RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 december 2023 op het verzet van
[opposante] , te [plaats] , in Turkije, opposante,
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/820-V
(gemachtigde: mr. A. Laghmouchi),
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend, omdat de Belastingdienst/Toeslagen (verweerder) niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag.
In de uitspraak van 3 juli 2023 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan en heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 3 juli 2023 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet is betaald. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 3 juli 2023 niet juist was.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 3 juli 2023 niet juist omdat de eerste postzending, de griffierechtnota van 1 maart 2023, niet was aangekomen. Opposante stelt dat het vaker voorkomt dat postzendingen van de rechtbank niet (goed) aankomen, danwel niet goed worden verzonden of afgeleverd. Opposante verwijst naar een kopie van de envelop waarop een deel van een adres te zien is; ‘ [gedeelte adres] Volgens opposante lijkt het over het adres; [adres 1] te gaan. Overigens blijkt ook uit de rechtspraak dat er verschillende redenen kunnen zijn die aan een correcte tijdige aankomst van een postverzending van een gerechtelijke instantie in de weg staat. Opposante verwijst naar een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden. Opposante heeft vervolgens het griffierecht betaald naar aanleiding van de brief van 6 juni 2023.
4. Als een poststuk aangetekend is verzonden en de belanghebbende ontkent de ontvangst ervan, moet worden onderzocht of het stuk door PostNL op regelmatige wijze aan het adres van de belanghebbende is aangeboden.
5. Ten aanzien van de aangetekende verzending van de brief van 1 maart 2023 heeft de rechtbank een uitdraai van de track and trace van PostNL met code 3SRBDS0160038. Hierop is te zien dat het aangetekende poststuk van 1 maart 2023 op 4 maart 2023 om 10:10 uur is aangeboden op het adres [adres 2] , [postcode] te [plaats] . Omdat de bezorging niet is gelukt, is de zending naar een PostNL-punt gegaan met het adres [adres 1] , [postcode] te [plaats] . De verzetsgrond die opposante aanvoert dat dit laatste adres niet toebehoort aan opposante slaagt niet. Dit is namelijk een PostNL-pakketautomaat waar opposante haar post kon ophalen.
6. De rechtbank heeft een onderzoek gestart bij PostNL. Uit dit onderzoek is gebleken dat PostNL, anders dan opposante stelt, wél een afhaalbericht heeft achtergelaten. Zodra het bezorgen van een aangetekende poststuk niet lukt, scant de postbezorger de barcode van de aangetekende poststuk en de barcode dat op het afhaalbericht staat. Hieruit volgt een QR-code. Op dat moment wordt de QR-code in het systeem van PostNL gekoppeld aan de aangetekende verzending. In dit geval is de QR-code: KG19964302 op 4 maart 2023 om 10:10 uur gekoppeld aan de aangetekende postzending met barcode 33SRBDS0160038. Hieruit maakt de rechtbank op dat er een afhaalbericht is achtergelaten door PostNL. Dit is ook in de lijn van de algemene werkwijze van PostNL zoals omschreven op hun website.
7. Dit betekent dat opposante het poststuk niet heeft afgehaald bij het PostNL-punt. Dit dient voor haar rekening en risico te blijven. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat PostNL haar niet of onvolledig heeft geïnformeerd over het bewuste poststuk. Verder is de rechtbank van oordeel dat de uitspraak van de Hoge Raad waarnaar opposante verwijst geen soortgelijke situatie betreft, omdat anders dan in die zaak uit het Track&Trace van de PostNL kan worden opgemaakt dat er een bezorging van het poststuk heeft plaatsgevonden.
8. De per gewone post toegezonden griffierechtnota dient slechts ter kennisneming. Dat deze nota na de betaaltermijn is ontvangen, brengt niet mee dat de te late betaling verschoonbaar is.
9. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat de griffier aan het LDCR de opdracht heeft gegeven om het te laat betaalde griffierecht terug te storten.
10. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van
3 juli 2023 in stand blijft.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 december 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: