ECLI:NL:RBMNE:2023:7790

ECLI:NL:RBMNE:2023:7790, Rechtbank Midden-Nederland, 01-02-2023, C/16/533819 / HA ZA 22-68

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 01-02-2023
Datum publicatie 10-11-2025
Zaaknummer C/16/533819 / HA ZA 22-68
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Het geschil tussen partijen gaat over de contractueel bepaalde herwaardering van koopprijs na een aandelenoverdracht. In dit tussenvonnis wordt een register valuator benoemd om antwoord te geven op een aantal vragen zoals onder meer de te hanteren rentevoet en de toegepaste normalisaties. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2022:5004, ECLI:NL:RBMNE:2024:242)

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

vonnis

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/533819 / HA ZA 22-68

Vonnis van 1 februari 2023

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [plaats 1] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. L. Wijnbergen te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [plaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. R.P. de Boer te Groenekan.

Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 7 december 2022,

de akte uitlaten deskundige van [eiseres] met producties,

de akte uitlaten deskundige en overgelegde producties van [gedaagde] .

Vervolgens heeft de rechtbank vonnis bepaald.2. De verdere beoordeling

In het tussenvonnis van 7 december 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank aangekondigd een deskundige te zullen benoemen om informatie te krijgen over de waarde van de aandelen in [onderneming 1] en [onderneming 2] na een herbeoordeling. Er is reden voor herbeoordeling omdat er sprake is van een calamiteit in de zin van de tussen partijen afgesproken regeling. Meer specifiek gaat het om een calamiteit in de omzet van [onderneming 2] . Daarbij heeft de rechtbank ook geoordeeld dat uit de overeenkomst tussen partijen volgt dat de omzet per vennootschap moet worden bekeken en niet geconsolideerd.

2.2. Voor zover [gedaagde] voorstelt om aan de deskundige vragen voor te leggen die gaan over de vraag of er sprake was van een calamiteit, zal de rechtbank deze vragen niet stellen. Dat heeft de rechtbank al vastgesteld en daarvoor is een bericht van de deskundige dus niet nodig. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om terug te komen op dat eerdere oordeel. Verder lijkt een aantal vragen van [gedaagde] ervan uit te gaan dat het gaat om meer normalisaties dan de specifieke normalisatie bij [onderneming 1] over het jaar 2020. Over die normalisatie verschillen partijen van mening. Vragen van [gedaagde] die zien op mogelijke andere normalisaties zal de rechtbank dan ook niet stellen. Voor de overige vragen die [gedaagde] heeft voorgesteld, over herberekeningen van premies en de peildatum, geldt dat dit niet eerder een (onderbouwd) onderwerp van discussie is geweest tussen partijen. Ook vragen over deze onderwerpen zal de rechtbank niet aan deskundige voorleggen.

De rechtbank zal de volgende vragen aan de deskundige stellen:

1. Mag het risicovrije rendement van 1,8% bij de herbeoordeling ongewijzigd blijven of moet bij de herberekening een rendement van 0,19% worden gehanteerd? 2. Heeft [onderneming 3] terecht, in het licht van de afspraken die partijen hebben gemaakt en wat gebruikelijk is in de branche, een normalisatie toegepast voor de cijfers van [onderneming 1] over 2020? Kunt u de waarde van de aandelen herberekenen zowel met als zonder normalisatie? 3. Gaat [onderneming 3] in haar rapport terecht uit van een going concern situatie ten aanzien van [onderneming 2] ? Of moet de waarde van de aandelen in [onderneming 2] ‘asset based’ worden vastgesteld? 4. Wat is volgens u de waarde van de aandelen in [onderneming 2] en [onderneming 1] na de herbeoordeling daarvan op grond van artikel 3.3 sub e van de intentieovereenkomst?

De rechtbank zal de deskundige de opdracht geven om bij de herwaardering van de aandelen uit te gaan van de uitgangspunten zoals die in de rechtsoverwegingen 3.8. en 3.10. van het tussenvonnis zijn opgenomen. Dit staat tussen partijen vast.

De deskundige zal partijen in de gelegenheid stellen om informatie te geven waarvan zij graag willen dat de deskundige kennis neemt voordat deze een voorlopig advies maakt. Voor zover het gaat om nieuwe informatie zullen partijen duidelijk moeten maken wat de relevantie is voor de beantwoording van de vragen die aan de deskundige zijn gesteld. De deskundige zal niet apart met partijen overleg hebben. Dat is in strijd met punt 5.2 van de Leidraad deskundigen in Civiele zaken.

Partijen zijn er niet in geslaagd om gezamenlijk een deskundige voor te stellen. [eiseres] wil graag dat een register valuator als deskundige wordt benoemd. Het is volgens haar niet noodzakelijk dat deze deskundige ook registeraccountant is. [gedaagde] wenst een register valuator te benoemen die ook registeraccountant is.

De rechtbank zal de heer drs. G.J.A.M. Holdrinet , register valuator en (voormalig) registeraccountant, benoemen als deskundige.

Zoals in het tussenvonnis al is aangekondigd, moet het voorschot op de kosten van de deskundige door [eiseres] worden betaald.

De rechtbank wijst partijen erop dat zij wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals onder de beslissing wordt omschreven. Als een van partijen niet aan een van deze verplichtingen voldoet, kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.

De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van dit tussenvonnis toe te staan. De beslissing over het voorschot op de kosten van de deskundige zal ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

benoemt tot deskundige:

De heer drs. G.J.A.M. (Gerard) Holdrinet

[onderneming 4] B.V.[adres]

[postcode] [plaats 3]

telefoonnummer: [telefoonnummer]

e-mailadres: [e-mailadres]

beveelt een onderzoek door de deskundige ter beantwoording van de vragen die in rechtsoverweging 2.3. van dit vonnis zijn vermeld. Bij de herbeoordeling van de waarde van de aandelen moet worden uitgegaan van de uitgangpunten, zoals die blijken uit de rechtsoverwegingen 3.8. en 3.10. van het tussenvonnis van 7 december 2022,

het voorschot

bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundige het volgende:

de deskundige moet binnen drie weken na de datum van deze beslissing een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten

de griffie zal de opgave van de deskundige vervolgens toezenden aan partijen

partijen kunnen desgewenst binnen twee weken na dagtekening van de brief van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting

als er niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag

als er wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld in een afzonderlijke rechterlijke beslissing,

bepaalt dat [eiseres] het voorschot binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak moet overmaken,

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

bepaalt dat [eiseres] binnen een week na de datum van deze beslissing een afschrift van het procesdossier aan de deskundige moet toezenden,

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige (waar nodig in overleg met partijen) te bepalen tijd en plaats,

wijst de deskundige er op dat:

hij voor aanvang van het onderzoek kennisneemt van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

hij het onderzoek pas begint, nadat hij het bericht van de griffier heeft ontvangen dat het voorschot is betaald,

hij het onderzoek onmiddellijk moet staken en contact moet opnemen met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als deze daarom verzoekt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

draagt de deskundige op om uiterlijk zes maanden na het bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

wijst de deskundige er op dat:

uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

hij een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, zodat partijen de gelegenheid krijgen om hierover binnen vier weken bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

bepaalt dat partijen binnen vier weken moeten reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,

overige bepalingen

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van 4 oktober 2023,

draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of

na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de kant van [eiseres] op een termijn van vier weken,

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand