RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 10550610 \ MC EXPL 23-3275
Vonnis van 20 september 2023
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S. Yadegari,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
vertegenwoordigd door haar middellijk bestuurder: de heer [A] .
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties; - de mondelinge (aanvullende) conclusie van antwoord met bijlagen; - de conclusie van repliek met producties zeven tot en met tien.
[gedaagde] heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, daarna niet voor dupliek geconcludeerd
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[gedaagde] handelt in auto’s die op (executie)veilingen worden verkocht.
[eiser] heeft op 9 februari 2023 een Peugeot 308 (hierna: de auto) gekocht van [gedaagde] voor een bedrag van € 2.650,00. Daarbij heeft [eiser] zijn oude auto (een Chevrolet Epica) ingeruild voor een bedrag van € 1.700,00.
De auto had ten tijde van de aankoop al verschillende gebreken, waaronder een olielekkage.
Bij brief van 19 april 2023 heeft (de gemachtigde van) [eiser] [gedaagde] in gebreke gesteld. Verder staat hierin onder meer:
“ U dient binnen zeven dagen na dagtekening van dit schrijven:
- Indien cliënt de auto nog onder zich heeft, deze op te halen bij cliënt thuis: (…)
- Vervangend vervoer bij cliënt achterlaten zodat deze beschikt over een gelijkwaardig vervoersmiddel.
- Het gebrek herstellen (nakoming door u van de overeenkomst).
- Geen kosten in rekening brengen bij cliënt.
(…)
Als u niet, niet tijdig of niet volledig voldoet aan deze ingebrekestelling wordt deze ingebrekestelling wordt deze koop als ontbonden beschouwd vanwege non-conformiteit en dient u de koopsom ad € 2.650 aan cliënt te voldoen en aan hem een vrijwaringsbewijs van deze auto te overleggen.
Tevens worden alsdan de nevenvorderingen gevorderd bestaande uit vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ad € 471,90, vergoeding van de MRB (€ 69) en WA (€ 44,25) naar rato en eventuele extra kosten. Tot slot worden nadere rechtsmaatregelen aangekondigd.”
[gedaagde] heeft niet aan deze ingebrekestelling voldaan.
3. Het geschil
[eiser] vordert, uitvoerbaar bij voorraad:
primair (ontbinding)
A. terugbetaling van de koopsom van € 2.650,00 bij volledige ontbinding of een deel daarvan als de overeenkomst slechts partieel wordt ontbonden;
B. veroordeling van [gedaagde] om de auto op te halen en/of een deugdelijke vrijwaringsbewijs te verschaffen aan [eiser] en hem daarmee bevrijdt van zijn kentekenhouderverplichtingen, op straffe van een dwangsom van € 500 per (onvoltooide deel van een) dag tot een maximum van € 20.000;
subsidiair (herstel door derde), indien de ontbinding niet wordt gehonoreerd
C. bepaling dat [eiser] gerechtigd is om de auto door een derde te laten herstellen en dat de kosten daarvan op [gedaagde] mogen worden verhaald ex 7:21 lid 6 BW.
Indien [gedaagde] de auto onder zich heeft én [eiser] gerechtigd wordt tot herstel van de auto door een derde ten laste van [gedaagde] , dient [gedaagde] op straffe van de onder B genoemde dwangsom worden veroordeeld tot afgifte van de auto aan [eiser] ;
D. indien en voor zover de kosten nog niet bekend of begroot zijn: verwijzing naar de schadestaatprocedure voor de begroting van de kosten (nader op te maken bij staat) en veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van het alsdan vastgestelde bedrag aan herstelkosten door een derde;
zowel primair als subsidiair betaling van:
E.
1. € 69 per maand aan motorrijtuigenbelasting vanaf 9 februari 2023 tot datum vrijwaring, herstel of schorsing, tot op heden begroot op € 276,00 + PM;
2. € 44,25 per maand aan verzekeringspremies vanaf 9 februari 2023 tot datum vrijwaring, herstel of schorsing, tot op heden begroot op € 177,00 + PM;
3. € 471,90 aan incassokosten
F. de wettelijke rente over de hoofdsom en de nevenvorderingen vanaf de datum van aankoop;
G. de proceskosten, waaronder de eigen bijdrage van € 159,00.
[gedaagde] voert verweer.
De kantonrechter zal hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, ingaan op de stellingen van partijen.
4. De beoordeling
Tussen partijen is niet in geschil dat de auto ten tijde van de (ver)koop al gebreken had. Partijen zijn wel in geschil over de vraag of [eiser] bekend was hiermee.
[gedaagde] voert aan dat [eiser] al vóór de koop wist dat de auto een aantal problemen had. Dit heeft [gedaagde] tegen hem gezegd en ook is aan hem het veilingrapport laten zien waaruit blijkt dat de auto een olielekkage heeft.
[eiser] betwist dat hij bekend was met de gebreken en dat aan hem een veilingrapport zou zijn getoond door [gedaagde] . [gedaagde] heeft geadverteerd met de titel “top onderhouden” en het label “dealer onderhouden.” Dat rijmt niet met de onderhavige (motor)gebreken. Volgens de door [eiser] overgelegde offerte (productie 4) bedragen de reparatiekosten € 2.651,50. Verder heeft [eiser] onweersproken gesteld dat [gedaagde] kennelijk zelf al wel op de hoogte was van de gebreken: [gedaagde] beschikte immers vóór de koop over het veilingrapport en heeft nagelaten om de daarin genoemde gebreken te melden. Hierdoor heeft [gedaagde] haar mededelingsplicht geschonden. [gedaagde] heeft nagelaten om de gebreken binnen de gestelde termijn voor nakoming te herstellen. Daardoor is zij tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting van artikel 7:21 BW en is [eiser] bevoegd om de koopovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:22 BW.
[gedaagde] heeft niet meer gereageerd op hetgeen [eiser] bij conclusie van repliek nader heeft gesteld. De conclusie van repliek is daardoor niet weersproken. Aangenomen moet daarom worden dat juist is wat [eiser] bij repliek naar voren heeft gebracht. Het moet er dus voor worden gehouden dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt en dat [gedaagde] , ondanks ingebrekestelling, niet tot herstel is overgegaan. Dit betekent dat [eiser] de koopovereenkomst mocht ontbinden en dat de gevorderde terugbetaling van de koopsom van € 2.650,00 kan worden toegewezen. Dat [eiser] een deel van de koopsom heeft voldaan door zijn oude auto in te ruilen tegen een waarde van € 1.700,00, doet hier niet aan af. Partijen hadden immers overeenstemming over die inruilwaarde. Verder kan ook de vordering met betrekking tot het ophalen van de auto en het verschaffen van een vrijwaringsbewijs worden toegewezen op straffe van een dwangsom, met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden gematigd tot € 25,00 per dag met een maximum van € 2.500,00.
Nevenvorderingen
[eiser] heeft daarnaast € 471,90 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing. Voldoende gebleken is dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en is daarom toewijsbaar.
[eiser] vordert verder vergoeding van verzekeringspremies en motorrijtuigenbelasting vanaf het moment van aankoop van de auto. [gedaagde] heeft de stelling dat [eiser] verzekeringspremies en motorrijtuigenbelasting voor de auto heeft betaald, niet betwist. Nu de kantonrechter hiervoor heeft vastgesteld dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt, komen deze kosten in beginsel voor rekening van [gedaagde] (vgl. artikel 6:275 BW jo. artikel 3:120 lid 2 BW). Deze vorderingen zijn dan ook toewijsbaar.
Rente
[eiser] heeft ook wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Niet gesteld of gebleken is echter dat [eiser] deze kosten al daadwerkelijk aan zijn gemachtigde heeft betaald of met de betaling daarvan in verzuim verkeert en als zodanig vermogensschade heeft geleden. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden afgewezen.
De gevorderde rente over de koopsom, de reeds verschuldigde verzekeringspremies en motorrijtuigenbelasting zullen, als onweersproken en op de wet gegrond, wel worden toegewezen.
Proceskosten
[gedaagde] is de partij die in conventie grotendeels ongelijk krijgt. Zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [eiser] als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
€
132,29
- griffierecht
€
86,00
- salaris gemachtigde
€
464,00
(2 punten × € 232,00)
Totaal
€
682,29
De door [eiser] betaalde eigen bijdrage voor de verleende toevoeging, waarvan hij betaling vordert, wordt geacht in het toe te wijzen bedrag aan proceskosten te zijn begrepen, zodat deze post niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komt.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser] :
€ 2.650,00 aan de koopsom die moet worden terugbetaald;
€ 69,00 per maand aan motorrijtuigenbelasting vanaf 9 februari 2023 tot en met de datum van vrijwaring (tot 5 juni 2023 begroot op € 276,00);
€ 44,25 per maand aan verzekeringspremies vanaf 9 februari 2023 tot en met de datum van vrijwaring (tot 5 juni 2023 begroot op € 177,00);
de wettelijke rente over voormelde bedragen vanaf 9 februari 2023 tot dag der algehele voldoening;
€ 471,90 aan buitengerechtelijke incassokosten;
veroordeelt [gedaagde] om de auto op te halen en/of een deugdelijke vrijwaringsbewijs te verschaffen aan [eiser] en hem daarmee te bevrijden van zijn kentekenhouderverplichtingen (het betalen van motorrijtuigenbelasting en wettelijke aansprakelijkheidsverzekering) op straffe van een dwangsom van € 25,00 per (onvoltooide deel van een) dag tot een maximum van € 2.500,00;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot op heden begroot op € 682,29;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 september 2023.
1298