover daarbij gedeeltelijk inzage is gegeven in document [documentnummer] .
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de korpschef een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de korpschef hiervoor zes weken.
Omdat eiser geen griffierecht heeft betaald, hoeft de korpschef geen griffierecht aan eiser te vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Het verzoek om de korpschef te veroordelen tot vergoeding van de aangetekende verzending van stukken komt niet voor inwilliging in aanmerking, omdat het de rechtbank niet duidelijk is geworden over welke stukken dit gaat en of ze wel betrekking hebben op deze procedure. Bovendien is aangetekende verzending niet noodzakelijk.
Beslissing
De rechtbank:- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de besluiten van 19 januari 2022 en 28 juni 2022, voor zover daarin is geweigerd inzage te geven in gelakte passages in documenten [documentnummer] , [documentnummer] , [documentnummer] en [documentnummer] ;
- draagt de korpschef op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.L. Bressers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 april 2023.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.