ECLI:NL:RBMNE:2023:7807

ECLI:NL:RBMNE:2023:7807

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 10-08-2023
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer 16/265283-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Er is geen sprake van een schending van het ne bis in idem-beginsel. De beslissing van de rechter-commissaris tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis vanwege het niet naleven van de in artikel 38v Sr bedoelde maatregel, is geen materiële einduitspraak in de zin van artikel 350-352 Sv. Het Openbaar Ministerie is dan ook ontvankelijk verklaard. De rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging, door meermaals berichten over aangeefster op Facebook te plaatsen. De verdachte wordt volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard en ontslagen van alle rechtsvervolging. Bij afzonderlijke beslissing is ten behoeve van de verdachte een zorgmachtiging verleend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/2 65283-22 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 10 augustus 2023

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] ,thans gedetineerd te P.I. [plaats] , locatie [locatie] ,

hierna: verdachte.

1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 januari 2023, 15 juni 2023 en 27 juli 2023. De zaak is op laatstgenoemde datum inhoudelijk behandeld.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. F.E. Leeman en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. W.F.J. Kramer, advocaat te Utrecht, alsmede de advocaat van de benadeelde partij, mr. S.C. van Bunnik, advocaat te Amsterdam-Duivendrecht, naar voren hebben gebracht.

2. TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 28 juli 2022 tot en met 13 oktober 2022 in Breukelen [aangeefster] heeft belaagd.

3. VOORVRAGEN

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie partieel niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte voor een aantal van de ten laste gelegde feiten (ofwel: gedachtestreepjes) al eerder is bestraft. Op 23 september 2022 heeft de rechter-commissaris de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis voor de duur van twee weken bevolen, omdat verdachte het aan hem op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgelegde contactverbod met mevrouw [aangeefster] niet had nageleefd. Het dossier dat aan deze beslissing van de rechter-commissaris ten grondslag lag, bevat screenshots met daarin de in de huidige tenlastelegging opgenomen feiten onder gedachtestreepje twee tot en met zes. Indien verdachte (wederom) voor deze onderdelen van de tenlastelegging wordt veroordeeld zou dit een dubbele bestraffing opleveren, wat strijdig is met het ne bis in idem-beginsel.

Het Openbaar Ministerie dient dus niet-ontvankelijk te worden verklaard voor zover de vervolging ziet op feiten waarvoor verdachte al is bestraft, te weten het plaatsen van de berichten die in de tenlastelegging zijn opgenomen onder gedachtestreepjes twee tot en met zes.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in haar vervolging en verwijst naar hetgeen is overwogen in het vonnis van de rechtbank Den Haag van 25 augustus 2022.

Het oordeel van de rechtbank

Op 25 juli 2022 is verdachte door de politierechter veroordeeld en hem is een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr voor de duur van 3 jaren opgelegd. Dit betreft een contactverbod met mevrouw [aangeefster] . De politierechter heeft dit contactverbod dadelijk uitvoerbaar verklaard en bepaald dat voor iedere overtreding van het contactverbod vervangende hechtenis van 2 weken kan worden bevolen.

De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis heeft gevorderd en dat de rechter-commissaris op 23 september 2022 de vervangende hechtenis van twee weken ten uitvoer heeft gelegd, wegens het overtreden van het contactverbod. De rechtbank overweegt dat de Hoge Raad in 2020 heeft bepaald dat de beslissing van de rechter-commissaris tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis vanwege het niet naleven van de in artikel 38v Sr bedoelde maatregel, geen materiële einduitspraak in de zin van artikel 350-352 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) betreft en zo ook niet als een onherroepelijke beslissing van de strafrechter als bedoeld in artikel 68 Sr kan worden aangemerkt. Dat een deel van de facebook-berichten van verdachte onderdeel uitmaken van de huidige tenlastelegging, en deze ook deel uitmaakten van het dossier waarop de rechter-commissaris heeft beslist, maakt dan ook niet dat sprake is van een dubbele bestraffing en een schending van het ne bis in idem-beginsel.

Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van de gehele tenlastelegging.

4. WAARDERING VAN HET BEWIJS

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

Het standpunt van de verdediging

Bij partiële niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de feiten ten laste gelegd onder gedachtestreepje twee tot en met zes, heeft de raadsman bepleit verdachte vrij te spreken. Verdachte wordt, in dat geval, namelijk alleen vervolgd voor het plaatsten van een facebook-bericht op 13 oktober 2022 (gedachtestreepje één). De frequentie van de gedragingen van verdachte is dan onvoldoende om in strafrechtelijke zin van belaging te kunnen spreken, omdat niet aan het bestanddeel van stelselmatigheid wordt voldaan.

Wanneer het Openbaar Ministerie volledig ontvankelijk is in haar vervolging heeft de raadsman bepleit verdachte van het ten laste gelegde feit vrij te spreken, omdat (voorwaardelijk) opzet op het stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster ontbreekt. Verdachte heeft verklaard met aangeefster in gesprek te willen gaan, maar geeft ook aan dit alleen te hebben gewild als zij dit ook wilde.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Verdachte heeft ter terechtzitting onder meer het volgende verklaard:

De berichten die ik heb geplaatst op Facebook gaan over [aangeefster] . Ik wist dat ik een contactverbod met [aangeefster] had en het was voor mij duidelijk dat ik geen contact met haar mocht zoeken. Ik had haar wel wat te melden en ik wist dat ze niet met mij wilde praten, daarom heb ik de berichten geplaatst. Het was de bedoeling en mijn wens dat zij de berichten zou lezen. Ik kijk er ook niet van op dat andere mensen de berichten aan haar hebben doorgegeven. De berichten hebben haar bereikt, dus ik zou zeggen dat de missie is vervuld. Ik hoopte een reactie van haar te krijgen. Ik dacht dat ik op deze manier het contactverbod niet zou overtreden.

Aangeefster [aangeefster] heeft onder meer het volgende verklaard:

Plaats delict: Breukelen.

Deze aangifte doe ik tegen oud klasgenoot [verdachte] . Ik heb al eerder aangifte

gedaan tegen [verdachte] omdat hij mij al langer lastig valt. Tot op heden is het contact van [verdachte] naar mij toe nog steeds niet gestopt. Ik voel heel veel frustratie omdat [verdachte] mij in het openbaar de meest erge dingen toewenst, ook doet hij dit in de richting van mijn

familie. Ik ben echt bang voor [verdachte] , bang omdat hij misschien zijn bedreiging waar

maakt.

Sinds eind juli 2022 heeft [verdachte] meerdere keren berichten op zijn Facebook pagina

gepost. De berichten gaan op dit moment nog steeds door. Ik heb dit vernomen van een

vriendin van mij die soms op haar Facebook pagina dingen over mij voorbij ziet komen

die [verdachte] gepost heeft. Mijn vriendin is bevriend met [verdachte] op Facebook.

De berichten gaan over mij, [A] (mijn partner) en mijn ouders. Ik denk dat het om honderden misschien wel duizenden berichten gaat tot op de dag van vandaag. De kernboodschap van de berichten is dat [verdachte] en ik altijd samen horen te zijn en dat hij daarvoor alles zou doen. [verdachte] zegt dan dat hij zich niet laat onthouden van contact met mij door de politie of justitie. Het gaat vaak over dingen die hij mij wil aandoen. Ook zijn het vaak seksueel getinte berichten over wat hij met mij wil doen. Ik wil echt dat deze berichten stoppen, ik en mijn familie worden hierdoor gekwetst.

In de Facebook-berichten van verdachte, die als bijlage aan de aangifte van [aangeefster] zijn gehecht, staat onder meer het volgende:

Screenshot 8 augustus 2022:

lf she was here l had other things to do. First l am going to taste every part your body, force my tongue in every hole and crack. Hmmmm. Maybe tie you down and torture you on one place, on and on until your almost... and then stop.

Out of legal reasons l cannot use her name. And l am not a serial stalker. Not a stalker at all.

Screenshot 20 september 2022:

Ja dit mocht niet van [aangeefster] , die mij dus net zo lang laat proberen haar te bevrijden tot ik dood ben.

ik kan haar niet achter laten en zij kan mij niet 'vergeven' voor wat ik moest doen om de schepper te redden. Die zij als 'Christen' die niet kan vergeven schijnbaar liever laat sterven.

Het blijft maar vastlopen zo he, want ik moet alles aan mijn kant oplossen en aan jouw kant, [aangeefster] .

ja ik zeg jet ook want iedereen, elk individu, die mij, [verdachte] , niet gehoorzaamt willens en wetens niet gehoorzaamt hebben of gehoorzamen, die hebben grote problemen!

ja dit is lastig, want ik heb ethiek, en ik moet wegen of de straf bij de overtreding past. maar paradijs? nee ga je door oordeel schepper niet naar hell maar sta je op mijn overtreedingslijst?

Screenshot 13 oktober 2022:Het feit dat ik op. geen enkele manier met je kan praten en 2 maanden cel kreeg voor 1 bosje bloemen, 5 appjes, 2 mailtjes en 3 imessages, over 6 maanden verdeeld. Echt absurd, wordt wakker liefje, je bent bezeten en behekst. Ben je echt onze tijd samen vergeten??

Bewijsoverwegingen

Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 8 augustus 2022 tot en met 13 oktober 2022 schuldig heeft gemaakt aan belaging van mevrouw [aangeefster] door meermaals berichten over haar op Facebook te plaatsen.

Stelselmatigheid

Bij de boordeling of sprake is van geweest van een stelselmatige opzettelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster, is de rechtbank uitgegaan van de gehele tenlastelegging, nu het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in haar vervolging.

De rechtbank stelt vast dat verdachte binnen een tijdsbestek van ruim twee maanden meerdere berichten over aangeefster op facebook heeft geplaatst, terwijl er een contactverbod gold. De berichten zijn grotendeels intimiderend en bedreigend van aard en hebben bij aangeefster, en haar familie, voor angst gezorgd. Blijkens de verklaring van verdachte blijft hij manieren zoeken om in contact te komen met aangeefster en valt hij haar hierdoor structureel lastig. Daarbij heeft de rechtbank mede de omstandigheid betrokken dat verdachte zich reeds vóór de in de tenlastelegging vermelde periode schuldig heeft gemaakt aan belaging van aangeefster, waarvoor hij eerder ook is veroordeeld door de rechtbank en het hof. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de aard, de duur en de frequentie van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven van aangeefster zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.

Opzet

De raadsman heeft bepleit dat (voorwaardelijk) opzet op het stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster bij verdachte ontbreekt. De rechtbank is echter van oordeel dat sprake is van vol opzet bij verdachte en neemt daarbij het volgende in aanmerking. Verdachte heeft verklaard te hebben geweten dat hij geen contact met aangeefster mocht hebben, alsook dat aangeefster niet met hem wilde praten. Hij geeft aan dat hij de Facebook-berichten heeft geplaatst omdat hij aangeefster wat wilde vertellen en het was zijn bedoeling of ‘missie’ dat zij deze zou lezen, en zou reageren.

Dwingen om iets te doen en te dulden en vrees aan te jagen

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte aangeefster met de geplaatste berichten wilde dwingen om contact met hem op te nemen. Zij moest hierdoor noodzakelijkerwijs dulden en blijven dulden dat deze berichten over haar geplaatst werden en onder haar aandacht kwamen. Ook heeft verdachte aangeefster vrees aangejaagd door in de berichten vaak in verschillende vormen melding te maken van ‘sterven’ en door te schrijven dat een ieder die verdachte niet zou gehoorzamen, grote problemen zou hebben.

Partiele vrijspraak t.a.v. het dwingen om iets niet te doen

Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat de verdachte aangeefster wilde dwingen om iets niet te doen. De rechtbank zal de verdachte hier dan ook partieel van vrijspreken.

Partiele vrijspraak t.a.v. de pleegperiode

De rechtbank heeft op basis van de bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte vanaf 8 augustus 2022 tot en met 13 oktober 2022 aangeefster heeft belaagd en spreekt verdachte partieel vrij van de overige ten laste gelegde periode, nu uit het Facebook-bericht van 28 juli 2022 niet blijkt over wie verdachte schrijft of voor wie het bericht is geschreven en verdachte over dit bericht ter zitting heeft verklaard dat het niet over aangeefster ging en ook niet aan haar was gericht.

5. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

in de periode van 8 augustus 2022 tot en met 13 oktober 2022 te Breukelen, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door diverse berichten over die [aangeefster] op een Facebookpagina te plaatsen, waarvan die [aangeefster] kennis heeft genomen, te weten:- "Het feit dat ik op. geen enkele manier met je kan praten en 2 maanden cel kreeg voor 1 bosje bloemen, 5 appjes, 2 mailtjes en 3 imessages, over 6 maanden verdeeld. Echt absurd, wordt wakker liefje, je bent bezeten en behekst. Ben je echt onze tijd samen vergeten??" en- "Het blijft maar vastlopen zo he, want ik moet alles aan mijn kant oplossen en aan jouw kant, [aangeefster] " en- "Ja ik zeg het ook want iedereen, elk individu, die mij, [verdachte] , niet gehoorzaamt willens en wetens niet gehoorzaamt hebben of gehoorzamen, die hebben grote problemen!" en- "Ja dit is lastig, want ik heb ethiek, en ik moet wegen of de straf bij de overtreding past. maar paradijs? nee ga je door oordeel schepper niet naar hell maar sta je op mijn overtreedingslijst?" en- "Ja dit mocht niet van [aangeefster] , die mij dus net zo lang laat proberen haar te bevrijden tot ik dood ben" en- "Ik kan haar niet achter laten en zij kan mij niet 'vergeven' voor wat ik moest doen om de schepper te redden. Die zij als 'Christen' die niet kan vergeven schijnbaar liever laat sterven", met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6. STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

belaging.

7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden

ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hetgeen zij wettig en overtuigend te bewijzen acht

niet aan verdachte kan worden toegerekend. De officier van justitie heeft hierbij aansluiting

gevonden bij de uitgebrachte dubbele persoonlijkheidsrapportage (Pro Justitia rapportage) over verdachte van 18 april 2023 en 28 april 2023.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat, indien de rechtbank tot een

bewezenverklaring komt, hij zich niet kan vinden in het uitgebrachte advies van de psychiater in de Pro Justitia rapportage van 18 april 2023 over verdachte. Het gedrag van verdachte is namelijk niet als ongecontroleerd aan te merken. Zo is verdachte eigenhandig gestopt met het opbellen van aangeefster en het sturen van directe e-mails naar haar. Hij heeft zijn gedrag beperkt tot het plaatsten van Facebook-berichten op zijn eigen tijdlijn. Ook heeft verdachte tijdens zijn schorsing op geen enkel moment contact gezocht met aangeefster. Er is volgens de raadsman dan ook geen sprake van volledige ontoerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

Over verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt:

- een rapport van 18 april 2023, opgemaakt door dr. [B] , psychiater;

- een rapport van 28 april 2023, opgemaakt door drs. [C] , gezondheispsycholoog.

Uit het rapport van de psychiater volgt dat verdachte lijdt aan een ongedifferentieerde schizofrenie spectrum of andere psychotische stoornis en een stoornis in het gebruik van stimulantia en cannabis. Ondanks dat nadere diagnostiek geboden is, kan er gesproken worden van een ernstig psychotisch beeld. De psychiater is van oordeel dat de psychische stoornissen van verdachte aanwezig waren ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde. Zij beschrijft dat verdachte vanuit een grootheidswaan en erotomane waan overtuigd was dat aangeefster verliefd op hem was. Omdat hij zichzelf boven het recht stelde (en nog steeds stelt), neemt hij het opgelegde contactverbod niet serieus. Vanuit deze wanen had verdachte een vaste overtuiging van zijn gelijk en kon hij geen afweging maken tussen verschillende opties van handelen. De psychiater acht de psychose zodanig overheersend dat het denken, voelen en handelen van verdachte hierdoor volledig werden (en worden) bepaald. De stimulantia verhevigden zijn wanen en verminderden zijn remming om hierop te acteren. De psychiater komt dan ook tot het advies verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren ten aanzien van het aan hem ten laste gelegde feit.

Uit de rapportage van de psycholoog blijkt dat verdachte niet heeft willen meewerken aan het onderzoek. De psycholoog kan zodoende geen onderbouwde diagnostische uitspraken doen. Hij beschrijft wel dat er sterke aanwijzingen zijn dat sprake is van psychiatrische- en middelen- en/of verslavingspathologie. Ook acht hij het aannemelijk dat er een verband is tussen deze pathologie en het ten laste gelegde feit. De psycholoog geeft te kennen zich, op basis van wat de psychiater heeft gerelateerd, te kunnen vinden in het advies van de psychiater.

De rechtbank neemt de conclusie en het advies van de psychiater, dr. [B] , op de daartoe in haar rapport genoemde gronden over. Dat verdachte deels gecontroleerd gedrag vertoont, zoals de verdediging heeft aangevoerd, en dat er daarom geen sprake is van volledige ontoerekeningsvatbaarheid, wordt niet gevolgd. Uitgaande van een psychose die in de periode van de tenlastegelegde feiten zodanig overheersend is dat het denken, voelen en handelen van verdachte hierdoor volledig werden (en worden) bepaald, concludeert de rechtbank dat het bewezenverklaarde feit in zijn geheel niet aan verdachte kan worden toegerekend en dat verdachte wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid niet strafbaar is. De rechtbank zal verdachte daarom ten aanzien van het bewezen verklaarde feit ontslaan van alle rechtsvervolging.

8. OPLEGGING VAN MAATREGEL

In het Pro Justitia rapport van 18 april 2023 heeft de psychiater geen TBS-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege geadviseerd. Het advies is om verdachte middels een zorgmachtiging op te nemen in een klinische voorziening, bij voorkeur een FPA. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie dan ook niet geëist dat aan verdachte een dergelijke maatregel zal worden opgelegd, maar dat er een zorgmachtiging wordt afgegeven.

De rechtbank zal, zoals verzocht door de officier van justitie, bij een afzonderlijke beslissing van heden, ten behoeve van verdachte een zorgmachtiging tot het verlenen van verplichte zorg afgeven als bedoeld in artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) voor de duur van zes maanden.

Nu de oplegging van een maatregel aldus niet aan de orde is, volstaat de rechtbank met deze constatering.

9. BENADEELDE PARTIJ

Mevrouw [aangeefster] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1500,00. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering benadeelde partij van [aangeefster] in zijn geheel toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek. Deze vergoeding kan worden toegekend indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

De rechtbank stelt vast dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De rechtbank overweegt dat de aard en de ernst van de normschending in de huidige zaak met zich meebrengen dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde zo voor de hand liggen dat aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ kan worden aangenomen. Gelet op de aard en ernst van de normschending en de nadelige gevolgen, die de benadeelde partij blijkens haar vordering heeft ondervonden, acht de rechtbank het gehele gevorderde bedrag billijk, en daarom toewijsbaar.

De rechtbank zal aldus de vordering voor een totaalbedrag van € 1500,00 toewijzen, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 augustus 2022 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij

[aangeefster] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1500,00 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 augustus 2022 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 25 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de

benadeelde partij [aangeefster] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 63, 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11. BESLISSING

De rechtbank:

Ontvankelijkheid officier van justitie

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van dat feit;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [aangeefster] toe tot een bedrag van € 1500,00, bestaande uit immateriële schade;

De beschikking tot verlening van een zorgmachtiging zal separaat worden opgemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, mrs. L.C. Michon en

D.E. Hooydonk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 augustus 2023.

Bijlage: de tenlastelegging

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 28 juli 2022 tot en met 13 oktober 2022 te Breukelen, gemeente Stichtse Vecht, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door diverse directe en/of indirecte berichten over die [aangeefster] op een (openbare) Facebookpagina te plaatsen, waarvan die [aangeefster] kennis heeft genomen, (onder andere) te weten:- "Het feit dat ik op. geen enkele manier met je kan praten en 2 maanden cel kreeg voor 1 bosje bloemen, 5 appjes, 2 mailtjes en 3 imessages, over 6 maanden verdeeld. Echt absurd, wordt wakker liefje, je bent bezeten en behekst. Ben je echt onze tijd samen vergeten??" en/of- "Het blijft maar vastlopen zo he, want ik moet alles aan mijn kant oplossen en aan jouw kant, [aangeefster] " en/of- "Ja ik zeg het ook want iedereen, elk individu, die mij, [verdachte] , niet gehoorzaamt willens en wetens niet gehoorzaamt hebben of gehoorzamen, die hebben grote problemen!" en/of- "Ja dit is lastig, want ik heb ethiek, en ik moet wegen of de straf bij de overtreding past. maar paradijs? nee ga je door oordeel schepper niet naar hell maar sta je op mijn overtreedingslijst?" en/of- "Ja dit mocht niet van [aangeefster] , die mij dus net zo lang laat proberen haar te bevrijden tot ik dood ben" en/of- "Ik kan haar niet achter laten en zij kan mij niet 'vergeven' voor wat ik moest doen om de schepper te redden. Die zij als 'Christen' die niet kan vergeven schijnbaar liever laat sterven", met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; (art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?