ECLI:NL:RBMNE:2023:4508

ECLI:NL:RBMNE:2023:4508, Rechtbank Midden-Nederland, 06-07-2023, 23/1228

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 06-07-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/1228
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005290 BWBR0005537 BWBR0013060 BWBR0015703 BWBR0019057

Samenvatting

Vrijstelling arbeidsplicht, uitkering op grond van de Participatiewet, voldoende onderzoek, beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaats], verweerder (gemachtigde: mr. E. Chahid).

Zitting

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 19 januari 2023 op 6 juli 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder ‘overwegingen en oordeel van de rechtbank’.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen en oordeel van de rechtbank

1. Eiser heeft sinds oktober 2020 een uitkering op grond van de Participatiewet. Op 9 oktober 2020 heeft verweerder besloten dat eiser niet om medische redenen wordt vrijgesteld van de arbeidsplicht. Verweerder had dit gebaseerd op een rapport van [arbeidsbureau] . Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 9 oktober 2020, maar dat bezwaar is op 18 maart 2021 ongegrond verklaard. Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld. Bij uitspraak van 10 mei 2022 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder een nieuwe beslissing op eisers bezwaarschrift moest nemen. Uit die uitspraak blijkt ook dat in eisers zaak nieuw medisch onderzoek nodig was.

2. Het nieuwe medisch onderzoek is uitgevoerd door [sociaal-medische adviespartner] . [sociaal-medische adviespartner] heeft op 3 november 2022 een adviesrapportage uitgebracht. Vervolgens heeft verweerder het besluit van 19 januari 2023 genomen. Daarin is eisers bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

3. Eiser heeft in beroep het volgende aangevoerd:

i. i) verweerder kan het besluit van 9 oktober 2020 niet handhaven omdat daaraan het rapport van [arbeidsbureau] ten grondslag ligt, de rechtbank heeft bepaald dat het medisch onderzoek moest worden overgedaan en het rapport – samengevat – onrechtmatig is verkregen;ii) het rapport van [sociaal-medische adviespartner] is onrechtmatig verkregen, want het is door [sociaal-medische adviespartner] doorgestuurd aan verweerder terwijl eiser daar geen toestemming voor had gegeven;iii) het rapport van [sociaal-medische adviespartner] voldoet niet aan de opdracht van de rechtbank, want er heeft geen (aanvullend) psychologisch onderzoek plaatsgevonden.

4. De rechtbank overweegt ten eerste het volgende. Het klopt dat verweerder het rapport van [arbeidsbureau] niet meer mag gebruiken als onderbouwing van zijn besluit. Maar dat heeft verweerder ook niet gedaan: verweerder heeft het rapport van [sociaal-medische adviespartner] gebruikt. Dat mocht (en moest) verweerder ook doen. Deze beroepsgrond gaat dus uit van onjuiste feiten. Daarom wijst de rechtbank deze beroepsgrond af en gaat de rechtbank niet in op de andere argumenten die eiser heeft ingebracht met betrekking tot het rapport van [arbeidsbureau] .

5. Over eisers stelling dat het rapport van [sociaal-medische adviespartner] onrechtmatig is verkregen omdat hij niet akkoord is gegaan met het doorsturen daarvan aan verweerder, overweegt de rechtbank dat het zogenoemde blokkeringsrecht niet geldt in zaken waarin een medisch onderzoek wordt verricht in verband met de arbeidsinschakeling op grond van de Participatiewet. Dit volgt uit artikel 74, vierde lid, van de Wet SUWI en vaste rechtspraak van de hoogste rechter in dit soort zaken. Het rapport van [sociaal-medische adviespartner] is dus rechtmatig door verweerder verkregen. De beroepsgrond slaagt niet.

6. Over eisers derde beroepsgrond overweegt de rechtbank het volgende. Het advies van [sociaal-medische adviespartner] is een deskundigenadvies. Het is vaste rechtspraak dat verweerder (en de bestuursrechter) van een deskundigenadvies mag uitgaan als aan een aantal voorwaarden is voldaan:

10. Eiser vindt dat [sociaal-medische adviespartner] (aanvullend) psychologisch onderzoek had moeten verrichten en dat [sociaal-medische adviespartner] naar aanleiding van eisers zienswijze het rapport had moeten aanvullen of wijzigen. In feite zegt eiser hiermee dat [sociaal-medische adviespartner] geen goed onderzoek heeft gedaan. De rechtbank overweegt dat uit de rapportage van [sociaal-medische adviespartner] blijkt dat de arts eiser heeft gezien op het spreekuur en dat hierbij ook een oriënterend psychologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. De arts heeft in de rapportage uitgelegd dat (aanvullend) psychologisch onderzoek niet nodig is. De rechtbank acht deze toelichting afdoende. Eiser heeft geen informatie ingebracht dat tot een andere conclusie zou moeten leiden. Dat eiser geen vertrouwen meer heeft in [sociaal-medische adviespartner] is geen reden om te concluderen dat het rapport onzorgvuldig of om een andere reden ondeugdelijk is.

11. De rechtbank overweegt ten slotte dat uit de aantekeningen van de zitting in de vorige zaak (op 10 mei 2022) blijkt dat de rechter alleen heeft gezegd dat er nieuw medisch onderzoek moest plaatsvinden. De rechter heeft niet gezegd dat er specifiek ook een (aanvullend) psychologisch onderzoek moest plaatsvinden. Zoiets mag een rechter ook niet zomaar zeggen, want de aard en omvang van een medisch onderzoek wordt in de eerste plaats bepaald door een arts en de rechter is geen arts. Eisers stelling, dat de rapportage van [sociaal-medische adviespartner] niet voldoet aan de opdracht van de rechtbank, is dus onjuist.

12 De conclusie is dat het beroep ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt van de rechtbank.

13. De rechtbank gaat niet in op de aanvullende verzoeken die eiser in zijn beroepschrift heeft geformuleerd. Het behoort niet tot de taken van de rechtbank om verweerder of [arbeidsbureau] een reprimande te geven of een sanctie op te leggen. Hetzelfde geldt voor eisers verzoek om verweerder, [arbeidsbureau] en [sociaal-medische adviespartner] op te dragen eisers rapportages te vernietigen. Voor het toekennen van een schadevergoeding ziet de rechtbank geen aanleiding omdat eisers beroep ongegrond wordt verklaard.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 juli 2023 door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. de Graaf, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?