ECLI:NL:RBMNE:2023:7808

ECLI:NL:RBMNE:2023:7808

Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak 18-09-2023
Datum publicatie 11-02-2026
Zaaknummer 16/313206-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Hij heeft een voor hem onbekend minderjarig slachtoffer uit het niets met een scherp en/of puntig voorwerp in de onderrug gestoken en/of geprikt. Omdat het voor de rechtbank niet duidelijk is met welk scherp en/of puntig voorwerp verdachte heeft gestoken en/of geprikt en met hoeveel kracht dit is gebeurd, spreekt zij verdachte vrij van de primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling. Aan de vereisten voor oplegging van een tbs-maatregel is niet voldaan, nu geen sprake is van een veroordeling voor een misdrijf waarop een gevangenisstraf staat van ten hoogste vier jaren of meer. Voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden ziet de rechtbank ook geen aanleiding, gezien verdachtes gebrek aan ziektebesef en -inzicht. De rechtbank legt de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest, en een 38v-maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/313206-22 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 18 september 2023

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1971 te [geboorteplaats] (Suriname),

wonende aan de [adres 1] ( [postcode 1] ) te [woonplaats] ,

hierna: verdachte.

1. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 maart 2023, 12 mei 2023, 27 juli 2023 en 4 september 2023. De zaak is op laatstgenoemde datum inhoudelijk behandeld.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. A.C.M. Beneken genaamd Kolmer en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, alsmede de advocaat van de benadeelde partij, mr. X.B. Sijmons, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.

2. TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair:

op 29 november 2022 te Utrecht heeft geprobeerd [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

subsidiair: op 29 november 2022 te Utrecht [aangever] heeft mishandeld.

3. VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. WAARDERING VAN HET BEWIJS

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, te weten een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door aangever eenmaal met een schroevendraaier in zijn rug te steken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden

vrijgesproken van het ten laste gelegde en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Niet kan worden vastgesteld dat het letsel bij aangever [aangever] is ontstaan op de wijze zoals ten laste gelegd. Er is geen bewijs dat de bij verdachte aangetroffen schroevendraaier hierbij een rol heeft gespeeld. Niet uitgesloten kan worden dat het letsel is ontstaan door de botsing tussen verdachte en aangever. Mogelijk heeft aangever zich toen verwond aan een uitstekend onderdeel van de fiets van verdachte of van zijn eigen fiets. Indien er toch van uit wordt gegaan dat verdachte aangever met een (ander) scherp of puntig voorwerp heeft gestoken, dan kan niet zonder meer worden gezegd dat daarmee zwaar lichamelijk letsel kon worden toegebracht. De raadsman heeft, tot slot, aangevoerd dat vrijspraak moet volgen omdat aan de juistheid van de verklaringen van aangever, zijn moeder en een getuige moet worden getwijfeld.

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

Verdachte heeft ter terechtzitting onder meer het volgende verklaard:

Op 29 november 2022 heb ik in Utrecht met mijn fiets een aanrijding gehad met een jongeman op een fiets.

Aangever [aangever] heeft onder meer het volgende verklaard:

Op 29 november 2022 fietste ik de [straat] te Utrecht op. Ik werd door een tegemoetkomende fietser aangereden. Die fietser, een man, haalde vervolgens met zijn rechterarm naar mij uit. Zijn arm zwaaide in een boog en zijn rechter hand raakte mij op mijn rug. Hij raakte mij links onderin. Ik voelde meteen een prik op die plek en het werd daar meteen stijf. Toen ik thuis was voelde ik dat de plek waar ik de prik had gevoeld bloedde. Ik zag dat mijn kleding beschadigd was ter hoogte waar ik de prik had gevoeld.

Getuige [getuige] heeft onder meer het volgende verklaard:

V: Wat is er vandaag, 29 november 2022, gebeurd?

A: lk zag [aangever] (de rechtbank begrijpt: aangever) de hoek om komen fietsen en een man fietste toen tegen [aangever] aan. lk zag dat ze in botsing kwamen met elkaar. Ik zag dat de man gelijk uithaalde naar [aangever] . Het was een boksbeweging naar zijn rug. Op zijn rug zagen we bloed en een wond. Ik zag dat de man hem op zijn rug raakte. Beetje links van hem.

Getuige [getuige] heeft onder meer het volgende verklaard:

Op 29 november 2022 zag ik dat de jas, sweater en shirt van [aangever] (de rechtbank begrijpt: [aangever] , aangever) een gaatje hadden links onderin aan de rugzijde. Dat is ook waar [aangever] gewond is.

In de medische informatie betreffende [aangever] staat onder meer het volgende:

Indicatie:

3 mm steekwondje linker zijde rug.

Lichamelijk onderzoek:

rug: wonde van 0.3x0.3 cm links, 5 cm onder ribbenboog, tot op spierlaag.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank is van oordeel dat, op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte aangever eenmaal opzettelijk met een scherp en/of puntig voorwerp heeft gestoken en/of geprikt in zijn onderrug. De rechtbank gaat uit van de juistheid van de verklaringen die aangever en getuige [getuige] kort na het incident, afzonderlijk van elkaar, hebben afgelegd. Beiden spraken toen over een zwaaiende beweging, een uithaal, van verdachte naar de rug van aangever. Aangever voelde een prik en vervolgens stijfheid op de plek waar hij de prik had gevoeld. Later ontdekte aangever dat hij op die plek een wond had. De prik die aangever heeft gevoeld, de beschadiging van zijn kleding en de omschrijving van het letsel door een arts als steekwond, leiden, samen, tot de conclusie dat verdachte aangever met een scherp en/of puntig voorwerp moet hebben gestoken. Dat verdachte dit met enige kracht deed, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het feit dat zowel in de jas van aangever, zijn sweater en zijn shirt een gaatje is waargenomen ter hoogte van de plek waar het aangever letsel heeft opgelopen.

De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het letsel van aangever op een andere wijze is ontstaan. De rechtbank neemt hierbij de plek en aard van de verwonding van aangever en de toedracht van de botsing in aanmerking. Uit de verklaringen van aangever en getuige [getuige] volgt dat aangever en verdachte met de voorkant van hun fietsen tegen elkaar zijn gebotst. Dit past ook bij verdachtes eigen verklaring bij de politie waarin staat dat hij moest afremmen voor iemand die een strakke bocht nam. Bij deze toedracht vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat aangever van achteren door zijn eigen fiets of de fiets van verdachte op zodanige wijze is geraakt dat hij, door zijn kleding heen, een steekverwonding heeft opgelopen.

Vrijspraak poging zware mishandeling

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de primair ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt dat het niet duidelijk is met welk scherp en/of puntig voorwerp verdachte in de onderrug van aangever heeft gestoken en met hoeveel kracht dit is gebeurd. Die informatie heeft de rechtbank wel nodig om te kunnen beoordelen of het steken en/of prikken met een scherp en/of puntig voorwerp in de onderrug in dit concrete geval tot een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel had kunnen leiden. Anders dan de officier van justitie gaat de rechtbank er niet zonder meer van uit dat de in de woning van verdachte gevonden schroevendraaier door verdachte als steekwapen is gebruikt. Het aantreffen van deze schroevendraaier in een jas die verdachte vermoedelijk aanhad ten tijde van het incident, geeft wel te denken maar vanwege de tijd die tussen het incident (omstreeks 08.40 uur) en het aantreffen van de schroevendraaier (dezelfde dag, omstreeks 22:45 uur) heeft gezeten kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat aangever hiermee is gestoken. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat zowel aangever als getuige [getuige] niet hebben verklaard over een schroevendraaier en op de schroevendraaier en in de jas van verdachte geen bloed is aangetroffen.

Verdachtes handelen komt wel neer op mishandeling van aangever. De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

5. BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

subsidiair

op 29 november 2022 te Utrecht [aangever] heeft mishandeld, door die [aangever] met kracht met een scherp en/of puntig voorwerp in de onderrug te steken en/of te prikken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6. STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

mishandeling.

7. STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zake van het door hem bewezen geachte gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest, op te leggen en te gelasten dat verdachte ter beschikking wordt gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege (hierna: tbs met dwang). De officier van justitie acht verdachte, gezien zijn stoornis, verminderd toerekeningsvatbaar. De kans op recidive kan alleen met tbs met dwang worden teruggedrongen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat geen conclusies getrokken kunnen worden over de doorwerking van eventuele problematiek van verdachte bij het plegen van het bewezen verklaarde. Zo hebben de deskundigen in de Pro Justitia rapportage van 24 juli 2023 beschreven dat er geen zicht is verkregen op de precieze psychotische belevingen van verdachte ten tijde van het bewezen verklaarde. De raadsman heeft verder bepleit dat, in het geval de rechtbank het subsidiair ten laste gelegde bewezen verklaart, aan verdachte geen tbs-maatregel kan worden opgelegd, gelet op artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Volgens de raadsman is een dergelijke maatregel ook niet op zijn plaats, nu de feitelijke toedracht van het feit onduidelijk is.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Hij heeft, na in botsing gekomen te zijn met het voor hem onbekend minderjarig slachtoffer, uit het niets met een scherp en/of puntig voorwerp in de onderrug van dit slachtoffer gestoken en/of geprikt. Het slachtoffer heeft hierdoor een verwonding opgelopen. Verdachte heeft met zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Ook is het gevoel van veiligheid van het slachtoffer aangetast. Het slachtoffer is op straat gestoken en/of geprikt, wat een zeer beangstigende situatie voor hem is geweest. Het slachtoffer heeft in zijn slachtofferverklaring ook beschreven dat hij erg van slag is door het incident en niet meer alleen naar buiten durft. Bovendien geven dit soort geweldsfeiten, welke onverhoeds in de openbare ruimte worden gepleegd, aanleiding tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 19 juli

2023 op naam van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden meermaals is veroordeeld voor agressiedelicten.

De rechtbank heeft ook kennis genomen van de Pro Justitia rapportage van 24 juli 2023, opgemaakt door het Pieter Baan Centrum. (hierna: PBC). Verdachte heeft tijdens zijn verblijf in het PBC beperkt meegewerkt aan het onderzoek, voortkomend uit psychotische ontregeling. Uit de rapportage blijkt dat bij verdachte sprake is van een psychotische stoornis, geclassificeerd als schizofrenie en een schizo-affectieve stoornis. Ondanks dat nadere diagnostiek geboden is en details over eventuele psychotische belevingen ontbreken, kan er volgens rapporteurs gesproken worden van ernstige psychische ontregeling. Hier was ook sprake van ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rapporteurs benoemen dat verdachte op 22 september 2022 (ongeveer twee maanden vóór het ten laste gelegde) gestopt is met de inname van zijn medicatie. Ten tijde van de opname in het PBC heeft verdachte ook een week na de startdatum zijn inname van anti-psychotische medicatie gestaakt, waarna hij snel psychotisch ontregelde. Verdachte was achterdochtig, onvoorspelbaar, sprak in zichzelf, maakte gromgeluiden en kon zonder aanleiding ineens in lachen uitbarsten, hetgeen duidt op hallucinaties en illustratief is voor ernstige psychische ontregeling. Gezien de snelheid van de ontregeling in het PBC is het de inschatting van de rapporteurs dat verdachte ook, na het stoppen met de inname van zijn medicatie in de periode voor het ten laste gelegde, vrij snel psychotisch is ontregeld.

Gezien de op de voorgrond staande manisch-psychotische ontregeling ten tijde van het PBC-onderzoek, kon geen nadere diagnostiek worden verricht naar de persoonlijkheid van verdachte. De rapporteurs stellen wel dat er problemen lijken te zijn met betrekking tot middelengebruik. Deze problemen lijken onderdeel te zijn van de algehele maatschappelijke teloorgang van verdachte na het staken van zijn medicatie-inname. Tevens wordt benoemd dat de kans op recidive (van gewelddadig gedrag) toeneemt, indien de psychische ontregeling van verdachte verergert, aangezien hij dan minder grip krijgt op zijn denken, voelen en handelen.

Gelet op het bovenstaande komen de rapporteurs tot het advies verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. Indien het bewezen verklaarde hiertoe aanleiding geeft, is het advies aan verdachte tbs met dwang op te leggen. Het is de inschatting van de rapporteurs dat verdachte zich niet aan voorwaarden zal houden, nu hij geen ziekte-inzicht heeft en zorg mijdt.

Beoordeling van de rechtbank

Gelet op de ernst van het feit en het strafblad van verdachte kan naar het oordeel van de rechtbank met geen andere straf worden volstaan dan met oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf gekeken naar de oriëntatiepunten voor de strafoplegging van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht.

Daarnaast neemt de rechtbank het advies uit voornoemd Pro Justitia rapport, om verdachte het bewezen verklaarde in verminderde mate toe te rekenen, op de daartoe in dat rapport genoemde gronden over.

Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden.

De rechtbank vindt de psychische toestand van verdachte zorgwekkend en het zou, voor het terugdringen van de kans op herhaling van agressief gedrag naar personen, goed zijn als verdachte hiervoor de noodzakelijke behandeling krijgt. De rechtbank ziet echter geen mogelijkheden om hiertoe in deze zaak te beslissen. Aan de vereisten voor oplegging van een tbs-maatregel is niet voldaan, nu geen sprake is van veroordeling voor een misdrijf waarop een gevangenisstraf staat van ten hoogste vier jaren of meer. Voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden ziet de rechtbank ook geen aanleiding, gezien verdachtes gebrek aan ziektebesef en -inzicht.

Vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v Sr

De rechtbank ziet wel aanleiding om ter beveiliging van het slachtoffer en ter voorkoming van strafbare feiten een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v Sr aan verdachte opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect - contact mag opnemen met aangever ( [aangever] ) en zich niet mag bevinden binnen een straal van 100 meter van de woning van [aangever] , te weten de [adres 2] ( [postcode 2] ) te [plaats] . De rechtbank zal bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte deze maatregel overtreedt. Deze hechtenis bedraagt 1 week per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op. De maatregel wordt opgelegd voor de duur van 2 jaar.

Gelet op de persoon van verdachte is de rechtbank van oordeel dat er, zoals eerder al beschreven, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen indien hij (verder) psychisch ontregelt. De rechtbank zal om deze reden, op grond van artikel 38v lid 4 van het Wetboek van Strafrecht, de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Voorlopige hechtenis

Nu de rechtbank reeds op 4 september 2023 van oordeel was dat de situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het

Wetboek van Strafvordering zich voordeed, heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis op die datum opgeheven. Hiervan is apart een beslissing opgemaakt.

9. BESLAG

Onder verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen:

- een jas (G3083476).

De vordering van de officier van justitie

De officier heeft gevorderd de in beslag genomen jas terug te geven aan verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de in beslag genomen jas geen standpunt ingenomen.

Het oordeel van de rechtbank

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen jas, aangezien het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

10. BENADEELDE PARTIJ

[aangever] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.829,80. Dit bedrag bestaat uit € 1.389,68 euro materiële schade en € 1.500,00 euro

immateriële schade, ten gevolge van het bewezen verklaarde feit.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van benadeelde partij van [aangever] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Indien de rechtbank tot toewijzing van enig bedrag komt, heeft de officier van justitie gevorderd het bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de kosten van de materiële schadeposten, met uitzondering van de ziekenhuisdaggeldvergoeding, af te wijzen, nu deze posten allen onvoldoende zijn onderbouwd. Ook heeft de raadsman aangevoerd de gevorderde immateriële schadevergoeding af te wijzen. Er is volgens de raadsman geen sprake van ernstig letsel en er kan niet worden vastgesteld wat dit letsel heeft veroorzaakt. Daarnaast zegt het slachtoffer spanningsklachten en herbelevingen te hebben, als ook moeilijk in slaap te kunnen komen. Dit rijmt echter niet met zijn verklaring dat hij zich niet kan herinneren wat er tijdens het incident met verdachte is gebeurd. Als laatste voert de raadsman aan dat, in het geval de benadeelde partij op het verzoek tot mediation was ingegaan, dit tot een beperking van de schade had kunnen leiden.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

De rechtbank is van oordeel dat vast is komen te staan dat de benadeelde partij materiële schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte. De rechtbank acht de gevorderde materiële schade - voor zover deze ziet op de ziekenhuisdaggeldvergoeding (€ 31,-), de inkomstenderving (van vier weken: € 93,84), de schade aan de jas (met afschrijving: € 600,-) en de schade aan de voorkant van de fiets (€ 25,-), - een rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde en is van oordeel dat deze genoemde posten voldoende zijn onderbouwd. De rechtbank overweegt het volgende.

Inkomstenderving

Ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor inkomstenderving acht de rechtbank het, gelet op de aard van de (logistieke) bijbaan en het letsel op de onderrug, aannemelijk dat de benadeelde partij voor de duur van 4 weken niet heeft kunnen werken. De rechtbank acht een bedrag van € 93,84 toewijsbaar en zal de benadeelde partij voor het overige deel van deze schadepost niet-ontvankelijk verklaren. (€ 93,84).

Jas

De gevorderde schade ziet op de jas die het slachtoffer aan had tijdens het steekincident. Als gevolg van dit incident is de jas onherstelbaar beschadigd geraakt. Het aankoopbedrag van de jas betreft € 625,-. De rechtbank zal een bedrag toewijzen van € 600,-. Nu de jas vrij nieuw was, maar wel is gedragen, houdt de rechtbank rekening met een afschrijving van € 25,-. Dit bedrag zal door de rechtbank worden afgewezen.

Fiets

Nu de fiets van verdachte tegen de linkerkant van de fiets van het slachtoffer is aangekomen en de schade aan de linkerkant van het stuur van de fiets afdoende is onderbouwd met foto’s, acht de rechtbank een bedrag van € 25,- toewijsbaar. Voor het overige deel (€ 25,-) zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.

Mobiele telefoon

In de onderbouwing van de schade met betrekking tot de mobiele telefoon staat dat deze gevallen en beschadigd is tijdens het bewezen verklaarde. Nu het procesdossier hier echter geen blijk van geeft en verdachte het verband van deze gestelde schade met het bewezenverklaarde heeft betwist, is de rechtbank van oordeel dat deze schade (€ 348,00) onvoldoende onderbouwd is en zij zal de benadeelde partij dan ook in zoverre niet-ontvankelijk verklaren.

Mantelzorg

De rechtbank zal de gevorderde kosten voor mantelzorg (€ 148,-) afwijzen, nu onvoldoende onderbouwd is waarom en waarvoor extra zorg noodzakelijk is geweest.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek. Deze vergoeding kan worden toegekend indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van de aantasting ‘op andere wijze’ is in ieder geval sprake indien de benadeelde psychische schade heeft opgelopen.

Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen immateriële schade heeft geleden, nu hij door het oplopen van lichamelijk letsel in zijn persoon is aangetast. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde nadelige gevolgen, zoals het oplopen van PTSS-klachten, en zijn nog jonge leeftijd, begroot de rechtbank de immateriële schade naar billijkheid op € 1.000,00.

De rechtbank zal aldus de vordering voor een totaalbedrag van € 1.749,84 toewijzen, bestaande uit € 749,84 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 november 2022 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank wijst de post mantelzorg (€ 148,-) en een deel van de vordering met betrekking tot de jas (€ 25) af. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard (€ 466,84).

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij

[aangever] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.749,84 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 november 2022 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 27 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de

benadeelde partij [aangever] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

11. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 38v, 38wen 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12. BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Oplegging 38v-maatregel

- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van twee (2) jaren, inhoudende dat verdachte:

- beveelt dat voor iedere keer dat door verdachte niet aan de maatregel wordt voldaan 1 week vervangende hechtenis wordt toegepast, met een maximum van 6 maanden;

- beveelt dat deze vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

Benadeelde partij mevrouw

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

 een jas (G3083476).

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, mrs. L.M.M. Heppe en A.M.M.E. Doekes-Beijnes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.W. Hekker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 september 2023.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 29 november 2022, te Utrecht, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, (met kracht) met een scherp en/of puntig voorwerp in de

(onder)rug, althans het lichaam van die [aangever] heeft gestoken en/of heek geprikt en/of

(met kracht) in/tegen de (onder)rug, althans het lichaam van die [aangever] heeft gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

hij, op of omstreeks 29 november 2022, te Utrecht, althans in Nederland, [aangever] heeft mishandeld door die [aangever] (met kracht) met een scherp en/of puntig voorwerp in de (onder)rug, althans het lichaam van die [aangever] te steken en/of te prikken en/of (met kracht) in/tegen de (onder)rug, althans het lichaam van die [aangever] te stompen;

(artikel 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?