ECLI:NL:RBMNE:2023:7795

ECLI:NL:RBMNE:2023:7795, Rechtbank Midden-Nederland, 22-11-2023, 10553066 LC EXPL 23-1286

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 22-11-2023
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer 10553066 LC EXPL 23-1286
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almere

Samenvatting

Non-conforme auto, ontbinding overeenkomst. Bij herstelvonnis van 10 januari 2024: teruglevering met dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

zaaknummer: 10553066 LC EXPL 23-1286 BS/43497

Vonnis van 22 november 2023

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. S. Yadegari,

tegen:

[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],

wonende te [woonplaats 2] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1. Het verloop van de procedure

[eiser] heeft [gedaagde] gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] is op de rolzitting verschenen en heeft mondeling op de dagvaarding geantwoord. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. [eiser] heeft vóór deze zitting nog een akte genomen waarbij zij haar vordering heeft gewijzigd en aanvullende stukken heeft overgelegd.

De zaak is bij de kantonrechter besproken op 29 augustus 2023. Partijen hebben hun standpunten op de zitting toegelicht. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil en de beoordeling

Waar gaat deze zaak over?

Op 4 maart 2023 heeft [eiser] van [gedaagde] een tweedehands Opel Astra met het kenteken [kenteken] (hierna: de auto) gekocht. [gedaagde] heeft gezorgd dat de auto APK gekeurd was voordat [eiser] de auto op 11 maart 2023 kwam ophalen. [eiser] constateert na enkele dagen het motormanagement lampje brandde. Later ondervindt [eiser] ook problemen bij het starten van de auto. De auto hapert af en toe en de centrale deurvergrendeling werkt niet altijd. [gedaagde] heeft de auto verschillende keren nagekeken, maar de problemen worden niet opgelost. Voor [eiser] is de maat vol. Zij wil de koopovereenkomst ontbinden en vraagt terugbetaling van de koopsom. [eiser] wil daarnaast dat [gedaagde] de al betaalde motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies aan haar moet vergoeden. [gedaagde] is het niet met [eiser] eens. [gedaagde] voert aan dat hij niet gehouden is om de auto te repareren, omdat de auto zonder garantie aan [eiser] is verkocht. De gebreken komen daarom voor rekening van [eiser] en kunnen volgens [gedaagde] niet leiden tot een gerechtvaardigd beroep op ontbinding van de koopovereenkomst.

Wat oordeelt de kantonrechter?

De koopovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] zal worden veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs. [gedaagde] zal ook schadevergoeding en proceskosten moeten betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.

Er is sprake van een consumentenkoop

[eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat sprake is van een consumentenkoop. Op grond van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is sprake van een consumentenkoop als het gaat om de koop van een roerende zaak en de koopovereenkomst wordt gesloten door een verkoper die handelt in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit en een koper, natuurlijk persoon, die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit. De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van zo’n situatie.

Beoordelingskader non-conformiteit

De kantonrechter moet beoordelen of sprake is van een gebrek waardoor de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst en dus non-conform is. Zonder non-conformiteit is [gedaagde] namelijk niet verplicht om de auto terug te nemen en de koopprijs terug te betalen. Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW is een zaak nonconform als deze, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. Als de koper een (tweedehands) auto koopt en de verkoper weet dat de koper de auto koopt om hiermee aan het verkeer deel te nemen, dan geldt de hoofdregel uit het arrest van de Hoge Raad van 15 april 1994 (ECLI:NL:HR:1994:ZC1338). Die hoofdregel is dat non-conformiteit van de auto in beginsel wordt aangenomen als deelnemen aan het verkeer met de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren door een gebrek (dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld).

De auto moet de eigenschappen voor normaal gebruik bezitten bij aflevering, maar als een gebrek zich binnen één jaar openbaart, wordt bij een consumentenkoop uitgegaan van het vermoeden dat dit gebrek dan al bij aflevering aanwezig was. Dit staat in artikel 7:18 lid 2 BW. Met deze bepaling wordt een deel van de bewijslast bij de professionele verkoper gelegd. Hij moet bewijzen dat het gebrek ná aflevering is ontstaan.

Ontbinding

[eiser] stelt dat de auto bij levering substantiële gebreken had (onder meer problemen met de motor en het starten van de auto) en dat de auto daarom niet de feitelijke eigenschappen bevat die [eiser] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [eiser] doet een beroep op non-conformiteit in de zin van artikel 7:17 BW. [gedaagde] heeft geen bewijs kunnen leveren dat de gebreken na aflevering pas zijn ontstaan.

[eiser] heeft enkele dagen na het in gebruik nemen van de auto verschillende gebreken geconstateerd. Het motormanagement lampje brandt en de auto hapert en start niet goed. [eiser] heeft deze problemen bij [gedaagde] gemeld. Zij heeft [gedaagde] vervolgens meerdere keren in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen. [gedaagde] heeft reparaties aan de auto uitgevoerd, maar de problemen bleven bestaan of terugkomen. De gebreken zijn door [gedaagde] niet volledig verholpen. Van [eiser] kan niet worden verwacht dat zij nog meer kansen voor herstel biedt.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij de lambdasensor had vervangen als hij had geweten dat deze stuk was. Dit is volgens [gedaagde] een kleine reparatie. Voor zover [gedaagde] daarmee bedoelt te zeggen dat ontbinding van de koopovereenkomst niet gerechtvaardigd is gelet op de eenvoudige oplossing voorhanden, gaat de kantonrechter daar niet in mee. Het is onduidelijk of vervanging van deze sensor de problemen met het starten verhelpt. Daarnaast zijn de problemen met het motormanagement lampje en de haperende motor niet de enige gebreken die [eiser] geconstateerd heeft. [gedaagde] voert verder aan dat de auto zonder garantie verkocht is. Hij meent daarom dat [eiser] hem niet kan aanspreken voor de geconstateerde gebreken. De kantonrechter wijst [gedaagde] erop dat er ook een wettelijke garantie bestaat. De wettelijke garantie is in het leven geroepen zodat een consument ervan uit kan gaan dat zij normaal en veilig kan deelnemen aan het verkeer. Een consument heeft altijd recht op de wettelijke garantie. Deze hoeft dus niet overeengekomen te worden. [eiser] kan [gedaagde] dus aanspreken voor de gebreken die het normale gebruik van de auto in de weg staan. Het verweer van [gedaagde] kan op dit punt daarom ook niet slagen.

De kantonrechter komt dus tot het oordeel dat sprake is van non-conformiteit. [eiser] heeft [gedaagde] verschillende kansen gegeven om de grebreken te herstellen. De problemen zijn door [gedaagde] echter niet opgelost. Dit betekent dat [gedaagde] de koopovereenkomst niet juist is nagekomen en [eiser] deze mag ontbinden. [eiser] heeft bij brief de van 13 mei 2023 de koopovereenkomst voorwaardelijk ontbonden. De kantonrechter ziet dat [eiser] haar vorderingen in deze procedure niet baseert op deze voorwaardelijke ontbinding. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de koopovereenkomst nog bestaat en begrijpt de vordering van Baeschnit zo dat zij vraagt om de overeenkomst alsnog te ontbinden. De kantonrechter zal koopovereenkomst per vandaag ontbinden.

Terugleveringsverplichting

Door de ontbinding van de koopovereenkomst ontstaat voor partijen een terugleveringsverplichting. Dit betekent dat [gedaagde] de koopprijs die [eiser] heeft betaald aan haar moet terugbetalen. [eiser] heeft haar auto tegen € 200,00 ingeruild en daarnaast € 2.250,00 aan [gedaagde] betaald. De koopprijs die [gedaagde] moet betalen komt daarom neer op een bedrag van € 2.450,00. De ontbinding heeft verder tot gevolg dat [eiser] de auto aan [gedaagde] terug moet leveren.

[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord aangevoerd dat [eiser] schade heeft gereden. Hij wil de auto daarom niet terugnemen, tegen terugbetaling van de (volledige) koopprijs. De schade aan de auto heeft [gedaagde] niet kunnen onderbouwen. [gedaagde] heeft een aantal foto’s overgelegd, maar daarop is geen ‘nieuwe’ schade waar te nemen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij ook erkend niet zeker te weten of de door hem waargenomen schade op het moment van verkoop al aanwezig was. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer van [gedaagde] voorbij.

Dwangsom

[eiser] vordert een dwangsom van € 500,00 per dag (met een maximum van € 20.000,00) voor iedere dag dat [gedaagde] de auto na dit vonnis niet ophaalt en of geen deugdelijk vrijwaringsbewijs verschaft aan [eiser] . [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen toewijzing van deze vordering. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde] hier op korte termijn aan kan voldoen. De kantonrechter vindt de termijn van een dag te kort. [gedaagde] wordt daarom een termijn van 5 werkdagen gegund. Een dwangsom is bedoeld om [gedaagde] te bewegen tot tijdige nakoming van het vonnis. Naar oordeel van de kantonrechter is een dwangsom van € 500,00 in dit geval bovenmatig, daarom zal de dwangsom worden gematigd tot een bedrag van € 100,00 per dag met een maximum van € 5.000,00.

Rente over de hoofdsom

[eiser] vordert wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de datum van aankoop. De kantonrechter gaat daar niet in mee. De rente over de hoofdsom (koopsom van de auto) is pas verschuldigd vanaf het moment dat [gedaagde] in verzuim is met betaling daarvan.

Schadevergoeding

[eiser] vordert schadevergoeding. De ontbinding van een overeenkomst betekent echter niet dat de tekortschietende partij schadeplichtig is, tenzij er sprake is van schade en de schade in causaal verband staat met de tekortkoming. De tekortkoming van [gedaagde] bestaat eruit dat zij een auto heeft geleverd die niet beantwoordt aan de overeenkomst. [eiser] stelt dat zij daardoor schade heeft geleden. De kantonrechter zal hieronder per schadepost bespreken of deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen.

Motorrijtuigenbelasting en verzekering

[eiser] heeft onder meer een schadepost van motorrijtuigenbelasting en verzekering opgenomen. De kantonrechter is van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat [eiser] deze kosten ook gemaakt zou hebben als de auto wel aan de koopovereenkomst beantwoordde. Het causaal verband tussen de schade en de tekortkoming ontbreekt hier dus. De kantonrechter weegt daarbij mee dat [eiser] onvoldoende heeft kunnen aantonen dat zij de auto helemaal niet meer kon gebruiken. De blote stelling dat zij de auto niet gebruikt heeft, is daarvoor onvoldoende. Daar komt bij dat [eiser] , als zij de auto langere tijd niet meer gebruikte, de verzekering en wegenbelasting had kunnen beëindigen. Dat zij dit niet heeft gedaan, kan [gedaagde] niet worden tegengeworpen. De vergoeding van deze kosten zal daarom worden afgewezen.

Extra kosten

[eiser] vordert verder kosten voor de diagnose van € 25,00. De kantonrechter kan uit de bon en het betalingsbewijs niet opmaken dat deze kosten zien op kosten die Baeaschnitt gemaakt heeft in verband met het onderzoek naar de mogelijke oorzaken van de gebreken van de auto. Als deze kosten zien op het invullen van het Wettelijk Garantie Diagnose Formulier, constateert de kantonrechter dat daar geen onderzoek is verricht naar de oorzaken van de gebreken. De kosten die [eiser] vordert voor de diagnose van het gebrek, moeten daarom worden afgewezen.

[eiser] vordert verder de kosten voor de aankoop van een injector reiniger van € 13,99. [eiser] heeft de reiniger op advies van [gedaagde] gekocht. De kantonrechter is van oordeel dat deze kosten moeten worden aangemerkt als kosten voor herstel. Dat zijn kosten die voor vergoeding in aanmerking komen. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van een bedrag van € 13,99. [gedaagde] moet ook de wettelijke rente over de herstelkosten betalen, vanaf het moment van dagvaarding tot de algehele voldoening.

Buitengerechtelijke incassokosten

[eiser] maakt aanspraak op de vergoeding van € 444,68 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter constateert dat (de gemachtigde van) [eiser] enkel een brief heeft gezonden met een ingebrekestelling en een voorwaardelijke ontbinding (waar in deze procedure kennelijk geen beroep op wordt gedaan). Deze brief kan niet worden aangemerkt als buitengerechtelijke incassowerkzaamheden. Op het moment van verzending van deze brief was de koopovereenkomst immers nog niet ontbonden en bestond er geen terugbetalingsverplichting. De kantonrechter zal de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afwijzen.

Proceskosten

[gedaagde] zal als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging. Het hierna vastgestelde salaris moet worden verrekend met de op grond van de Wet op de Rechtsbijstand aan de advocaat toegekende vergoeding. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 133,00

- griffierecht € 86,00

- salaris gemachtigde € 398,00 (2 punten x tarief € 199,00)

- nakosten € 99,50

Totaal € 716,50

De nakosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

3. De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de overeenkomst tussen partijen per vandaag;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.450,00;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 13,99, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag, gerekend vanaf de dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 716,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.G.W.P. Heijne, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 november 2023.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.G.W.P. Heijne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?