RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2023 op het verzet van
[opposante] , te [plaats] , opposante.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/703- V
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten van 22 december 2021.
In de uitspraak van 17 januari 2023 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 17 januari 2023 het beroep ongegrond verklaard, omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 17 januari 2023 niet juist is.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 17 januari 2023 niet juist omdat met verschillende maten wordt gemeten. Het brengt opposante in verwarring dat zij wél wordt gehouden aan de bezwaartermijn van zes weken, maar dat verweerder zich gedurende het gehele proces aan geen enkele termijn hoeft te houden. Opposante geeft, net als in de beroepsprocedure, aan dat het contact met verweerder niet soepel is verlopen, dat het proces door verweerder erg vertraagd werd en dat de kosten die opposante heeft moeten maken door toedoen van verweerder omhoog zijn gegaan, wat erg stressvol was voor opposante.
4. De rechtbank stelt vast dat in verzet geen gronden worden aangevoerd waardoor twijfel over de uitkomst van beroepszaak is ontstaan en er dus in een eerder stadium een zitting nodig was.
5. De rechtbank overweegt verder dat ook een bestuursorgaan zich dient te houden aan termijnen bij het beslissen op een aanvraag (zoals hier aan de orde) of op een bezwaarschrift. Dit is vastgelegd in de wet. Voor deze zaak is dat bijvoorbeeld de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Awb. Als een bestuursorgaan zich daar niet aan houdt, staat het de burger vrij daar tegen op te komen. Zo kan de burger een ingebrekestelling versturen en ontstaat er in bepaalde gevallen recht op een dwangsom.
6. In dit kader overweegt de rechtbank dat van een burger mag worden verwacht dat hij of zij (tijdig) juridisch hulp zoekt bij het naleven van bepaalde voor het bestuursorgaan geldende termijnen, dan wel dat hij of zij hier zelf de nodige maatregelen voor treft. Gelet op het feit dat opposante aangeeft dat het contact met verweerder niet soepel verliep en er sprake was van vertraging aan de kant van verweerder, was er naar het oordeel van de rechtbank aanleiding voor opposante om die maatregelen te treffen dan wel hierbij juridische hulp in te schakelen, bij bijvoorbeeld het juridisch loket. Dat zij dit niet heeft gedaan, komt voor haar rekening en risico.
7. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van
17 januari 2023 in stand blijft.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 november 2023.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: