ECLI:NL:RBMNE:2023:7801

ECLI:NL:RBMNE:2023:7801, Rechtbank Midden-Nederland, 13-11-2023, UTR 22/412, UTR 22/414, UTR 22/415 en UTR 22/416

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 13-11-2023
Datum publicatie 09-01-2026
Zaaknummer UTR 22/412
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Geen toereikende machtiging; niet-ontvankelijk;

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2023 in de zaak tussen

mr. D.A.N. Bartels, veronderstellenderwijs handelend namens [eiser] ,

de heffingsambtenaar van de gemeente Wijdemeren, verweerder,

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 22/412, 22/414, 22/415 en 22/416

eiser,

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat mr. Bartels heeft ingediend tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 13 december 2021.

De zitting heeft middels een MSTeams verbinding plaatsgevonden op 2 oktober 2023. [eiser] is zelf niet verschenen, maar mr. D.A.N. Bartels wel. Verweerder is niet verschenen.

Overwegingen

Uitnodiging voor de zitting

1. Mr. Bartels heeft gesteld dat hij niet ten minste drie weken tevoren is uitgenodigd voor de zitting van de rechtbank van 2 oktober 2023. Hij vindt dat in strijd met de goede procesorde.

2. De rechtbank stelt vast dat de griffier mr. Bartels met de brief van 13 september 2023 per abuis heeft uitgenodigd voor de zitting op een dag in het weekend. Met de brief van 14 september 2023 heeft de griffier de zittingsdatum hersteld en aangepast naar de maandagmiddag conform de vaste zittingsafspraak met mr. Bartels. Met de e-mail van 21 september 2023 heeft de griffier, overigens op verzoek van mr. Bartels, ook de te behandelen gesplitste zaaknummers gemeld. De rechtbank overweegt dat de uitnodiging op enkele dagen na niet voldoet aan de termijn van artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank constateert dat het een eenvoudige zaak betreft, die is gepland op het tijdstip dat de rechtbank en mr. Bartels een vaste zittingsafspraak hebben. Ook heeft mr, Bartels niet toegelicht, laat staan aannemelijk gemaakt, dat hij desondanks te weinig tijd heeft gehad om de zitting voor te bereiden. De rechtbank oordeelt dat onder deze omstandigheden geen sprake is van strijd met de goede procesorde.

Betalingsonmacht 3. Bij brief van 16 maart 2022 is door Bartels een beroep op betalingsonmacht gedaan en verzocht om uitstel van het betalen van het griffierecht. Ter onderbouwing hiervan heeft hij verschillende brieven van rechtbanken en een draagkrachtverklaring van zijn vennootschap [bedrijf] B.V. overlegd. Dit verzoek is naar het oordeel van de rechtbank terecht bij brief van 20 mei 2022 afgewezen. Aangezien gemachtigde namens eiseres beroep heeft ingesteld, is de financiële positie van eiseres van belang. Een onderbouwing daarvan is achterwege gebleven.

Machtiging

4. Het beroep is door mr. Bartels veronderstellenderwijs ingesteld namens [eiser] hierna: [eiser] ). Met het beroepschrift is geen toereikende machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Zo’n vereiste is het overleggen van een machtiging als de rechtbank daarom verzocht heeft. Voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.

5. De rechtbank heeft mr. Bartels met de brief van 3 februari 2022 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een machtiging in te dienen, waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [eiser] beroep in te stellen en in beroep op te treden. Met de brief van 3 maart 2022 heeft mr. Bartels daarop gereageerd. Hij heeft meegedeeld dat de gewenste bescheiden reeds deel uit maken van het dossier of (nogmaals) al dan niet in kopie zijn bijgevoegd. De rechtbank merkt op dat bij de stukken van verweerder geen machtiging zit en dat mr. Bartels wel een machtiging met zijn brief heeft meegestuurd, maar op die machtiging is bij de handtekening geen naam in blokletters vermeld, zodat niet duidelijk is wie de machtiging heeft ondertekend. Ook bij de brief van mr. Bartels van 13 juni 2022 is geen machtiging gevoegd.

6. Met de aangetekende brief van 22 juli 2022 heeft de rechtbank mr. Bartels nogmaals in de gelegenheid gesteld een machtiging in te dienen. Met de brief van 25 juli 2022 heeft mr. Bartels een machtiging van februari/maart/april 2021 ondertekend door iemand anders dan [eiser] overgelegd. Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd. Mr. Bartels heeft geen reden gegeven waarom hij die niet heeft ingediend. Zoals de meervoudige kamer van deze rechtbank op 25 juni 2020 heeft beslist, is het niet aanleveren van een toereikende machtiging een reden om het beroep niet- ontvankelijk te verklaren.

7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Om die reden komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de inhoudelijke geschilpunten.

Overschrijding redelijke termijn

8. Mr. Bartels heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade, omdat de procedure over de belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat [eiser] beroep wenste in te stellen en een procedure wilde starten. Om die reden kan ook niet worden vastgesteld dat [eiser] immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding daarom af.

Proceskosten

9. Voor een vergoeding van de proceskosten is geen aanleiding.

Nagekomen stukken

10. Op 4 oktober 2023 heeft Bartels nog een brief gezonden met dagtekening 2 oktober 2023. Omdat dit stuk pas bij de rechtbank is binnengekomen nadat het onderzoek op 2 oktober 2023 ter zitting is gesloten en dit stuk geen aanleiding geeft om het onderzoek te heropenen, wordt dit stuk niet in behandeling genomen door de rechtbank.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- wijs het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van

S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2023.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.C.A. van Kuijeren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?